door Rob & Nelleke Kool  
  HOME:
 

1
Beste vrienden en bekenden,

dit is hem dan, het verslag van onze

Beijing en Sjanghai reis 2008

19 en 20 oktober 2008.


Wat er vooraf ging….
Natuurlijk ook de Olympische spelen en de Paralympics, maar dat is niet de reden dat we nu in de lounge van Schiphol zitten te wachten op ons vliegtuig.
Begin 2007 ben ik voor mijn werk naar Beijing en Nanking geweest (en iedereen die dat Peking en Nanjing wil noemen heeft ook gelijk!). Dat beviel goed en ik had nauwelijks tijd om iets van het land te zien. Dat gaan we nu goedmaken.
Dat begint met een goede voorbereiding. We hebben een Capitoolgids gekocht met de titel “Beijing en Sjanghai”. Direct besluiten we ons aan te passen.
Mijn collega Li Hua (wie Hua Li wil zeggen heeft ook gelijk) vertelt iedereen met grote regelmaat dat ze China moeten bezoeken. Li is aardig, dus iedereen geeft haar gelijk, maar het komt er niet onmiddellijk van. Op het moment dat ik aangeef dat wij serieus zijn met ons China-plan, snelt ze onmiddellijk te hulp. Tijdens een dim sum lunch en gewapend met boekjes geeft ze ons veel voorlichting. Zo adviseert ze ons even buiten Shanghai een leuk plaatsje voor Nelleke. Veel kleinschaliger dan de twee steden en met een goede treinverbinding.
Nelleke heeft het inmiddels op het net opgezocht. Het plaatsje telt inderdaad maar 7 miljoen inwoners. Dit wordt een duik in het onbekende. De hotels hebben we via internet geboekt, verder zien we wel.


Eigenlijk kan dan nog maar één ding ons in de weg staan: het visum. Nu reis ik nog wel eens, dus opsturen naar de visumdienstlijkt een probleem. Nelleke stapt in de trein en gaat naar de ambassade in den Haag. Dat kost twee keer een dag, waarbij het in het vervolg raadzaam is een stoeltje mee te nemen. De ambassade is via haar website helder in wat je moet overleggen om het land in te komen. Dat heb je wel, en dan heeft het personeel werk, of je hebt het niet, en dan heeft het ambassadepersoneel geen probleem & nog steeds werk, want er zijn genoeg mensen die hun land wel eens willen zien. Nelleke heeft zich als gewoonlijk goed voorbereid. Het personeel heeft werk.
De vlucht zit wat tegen. Nelleke heeft extra beenruimte gekocht in verband met haar peesontsteking. De extra beenruimte blijkt op de wachtplek naast te toiletten te zijn. Bij herhaling gaat iemand op mijn tenen staan. Uiteindelijk dien ik maar een klacht in bij de KLM. Als Amerikaan was ik nu rijk geweest L (NB: Later betaalt de KLM de extra kosten terug!)
Na de landing moeten we steeds aan Amerika denken. De rijen voor de douane zijn lang. Na zo’n drie kwartier komen we toch in het land in.
Nu nog naar het hotel. Dit geeft wat consternatie, omdat onze koffers niet in de laadruimte van de taxi passen. Met wat gevouw verdwijnt toch alles in de Jetta en zetten we koers naar de tweede ring (het vliegveld ligt net buiten de 5e ring). Daar worden we uit de taxi gezet op de plek waarvan de chauffeur denkt dat het de Travel Inn is. Het scheelt maar een paar meter.
Het hotel ligt in een Hutong. De straat is een auto en een fiets breed (maximaal 9 meter, met aan 2 kanten een stoepje en bomen). Het is tweerichtingsverkeer. Bovendien hebben ze ook veel bakfietsen en al dan niet elektrische riksja’s. Het is even wennen dat er ook geen bruikbare stoep is (want die staat vol), maar verder zijn de één etage hoge grijze huizen heel authentiek, dit in tegenstelling tot ons hotel.
We hebben alleen de middag en jetlag, dus we houden ons gemak. Om de hoek liggen twee tempels. We gaan voor de Confucius tempel uit ca. 1300. Dit is een prachtig complex met allerlei tempels, tentoonstellingsruimten en stenen met gegraveerde teksten. Er tussendoor vliegen een soort eksters, maar volledig anders gespoten.
Typisch Aziatisch zijn de tempeltjes met enorme stenen schildpadden met gebedsteksten.
Vanuit de tempel loop je zo het terrein van het Imperial College op. Deze voormalige universiteit is nu bibliotheek. De start van de bouw van deze universiteit was iets eerder dan de tempel die er tegenaan ligt. De gebouwen zijn functioneler dan in de tempel. Ook hier zijn uitgebreide tentoonstellingen. Het college staat niet in de gids, wat een misser is.


We verlaten de Hutong nadat we alles hebben gezien en lopen door naar het het Di Tan park. Hier zijn ze een tentoonstelling voor de Spelen aan het afbreken, terwijl er gelijktijdig een boekenweek wordt gehouden. Een Chinese bezingt de schoonheid van, naar ik aanneem, het boek. We nemen wat foto’s en ik besluit onder geen voorwaarde naar de Chinese opera te gaan.
Verder kan je in het park genieten van trimmers en bomenknuffelaars.


’s Avonds besluiten we op goed geluk ergens te gaan eten. Om de hoek zit een restaurant met de tekst “ We have English menu”. Dat klinkt vertrouwd, alleen zit er een gat in de tafel, met daarin een brander. Op het een menu staat een gerecht “voor hen die niet kunnen beslissen”. Die is dus voor ons. Het is soep, maar we moeten er iets bij bestellen. Op goed geluk wijs ik “vlees” en “garnalen” aan. Al snel brengt de serveerster een afwasteil met een middenschot en aan weerszijden soep. De ene rood, de andere bleek, we hebben een teil yin en yang soep! Ik neem een schepje van de rode soep. De brandweer rukt uit, belendende percelen worden natgehouden! De bediening schiet te hulp. Het blijkt dat de hele donderse bende in de soep gepleurd moet worden. Voor alle zekerheid gaat de meerderheid in de bleke soep. En zowaar, we hebben een smakelijke maaltijd. Inmiddels loopt het restaurant vol. We hebben weinig besteld blijkt nu, maar na een eerste dag is het genoeg. Zeker omdat op enig moment een vrouw met een grote schenkkan de soep bijvult. De hete massa verdwijnt zowel in het rode als in het bleke deel. Het rode deel bevat nog zoveel explosief mengsel dat het nauwelijks van kleur verandert.

21 oktober.
We gaan direct maar voor een hoogtepunt van Beijing. De metro brengt ons naar het Plein van de Hemelse Vrede. We 6hebben te horen gekregen dat de metrotickets geen drol kosten en dat je ze het best met een stapeltje tegelijk kan kopen. Tien lijkt me een mooi getal.


De bagage wordt gecontroleerd in een scanner, en ook verder is alles razend modern. De meeste reizigers lopen met een elektronische kaart van het type dat ook in Parijs en Londen zo goed werkt, en waar wij in Nederland nog steeds Kamervragen over stellen.


Het is wel vol in de metro, maar binnen de kortste keren staan we op het plein van de Hemelse Vrede of Tian'anmen plein. Men zegt dat dat het grootste plein ter wereld is. Of dat klopt weten we niet, maar feit is dat je er veel Chinezen kwijt kan. Hun favoriete hobby is zwaaien naar Mao. Dat kan naar het portret op de Tian'anmen poort, of naar de kist met zijn lichaam. Voor het laatste staat een rij van honderden meters (Wat rekenwerk leert dat het ca. een kilometer is). We besluiten dat we ons beperken tot zwaaien naar het portret aan de muur van de poort.

We doen wel een rondje over het plein. Als gezegd, veel Chinezen, maar het aardige is dat het voornamelijk toeristen zijn, net als wij. Allereerst zijn ze goed terug te brengen tot individuele groepen van een of meerdere busladingen. Deze groepen zijn herkenbaar aan identieke petjes en de vlagdrager die voorop loopt. Sportverenigingen hebben daarnaast nog hun eigen trainingspak. Veel leuker dan de petjes zijn de kledingsstukken die de etnische verschillen tussen de verschillende groepen duidelijk maken. Kortom, je kunt alleen al toerist spelen door naar de toeristen te kijken.


En dat mag, want als langneuzen vallen wij helemaal uit de toon en zijn we ook een bezienswaardigheid. Nadat we de poorten en de belangrijkste gebouwen rond het plein hebben gezien lopen we door naar de Verboden Stad. Ook hier is het druk, maar de entree maakt de spoeling dunner. Bovendien kan je om de petjes-concentraties heen lopen. Alles bij elkaar is het dus prima te bezoeken. We lopen er een uur of vier rond, als ze het museum (want dat is het officieel) beginnen te sluiten. We hebben het nog lang niet helemaal gezien, maar ons prima vermaakt.


Twee culturele verschillen zijn al duidelijk. Chinezen houden meer van mooie stenen dan wij en ze laten zich het liefst fotograferen voor of om een ding. Dat wil zeggen voor een mooie steen of op een beeld, tegen een ketel etc. Ze wachten keurig op elkaar om achtereenvolgens de foto te nemen, maar de b7lanke die niet eens de moeite neemt om zijn vrouw zich om een bronzen leeuw te laten vlechten wordt genegeerd. Onmiddellijk spoedt de volgende Aziaat zich naar voren om zich letterlijk op het voorwerp te storten. Inmiddels onderscheiden we drie volken. Naast de Chinezen zijn dat de Japanners, die gemiddeld een kop of twee groter zijn dan de Chinezen en formeler gekleed gaan en de Koreanen die gemiddeld ook een fractie modieuzer zijn en altijd een V-teken maken als de foto wordt genomen.


