Door Rob & Nelleke Kool  
  HOME ::
     
Dominicaanse Republiek – Punta Cana 2006

2 Dinsdag 23 mei 2006;

het is 06.36 en de conducteur blaast op zijn fluit. “ Goedemorgen” roept hij tegelijkertijd. Vaste bezoekers van het rollend materieel van de NS weten dat hij dat niet bedoelt. Wat hij eigenlijk wil zeggen is: wilt u uw vervoerbewijs tonen. Automatisch voel ik naar de zak waarin mijn jaarkaart zit en denk “of zit die in de laptoptas?

DE LAPTOPTAS, IK BEN DE LAPTOPTAS VERGETEN EN DE OPLADER EN MIJN LOGBOEK EN MIJN BREVETTEN….

Ik vertel Nelleke dat de laptop nog thuis staat. Dan maken we wat minder foto’s zegt ze moedig.

Mooi niet dus. Een razendsnelle berekening leert dat als de laptop de volgende trein neemt, we nog net op tijd bij de incheck balie staan.

Ik maak me impopulair bij Esther, die verder wel bereid blijkt de laptop naar het station te brengen.

Inmiddels is het bijna voltallige NS personeel in deze trein te hulp geschoten. Als ik overstap in Geldermalsen en zij Nelleke helpen met de bagage dan moet het allemaal goed passen.

De overstap in Geldermalsen terug naar Tiel is 2 minuten, en als de conducteur even belt dan komt het zeker goed. Het ontbrekende lid van het NS personeel doet echter of hij er niet is. En als ik dan in Geldermalsen aankom, blaast de collega aan de andere kant van het perron net op haar fluit. Da’s pech, trein weg. Esther is echter best bereid even op en neer te rijden naar Geldermalsen. En zo wordt ik om kwart over zeven herenigd met de tas.

Verder kan er niets mis gaan…

Dat brengt ons op de interessante vraag waarom die tas al mis gegaan is. Dat overkomt me anders nooit. Mijn darmen zijn echter grandioos ontregeld en ze doen pijn.

Het pakken werd onderbroken door een krampaanval en een spurt richting WC, en daardoor ben ik de tas vergeten EN HET FOTOTOESTEL. IK KAN ME NIET HERINNEREN DAT IK HET FOTOTOESTEL HEB GEZIEN.

Als ik vanuit Utrecht met Nelleke doorreis naar Schiphol blijkt ook zij het toestel niet te hebben. We hebben in ieder geval de Canon nog.

Als ik terug denk aan mijn trips van de laatste 14 dagen is dat maar een schrale troost. De foto’s van Boekarest en Londen (beide Canon) waren veel minder dan die van Moskou (Nikon). Esther vindt (terecht) dat ze haar aandeel heeft geleverd en is de trein niet meer in te praten. Dus doen we het zonder. Bij het inchecken blijkt de vlucht vertraagd tot 13.30. Naar, maar niets aan te doen. We besluiten tot sightseeing op Schiphol. Langs de Rijksmuseum tentoonstelling, de leerlingen van Rembrandt, over de natte wandelpromenade en langs de winkels die ineens allemaal koeien verkopen. Ondertussen speurend naar de 128 stuks Schiphol kunst.

We komen wat bekenden tegen. Als eerste Ron Pakker, de Amsterdamse duiker die ik jaarlijks bij de Ourthe zie. Vervolgens het boedistische echtpaar dat we vorig jaar bij het vrijheidsbeeld hebben gezien. It’s a small world after all…

Om even na 12.20 begint het boarden. We horen bij de laatsten die niet aan boord gaan. Dat komt vooral omdat iedereen ineens het vliegtuig wordt uitgejast. De erfgenamen van Martin Schröder hebben besloten het vliegtuig naar 2 Venezuela te sturen. Of we om 4 uur terug willen komen om te horen of en zo ja welk vervolg deze dag krijgt. We bellen Wart, die de Nikon komt brengen en het reisbureau, dat de zaak uitzoekt en ons meldt dat we om 5 uur alsnog vliegen. Dat laatste is niet helemaal waar, maar om zes uur stijgen we alsnog op. Richting Punta Cana in de Dominicaanse Republiek.

Vliegen is het duurste deel van de reis. Toch wissel ik het onmiddellijk in voor beam me up, orben, shimmeren of andere SF verplaatsingen. God wat duurt dat negen uur hangen in zo’n stoel lang.

Als we landen op het vliegveld van Punta Cana blijkt de reis niet voor niets. Allereerst worden we opgewacht door Dominicaanse schonen in jurken in de Nederlandse driekleur met een hoed met fruit er op. Een soort Frau Antje, maar dan zwart. We moeten er mee op de foto. Als ik er ook maar half zo moe uit zie als ik me voel wordt het 3x niks.

Neemt niet weg dat het fun is. We kopen voor $ 10 pp een mooi visum. Een loket verder wordt het gestempeld en weer een loket verder wordt het ingenomen.

De zin is ons niet helemaal duidelijk, het zal wel werkverschaffing zijn. Tegelijk klinkt de Caribische muziek om ons heen.

