door Rob & Nelleke Kool  
  HOME ::
     
China, maart 2007

Dit is wel een reisverslag, maar geen vakantieverslag. Aan de andere kant bestaat de gezamenlijke Azië ervaring van Nelleke en mij uit bezoeken aan Israël en een keer de Bosporus over varen. Dat laatste kunnen we aanraden vanwege de boottocht 1 en de thee die je aan boord kan kopen, maar verder zijn er betere dingen te doen in Istanbul.

Dus toch een verhaal over deze trip. Door “circumstances beyond my control” begint de reis om 5.45 in Tiel. Een taxi met een oud Gagnan-lid brengt me naar Dusseldorf. Daar vertrekt een Aeroflot toestel richting Moskaw (Duitse spelling). Om 10.40. De chauffeur vindt het een leuke rit. In Duitsland kan hij lekker hard. Om 07.20 sta ik dan ook in de vertrekhal waar veel balies melden dat ze gesloten zijn. Voor iemand die tot op grote hoogte van vliegvelden houdt is dit geen probleem. Het hele moderne vliegveld is erg fotograbel. Een uurtje later ga ik opnieuw bij de balie kijken. Die is nog steeds gesloten, maar meldt inmiddels ferm dat ik hier moet zijn voor Moskou (Nederlandse spelling). Voor mij staat 2 een eenzame Rus met een koffertje. En er komt iemand van de luchthaven om ons af te rasteren, zodat er mooie rijen kunnen ontstaan. Vanuit de Duitse geest en vanuit fatsoen in het algemeen is dat een goede gedachte. Als methode om Russen in het gareel te krijgen ontbreken ten minste de wapenstok en pepperspray. Als twintig minuten later de balie open gaat, is het koffertje inmiddels uitgegroeid tot een berg en heeft de Rus zich gesplitst in 5 Russen. De rij er naast ons is er echter erger aan toe, dus ik bezit mijn ziel in lijdzaamheid. Ik vraag wel onmiddellijk om mijn ticket voor deel twee van de reis. Want Russen….. daar heb je niets aan.

 

Inmiddels zit ik in Mocba (Cyrillisch) en is het 17.00 uur, al beweerd de computerklok dat het 15.00 is. Mijn laatste overpeinzing voor het vertrek is dat je niets aan Russen hebt. Het sneeuwt hier hard. Dat is geen excuus om te schelden op Russen, maar is mogelijk debet aan hun chagrijnige volksaard. Ik begin een oude bekende van het vliegveld van Moscow (yep, Engels) te worden.

In het vliegtuig kom ik naast een man te zitten die vriendelijk vraagt of ik met zijn vrouw wil ruilen. Ach, waarom niet. Dit blijk van zwakte wordt hard afgestraft. Een Chinese klampt me aan of ik niet wil ruilen met haar vriendin. En zo eindig ik tussen een Chinese en een Russische die vroeger ongetwijfeld aan worstelen heeft gedaan.

De Russische zit nog voor het vertrek op twee vrije plaatsen die ze soepel vult. Ik neem haar plaats over. Dit wordt een rustige vlucht. Althans dat dacht ik.. Een Chinese vrouw met liefdesverdriet ziet in mij de vaderfiguur waar ze haar hart bij wil uitstorten. Ik slaap die nacht weinig :-)

Om een uur of half negen komen we in Beijing aan. De Chinezen laten je nog meer formulieren invullen dan de Amerikanen. Daarmee hebben ze bewezen dat ze de besten zijn. Vervolgens doen ze er weinig mee. Je moet langs drie bureautjes om de papieren weer af te geven en dan kan je op zoek naar een taxi.

Ongetwijfeld is het aantal taxi’s in Beijing een veelvoud van NY. Er is dus geen sprake van zoeken, maar van niet klem raken tussen aankomende en vertrekkende taxi’s.

3 De taxi scheurt de snelweg op en passeert snel de rondwegen 5, 4 en 3. Binnen 45 minuten sta ik in de lobby van het 24 etages hoge hotel. Spullen neerkwakken, douchen en scheren en op naar de collega’s. Erik is wat gefrustreerd dat ik wil lopen, maar de jetlag dient bestreden te worden. Op de ambassade worden we hartelijk ontvangen door Huub. We nemen het programma door en gaan eten. Niet geheel tot mijn verbazing wordt het chinees.