Als we aan de Noordkant het terrein verlaten moeten we ons eerst ontdoen van een leger transportbedrijven (taxi’s en riksja’s) en verkopers van meuk. Als blanken vallen we natuurlijk enorm op, dus iedereen komt langs. Nu hebben we geoefend op Arabieren, en ik moet zeggen, we hebben geen enkele keer met geweld gedreigd.
Langs het water lopen we in de schemering naar de Metro. Nelleke vindt haar eerste breiwinkel, dus haar dag wordt nog beter. Bij het metrostation wacht ons een teleurstelling. Onze kaartjes zijn niet geldig. Die gelden alleen voor het vertrekstation. Kijk, we mogen elkaar dan niet verstaan, maar een discussie is nooit weg. De loketbeambte bedenkt dat de eenvoudigste oplossing is dat hij onze kaartjes omwisselt. We zijn het met hem eens.

8
We eten bij een Tibetaan. Hier komt Nelleke met de vondst dat eten in China een soort culinair spookhuis is. Zo biedt dit restaurant ons yak in plakjes, yak-darmen, schapennek, varkensoortjes, varkenshuid ingelegd in een gelei van varkensvet, hond, yak jerky en gebraden rundvlees. Heldhaftig als we zijn kiezen we onmiddellijk voor het laatste, met een schaaltje yoghurt voor toe.
Het smaakt voortreffelijk, en er is ook nog live entertainment. Tibetaanse danseressen en zangers maken de sfeer compleet.

 


22 oktober
9

Onze overige metrokaartjes zijn verlopen. Het zijn er nog zes, dus we beginnen de dagtocht met een verlies van € 1,35. De rit gaat vandaag naar het Zomerpaleis. Eerst een stuk door de stad en dan met een taxi naar onze eindbestemming.


We moeten even in de gaten houden dat de Chinezen al honderden jaren geschreven geschiedenis hadden toen bij ons de kaninefaten (volgens Bill Gates kantinebazen, maar wat is het verschil) rondholden. Het Zomerpaleis is van tamelijk recente datum. In de 18e eeuw lag er al een keizerlijk park, en in 1795 we10rd dit uitgebouwd tot paleis. In een beetje een park heb je natuurlijk een vijver. Die ontbrak, maar met een wat graafwerk (er zijn veel Chinezen) lag er dan toch een vijver met een lengte van 2 km. Nadeel van een meer van die omvang is dat je er alleen uitzicht op hebt als je er een stevige heuvel bij hebt liggen. Ook daar was helaas niet in voorzien. Nu weet ik niet of ze onmiddellijk op het idee zijn gekomen om de grond uit het Kunming meer op een heuvel te storten, maar het eind resultaat is dat er langs het meer een enorme heuvel ligt.


We beginnen het bezoek bij het operagebouw. Daar worden voorstellingen gegeven. We zien een traditioneel orkest en een aantal acrobaten. Van daar lopen we verder langs het meer, tot we bij de beroemde brug van het park komen. Als langste brug in een kunstmatig meer heeft het zelfs nog het Guinness gehaald. Het is zaak om de schoonheid van het gebodene te bewonderen. De brug leidt naar een eiland met een tempel en verder niets, maar het is een mooie brug en deze biedt veel meters de mogelijkheid om familieleden knap op de foto te zetten. Met alle bezienswaardigheden onderweg realiseren we ons dat rond het meer lopen geen optie is. Gelukkig is er een veerdienst naar de overkant, dus voor nog een € 1 pp laten we ons door een drakenboot over het meer vervoeren.


Aan boord komen is nog even een probleem. Als blanke ben je bijna volkomen vreemd, en men weet niet hoe dit te hanteren. Een van de opties is straal negeren. Als we aan boord willen, staat een man op de loopplank verwoed te debatteren. Het is niet van plan om opzij te gaan. Ook pogingen van de bemanning om hem te bewegen ons er langs te laten helpen niet. Wat te doen als je geen woord Chinees spreekt? Ik besluit om het kijken naar Buffy de Vampire Slayer te gelde te maken. Ferm citeer ik het slot van iedere aflevering: Grrr Arhhh!
De boodschap komt over. Gelet op zijn reactie voelt de man zich verscheidene vormen van in de zeik genomen, maar hij gaat opzij en onze overtocht naar de Marble Boat kan beginnen.
11

Deze bestemming behoeft enige toelichting. In de geschiedenis is het altijd handig geweest bij de machthebbers een goede naam te hebben. China vormt hier geen uitzondering op. Dus kwam de marine op het idee de keizer een bootje cadeau te doen. Nu had die al een boot, dus het moest wel wa12t bijzonders zijn. Dus bedacht men dat een raderboot, model Mississippi, wel een mooie optie was. Daarbij moet je natuurlijk wel beter zijn dan de Amerikanen. Dus werd de boot in marmer uitgevoerd. Dat vaart natuurlijk voor geen meter, maar we hebben het nog steeds over een kunstmatige hofvijver. En passant deed de marine er een complete haven bij, zodat de keizer zonder veel moeite bij de troepen langs kon. Bijkomend voordeel heden ten dage is dat het aanleggen van de veerboten geen probleem is.


Aan de noordelijke oever hobbelen we de heuvel op. Wat opvalt zijn de prachtige rotspartijen (nog even voor de herinnering: de heuvel lag er eerst niet), die het pad naar de top extra mooi maken. Boven is een Boeddhistische tempel, of beter nog een klooster. Dit klooster loopt van de top van de helling naar het meer, waarbij een wirwar aan tempels (waarvan één geheel in brons uitgevoerd) wordt verbonden door trappen.


De smog is vandaag enorm, dus echt genieten van het uitzicht kunnen we niet, maar de tocht langs alle tempels is indrukwekkend.


Als we beneden komen is de dag om. We pakken een taxi terug naar het centrum. De chauffeur blijkt zijn meter gefikst te hebben. Nu ben ik zo langzamerhand van mening dat taxichauffeurs, met uitzondering van Petra, allemaal criminelen zijn tot het tegendeel is bewezen. Dus we betalen de dubbele prijs, en bedenken dat hij volgens de leer van Confucius geen gelukkig leven zal hebben.
We eten weer om de hoek, restaurants zitten hier huis aan huis. Ook dit restaurant levert een uitstekende maaltijd met prima bloesemthee.


23 Oktober
13De wekker gaat al vroeg. Om half acht staat een taxi op ons te wachten. Die hebben we voor een dag gehuurd om ons naar “de Muur” te brengen. Waar het Zomerpaleis het heeft gebracht tot wereld cultureel erfgoed, heeft de muur de status van wereldwonder oude stijl. (Voor een beschouwing over wereldwonderen zie ons verslag over Mexico.) We besluiten voor de bezienswaardigheidfactor van Beijing de Yank factor in te voeren. Deze is volstrekt vergelijkbaar met de Nippon factor die we elders gebruiken. Alleen kijken we nu naar de concentratie Angelsaksische lieden op een bezoekplek.


De muur scoort hoog. Het is dan ook een fantastische ervaring. Met Nelleke haar knieproblemen doen we maar een stukkie, maar de uitzichten zijn dan al adembenemend (voor zover dat nog nodig is na de steile trap met ongelijke treden). Daarbij helpt het dat de herfst vandaag doorzet. Het waait hard en het is iets kouder, maar de smog is weg.
Ook hier leent iedere tree zich voor een pose voor het familiealbum, dus het klimmen is geen onverdeeld genoegen. We besluiten mee te doen, en gooien Knorf in de strijd. Hij heeft inmiddels een Chinees hoedje met staart zodat hij er uit ziet als Hai Genelaal Knolf. Ons varken roept tijdens zijn tochten over de wereld gemengde reacties op. Aziaten houden echter van hem. Ze lachen zich rot en geven breed de ruimte hem vast te leggen. (China – Griekenland: 1-0)14


Omdat we vroeg begonnen zijn aan de klim, zijn we ook vroeg terug. We besluiten ook de het dorpje aan de voet van de trap te bezoeken. De Yank-factor is hier nul, en je zou ook niet zeggen dat er heel veel Chinezen zijn. Er is een museum, waarin het herstel van de muur wordt beschreven en er is een leuke tempel met beelden die niet gefotografeerd mogen worden. Ik trotseer de goden, die als enige aanwezig zijn, en een leuke fotoserie is het resultaat.


Verder kijken we nog even rond op de plek waar een deel van de wielerwegwedstrijd tijdens de Spelen is gehouden.
Terug in de taxi zetten we koers naar een keizerlijk graf. Volgens alle excursiegidsen is dat de traditionele combinatie: muur en Ming-graf, dus waarom zouden we afwijken. Onze chauffeur kiest voor het Dingling graf.
In China wordt veel van hout gemaakt. Dat heeft twee nadelen. Het brandt en insecten vreten het op. Er is dus weinig “origineel”. Alles moet eens in de zoveel jaar gerestaureerd of vervangen worden.