Een Belgische huppeltrut van Neckerman wacht ons op en stuurt ons naar een busje. Het is een 50-er jaren model met een aanhangertje voor de koffers. Bekwaam worden we door de nacht naar Barceló Bávaro Beach gereden. Het volume van de muziek is hard, maar het klinkt ok. Met name de reggae invloed in de Caribische muziek is heel aardig.

Hoewel het donker is zien we iets van het land om ons heen. Om 10 uur ’s avonds is het leven nog in volle gang waarbij ook onmiddellijk te merken is dat het een heel arm land is. Toch leidt het geheel tot een constant gevoel van “This is my island in the sun”.

Op Barceló Bávaro Beach wordt we direct behandeld als goed toeristenvoer. We krijgen een mierenzoet drankje (non-alcoholica) en worden gearmband (Paars!) door een porter afgevoerd naar 3408. Dit is een ruime kamer met balkon en uitzicht op het strand.

2 24 mei

Deze dag hangen we rond op het resort. We maken kennis met het concept all inclusive en proberen wat vermaak te regelen. Het eerste vermaak is het duiken, maar dat valt wat tegen. Het is een lopende band school waar je alleen duiken kunt boeken en met groepjes rond kan zwemmen. Er is niets anders, dus ik boek maar een duik.

Verder spreken we Wimpy in, een loslopende Belg die leuke uitstapjes heeft bedacht.

Tot slot gaan we op de afgesproken tijd naar de Belgische huppeltrut van Neckerman. Ze is er niet. Na een telefoontje is ze bereid om ’s middags langs te komen.

 

Op weg naar de receptie lopen we tussen twee busjes door. Helaas pindakaas, daardoor moet er een opname over. Het resort blijkt namelijk ook gebruikt te worden als set voor filmopnamen. We blijken echter niet uniek in onze onbeschrijfelijke domheid. Dus alles gaat gewoon weer over en in de volgende dagen wennen we er aan om te lopen als camera en de bijbehorende ploeg in beeld komen.

Het all inclusive concept blijft wennen. Nog nooit eerder zijn we in een vakantieoord geweest waar je kunt gaan liggen en vragen of ze je vol willen gieten. En er moet gezegd worden: de kwaliteit is prima, zolang je geen koffie drinkt. Ze schenken uitsluitend “Americano” wat staat voor slappe bak. Deze wordt letterlijk in emmers bereid en vervolgens in kannen gekieperd. Lijden is het. Puur lijden!

De natuur is hier voor de volle 100% [1] aangelegd, maar dat mag de pret niet drukken. Hagedissen en vogels trekken zich weinig aan van dit soort planning en zitten volop op het resort. Bij de eerste spechten klimmen we bijna de palm in om ze te fotograferen. Al snel blijkt dat de specht hier net zo algemeen is als de merel thuis. Nu gaat het dus alleen nog om de mooiste spechten foto.

Om 12.30 staat ons eigenste Belgische Meckermann schaap klaar om het boeken van excursies met ons te bespreken. Ze komt niet verder dan “hier is de map”. Wij hebben ons werk beter gedaan en boeken voor de volgende dag een trucksafari die ons de “echte” Dominicaanse Republiek belooft.

Terwijl de Belgeuze met haar telefoon een creditcardslip bekrast en afscheid neemt van Nelleke spoed ik me naar Scuba Caribe, de lokale duikschool, voor mijn eerste duik. Er zijn me grotten beloofd en dat blijkt bullshit, maar het is een leuke duik. Na afloop weet iedereen dat ik echt kan duiken, de toon is gezet!

’s Avonds eten we in het steakrestaurant. Het is teveel, maar lekker.

25 mei.

Om 7.00 uur staan we voor de ontbijtzaal. We proppen wat voedsel naar binnen en spoeden ons naar de parkeerplaats tegenover de discotheek.

Daar begint onze trucksafari. Je zou negatieve dingen over deze safari kunnen zeggen. Allereerst is het een verkoopreis waar je zelf dik voor betaalt. Ten tweede is het een reis waar door de ontwerpers van het geheel goed over nagedacht is. Basisgedachte daarbij moet geweest zijn: hoe is het zo toeristiek mogelijk. De gevonden oplossing is de volgende: je koopt open trucks, bouwt daar in de lengte banken in en haalt de schokbrekers uit het achterste wielstel. Daarmee garandeer je een vorm van ongemak die het 3e wereldgevoel direct stevig neerzet.

Verder is het een dag geweldig. Eerst schudden we naar een verzamelpunt waar na 5 Dominicaanse minuten [2] nog 2 bussen verschijnen.

Hier worden we ingedeeld op taal. Een bus Spaans sprekenden, één voor de Germanen en een voor de Nederlandstaligen en de Frans sprekenden [3] .

Dan treedt er onmiddellijk een probleem op. De grootste bus (jawel, voor de Duitsers) start niet meer. Onze bus wordt ontdaan van de accu’s en even later lopen beide voertuigen weer. De Duitse tank gaat die dag niet meer uit….