Daarna ga ik een uur plat, onderdeel van de jetlag. Ook is het een goede methode om weer warm te worden. Het waait hard in de stad en het vriest. Samenvattend is het stervenskoud.

4 Na een tukkie stappen we in de taxi richting SEPA, het nationale ministerie voor milieu. We worden in een soort Arabische sjeik opstelling geplaats, met ondergetekende aan het hoofd naast de pDG. Het gesprek loopt goed. Ze zullen ons steunen en er lijken opties voor verdere samenwerking.

Het is nu rond een uur of vijf. Erik en ik besluiten tot een wandeling voor het eten. We lopen op advies van Li door het Behai park. Bovenop een heuvel in dit park staat een mooie witte pagode. De duisternis valt in als we boven zijn, we kunnen nu naar de verlichte stad kijken. Het is iets waar je foto’s en honger van krijgt. Dat eerste was het plan, voor het tweede gaan we terug naar het hotel. Tegenover het hotel zit een restaurantje waar Erik al eerder is geweest. Voor €18 eten we samen uitgebreid. Mijn seafood schotel is uitstekend, al hoef ik in de toekomst geen kwal meer.

 

De volgende ochtend gaan we naar Nanjing. Voor die tijd wil ik nog iets van de stad zien. Dus om 7.45 loop ik buiten, gedoucht, ontbeten en de koffers gepakt.

Om deze tijd is het nog rustig. Hier en daar een kwattende Chinees, maar verder erg stil. Ik heb me naar de omgeving van de Lamatempel laten rijden. Omdat alles dicht zit, bekijk ik eerst maar eens wat straatjes. Leuke deuren en daken met allerlei beeldjes er op. In een ervan is een trots bord met Prince Xun’s mansion. De poort is open, dus wat doe je als toerist: je gaat naar binnen. Dat gaat even goed. Dan komt een man die héél goed Chinees spreekt me iets uitleggen. Door mijn gebrek aan Chinese kennis whatsoever ontgaat het gebodene me volledig. Geen nood, hij sleurt me terug naar het bord. Ik kan niet ontkennen dat er onderaan “no visiting” staat. Je kunt in dit land veel ontkennen. Maar als je noch Chinees, noch Engels spreekt dan heb je geen bestaansrecht. Dus buig ik maar een keer, herhaal “no visiting” en “sorry” en loop richting uitgang. De man klopt me opnieuw op de schouder. “But you can photograph” zegt hij met een grijns. Het huisje van Xun wordt vastgelegd J

Terug bij de hoofdweg loop ik door tot ik een aantal vrouwen aan de Tai Chi zie. Achter hen is een park. Voor twee yuan mag ik naar binnen. Het is Di Tan of te wel het Terrace of the Earth. Mooi plein, mooi park, een aanrader. En voor omgerekend twee dubbeltjes kan je het echt niet laten.

5 Rond negen uur ga ik terug naar mijn oorspronkelijke doel, de Lama tempel. De straat er tegenover wordt gekenmerkt door rode winkeltjes met typisch rode Chinese lantaarns.

Eerst denk ik dat er vuurwerk wordt verkocht. Zo net na het Chinese Nieuwjaar lijkt dat een goede gok. In werkelijkheid blijkt het wierrook te zijn. Er is in China een forse religieuze opleving van met name boeddhisten. In de tempel moet je via drie stadia naar het hogere. Ieder stadium is een aparte tempel met grote godsbeelden: gouden Boeddha’s, blauwe veelarmige olifanten en andere godenbeelden waar mijn culturele bagage ver te kort schiet.

Bij iedere tempel kan je wierrook aansteken in speciale bakken. Maar, zo waarschuwt een bord: als het hard waait, offer het dan, maar steek het niet in de hens. Gelet op het gegeven dat alles van hout is lijkt het een uitstekend advies. Er staat een stevige wind, maar de waarschuwing is, ten minste in het Engels, niet in beaufort aangegeven, dus de gelovigen roken er stevig op los. Het complex heeft de omvang van een Egyptische tempel. Daarmee houdt ook iedere vergelijking op. De ingewikkelde daken, het prachtig geschilderde houtwerk en zelfs de unieke dakpannen maken het tot een wereld ervaring.