Zo ook hier. Maar om een indruk te krijgen is het beslist de moeite waard. Allereerst werden de graven Feng Shui aangelegd. Bij leven wees de keizer zijn begraafplaats aan, die dan met de talloze schepjes werd omgevormd tot een verantwoorde rustplaats. Achter het graf kwam een enorme heuvel om de geesten weg te houden, omgeven door een ronde muur, 14want ook bochten is iets waar de geesten niet dol op zijn. (Je ziet dan ook veel golvende muren en ronde poorten in Beijing). Voor de heuvel werd een paleis ingegraven, en daar was ook de grafkamer. Deze is nu te bereiken via een aparte ingang die het mogelijk maakt in een korte tijd grote groepen petjes te verwerken. In de grafkamer zijn de keizerlijke kisten nagebouwd. Eenmaal buiten kan je terecht in een drietal musea dat toont hoe het graf is gebouwd en informatie geeft over het leven van de betreffende keizer.


We lunchen aan een marmeren tafel met olifantenkrukjes, terwijl we om ons heen kijken naar de medetoeristen. Er valt ons een ritueel op. Overal in de stad zie je toegangspoorten van gekleurd en bewerkt hout, een soort triomfbogen. Hier staat er ook een. Groepen die het terrein verlaten verzamelen zich voor de poort, om zich dan onder het slaken van een kreet door de poort richting uitgang te storten. Sommige groepen maken daarbij gebaren alsof ze zichzelf staan schoon te kloppen.
Ik interpreteer dit als afstammend van een oud gebruik, waarbij zij die terug keren van de begrafenis een vreugdekreet slaken dat ze er nog zijn. Een soort koffie en cake, maar dan enthousiaster. Verder valt op dat de kreet sterk varieert. Dus vind ik dat ik ook mee kan doen en met een krachtig HOEBA! stort ik me door de poort. Ik voel me niet begrepen door mijn omgeving (maar heb wel lol).

Niet al te laat keren we terug in het hotel. Dat mag ook wel met de meters die we maken….
We eten in een restaurant waar we eerder zijn geweest.

24 oktober


15In het hotel zit een grote groep Nederlanders. Een man komt me vaag bekend voor, maar helemaal helder zijn we nog niet.
Vandaag proberen we de spierpijn van gisteren los te lopen met een tocht door meren en parken.
We beginnen met een wandeling door de hutongs rond ons hotel. Hier komt nooit een toerist. We zijn een verschijnsel. Maar het is goed om een te zien hoe mensen zich door de hele smalle straatjes wurmen met allerlei bakfietsen en handkarren en, indien breed genoeg, met auto’s.
Er wordt hard gewerkt, want men is bezig de hutong te voorzien van elektriciteit. Daarnaast moeten alle winkels worden voorzien van hun voorraden.


Uiteindelijk komen we uit bij het metrostation bij Lamatempel, waar we vertrekken richting het Xi Hai meer. Dit is het meest noordelijke van een reeks meren in de stad. Los van wat vissers is er weinig te zien, en de aansluiting naar het Hou Hai meer is even zoeken. Vooral omdat ze een enorm gebouw hebben gezet op de plek die onze kaart nog als weg aanduid.
Het 2e meer is veel uitgestrekter dan het eerste. Met trots wijst een bord op een metalen vlot. Dit is speciaal aangelegd voor de eenden. Een tweede bord geeft aan dat de eenden er erg blij mee zijn. Ik bedenk dat ik nog geen Peking Duck heb gegeten….

Het derde meer, Qian Hai is makkelijker te vinden. Het wordt slechts gescheiden van Hou Hai door de belangrijke brug “met uitzicht naar twee kanten”. Het belang van de brug wordt niet aangegeven door een verhoogde Yank-factor, maar er lopen wel groepen petjes en een bruidsstoet.16
Het merencomplex is van oorsprong erg praktisch, het vormde de verbinding tussen het kanaal Sjanghai – Beijing en de Verboden Stad. Via dit complex werd rijst aangevoerd naar de Verboden Stad. Dan moet men echter nog wel één meer verder. Wij pauzeren hier. Want hoewel we voor zéér chinees gaan, is de koffie hier gewoon bagger. De hoek van het Qian Hai meer kent echter een Starbucks. Deze heeft zelfs een terras langs het meer. Er zit een groep met prachtige Chinese klederdracht. De camera, die toch al nauwelijks rust kent, maakt overuren.


Dan wandelen we langs het Bei Hai meer, de meest toeristische van de serie. Er is nog een heuse muurkrant en op het Jade eiland in het meer staat de witte Dagoba, de top van een tempel. We lopen er zwaaiend aan voorbij. Allereerst omdat er busladingen petjes staan te wachten om naar de top van het Jade eiland te klimmen en verder omdat wij een andere heuvel in de planning hebben.
Wel blijven we nog even kijken bij een waterkaligraveur. Dit is een opmerkelijk Chinees verschijnsel. Een soort graffiti, maar dan met een zak water in plaats van een spuitbus. Met een grote kwast maken de schrijvers mooie karakters op de stenen. Na een uurtje is het weg, maar het gaat om de kunstuitoefening, niet om het lange termijn resultaat. Deze man is een nieuwlichter, hij maakt cartoons van voorbijgangers.
Bij de Dagoba verlaten we Bei Hai en steken over naar het Jing Shan park. De Verboden Stad ligt erg mooi, maar laten we eerlijk zijn, de locatie is niet erg Feng Shui. Het gevolg is boze geesten uit het noorden, en laten we vooral de koude wind in de winter niet vergeten.
In vroeger dagen was het bevolkingsgetal in China nog lang niet over het miljard, maar ze hadden schepjes in plaats van petjes. Dus even graven en er ligt een mooie berg voor de noordpoort. De keizerlijke Yuan (1271-1368), Ming (1368-1644) and Qing (1644-1911) dynastieën hebben van dit nu hoogste punt van de stad een keizerlijke tuin gemaakt met allerlei verschillende bomen, waaronder een serie prachtige bonsai boompjes.
Deze kolenberg of Jing Shan geeft prachtig uitzicht over de stad, vooral over de Verboden Stad, de mer17en, het kinderpaleis, met daar achter twee torens.
Voor we op de top met de de vijf paviljoens (op keurige gelijke afstand en drie hoogtes) staan, maken we eerst nog een stop. In het paviljoen onderaan kan je een bakkie thee halen. Hoewel, in een keizerlijke tuin: je doet er een thee ceremonie. Dat kost wat tijd en geld, maar dan heb je ook wat. Allereerst rust. De petjes hebben er geen tijd voor, die marcheren in straffe mars tegen de trappen op.
Daarnaast een keurige Engelstalige uitleg. We kiezen voor Pearl Jasmine thee. Waarna er zich iets voltrekt wat ik uitsluiten uit wijnproeverijen ken. Bekertjes worden met kokend water voorverwarmd, we moeten aan de thee ruiken en we krijgen een smal kopje thee dat we in een bredere kop moeten kantelen en terug draaien. Daarna moeten we ruiken aan de lege kop om te constateren of de geur echt goed is. En dan mogen we eindelijk uit kleine kopjes ons potje thee achterover slaan. We krijgen er zelfs een gratis potje lychee thee bij. Het is absoluut de moeite dit te doen. Wel probeert de eigenaar voor we vertrekken volgens goed Chinese gewoonte de tent geheel of in delen aan ons te verkopen, maar gehard door ons blanke uiterlijk slaan we dit vriendelijk af. (Aansluitend op het vorige: je ziet nauwelijks niet-Aziaten. Iedere verkoper duikt dus onmiddellijk op je af.)

18
Op de top kijken we naar de stad en bewonderen we het eindeloze geduld waarmee de Aziaten elkaar fotograferen. Een Koreaan vraagt beleeft of we met zijn familie op de foto willen. Ach, als hij ook onze camera wil bedienen is dat geen enkel probleem. Verder blijken de scherpe kantjes ook hier van de culturele revolutie aan het slijten te zijn.
Waar vind je nu een mooiere plaats om je te laten fotograferen als keizerlijk paar? Er is een hele opstelling, compleet met troon waar je je verkleed en met kroon op de foto kan laten zetten. Wij bedanken echter voor de eer en dalen af naar de laatste bijzonderheid van het park: de boom die de boom vervangt waaraan de laatste Ming keizer zich heeft opgehangen. Hij staat er wat zielig bij. Wel staan er aan de voet borden met prachtige teksten over hoe het zo gekomen is. Het is een foto waard.
Het begint avond te worden. Nelleke koopt wat wol, wat met handen en voeten niet helemaal makkelijk gaat, en we stappen in de metro richting Wangfujing Dajie. Dit is de hypermoderne winkelstraat van Beijing, waar ieder westers modehuis etc. aanwezig is in enorme gebouwen. Vooral als alles in de schijnwerpers wordt gezet is het een fantastisch gezicht. In de zijstraatjes wordt toeristische troep en goedkoop voedsel verkocht, zoals zeepaardje of inktvis op een stokje. We kopen een panda matroesjka en schaffen voor heel weinig geld veel te veel voedsel aan in een foodcourt. We blijken voor shredded chicken gekozen te hebben. Het recept is simpel. Men slacht en plukt een kip, men gooie hem in de hakselaar en met bakke het geheel bijna bruin. Men servere het met rijst, prei en ui. Mocht je bij het lezen van dit stuk denken: die kip wordt toch wel ontdaan van de kop en de ingewanden, dan moet ik melden dat de tekst compleet en correct is. Men gooie hem in de hakselaar….
Gesterkt door deze nieuwe culturele en culinaire ervaring gaan we door de donkere Beixiqiao hutong terug naar het hotel, waar ik een stroopwafel neem voor de smaak.20