We rijden door wat dorpen waarbij Emilio, onze gids, in het Frans en soort-van-Engels uitlegt welke dorpen arm en welke echt arm zijn. Samenvattend: los van een auto en of motor hebben ze niets. Ze proberen stenen huizen neer te zetten, maar gaan dan bijna per definitie failliet. Het landschap is daardoor vergeven van bouwobjecten die niet af zijn er waarvan soms een hoek als woning in gebruik is genomen. De “echte” woningen bestaan uit palmen planken en een golfplaten dak. Het hout is opgeschilderd en voor deur, waranda of raam zitten vaak gietijzeren hekken waardoor een kanariehok idee ontstaat. Boven de deuren is vrijwel standaard een plank met een uitgezaagd patroon aangebracht. Daardoor ontstaat natuurlijke ventilatie.

Het leven vindt op straat plaats. In een volstrekt zwart dorp zie ik bijvoorbeeld een blanke paspop. Bij de slager hangt het vlees voor de deur en ook de Blokker is volstrekt openlucht.

Een koelkastenwinkel heeft helaas nog geen modellen van dit millennium, maar iedereen is hier reparateur. Soms betekent dit dat ze met vier autobanden voor de deur zitten te wachten. Het betekent ook dat iedereen zich er mee kan bemoeien, zoals het wisselen van accu’s.

Als eerste stop hotsen we naar een schooltje. Toeristen er voor, liedje zingen, foto maken en weg wezen. Een tamelijk vernederende toestand, maar niemand schijnt zich er iets van aan te trekken. Of we wel, ter ondersteuning van de school, nog even een pet willen kopen….

Hierna gaan we naar een “echte plantage”. Het is een goed ingericht verkooppunt voor oregano, cacao, honing, koffie en medicinale kruiden.

De demonstatie van de planten en de bereidingswijze van de verschillende producten is uitstekend. We laten ons wat honing en kruiden aansmeren, nadat we een aantal producten hebben geproefd.

Vervolgens worden we door een echt boerenhuisje gejast. Eigenlijk zijn het er twee. “Het woonhuis” en de keuken. Emilio doet zijn uiterste best om uit te legen hoeveel mensen er in een zo’n huis passen. Nelleke vertelt hem van de 14 2 van Manens in een vergelijkbaar oppervlak, waarna hij onder gepaste indruk is.

Voor het huis is een grasveld. Hier vind een demonstratie plaats van de 2e of 3e sport van het land [4] , het hanengevecht. Zoals je in Spanje de stierengevecht arena’s hebt, zijn hier de arena’s voor de hanengevechten. Daar wordt, volgens onze gids, alles verwed wat ze van nature toch al niet hebben.

De eigenaar van de winnende haan krijgt geld en kippensoep. Onze demonstratie gaat niet zo ver, het is een knokpartij “a pleasance”. Dit wordt bereikt door een bal om de sporen van de haan te knopen.

Dan wordt het tijd om langs de rivier terug te wandelen naar de bus, maar niet voordat we een boa [5] om onze nek hebben gekregen en foto’s hebben gemaakt.

We kunnen zwemmen in de rivier, maar wij niet omdat Belga is vergeten te melden dat je badkleding nodig had.

De volgende stop is de sigarenfabriek. Ook hier geldt dat het vooral om de verkoop gaat. Toegegeven, in een hoek van een winkel zit een typ met tabaksbladeren te hannesen en dit wordt toegelicht. Ook toegegeven, aan het eind van het proces ontstaan rookbare sigaren. Maar ik weiger het als fabriek serieus te nemen als er in een klein hoekje een bladervouwer actief is terwijl de rest van de shop wordt ingenomen door alle mogelijke vormen van souvenirverkoop, zoals kralenkettingen, schilderijtjes, houdsnijwerk en cd’s (net als de sigaren is hier sprake van eigen teelt)

Als de omzetquota zijn gehaald mogen we weer in de bus. Deze raakt verwikkeld in een strijd met een echte touringbus. Deze wil er zo graag langs dat hij vrijwel op twee wielen de bocht pakt. Onze colonne wil echter linksaf, dus die rijden niet rechts (ook niet echt links trouwens). Hoewel de weg in dit stuk een soort van verhard is, ligt er ook veel stof. Het gevolg is dat er een grote mistwolk ontstaat.

Als we uiteindelijk afslaan, en de touringcar ons als een formule 1 auto voorbij dendert, vliegt er een paar sandalen door de lucht. Van wie? Dat blijft een van de grotere mysteries van deze vakantie!

Aan het eind van het nu echt onverharde pad, dat afwisselend wordt omgeven door koffie/cacaobomen en mooie vergezichten komen we bij een ranch. Hier gaan we lunchen en paardrijden. Nelleke en ik vinden kijken naar voldoende, mijn darmen zelfs meer dan voldoende.

2 Emilio legt uit wat de bedoeling is: “First horse, than eat. It’s very better for you”. En dat is natuurlijk waar. Met een volle maag op een paard, dat kan niet bevorderlijk zijn.