Drie kwartier en een camera accu later spring ik weer in een taxi en scheuren we richting hotel en van daar, maar nu met Erik, naar Nanjing.

In het vliegtuig zitten veel gezinnen. Chinese kinderen worden traditioneel grootgebracht met kleding zonder kruis. De meesten hebben hier geen luier onder. De anderen zitten gelukkig ver 6 van me vandaan.

Na een snelle en voorspoedige vlucht checken we in in het 5 sterren Grand Hotel Nanjing.

Het ligt te midden van de andere hoogbouw, die net als in Beijing uit de grond wordt gestampt.

We wandelen wat rond. Er is nog een uurtje voor het informele diner waarvoor we zijn uitgenodigd.

Nanjing heeft een stadsmuur. Van de oorspronkelijke 40 km is nog heel wat intact. Erik wil er graag met een taxi naar toe. Dat gaat goed tot we er staan. Dan vlucht de taxi met een stel pubers. En hebben wij geen taxi terug naar het hotel. We lopen naar een hoofdstraat waar we een andere taxi scoren. Door de inmiddels stevige file komen we na geruime tijd bij het hotel terecht. Daar staat een gastheer op ons te wachten. Hij frommelt ons in een auto die ons door de file terug brengt naar de zelfde plek waar wij in de taxi waren gestapt. Met een beetje mazzel hadden we er als eerste kunnen zijn J.

Het diner begint met het uitwisselen van visitekaartjes. Dat is hier een ritueel. Je biedt het met twee handen aan. Vervolgens bestudeer je het als ontvanger langdurig en stelt er ten minste één niet ter zake doende vraag over.

Het eten wordt geserveerd op een ronddraaiende tafel, waar we uit langskomende bakjes voedsel moeten scheppen. Ik krijg al snel een vork…

Een van de specialiteiten is een vis die giftig is als je hem niet goed klaar maakt. Ze verzekeren ons dat het een goed restaurant is.

De volgende dag is het werken geblazen. Ik zit de gezamenlijke vergadering voor. Het is een eitje. Achter ons hangt een groot doek. In alles lijkt het op een zitting van het politbureau.

’s Avonds is het officiële diner. Er wordt veel geproost, waarbij je het glas onder dat van de ander aantikt als je lager staat en omgekeerd. Het is een tien gangen menu, dus die nacht ben ik uitgeteld. Een aardig detail is de reactie op mijn opmerking dat ik niet drink. Ineens blijken er meer te zijn en gaat er veel vruchtensap door. In allerlei kleuren en smaken, maar heel lekker.

Na het diner gaan we met de Europeanen, waaronder de vertegenwoordiger van Holland House en de ambassade nog even het centrum in. Het zijn moderne winkels met veel lichtreclames. Het geheel is bedoeld voor de plaatselijke bevolking en niet voor de toeristen. We eindigen, na een bezoek aan Starbucks, in een club waar een Chinese groep heel verdienstelijk USA westcoast muziek brengt.

 

7 8 De derde dag in Nanjing moet ik van onze gastheer een citytrip maken. Ik neem Li mee voor gezelligheid en uitleg. We bezoeken een boeddhisten tempel, de muur, het presidentieel paleis en het sportcentrum.

De muur wordt uitsluitend bevolkt door vrouwen. Bij navraag blijkt het wereld vrouwendag te zijn. Chinezen fotograferen elkaar als Japanners, en ik mag weer als hoffotograaf optreden.

Dat de muur niet iedereen tegenhoudt wordt gedemonstreerd door een monnik die op zijn gemak tegen de muur op klimt.

Het presidentiële paleis was de laatste residentie van Chang Kaishek voor hij naar Taiwan vluchtte. Nu is het een museum. Het is goed om te zien dat ze hun geschiedenis niet weg stoppen.

’s Middag gaan we op bedrijfsbezoek bij Yangze Petrochemical. Botlek kan er in koppeltje duiken… De conclusie is dat we hier gedurende het project veel energie kunnen besparen.

’s Avonds nemen we afscheid door met het kernteam uit eten te gaan. Voor 20€ krijgen we een aparte kamer. Met moeite slagen we er met zijn vijven in dit bedrag gezamenlijk in de vorm van voedsel en drank weg te werken.