19
25 oktober

We beginnen dicht bij huis. De bekende Nederlander blijkt een oud medewerker van PEN te zijn. Hans doet een 18 daagse rondreis door China. Zij doen in een dag drie keer zoveel “dingen” als wij, maar ik weet niet of ze er o21ok drie keer zoveel plezier in hebben. Zij verlaten Beijing nu. In onze Alkmaarse tijd konden we goed overweg, dus handenschuddend gaan we uiteen.
Onze eerste stop vandaag is de Lamatempel. Deze ligt letterlijk om de hoek aan de Yong He Gong Daije. In 1694 begon men met de bouw van dit prinselijk paleis. Prins Yongzheng veranderde, toen hij eenmaal keizer was, het complex in een tempel voor de geelhoed sekte van het boeddhisme. Het bestaat nu uit vijf opeenvolgende tempels, omgeven door allerlei zijgebouwtjes die ook zijn ingericht als tempel, of als museum, toilet of souvenirshop. Aardig element is dat de toegangskaart ook een DVD is, waarop de hoogtepunten van een bezoek aan de tempel zijn vastgelegd. De Boeddha in de laatste tempel heeft met zijn 18 meter het Guinness Book of Records gehaald in de categorie “hele grote Boeddha’s”.
In het complex kan je tegen de wierrook leunen, want godsdienst is de nieuwe rage in China. En bij iedere beeld moeten er drie stinkstokken in de fik.
Wat hebben wereldsteden te bieden? In Parijs heb je het Stade de France, in Amsterdam de Arena, in London Wembley, Beijing kan natuurlijk niet achterblijven en doet dat zeker dit jaar niet. We gaan naar het Olympisch centrum. Iedere ochtend zijn op de grote schermen in de eetzaal wedstrijden van de Olympische Spelen te bewonderen. Wij vermoeden daarom dat de sluitingsceremonie nog niet te zien isgeweest op de staatstelevisie :-)

22Er heen gaan is een eitje. Gewoon bij Lamatempel in de metro, één keer overstappen en je bent er. Wel worden we gediscrimineerd. Een vrouw springt op als er twee blanken op de zelfde bank gaan zitten als zij. Met wat gesis verdwijnt ze naar de overkant, waar ze haar familie probeert te overreden ook een andere plek te zoeken. Die zien daar echter weinig heil in….. Dit is wel een uitzondering. Meestal is men vriendelijk en behulpzaam. Zo staat men vaak op voor Nelleke als ze weer met haar stok komt binnenstrompelen.


Weer buiten is het nog steeds prachtig weer, maar het waait wel. En fors, heel fors. Prullenbakken worden omgeblazen en deksels vliegen door de lucht. Het Vogelnest ziet er indrukwekkend uit. De Yank-factor is vrijwel nul, wij hebben door dat het game over is. De petjescolonnes komen echter met ladingen tegelijk aanzetten. Ze vertrappen het siergras om een mooie 23foto te maken van het badmintonteam 24 van Datong of oma uit Taiyuan met achter het gras een stukje stadion. Verder trekken ze het stadion in. Dat lijkt ons een goed plan. Met achterlating van wat yuan komen ook wij in het bezit van toegangskaarten. Er staan twee versleten mascottes van de Spelen en er zijn twee groepjes paspoppen met kleding die tijdens de openingsceremonie is gebruikt. Het meest spannende is de doos met broodjes die door de wind door het stadion wordt geblazen. Verder zien we alleen het gebruikelijke ritueel van Chinezen en Koreanen die elkaar fotograferen. Toch is het bezoek de moeite waard. Allereerst is de architectuur weergaloos mooi, daarnaast is de omvang en de hele moderne omgeving bijzonder indrukwekkend.


Als we weer buiten zijn lopen we nog even naar the Water Cube, maar die ziet er minder aantrekkelijk uit, dus die laten we voor wat het is. En we eten iets op een bankje. Ik zie dat een Koreaanse probeert om zo te gaan staan dat ze met ons op de foto kan. We zijn ook de beroerdste niet, dus ik gebaar dat ze er gewoon bij moet komen zitten als ze zo’n foto wil. Negen personen en een veelvoud aan foto’s later besluiten we te vluchten, voordat de petjes ons in de gaten krijgen.

24
Met de metro gaan we naar Dong Dan. Ik roep een paar keer Dong, maar niemand reageert. Wat mij betreft mogen ze het omdopen in Dong Dan Niet! We kijken nog even in het modernere deel van de stad. Bij McD scoren we een koffie. Want laten we eerlijk zijn, Chinezen zijn een hardwerkend en intelligent volk, maar van koffie begrijpen ze geen hout. Nelleke koopt wat kasjmir en dan is het tijd om weer wat te eten in de buurt. We proberen een volgend restaurant. Chinezen maken veel herrie als het restaurant ok is, en dit is een prima tent. We krijgen echte eetstokjes in plaats van de wegwerphoutjes voor toeristen, waarmee de maaltijd in hoog tempo naar binnen gaat. Naast ons zit een gezin met een joch dat het verschil tussen gezellig herrie maken en dom krijsen niet begrijpt. De serveerster loopt twee keer weg tijdens het bestellen omdat het lurf zo hard krijst dat niemand elkaar meer verstaat (ook niet in het Chinees). Tijdens het afrekenen dreigt ze hem zelfs een knal voor zijn hoofd te geven omdat iedere communicatie onmogelijk wordt door de permanente orkaan van geluid die uit de strot van het kind komt. Hij lijkt door te kunnen ademen tijdens het brullen. Uiteindelijk verdwijnt het gezin gehaast met het bulkende etter onder hun arm. Wij eten echter smakelijk.


26 Oktober.

Wat weet je van grote steden? Iedere wereldstad heeft een aantal toonaangevende bezienswaardigheden. Ga maar na: Parijs: Eifeltoren, Arc de Triomph, Notre Dame, Versailles. Londen: Westminster Abbey, Tower, Houses of Parliament, Moskou: Rode Plein, Kremlin. New York: New York. Maar wat zijn de bijzonderheden van Beijing? Het eerste wat naar boven komt is de Muur en de Verboden Stad. De twee andere dingen die je gezien moet hebben zijn het Zomerpaleis en de Tempel van de Hemel.


Per dag komen honderdduizenden dit laatste complex bezoeken. Dat kan in 45 minuten. Je laat je bij de Noordelijke hemelpoort uit de bus gooien en loopt, in straf tempo, bij voorkeur met pet en achter een vlaggetje naar de Zuidelijke hemelpoort. Je kunt ook kiezen voor de uitgebreide tour van 55 minuten. Dan kan je ook in de twee belangrijkste tempels kijken en een fotosessie bij de drums houden. Wij doen er de hele dag over…

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Om te beginnen hebben we geen bus, waardoor we met de metro eindigen bij de oostelijke poort. Nu kan je makkelijk in 30 minuten naar de westelijke hemelpoort lopen, maar daar is geen metro en we hebben nog steeds geen bus. Bovendien zie je dan weinig van het tempelcomplex, omdat dit noord zuid georiënteerd is.
Nu weten we helemaal niets van de Tempel van de Hemel met zijn park. Dat is trouwens niet helemaal waar, iedere gids beschrijft de tempel, dus ook die van ons.

Het is zondag. Dat betekent dat veel Beijingers een dagje naar het park trekken. Je kan er van alles doen. Zo wordt er gedanst, met linten gewapperd, gevliegerd, bomen geknuffeld en dan hebben we het niet eens over voet-badminton! Het leukste zijn echter de zangers en muzikanten. Iedereen doet mee, waarbij er veel traditionele Chinese instrumenten worden bespeeld. Daarnaast kaart men, en spelen ze domino en varianten op dammen etc.

Na de poort beginnen we eerst maar eens met om het eerste het beste gebouw heen te lopen dat we tegenkomen. Het is het noordelijk Goddelijk Slachthuis. Van daar loopt een lange corridor naar de centrale as. We trekken echter nog wat verder het park in en komen terecht bij het veld van de Zeven Sterrenstenen. Zoals de naam laat raden zijn het er acht, die ieder een deel van de oorspronkelijke Chinese bevolkingsgroepen vertegenwoordigen. Dat waren er eerst zeven, maar toen de Manchu aan de macht kwamen, hebben ze er een steen bij gezet (Dit is een van de lezingen die we hebben gehoord. Anderen beweren dat het meteorieten zijn, weer anderen gaan er van uit dat ze de toppen van een Chinees gebergte vertegenwoordigen).


Langs de weg komen we bij de Danbi brug terecht. Die kruist de centrale noord zuid as waarna de weg zich vervolgt naar het Vastenpaleis. Alle petjes en andere georganiseerde toeristen zijn de weg nu al lang kwijt, daarom hier even wat uitleg.
Twee keer per jaar kwam de keizer naar de tempel om te offeren. Een keer in augustus, om te bidden voor een goede oogst, een keer bij de zonnewende om te bidden tot zijn goddelijke voorouders. Aan het offeren ging een vastenperiode vooraf. Dit betekende dat de keizer minder en anders at dan normaal. Dit vasten gebeurde in een apart paleis op het terrein van de Tempel van de Hemel. Daar werd hij met zijn gevolg, waaronder de hele regering, naar toe gesjouwd. Het paleis is een mini Verboden Stad, met twee ringen met fortgrachten en muren. Deze vastenperiode werd direct gebruikt om wat wetgeving af te ronden, die dan na het offerfeest werd afgekondigd.