Het is even jammer dat er 2x zoveel toeristen zijn als paarden. Dit ziet niemand als probleem: de Duitsers moeten direct eten. We doen met ze mee en kijken naar het voorzien van helmen en rond sjokken van een wei. Als het eten op is kijken we wat verder naar wat de natuur ons te bieden heeft. Er zijn prachtige vlinders, hagedissen, zilverreigers en alles wat wij al 30 jaar in de vensterbank hebben staan groeit hier in het wild. Met name zijn we onder de indruk van een enorme een Ficus benjamini boom: wat zouden hier veel kerstballen in passen.

De laatste ronde van deze trip gaat naar een voodoo kerk.

Emilio vertelt dat zij ons welkom gaan heten. Ik maak een geintje en zeg “Hebben ze niet anders dan Voodoo om ons welkom te heten”. Tenslotte is in ons deel van de wereld vooral de zwarte Voodoo bekend. Hij wringt zich in bochten om uit te leggen dat het om witte voodoo gaat en dat ze alleen zingen en dansen voor onze gezondheid. Op een goed moment wordt er zelfs een goed Engels sprekende collega bij gehaald om uit te leggen dat het allemaal in orde is. Wijze les: “Don’t joke with the locals”. De voodookerk staat midden in het armste deel van het land, de suikerrietplantages. Het suikerriet kan worden gewonnen door een plantage in de fik te steken en de as met de gesmolten suiker te winnen of door handmatig het riet te kappen.

De eerste suiker moet extra worden geraffineerd om hem schoon te krijgen.

Dat kost iets, en dat “iets” is men ook bereid om als loon te betalen, zo’n $45 per maand.

Het riet wordt bewerkt in Santa Domingo. Vanuit de velden loopt een spoorlijn die kant uit. Overal staan wagons met riet.

Na het zien van veel armoede komen we uiteindelijk terecht bij de kerk. Het is niet meer dan een vergrote woonhut van palmplanken. Er staan wat schilderijen van heiligen en wat tekens op de grond. Ook is er een bak met zand en een scheut olie die in de brand wordt gestoken waarna drie drummers op bongo’s slaan en een koor dat met die mannen en een vrouw meezingt. Een man en twee vrouwen dansen rond en op den duur door het vuur. We rinkelen met een bel en krijgen allemaal twee geoliede handen en dan is het tijd voor de afscheidsdansjes. Hiervoor wordt een blik toeristen aangerukt en in een tijd van ja of nee staat yours truly met een Voodoo danseres te springen.

Dan wordt het tijd om afscheid te nemen en terug te rijden naar het resort.

26-28 mei.

We blijven nu drie dagen op het resort. Eentje meer dan bedoeld, maar Wimpy, onze internet Belg belt af voor een excursie.

We hebben drie leuke dagen, waarbij ik veel duik en we heel veel slapen.

Een chronologische omschrijving heeft weinig zin, daarom wat sfeertekening.

Barceló Bávaro is een groot resort. Het is verdeeld in vijf hotels, met ieder enkele gebouwen, een zwembad, restaurant, balie, winkeltjes etc. Daarnaast is er een groot conventiecentrum, een casino, sigarenfabriek [6] , discotheek, kerk en theater.

2 De totale capaciteit is zo’n 4000 kamers. We zijn hier in het absolute laagseizoen, dat is ingeklemd tussen de hoogseizoenen van het zuidelijk- en noordelijk halfrond.

Ieder hotel heeft zijn eigen bandje om, waarmee de status van de bezoeker wordt aangegeven. Met paarse armbandjes zijn wij de absolute paria’s. We kunnen in slechts zeven restaurant terecht…

In die restaurants is waanzinnig veel variatie en prima kwaliteit en afwisseling. En als je als paria als god in Frankrijk, of in dit geval de Dominicaanse republiek kan leven, who cares.

De bevolking van een resort is anders dan die van campings. Allereerst kan je gratis drinken. Dat leidt regelmatig tot een zuipfestijn en geschreeuw dat je eigenlijk alleen op het jongerenterrein verwacht. Anderzijds zijn de muren stevig en zitten wij op de 4e etage. De overlast is hierdoor minimaal. Ook is de bevolking er duidelijker op uit om mooi te wezen. Nelleke ontdekt Sean Connery typen en ik kan het gebrek aan stof in bikini’s best waarderen.

Natuurlijk, ook op campings kan je dit soort momenten hebben. Nelleke ontdekt op een goed moment dat er sprake is van een BA-voor-beginners cursus. Mannen die hun nekspieren trainen door met gouden kettingen om te lopen.

In dit alles is Spaans de gebruikte taal. Dankzij het draaien van Luis en Guadepeppel [7] kom ik een eind als ik het kan lezen, maar praten ho maar. Daar komt het betere zwaaien met handen en voeten aan te pas.

Verder zorgt het resort voor entertainment. Van sport overdag tot shows ‘s avonds. En als je van dit alles te moe wordt om over het terrein te lopen dan kan je altijd nog mee met het treintje dat rondrijdt en dat bij iedere dikke boom stopt. Of je gaat natuurlijk op het strand, of net in het water liggen. Het resort heeft een van de mooiste stranden ter wereld volgens kenners [8] .