Dan belt Nelleke me met de mededeling dat ze de dag na haar verjaardag de facelift krijgt.

9

 

10

De volgende ochtend staat mijn ontbijtpakket op me te wachten en wordt ik in alle vroegte naar het vliegveld gebracht voor de terugvlucht naar Beijing. Aan de achteruitkijkspiegel hangt geen BH, kruis of hand van Fatima maar een Boeddhistische bel. Bij scherpe bochten werkt ie nog ook.

Om elf uur ben ik ingecheckt en brengt een taxi me naar de verboden stad. Althans, dat was de vraag. We zijn nog niet de hoek om of de chauffeur begint te zwaaien met een kaart en uit te leggen waar ik echt heen wil.

Hij vindt dat ik op het Tian’anmen-plein wil uitstappen en dan bij voorkeur tussen een aantal verkopers van souvenirs en diensten.

Ik weet alles van me af te slaan. Met wat moeite weet ik me met de kaart te oriënteren. Hij heeft me exact aan de andere kant van het plein gedropt. Dat is pakweg een kilometer van de ingang van de verboden stad. Op het plein is genoeg te zien.

Nadat ik me heb georiënteerd is het een leuke wandeling met veel bezienswaardigheden zoals de tombe van Mao, het gebouw van het volkscongres en de klok waarin ze aan het aftellen zijn tot aan de Olympische spelen.

Het is nu een stuk warmer in de stad. Daardoor is de vervuiling ook een stuk erger. Chinezen lopen daarom veel met monddoekjes op.

Na een tijd sta ik inderdaad in de verboden stad. In de aanloop naar de spelen staat een deel in de steigers, maar het complex is zo groot en er is zo veel te zien dat niemand daar over mag klagen. Het kost me ongeveer de hele middag om het geheel te bekijken en te fotograferen.

Aan het eind van de tocht steek ik de straat over om in the exquisite park rond te kijken. Het is een mooi park met een heuvel met pagodes. 1 Een paar Chinese studenten spreken me aan. De een studeert Engels, de ander Koreaans. We worden het al snel eens over de kreet “Ni-how-do-you-do”. Vanaf de heuvel zou ik de hele verboden stad moeten kunnen zien liggen, maar de luchtvervuiling maakt het onmogelijk. Het gesprek is echter heel aardig, en ik ben niet zo 1 gek of ik moet me laten fotograferen voor een prieeltje.

Bij de uitgang scoor ik een taxi. Een kaartje van het hotel is  handig om de taalbarrière te slechten. Althans, meestal. Nu blijkt er ook nog een loep nodig om het kaartje te lezen.

Daarna brengt hij me op de tast terug naar het hotel. Hij krijgt een fooi…

’s Avonds is het tijd voor nog een keer chinees. Ik kies voor het restaurant aan de overkant. Voor weinig krijg ik een fantastische Koe Loe Yuk en veel vruchtensap.

Op de terugweg blijkt Beijing een Las Vegas allure te hebben: ik kan niet terug naar het hotel zonder de visitekaartjes van de plaatselijke “masseuses” in ontvangst genomen te hebben.

Ook het hotel heeft op de derde etage een ruimte met masseuses, hoewel die volgens kenners fantastisch masseren over je kleren heen.

Daarbij rijst de vraag: wie zijn kleren, want bij de vrouwen stelt het nauwelijks wat voor. Ik kies voor de andere richting: het zwembad van het hotel.

Het blijkt niet noemenswaardig gebruikt te worden. De trap er heen is slecht verlicht en ik struikel bijna over een stelletje hotelmedewerkers, dat op de trap liggen te vrijen. Daarbij passeer ik een verklikker, want onmiddellijk wordt de hal in het licht gezet.

Daardoor komen de blikje met rattengif goed in beeld. Ach denk ik maar, het houdt ze weg van de hogere etages.

Het bad zelf is onbevolkt met uitzondering van een toezichthoudster. Zo kan ik ongestoord een half uurtje banen trekken.

Los van een achterlijk vroege rit naar het vliegveld en de vlucht via Moskou naar Dusseldorf zit de reis er op. Terwijl we wegvliegen heb ik uitzicht over de Chinese muur. Het was een indrukwekkende reis.

1