Je kan “voor weinig” een apart kaartje kopen voor dit museum. De meesten is dit echter teveel, ondanks dat het je ook toegang geeft tot de Goddelijke Muziekhal. We gaan er gewoon voor en zo lopen we bijna helemaal alleen in een paleis op een (forse) steenworp afstand van de menselijke mierenkolonie die langs de tempels schuift. Het complex is de moeite, en de tentoonstelling met aandacht voor de keizerlijke geschiedenis, het offeren en een aantal andere gebruiken is mooi en educatief.’

Hetzelfde geldt in mindere mate voor de muziekhal. Deze is omgebouwd in een recht toe recht aan museum van Chinese instrumenten. De onderhoudsstaat is iets minder dan van het Beamless en/of Vastenpaleis, maar daar de prijs toch al in het “voor weinig” kaartje zat, is het de moeite.

 

 

De dag begint op zijn eind te lopen, dus ook wij wandelen langs de eeuwenoude cipressen terug naar de centrale as om de tempels te bezoeken. Het zijn drie opeenvolgende cirkels. Te beginnen met het ronde (trap) altaar, dat wordt omgeven door marmeren hekken en trappen met afbeeldingen van feniksen, wolken en draken. Daarna komt “het Keizerlijk Hemelgewelf” met de echomuur. Deze werkt als volgt. Je klapt in je handen, en de petjes ook. Dan denk je dat dat laatste de weerkaatsing van jouw geluid is.

De laatste tempel is die voor het gebed voor een goede oogst. Deze tempel is van hout en vrij hoog, met bovenop een gouden “kroon” van 38 meter. Het hele gebouw is zonder een spijker in elkaar gezet. Dit is goed gedocumenteerd en dat is maar goed ook (alleen al omdat het 11180 stukjes hout zijn), want eens in de zoveel tijd moet de tempel worden verbouwd of vernieuwd (bijvoorbeeld na brand). Zeker zo vlak na de Olympische Spelen zit het geheel piekfijn in de verf en is het bezoek absoluut de moeite. Tips: ga op zondag & koop het “dure” kaartje. Dan kan je de hele noord zuid as bezoeken zonder bijbetalen.


Wij verlaten het park in de zekerheid dat we een deel niet hebben gezien. Daarvoor is het park te groot, en het amusement te leuk.
Er is absoluut een ding wat je in deze stad gegeten moet hebben. De Peking eend. Daarom gaan we die avond weer terug naar ons vaste restaurant bij de Lamatempel.

27 Oktober.


We besluiten vandaag weinig te doen. Da’s altijd gevaarlijk. Maar omdat we tijd genoeg hebben beginnen we met een wandeling door de hutongs rond de Yong He Gong road. Het prachtige herfst weer doet daarbij wonderen. De hutongs van Beijing zijn veelal platgestampt en vervangen door hoogbouw. Deze hoek van de stad is men echter bezig de oorspronkelijke bouw te conserveren. Wel wordt er elektriciteit aangelegd en worden de woningen verbeterd met dubbel glas. Ook zien we er verschillende zonneboilers.
Verder lopen we tegen een openbaar fitnesscentrum op. Een speeltuin voor ouderen. Misschien voor Nederland ook niet zo’n gek idee. Het is veel compacter dan trimbanen en de variatie is groter. Ok, je hebt er gen personal trainer zoals op de sportschool, maar met wat mazzel is er wel een mede Chinees die aanwijzingen geeft.

Tijdens de wandeling komen we langs Prince Xun’s huis, een vergroot gebouw met extra grote binnenplaats binnen de hutong. Inmiddels is het verbouwd tot bejaardenhuis, dus niet toegankelijk voor bezoeers, maar vanaf de drempel mogen we wat foto’s maken van de binnenplaats. Op zich is het niet gek hier zo’n huis aan te treffen. We zitten op een steenworp afstand van de Confucius tempel en daar werden de hoge ambtenaren opgeleid. Eeuwen geleden was dit dus een buurt “op stand”.


Na wat omzwervingen komen we bij het metro station bij de Lama tempel. We duiken onder de grond om een stukkie verder een wandeling te starten naar de Bell Tower. Dat valt niet mee. Onmiddellijk als we uit het station komen hebben we een verkoper in onze nek. We zijn blank en willen een dus riksja. Het antwoord is ja en nee. Dat laatste moeten we enkele malen herhalen. Als hij afdruipt, wordt zijn plek soepel ingenomen door zijn broer of neef, of allebei. We hebben mogelijk al vermeldt dat er veel Chinezen zijn. Dat geldt ook voor riksja-rijders, zeker in dit deel van de stad. Een ervan achtervolgt ons op enig moment over de stoep, met riksja en al. En hij brult ineens dat we echt met hem mee willen.


Ieder mens heeft zijn gevoeligheden. Bij mij is dat vlak bij me onverwacht hard brullen. Kijk, ik ben nu eenmaal 1,5 tot 2 riksja-rijder groot. Als ik me kwaad omkeer wordt het rustig in mijn omgeving; tot aan de Bell Tower valt niemand ons meer lastig J. Wel bedenk ik dat het leuk zou zijn een Tour de France voor riksja- en bakfietsrijders te organiseren. Met name in de afzink lijken de beelden me spectaculair. En dan hebben de Chinezen en de Indiërs ook eens een kans.


Om de bevolking op de hoogte te houden van de tijd, had de oude stad twee torens. Ze staan vlak bij elkaar en worden de toerist dan ook aangeboden met een combiticket. Met een steile trap kan je naar boven. En dat valt niet mee, zeker niet voor Nelleke met haar hoogtevrees en ontstoken knie (commentaar Nelleke: deze vreselijke trap was èrrug). Bij de enorme klok staat als eerste een bordje dat je er geen munten tegenaan mag gooien. Waarschijnlijk mag het personeel slaan als je het toch doet. Verder is er veel informatie over de wijze waarop de tijd werd bijgehouden en over hoe de klok gegoten is. Een mooi Chinees verhaal met veel bloed, bedreiging door keizers en heldenmoed. Vanaf de toren kan je goed om je heen kijken en mooi het beeld van de stad in je op nemen. Inmiddels hebben we er genoeg van gezien om een aantal hoofdstructuren en bekende plaatsen te herkennen.

De Drum Toren staat even later op het programma. We zwoegen ons weer naar boven, en dan proberen we foto’s te maken zonder poserende Chinezen. Als het om het uitzicht gaat is deze toren de minste van de twee. Je kan maar één kant uit kijken. Onderin de toren zit een restaurant. Hierin verdwijnen de petjes. Kunnen ze zeggen dat ze er toch geweest zijn.

Vanaf de Drum Toren lopen we (néé, echt geen riksja) naar de Starbucks in Qian Hai. Daarbij moet je door een wat luxere hutong naar de brug met uitzicht naar twee kanten.
Bij de Starbucks besluiten we dat we voor vandaag genoeg hebben gezien. We pakken een taxi en gaan terug naar het hotel.

Zo langzamerhand begint de bodem van de kas zichtbaar te worden, dus ik besluit wat te pinnen. Niet iedere bank accepteert onze passen, maar alles bij elkaar is het geen probleem. Daarbij maak ik een kleine omweg door de nieuwbouw aan het andere eind van de straat van ons hotel. Tussen de moderne flats ligt het Nan Guan parkje, waar men volop aan het gokken, wandelen en sporten is. Ook hier zijn weer een paar mooie stenen geplaatst. Want Chinezen zijn dol op mooie grote stenen.


’s Avonds eten we voor het laatst in ons favoriete restaurant. De prijs is inmiddels fors naar beneden bijgesteld. Voor nog geen € 8 eten we met zijn tweeën een voortreffelijke maaltijd. Naast ons bestelt iemand vis. Even later komt de kok met een netje met een spartelaar. Ja, die ziet er wel vers uit! Het blijft een pracht omgeving.


Na het eten stappen we nog even in de metro om het Tian’amen plein in het licht te zien. Het centrale plein is afgesloten, maar je kan er omheen wandelen en genieten van de gebouwen in het licht en de fonteinen voor de poort.
We kopen nog een paar aanstekers voor de zoons. Dit leidt tot verwarring bij de verkoper, die denkt dat ik maar 2 yuan wil betalen. Als hij ontdekt dat ik twee exemplaren wil gaan we als vrienden uiteen.