En als je dan vindt dat je te losbandig bezig bent kan je altijd nog naar de kerk. Het is een fors exemplaar, waarbij de wanden zijn weggelaten. Hierdoor kan je tijdens de dienst uitkijken over het golfterrein of naar, zoals Nelleke het omschrijft, de immer klaarkomende fontein in het meer achter het altaar. En met wat mazzel scharrelt er een eend rond, zoals ons overkomt als we de kerk bezichtigen.

2 Het ook een mooi plekje voor foto’s. Een stel Amerikanen gooit hun badhanddoeken en portemonnee op het altaar en vraagt of ik een foto van ze wil nemen. Uiteraard is dit geen probleem.

 

Over het eten en drinken valt niet zo veel te melden. Alleen de vers fruitdrankjes en het ongekende aanbod zijn opmerkelijk. De grootste restaurants zijn zelfbedieningsrestaurants, maar bij de Mexicaan, het Steak Restaurant en de Italiaan wordt je bediend. Bij de Italiaan leidt dat tot een hilarische toestand. We krijgen de toetjeskaart, maar na 20 seconden wordt die weer resoluut door de serveerster uit onze handen getrokken. Zij weet wat lekker voor ons is!

Zo eindigen we met ijs met geflambeerde ananas. En dat terwijl Nelleke ze zo graag vers eet.

Iedere maaltijd is even overvloedig, en verloopt meestal erg rustig. Een uitzondering is het ontbijt waarbij de eetzaal wordt gebruikt voor Soy un Sanky Panky, het cineastisch meesterwerk dat hier wordt opgenomen. Een drietal mannen met veel te veel kroes in het haar loopt met veel herrie eindeloos het zelfde loopje met hun bordjes waarbij steeds weer een ander (acteurs, cameraman, regisseur) iets vindt om de scène af te keuren [9]

Er is al gemeld dat de inhoud van de vensterbank hier in het wild groeit. Hoewel de natuur het niet haalt bij de pracht die we hebben gezien tijdens de trucksafari is hier ook veel te genieten.

Vogels zijn er van klein (kolibries) tot groot (pelikanen) en overal zie je vlinders en hagedissen. Het is sport om er zo veel mogelijk vast te leggen. Bij de kolibries lukt dat niet, maar verder komen we een eind. Soms moet je wel snel zijn, want de blackbirds die niet weten binnen te dringen in een restaurant lusten bijvoorbeeld graag een hagedis. En da’s best lullig als je de camera net aan het scherpstellen bent.

Nelleke kan zich hier ook weer helemaal uitleven op haar specialisme: het goed vastleggen van bloemen en planten. Het levert prachtige foto’s op.

2 29 mei.

Vandaag is de excursie naar Santa Catalina. Het begint direct fout, de chauffeur is een half uur te vroeg, waardoor we zonder ontbijt op pad moeten. En laten we welwezen, ik houd er niet van!!!

De taxi brengt ons naar een ontmoetingspunt waar we na een half uur wachten overstappen op een bus die ons, met 8 andere duikers naar La Romana brengt. Opnieuw kunnen we genieten van de Dominicaanse steden en dorpen. Voor een deel is de route hetzelfde (we herkennen de kogelgaten in de borden), maar we gaan nu ook verder, onder andere door Hinguey. Hier staat een beroemde kathedraal die we vanuit de bus fotograferen. Na twee uur komen we in La Romana, waar we ons inschepen om naar Santa Catalina te varen waar we in de Caribische Zee gaan duiken / snorkelen.

Op de boot is entertainment: herrie en dans. De herrie komt van uit een enorme box en een cd-speler met zelfbouw muziek. De dans van het animatieteam.

Het duiken is hier fantastisch, het snorkelen niet echt je dat omdat het te diep is.

Na de 1e duik wordt Nelleke naar land verscheept, maar door een misverstand eindigt ze daar zonder schoenen en bril, dus het is drama.

2 Als ik na de 2e duik ook aan land ga, is het leed redelijk snel geleden. Er is een lunch en er zijn winkeltjes.

Verder staan we op historische grond, want hier is Columbus aan land gegaan toen hij vanuit Europa Amerika (her)ontdekte. [10]

We kopen er voor teveel geld T-shirts & oorbellen voor E*.

Daarna is het tijd voor de reis naar huis. Regenwolken trekken zich samen en als we in de haven van La Romana aankomen, langs de marine en de plaatselijke gevangenis, is het werkelijk loodgrijs. We zijn dan ook nauwelijks onderweg of het begint te regenen. Nu is dat in een bus niet erg. De bevolking zit er klaarblijkelijk ook niet echt mee. De paraplu’s, die wel worden gebruikt tegen de zon, zie je nergens. Het enige waar sommigen mee 2 lijken te zitten is hun haar. Met een plastic boodschappentas om je hoofd is dat probleem ook weer verholpen en met een beetje mazzel ziet het er nog kleurig uit ook.

De slager doet in ieder geval niets met de gegeven situatie. Of het vlees nu buiten in de zon of in de regen hangt maakt hem niets uit.

Het land kan de wateroverlast nauwelijks aan, langs de wegen ontstaan grote sloten met modderwater.