Beijing by Dummies.
De eerste etappe van de reis zit er nu op. Je kan na een week niet zeggen dat je een land, of zelfs maar een stad kent. Bovendien verandert de stad razendsnel, nu het economisch zo goed gaat. Maar toch even wat observaties:

  • De stad is tamelijk vuil door de smog, die soms nog wordt aangevuld door zand uit de Gobi woestijn. De bevolking strijdt daar wel tegen. Overal wordt schoongemaakt en je ziet nauwelijks straatvuil.
  • Hoewel het lijkt alsof de jonge generatie Chinezen uitsluitend EPO en krachtvoer eet, waardoor ze ineens verbazend lang worden, zijn het kleine mensen. Dat wordt iedere keer onderstreept als je op een stoel of toilet gaat zitten. Het is een paar centimeter lager.
  • Chinezen kwatten nog steeds veel en hartgrondig, al voert de overheid hier wel campagne tegen (zeker na de SARS).
  • Het eten is smakelijk en veelzijdig, aanmerkelijk beter dan “de Chinees thuis”. Wie niet al te spannend wil eten moet gewoon vragen om een Engels menu. Vele restaurants hebben die. Anders kan je altijd nog plaatjes op de muur aanwijzen, maar dan loop je risico’s. In principe komt alles wat beweegt op het menu, maar Soylent Green hebben we niet aangetroffen. De risico’s zijn dus beperkt tot kwal, hond en hakselaar (als je daar al problemen mee hebt).
  • De bevolking is behulpzaam. Daar moet je een beetje voor oppassen, want als ze het niet weten helpen ze je ook. Een goede kaart is dus essentieel. Daar straatnamen ook altijd in het Engels staan vermeld op de borden is er goed rond te wandelen. Wijkplattegronden bij metrostations kennen vaak geen Engels.
  • Het openbaar vervoer per metro is waanzinnig druk, maar goedkoop en moderner dan Parijs en Londen. Ook taxi’s zijn goedkoop, als ze officieel zijn geregistreerd en de meter aanzetten.
  • Op alles kan worden afgedongen, met uitzondering van toegangskaartjes.
  • Verder blijft China een dictatuur. Er lopen veel “wijkhulpen”, veel militairen en veel politie. Toch is de sfeer zoals die op ons overkomt een beetje als een T-shirt tekst: Als de regering doet of ze de baas is, doen wij of we luisteren. Controle is wel merkbaar op snelwegen, waar systematisch nummerplaten worden gefotografeerd en bij het internetgebruik. Wij schatten dat 10 miljoen Chinezen een dagtaak hebben aan het nalezen van onze e-mail. De helft daarvan kan in therapie als ze de MSN discussies tussen ons en onze dochter hebben gevolgd, maar dit terzijde.
  • Verwacht nergens een bord “werk in uitvoering”. Natuurlijk wordt er werk uitgevoerd, je moet gewoon opletten.

 

28 Oktober


We hebben om vijf uur een taxi besteld die ons naar het vliegveld brengt. Het personeel in de lobby is gekleed in lange gewatteerde jassen van het volksleger en hangt slapend tegen de balie. Ze komen wel snel op gang en ook onze taxi is op tijd om ons naar het vliegveld te brengen. Het is hypermodern met een enorme hal. De chauffeur zet ons af bij F. Helaas staat onder F onze vlucht niet aangegeven. We informeren bij de internationale balie. De vrouw houdt onmiddellijk een bordje J omhoog, dus lopen we daar maar heen. Ook hier is niet duidelijk waar we moeten zijn, dus we schuiven maar een rij in. Er schiet een man op ons af. Bij het vorige bezoek heb ik ook zo’n man in mijn nek gehad. Het is een hulp Chinees. Hij pikt ons uit de rij, vraagt waar we heen moeten en vraagt vriendelijk ons te volgen. We worden naar een andere balie gebracht, waar hij achteloos de rij opzij schuif en ons aan het loket aflevert. Een Amerikaan protesteert tegen de gang van zaken, maar onze hulp Chinees kijkt hem aan met een blik van “waar is jouw hulp Chinees” en zorgt er voor dat we per direct alle papieren krijgen. Nog een kop koffie en we kunnen naar Sjanghai, 1160 km verderop.


We landen op Hongqiao. Met een taxi gaan we naar het Manhattan Business Hotel dat volgens eigen zeggen aan de Bund ligt. We krijgen een eerste blik op de stad. De verhalen blijken te kloppen, Sjanghai is zich op een moderne manier enorm aan het ontwikkelen. Met de gebieden er omheen is het hard op weg de 7e of 8e megalopolis ter wereld te worden. Het lijkt er al drukker dan in de Blauwe Banaan die we allen zo goed kennen.

In no-time staan we voor ons hotel. Naarmate we dichterbij komen neemt het aantal fietsers toe. Ook hier blijft dit, met de scooter, het belangrijkste vervoermiddel. Toeristisch blijft de bakfiets daarbij het opmerkelijkste voertuig. Bouwmateriaal, afval, fruit, je oma: alles kan er in. Het hotel ligt in een zijstraat van the Bund, maar dat hadden we al gezien op de kaart, dus we zijn niet teleurgesteld.

We beginnen met een verkennende wandeling langs de Huangpu rivier, die de stad doorsnijdt. In de Sjanghai delta komt deze rivier uit op de Yangtze. Verder is er het al genoemde kanaal naar Beijing gegraven en daarmee is de ligging ideaal voor handel. Inmiddels is de stad de grootste haven ter wereld.
De rivier deelt de stad op meerdere manieren in tweeën. Aan “onze” kant ligt de oude stad, aan de andere kant ligt het moderne Pudong.

Aan onze kant wonen de meeste mensen, het zakelijk centrum zit aan de overkant. De meeste winkels zitten weer bij ons. Tegelijk vervaagt het verschil Als er ergens in de oude stad een gat is of gemaakt kan worden wordt er direct hoogbouw neergegooid. Een vervelend voorbeeld hiervan is ons hotel. Ernaast ligt een gat, en daar zijn bouwvakkers bezig met het neerzetten van een tweede toren voor ons hotel, alleen hoger. Wij slapen (niet) aan het gat. In ploegendienst werkt men hier 20 uur per dag, 7 dagen in de week.

Maar goed, er zijn geen geen riksja’s. Verder willen we geen horloge, geen tas en geen gephotoshopte foto met Pudong op de achtergrond. Plastic flatsen die je tegen de grond gooit en daarna weer een leuk bolletje worden interesseren ons ook niet ook een model van de  Oriental Pearl doet ons niets. Nelleke strompelt iets, en loopt met een stok. Het is voor de verkopers geen belemmering om te proberen haar halve rolschaatsen te verkopen met kekke lichtjes in de wielen. Aanvankelijk worden we gestoord van het Watch, Bag!, maar het anwoord: “I don’t watch, I don’t beg” zet de meeste op afstand. De eerste die aan ons gaat hangen krijgt te maken met een onaangenaam volumeverschil in zijn nadeel. Na die middag worden we op de Bund nauwelijks meer aangesproken. Maar als je bedenkt dat in 1970 mensen die hier bloemen verkochten gevangenisstraf opliepen omdat ze kapitalist waren, dan wordt je vanzelf milder.

De rivieroever aan onze kant is bevolkt (geweest) door allerlei buitenlandse handelmaatschappijen. Die hebben ieder in hun eigen stijl een gebouw neer gezet, en nu is de straat een mooi museum van begin 20e eeuwse bouwstijlen.
Verder is het een beetje een zooitje. In 2010 wordt de World Expo in de stad gehouden. De voorbereiding daarvoor is volle gang, wat resulteert in een enorme bouwput langs het grootste deel van de Bund.


De overkant wordt gedomineerd door enorme hoogbouw. De meest opmerkelijke is de 468 meter hoge TV toren Oriëntal Pearl. Met een aantal bollen ziet het gebouw er indrukwekkend  uit, ook al zijn inmiddels al twee gebouwen iets hoger. We plannen een bezoek voor de volgende dag. Nu beperken we ons tot inktvis op een stokje en wat te drinken. Daarna lopen we via een paar willekeurige straten naar het Volkspark. Dit park lijkt, met zijn musea, een goed optie voor een regenachtige dag. We zie ik hier de toekomst van georganiseerde reizen. Zolang je de kleur varieert, kan je overal veel petjes kwijt. Het wordt lastiger als je ze hard brullend, met een megafoon, of hard brullend met een megafoon tekst en uitleg wilt geven van zaken waar ze alleen maar een groepsfoto van willen hebben. Een groep die door het Volkspark loopt heeft, naast de petjes ook oortjes. De vaandeldrager heeft een microfoontje en een zendertje. Zonder epo voor de stembanden kan hij iedereen toespreken, ook als ze op grotere afstand lopen.

Vanaf het park lopen we via Nanjing road terug naar het hotel. Dit is de grootste winkelstraat (en tevens voetgangersgebied) van de stad. Een soort Kalverstraat, maar dan breder. Dat moet ook wel, want het zijn een heleboel Chinezen.
We eten in een Japans restaurant, waar we weer voedsel in soep gooien. Deze is wel bijzonder smakelijk!. Ik eindig de dag met een wandeling langs de Bund bij avond. Er valt hier veel energie te besparen, maar nu ik er toch sta: het is prachtig met zowel de Pudong als de Bund in het licht. Daarbij wordt de verlichting op de gebouwen van Pudong steeds aangepast. Het is schitterend. Het bootverkeer op de rivier gaat ondertussen ononderbroken door. Wel zijn de rondvaartboten verlicht en hebben ook de varende reclamezuilen hun lampen en megaschermen aangezet.

 

 

 

 

 

 

 

 

28 Oktober.

Vandaag dus Pudong. Allereerst moet je er heen. Zwemmen is geen optie, tenzij je suïcidaal bent of een droogpak met volgelaatsmasker hebt. In alle andere gevallen krijgt het geelbruine water je gegarandeerd eronder.

Wij kiezen voor de toeristenoversteek. Een tunnel met een treintje met onderweg een lichtshow en een beetje spookhuis. De eerste stop is Starbucks. Die hadden we vanaf onze  kant al zien liggen.

Terwijl we onze koffie wegwerken, besluiten de weergoden dat er voldoende mooi weer is geweest. Het begint fors te regenen. Geen probleem, ons programma voorziet hierin. Allereerst gaan we de TV-toren op. In no time staan we op 238 meter. Je kan er goed rondwandelen en zien hoe de stad zich ontwikkelt. Tegen enige bijbetaling kan je nog hoger. We vinden het echter mooi zo. Dit blijkt een goede beslissing. Het aquarium, onze volgende stop, kost enorm veel tijd.

Dit aquarium is ontwikkeld zoals alles in de stad: we willen de grootste en mooiste zijn. Daarin zijn ze een heel eind geslaagd. Prachtige, schone bakken met gezonde vissen en alles wat er verder in het water leeft. Goed uitgewerkt volgens thema’s zoals “tamelijk ongezonde dieren voor mensen” en “vissen uit onze rivieren” (gelet op de vervuiling van de rivier heeft de helft van de vissen hier gewoon asiel aangevraagd). Daarnaast is er een 155 meter lange wandelweg door aquaria. Dit stuk is verdeeld in een aantal biotopen. De haaien- en roggenbak is natuurlijk een inkoppertje, maar indrukwekkend blijft het. Voor iedere duiker die Sjanghai ooit bezoekt: ga naar het aquarium om alle hierboven beschreven redenen.


Tot slot zien we borden met World of Incects. De vrolijke dwalingen van het C  hinees Engels (Chinenglish) zijn we gewend en op sommige borden staat het wel goed. Bij binnenkomst van de insectenwereld sla je achterover van de wierookgeur. Niet ongewoon hier, want het Boeddhisme viert hoogtij. Op deze plek is het echter noodzakelijk om de insectengeur te maskeren. In het hele gebouw zijn 2 bezoekers: wij. Nu hebben we wel gezelschap, want er zijn nogal wat Chinezen, en ook hier hebben de nodigen werk gevonden. Althans, daar worden ze voor betaald, nemen we aan. Het geheel is echter een zielig zooitje. Goed, er zijn neushoornkevers, reuzenduizendpoten en  kakkerlakken. Ook is er de obligate tarantella, maar de hokjes zijn klein en smerig. De insecteneters zoals schilpadden, varanen en kameleons zitten er beter bij. De schildpaddenverzameling is zelfs indrukwekkend. Uiteindelijk kan de afdeling geiten, eekhoorns en konijnen ons ook niet overtuigen langer te blijven en zo stappen we de regen weer in om naar de metro te gaan. Deze is iets duurder dan in Beijing en en verhoudingsgewijs ook slechter. Minder stations, ouder materiaal en veel te veel reizigers.
Het is nu bijna Halloween, een mooi moment om Amerikaans te gaan eten. We kiezen voor Pizzahut. Het personeel geneert zich voor de rare pakjes waarin ze moeten lopen, maar het eten is prima. Even vakantie van vakantie.

29 Oktober.


Het hotel biedt ons een Engelstalige Chinese krant. Het is altijd een aardig kijkje op een volk om te zien hoe ze informatie verschaffen. Los van het wereldnieuws is er ook een pagina met human interest. Hier staat een verhaal over een boer in de provincie die met zijn zoons niet goed werd van de wespenplagen in hun dorp. Met aangepaste kledij en hulpmiddelen hebben ze zich nu toegelegd op het bestrijden van de beesten. Daar verdienen ze behoorlijk mee. Voor de buren doen ze het gratis, maar dan nemend ze de wespen wel mee. Die worden dan weer verkocht aan het plaatselijke restaurant.


Ondertussen komt de regen met bakken uit de hemel en verdwijnt, in het restaurant op de 8e etage, in de bak die onder de beamer is gezet. Het dak van de ontbijtzaal blijkt verre van waterdicht, maar de de 7e etage is stevig genoeg om te voorkomen dat wij nog een verdieping lager proplemen hebben. Net als bij de metro is het ontbijt 150% duurder dan in Beijing en is de kwaliteit “gemiddeld”. Geen variatie en een koffie waar ze in het Internationaal Strafhof in Den Haag straffen voor zouden uitdelen als bewezen kon worden dat het spul verplicht werd opgedrongen. Ik wens er op te wijzen dat wij, met uitzondering van afkicken, als verslaafden geen keus hebben.


We gaan over op een eerder plan en lopen onder onze paraplu’s naar het Park van het Volk. Onderweg neemt de regen duidelijk af. In het park is een beeldententoonstelling van twee Chinese beeldhouwers te zien. De een heeft zich gespecialiseerd in bronzen vrouwenfiguren, de ander maakt hele grote abstracte knopen en kubussen. Het is een aardige tentoonstelling. Ook leuk is dat jonge Chinezen het park afstropen naar buitenlanders om hun Engels op uit te proberen. Zo voeren we leuke gesprekken met mensen over de overeenkomsten en verschillen  tussen Europa en China.


Uiteindelijk sleuren we ons los van deze mensen en stappen we het Sjanghai Planning Bureau in. Hier hebben ze 5 etages informatie over de stad en stadsontwikkeling. Er liggen tekeningen en foto’s van de stad zoals deze was en er staan allerlei modellen. De hoogtepunten zijn de plannen voor de Expo 2010, inclusief allerlei ontwerpschetsen van bureaus, en het model van de stad.
Men zegt dat dit de grootste maquette ter wereld is. Of dat klopt weten we niet, maar hij is indrukwekkend. Je kan er aan alle kanten omheen lopen en er ook nog eens van boven op kijken.
Van het moderne Sjanghai gaan we via een verlate Starbucks-lunch naar het historisch museum van de stad, dat op hetzelfde plein ligt. De omschrijving is dat het stoffig en weinig boeiend is. We delen deze mening voor geen meter. Er is zo’n 8000 jaar Chinese geschiedenis te bewonderen aan de hand van een aantal thema’s zoals bronzen gebruiksvoorwerpen,  aardewerk (jawel, de beroemde Chinese vazen), beeld-, schilder- en kalligrafiewerk. Verder vind je onder meer kleding, munten en aandacht voor minderheden. Als we uit het museum komen is de dag om. Door de Nanjing road loopt een toeristentreintje van een type dat ik in eerdere verslagen als eens volkomen belachelijk heb gemaakt. Nu, in de regen en voor 2 yuan, lijkt het ineens een briljante uitvinding. Voor 20 eurocent pp worden we bijna bij het hotel afgezet!
’s Avonds proberen we weer een nieuw restaurant. Eend in pruimensaus en nasi klinkt goed. Ik neem er ook nog een schaaltje pinda’s bij. Nelleke fotografeert me terwijl ik met stokjes pinda’s eet. Het personeel kijkt verontrust toe en komt ons vork en lepel brengen. We slaan het af. Na wat we tot nu toe hebben meegemaakt gaan we er helemaal voor!
’s Avonds loop ik nog even naar de Bund. Eigenlijk wil ik een memorystick voor een reservekopie van de foto’s. Er zit een winkel op de hoek die dit moge  lijk verkoopt. Ze verkopen ze inderdaad (16 GB voor €12) en verder ook alle andere rommel die je niet nodig hebt, van thee tot matroesjka’s en van parels tot iPods. Dit alles in een eindeloze reeks gangen en kraampjes. De volgende dag neem ik Nelleke mee naar de Meukshop, want echt uitgelegd krijg je deze vrijhandelszone niet.

30 November

We staan vroeg op. Het regent harder dan gisteren. We zitten er al weer niet mee, want voor vandaag hebben we een taxi gehuurd die ons naar Suzhou en Zhouzhuang zal rijden. Suzhou is ons aangeraden door Li. Er is de Tuin van de Nederige Administrateur, de dubbele pagode en het zijdemuseum. Dit wordt geweldig! In Zhouzhuang zijn opnamen gemaakt voor Mission Impossible 3, en dat heet ook een aanrader te zijn.

Door de regen komt de taxichauffeur een uur later. Excuses, mar we gaan het programma gewoon doen, en dan komen we een uurtje later terug. Na twee uur bereiken we de grens van de stad. Het verkeer zit een beetje tegen, want er zijn nogal wat Chinezen op de weg. Na de  stadsgrens gaat het snel. Wel valt het op dat de chauffeur steeds met een kaart zit te rotzooien. Bij de stadgrens van Suzhou stelt hij vast dat we eerst naar de Tijgerheuvel gaan. Dit lijkt in niets op de omschrijvingen die we hebben gelezen. Maar eerlijk is eerlijk, de Tijgerheuvel is geweldig.

Op deze heuvel zou in 476 BC Koning He Lu zijn begraven. Na de begrafenis zat er een tijger op zijn graf en ziedaar, het werd de Tijgerheuvel. Rond 960 is er een pagode van 48 m op de heuvel gezet. Het is een knap stuk werk geweest, want na meer dan 1000 jaar staat-ie er nog steeds. Inmiddels is de toren wel zo scheef dat de befaamde toren van Pizza er een minderwaardigheidscomplex van zou krijgen. Het park er omheen is ook geweldig. Dit blijkt niet alleen uit de petjesdichtheid! We kunnen nu wat vergelijken en deze tuin is zeker niet minder dan wat we in Beijing hebben gezien. De daken zijn anders en er is heel veel water, maar de liefde voor mooie stenen komt ook hier terug.

Na een tijdje komen we bij de uitgang, waar we “per ongeluk” door de bazaar worden geleid. Nelleke koopt een zijden dekbed dat er voor geen meter uitziet. Dat hoeft ook niet, het materiaal is bedoeld om te spinnen en verwerken in ander materiaal. Onze chauffeur heeft ondertussen een hulpchinees gevonden. Het is dezelfde man die wij er net uit hebben geschopt omdat hij ons het park wilde laten zien en wij zelf wilden rondkijken.Hij weet echter de weg  naar het zijdemuseum en die zee gaat onze chauffeur in dit stadje van 6 miljoen inwoners net te hoog. De hulpchinees leidt ons langs het kanaal van Sjanghai naar Beijing en wijst in het voorbijgaan op bruggen en pagodes die heel mooi zijn. Ook wijst hij op de mooie bomen. Het valt hem een beetje tegen dat we vertellen dat het Ginkgo’s zijn. We zullen echter de laatsten zijn om te ontkennen dat ze prachtig zijn.