Tegen de tijd dat de Barceló Beach bereiken is het al weer helemaal droog.

30 mei.

Vandaag begin ik met een dubbele duik, waaronder een op het wrak van de Astron. Het aardige van dit wrak is dat het 40 jaar geleden is gestrand en vervolgens blijven liggen.

Dit zegt dus niet dat hij volledig is gezonken: grote delen steken nog boven water uit. Neemt niet weg dat er ook 13 meter puin onder water ligt, met veel vis er omheen.

2 2 De divemaster maakt veel gebaren om aan te geven dat we een stukje het wrak in gaan en dat dit erg gevaarlijk is. Dat valt wat tegen als ik de lamp aan zet. Die is gebouwd op slecht zicht. Hier verlicht hij makkelijk een volledige ruimte.

Verder houden we een luie dag, waarbij we een nieuwe fotoserie starten: vermaak op het resort. Want je kan natuurlijk na aankomst onder een palm gaan liggen en verder niets meer doen, of je van bar naar eettent naar bar naar volgende eettent bewegen, maar er is meer.

Dat meer proberen we vast te leggen waarbij we al snel alle activiteiten van de film Tropical Island in beeld hebben: para-sailing, vissen, snorkelen, duiken, fitness, zwembad, surfen, raceboot varen, varen op een partyboot, halve onderzeeër, varen op een opgeblazen banaan: het houdt niet op.

Daarbij passeren we de strandgrill, een van de weinige gratis restaurants die we nog niet hebben gehad. We besluiten even in de rij te gaan staan en dat is een verkeerde beslissing. Ruim een uur later zijn we aan de beurt. Nu maakt de halve kreeft veel goed, maar niet alles want in tegenstelling tot de rest van het resort is de bediening hier belazerd met hoofdletters. Ik moet schreeuwen om een drankje te krijgen en het toetje moet nu nog komen.

Dat zijn we zo niet gewend. Tenslotte begint Nelleke’s paarse bandje al stevig te verkleuren (het is al bijna wit) en dan ben je een ervaren bezoeker. Ik leer minder snel, mijn bandje blijft dan ook mooi paars en m’n gevangenennummer is beter leesbaar.

In ieder geval is onze tijd aan het strand goed besteed: we weten zelfs een foto van een BA-cursist te maken!

We zetten de middag voort langs het strand en lopen door tot het bord waar staat dat we gevaarlijk terrein betreden. Hier is Jan met de Knuppel niet aanwezig (Spreek uit: Huan con Houtje).

Je kunt namelijk zeggen wat je wilt van zo’n resort, maar personeel hebben ze, dus ook bewakingspersoneel. Gewapend met knuppel of prikstok kijken zij fier onder hun petten vandaan.

We scoren de nodige natuurfoto’s en belanden op Barceló Caribe [11]

Hier is in het zwembad een danswedstrijd gaande. Op dezelfde dreun mogen de deelnemers een stukje merengue dansen.

Vervolgens wordt overzichtelijk gestemd. Het publiek brult en de deelnemers die het hardste lawaai weten te veroorzaken hebben gewonnen.

Hoewel we ons inmiddels in het stadium bevinden dat we ons hebben voorgenomen de komende 24 maanden geen Caribische muziek meer te draaien moet gezegd worden dat dit eiland zang en dans ademt. Er hoeven maar een paar maten te klinken en iedereen loopt mee te wiegen. Personeel tref je ook met grote regelmaat heupwiegend en zingend aan. We houden er wel van J.

2 2

31 mei

Morgen vliegen we naar Santa Domingo. Dus vandaag niet duiken en een luie dag. Ik ben zoals zo vaak vroeg waker en besluit om vogels te gaan fotograferen. Die maken tenslotte veel herrie. Het resultaat valt wat tegen. Allereerst wordt het grootste deel van de herrie veroorzaakt door de jonge spechten die in holen in de palmen zitten. Je hoort ze wel, maar ziet alleen de ouders. En voor spechten kijken we niet meer om.

Kolibries krijg ik niet meer in beeld, en de meeste merelachtigen zitten hoog in de boom en zijn ook met een 10 keer zoom niet vast te leggen.

Toch maakt ik een paar mooie foto’s, onder andere een met twee soorten zilverreigers.

Bij het vastleggen van de natuur lopen we op uiteraard tegen de tuinlieden op (Geen houtje, ander kleur pet, gemiddeld vriendelijke blik). En verder natuurlijk de pool-ball birds zoals Nelleke het broertje van de waterhoen heeft gedoopt [12] .

De tuinlieden waarderen het dat wij de natuur zien en wapperen vriendelijk tot zeer vriendelijk naar ons.

Verder valt er over deze dag weinig te melden, of het moet zijn dat Jaimie, onze eigen Belga niet om negen uur aanwezig is. We bellen Neckermann, die schoppen Jaimie uit haar bed en zo kunnen we om 13.00 uur toch nog betalen.

Ze loopt te mopperen dat ik heb gemeld dat ze er voor de 2e keer niet was, da’s niet tof! Ik heb helaas nul geduld met deze export-zuiderbuur. 2 Ze moet gewoon haar werk doen.

2

1 juni

Om even voor half zeven gaat de telefoon. Of we op willen schieten voor de bus naar Santa Domingo. Even zijn we verward: de afspraak was acht uur en met een vliegtuig.

Dat klopt, maar helaas was er onvoldoende belangstelling, dus dat gaat niet door. We verzetten de trip naar 5 juni….

We doen weinig die dag. We wandelen naar de markt net buiten het terrein, maar daar worden we niet echt vrolijk van. Iedereen loopt aan je te sjorren en wil je kraaltjes verkopen.

Nelleke koopt er een doek, die na wat onderhandelen in prijs daalt van 1200 naar 750 pesos. Ik leer het nog wel.

Daarna gaan we kijken bij de Cubaanse avond in het zwembad van de buren, maar die komt ons te langzaam op gang. Een nacht snorkeltocht is leuker. Wel probeert Nelleke tijdens de Cubaanse avond weer van alles te beredeneren, tot en met de fabricage van de Cubaanse hoeden toe, waarop ik besluit dat ze pathologisch intellectueel is, het lijkt een bruikbare kreet.

2

2 juni.

We gaan naar Samana, de plaats waar Columbus op de Dominicaanse Republiek is geland [13] .

2 Hiertoe gaan we eerst met de bus naar Punta Cana, en daarna met een vliegtuigje naar het schiereiland Samana. Daar worden we eerst per bus naar een koffieproeverij gebracht. Onderweg worden ons de voornaamste gewassen van het gebied aangewezen: bananen en mango’s. Ook koffie en kokosnoten zijn hier niet onbelangrijk. Daarna rijden we naar een 2 ranch waar we op EEN PAARD, JAWEL, EEN PAARD worden gehesen. Nelleke en ik zijn het eens over deze soort. Je kunt ze eten en er schoenen van maken en kleine meisjes hebben een onweerstaanbare drang om ze te aaien. Verder moet je deze soorten niet mengen.

De reisleiding heeft echter anders bedacht en zo gaat Nelleke op Miën en ik op Amarillo de berg op. Dit is geheel van gevaar ontbloot. De paarden zijn makst en ieder paard krijgt een persoonlijk welzijnswerker mee. Bij mij is dat Jori, Nelleke krijgt niemand minder dan Maria mee. Jori is gewoon een jong joch, Maria is een eerste klas haaibaai die zeer bezorgd is voor Nelleke, dus ze mag blijven.

Op de berg is een restaurant, vanwaar een wandeling naar de waterval begint. DE waterval is het hoogste doel van excursies naar Samana. Op zich is dat overdreven. We hebben meer en mooiere watervallen gezien. Bijzonder in dit geval is dat je in het water onder de val kunt zwemmen, waarbij je door en achter de val kunt komen.

Wat de excursie echt de moeite maakt is de jungle om de waterval en de weg die er naar toe leidt.

Nelleke legt terecht de laatste meters van het restaurant naar de waterval niet af. De grond is te glad en ongelijk, haar enkel nog niet sterk genoeg.

Voor de terugweg hebben we weer het paard, dat ons van de trap af voert en door de rivier leidt. Wij rijden geen paard, het paard rijdt ons.

Nadat we het paard hebben ingeleverd worden we weer in de trucks gehesen (wij hebben zitplaatsen, de Dominicaanse arbeiders hangen normaal met te veel overal in en aan).

De bus brengt ons terug naar de plek voor de lunch, die zoals alle maaltijden hier, te overvloedig is.

Daarna is het terug richting Samana, waar we in een speedboat richting Cayo Levantado gestopt. Heeft u last van uw rug? SVP achterin zitten. Nu kan ik lullen wat ik wil, maar ik heb een hernia operatie achter de rug. Dus ik achterin. Niemand die me vertelt dat ik daar het meeste water vang. Zeiknat kom ik op het eiland aan. Nu maalt niemand er hier om. Je droogt wel weer op. Dat doen we onder het genot van een Piña Colada (sin Rom), en we moeten toegeven, zo’n verse ananas met kokos is niet verkeerd. Verder zwem ik wat en fotograferen we pelikanen en fregatvogels. En we houden zoals altijd de verkopers van ons af L.

Het is een aangenaam verblijf, maar ook niet meer dan dat. Na een uurtje varen we terug naar de haven en worden we bij het vliegtuig afgezet. Aeropuerto International Arroyo Barril klinkt alsof je het serieus moet nemen. Dat is niet helemaal waar. Wij zijn gekomen met een 19 persoonsvliegtuig. Dat is dan wel direct het grootste vliegtuig dat kan landen. Maar volgen Leonard, onze gids, zijn er wel plannen om het vliegveld uit te breiden. Tenslotte is toerisme de grootste bron van inkomen voor dit land.

2

3 & 4 juni.

We blijven 2 dagen op het resort. Nelleke krijgt heeft al sinds gisteren last van haar darmen, dus het mag wel wat kalmer aan.