Het bezoek aan het zijdemuseum geeft hij een geheel eigen interpretatie. Aan een museum verdien je geen brood, dus we worden bij een zijdefabriek afgezet. Nu maakt het ons ook niet uit, want de demonstratie van alle fases van het zijdeproductieproces worden getoond en ik kan alles vastleggen. Daarna ontwikkelt de hulpchinees zich ineens tot hulpverkoper. Nelleke wil alleen meer ruwe zijde, dus met een 2e dekbed verlaten we het pand.


Alles bij elkaar is het toch laat geworden. De chauffeur vindt dat we een keuze moeten maken. Of alleen Suzhou, of ook nog naar Zhouzhuang. Wij gaan voor het laatste, mede op zijn advies. Hij baseert dat op zijn idee dat als je een tuin en één pagode hebt gezien dat je ze allemaal hebt gehad J Wapperend met zijn kaart geeft hij gas, om ons vervolgens bij Zhujiajiao uit de auto te zetten. We weten niet wat we hebben gemist, maar deze 1700 jaar oude plaats is ook leuk, als je de eerste horde riksja’s en verkopers van je hebt afgemept. Het lijkt qua idee op Giethoorn met veel kleine bruggetjes en grachtjes met oude bootjes. Het is een wandeling die we iedereen kunnen aanraden. Achteraf heb ik wel spijt dat we hier geen  riksja hebben genomen. Ik had ze de bruggetjes willen zien nemen.
Ook op de terugreis zit het verkeer niet mee, dus we komen pas over zessen bij het hotel terug. We pakken hetzelfde restaurant als gisteren. Het was goedkoop en er stond voldoende op het menu. Men biedt ons deze keer geen mes en vork aan.

1 November.

Het is alweer de laatste dag van de vakantie. Ik ben, met dank aan het constructiebedrijf van de buren, vroeg wakker. Foto’s van Tai Chi ontbreken nog in de vakantieserie. Het gerucht  gaat dat de Bund hier ’s ochtend goed voor is. Dat is 5 minuten lopen, dus ik neem maar eens een kijkje. Het is niet voor niets. In trainingspak of traditioneel gewaad, met waaier of met muziek, het is er allemaal te zien. Meestal in groepen, soms individueel. Enkele groepen lopen zelfs met zwaarden. Ineens is me duidelijk waar de Peking eend vandaan komt.


We zitten zo langzamerhand wel vol met indrukken. Ter afsluiting lopen we nog even naar “de oude stad”. Dat concept moet je ruim zien. Op enig moment in een recent verleden heeft men bedacht dat een oude stad wenselijk zou zijn. Dus heeft men op de plek van het oude centrum rond de resten van de tempel en de tuin van de prins een nieuw oud centrum met bazaar gebouwd. De eigenaren van de winkeltjes in de mega-meuk-omgeving reageren allergisch op ons blanken. De allergie zit dan vooral in de gedachte dat zij ons geld nog niet hebben. We moeten weer iedereen van ons afhouden en Nelleke moet zich erg inhouden om de verkoper die zegt dat haar schoenen er niet uit zien the finger te geven. Ik besluit dit gebied in ieder geval nooit meer in te gaan zonder de iPod stevig in mijn oren te hebben.

We bekijken de tempel van de City-god en zien een bewapeningswedloop onder gelovigen. In de Lamatempel staat overal dat je drie stokjes voor Boeddha aan moet steken. Hier legt men dat uit als drie bossen, en bij voorkeur niet van die misselijke. Je kunt dan ook op de lucht leunen.


Ondertussen heb ik een zwak opgebouwd voor “mennekes op het dak”. Dit is dakversiering waarbij een Boeddha een stoet leeuwen en draken aanvoert. Op de bovenhoek van het dak eindigt dit met een draak. Deze versiering, die je ook in de Verboden Stad en de andere tempels vindt (zou de bewoner beschermen tegen geesten, bliksem of een combinatie van beide. (Je vindt ze ook op gewone woonhuizen, hoewel het aantal mennekes dan beperkt is en op het wegreataurant in Breukelen langs de A2) In dit gebied staan de meest prachtige mennekes op de daken.
Buiten slaan de verkopers weer onmiddellijk toe. We vluchten naar onze vrijplaats, de  Starbucks. Er trekt menig een Chinees aan ons voorbij. Voor één wordt ruimte gemaakt. Het is een man die Tai Chi aan het beoefenen is…., met een kom met een goudvis op zijn hoofd. Vanuit onze natuurlijke habitat zetten we koers richting de tuin van de prins. Het eerste stuk gaat via een brug langs een theehuis. Dit is “de” bezienswaardigheid van de stad. En hoewel het direct voortvloeit uit het stadsvernieuwingsplan wil iedere toerist en iedere Chinees (herinner je je de opmerkingen over de aantallen?) over de brug gelopen hebben. Dat leidt tot enig gedrang, zeker omdat zoon of dochterlief bij iedere bocht bevallig over een reling gefotografeerd moet worden. In verband met de geesten is het trouwens een zigzag-brug. Uit eindelijk komen we bij de yuyan tuin, waar wij toeristen de macht tegen betaling van entreekosten krachtig overnemen. De tuin is zo mooi, met zoveel kunstmatige rotspartijen en watertjes, dat ons idee “nog even een blokje om” weer uitgroeit tot een volwaarde dagexcursie.

Buiten besluiten we de wandeling van de Capitoolgids te volgen. Deze eindigt bij de metro. We gaan even zitten op een bankje om de route te bekijken en de bespreken wat we wel en  niet willen zien. Onmiddellijk duwt een verkoper een Rolex folder voor onze neus. Had-ie niet moeten doen. Nu bijten we hem gewoon verbaal, waarna er een eerbiedwaardige afstand ontstaat tussen ons en de verkopers.
We lopen verder door de buurt over een rommelmarkt, waar ik met wisselend succes onderhandel over een paar oude muntjes. Via een aantal marktstraatjes voor de gewone bevolking, waarbij we versteld staan van de bamboe steiger waarop wordt gewerkt, komen we bij het metrostation. We maken hier alle nachtmerries van volle en overvolle metro’s mee, waarbij we onbedoeld en ongewild enkele Chinezen pletten. Het mogen er dan veel zijn, maar de meesten hebben ons vriendelijk behandeld, dus dit was niet de bedoeling.
Uiteindelijk komen we weer bij de Japanner waar we de ervaringen van de vakantie bespreken. De vakantie zit er op, nu nog thuis zien te komen.

2 November.


Onze taxichauffeur staat er weer. Hij brengt ons met een griezelige vaart naar het nieuwe vliegveld Pudong. Dit betekent een half uurtje wachten, maar dan mogen we langs de controles. Mijn koffer wordt er uitgehaald. De internationale vluchten zijn gevaarlijker dan de binnenlandse vluchten, dus de aanstekers voor de zonen moeten worden ingeleverd.
Verder zien we de muur nog een keer aan ons voorbij gaan. Maar spannender dan de mededeling dat we lang in een vliegtuig zitten en een opmerkelijk aantal chinezen achterlaten kan ik het niet maken.

Op Schiphol wachten Esther en Rommert ons op. We eten bij McD en kijken nog even naar de TV. Bij America’s Next Top Model landen ze net in Sjanghai….


Sjanghai by Dummies.

Evenals voor Beijing hier weer wat opmerkingen over een bezoek aan de stad.

  • Sjanghai is anderhalf keer zo duur als Beijing. Het moderne centrum daargelaten heeft het niet “meer”. Het contract tussen beide steden maakt een combireis zeker de moeite waard.
  • Sjanghai kent veel regen, maar zeker in november is de temperatuur er nog prima, we konden gewoon met T-shirt de straat op.
  • De verkopers zijn agressiever dan in de hoofdstad. Wie daar voor gaat kan zich uitleven, in deze stad kan je op alles afdingen.
  • De stad is behoorlijk westers. Veel grote ketens zitten er.
  • De stad biedt goede mogelijkheden om een korte reis naar het achterland te maken. Nanjing en Honzo liggen op bereikbare afstanden.
  • Inwoners van Shanghai zijn trots op hun beheersing van het Engels. Zouden ze niet moeten doen. Zelfs het hotelpersoneel trekt het niet.
  • Beijing is schoner.
  • De snelle ontwikkeling van de stad is eindeloos indrukwekkend, maar de verschillen tussen arm en rijk zijn vaak schrijnend.
  • De stad kent borden “werk in uitvoering”. Deze worden niet op plaatsen gezet waar je ze als waarschuwingsbord verwacht, maar bij bouwwerken waar ze heel trots op zijn.

En verder:
We gebruiken sinds een aantal jaren de Capitool reisgidsen. De uitgave Beijing Sjanghai uit 2006 blijft achter bij het normale niveau van deze gidsen.
Allereerst staat er minder informatie in, maar dat zie je aan de buitenkant. De gids is maar de helft van bijvoorbeeld de Parijs gids, maar behandelt wel twee steden.
Vervolgens springt de gids van de hak op de tak, en dat zijn we niet gewend. Informatie is daarbij vaak onvolledig, vooral als het om locaties van besproken zaken gaat. Het geheel wordt hierdoor gewoon rommelig. Sommige informatie is zelfs foutief, zoals over de metrotickets. Sterk zijn de Chinese karakters naast bestemmingen. Ze helpen in gesprek met taxi’s.

Tot slot: De schrijver van dit verhaal droeg tijden deze vakantie een petje.