2 Op het resort zijn ze nog steeds opnamen aan het maken voor “Soy un Sanky Panky”. Of het om een serie, of een komische film gaat is niet duidelijk. Wel kennen we inmiddels de hoofdrolspelers en hebben we ze een naam gegeven. Het komisch talent, dat door de Dominicanen wordt behandeld of ze Carlo Boshardt tegenkomen, in natuurlijk Sanky. Het is een tamelijk licht gekleurde mulat met geblondeerd plukkerig koeshaar. Zijn side-kick is Panky, een gitzwarte vent die gedurende de week steeds meer kralen in zijn haar krijgt. Als hij niet werkt zwerft hij met zijn dochtertjes over het terrein. En er is de magere dombo, Soy.

We vinden ze niet alleen bij het ontbijt, maar ook bij het duikcentrum, het zwembad en de lobby. Soms in pak, soms alleen met handdoek, pistool en handboeien.

Het wordt wel zeer professioneel aangepakt met camerarails, belichting en het eindeloos opnieuw opnemen van takes.

’s Avonds snorkelen we met behulp van de duiklamp. We zitten tenslotte dicht op de evenaar en daar valt de nacht vroeg en snel. Om half acht is het donker.

Nelleke is onder water net zo’n getraind bioloog als er boven. We zien dan ook van alles van tunicaten tot jonge makrelen.

In de namiddag van de 4e vinden we een briefje op onze kamer. De excursie naar Santa Domingo gaat wegens gebrek aan belangstelling niet door. Of we de volgende ochtend maar onze ticket willen inleveren en ons credit statement willen ophalen.

Belga was er weer eens bijtijds bij. We bedenken dat we ons ook nog naar het rif kunnen laten varen om te snorkelen.

5 juni.

Ik kom net uit de douche al de telefoon gaat.

Aan de andere kant vraagt een man waar we blijven. We komen niet verder dan een soort van “Wablief?”. De man vertelt dat hij al 20 minuten op ons staat te wachten om naar Santa Domingo te gaan. Wij vertellen van het briefje met de afzegging: de vereiste 12 personen voor een excursie waren niet bij elkaar te krijgen.

Neemt niet weg dat we weg kunnen. We besluiten te gaan als ze nog een kwartier kunnen wachten.

Wel, dat kan. We sprinten naar onze kleren, het ontbijt en de koffie. Even later rijden we naar Punta Cana.

Na wat formaliteiten worden we, deze keer zonder instapkaart, in een bus gehesen. Die rijdt ons 100 meter, waarna we even moeten wachten op ons landende vliegtuig. Daarna mogen we de laatste 100 meter zelf lopen.

We hebben dan inmiddels kennis gemaakt met Mick en Sue, onze Engelse reisgenoten voor vandaag. Al snel is ons duidelijk dat het onze enige reisgenoten zijn. Wel vliegt er nog een vrouw mee, maar die komt niet voor de excursie.

Na een half uur staan we op Aeropuerto International La Isabella. We maken kennis met Rudolpho,onze gids & avonturier. Hij heeft als Der Rudy in de ’80-er jaren der Schweiz verlaten en is nu gids.

2 Hij vertelt van alles over stad en land met als eerste hoogtepunt de miljonairshuizen van de Dominicaanse UBL spelers.

Veel leuker is de volgende stop, het nationale paleis. Hier staat een presidentiele wacht, die onmiddellijk hergroepeert om met Sue op de foto te gaan.

Ook Nelleke eindigt op een foto tussen “de mannen” hoewel zij minder fraai om een soldaat is heen gedrapeerd dan Sue die “all-out” gaat.

Daarna volgt een wandeling door het oudste deel van de stad, waar de Spanjaarden in de 16e eeuw de kolonie hebben gesticht, kompleet met vader en zoon Lumbus [14] . De 1e stop, het nationaal museum slaan we over omdat het is gesloten voor een staatsbezoek die middag [15] .

Vanaf het oude kasteel hebben we een fraai overzicht over de rivier en de haven. In de rivier drijven planteneilandjes. Ook later zijn deze uit de lucht goed te zien.

De wandeling voert ons ook langs de “Dome des Invalides” van het land. Evenals in de Franse Dome ligt hier een dictator, al heeft hij niet de wereldfaam van Napoleon weten te verwerven. In feite is hij nooit verder gekomen dan een persoonlijke vriend van Franco (Generalissimo F). Wel zijn er twee verschillen met de echte Dome. Om te beginnen is het geen Dome maar een oude kerk en verder zijn vrijwel alle graven in dit Denkmahl leeg. Het idee van de ex-dictator was om alle nationale helden opnieuw te begraven in deze kerk met zijn graf als stralend middelpunt. Familieleden van de ander Dominicaanse helden zagen het gespit echter niet zitten en nu staan er een paar fraaie rijen van ongebruikte marmeren doodskisten. Ook zijn eigen stralende middelpunt is niet echt gelukt. Uiteindelijk is op die plaats een eeuwige vlam aangelegd voor de onbekende soldaat.

Tegenover het Nationale monument op de Calle Las Damas staat een hotel. Daar krijgen we een volstrekt overdreven lunch, mede ingegeven door het feit dat Der Rudi nog even een uurtje moet sjacheren voor een vriend.

Ik dring onze Engelse vrienden het terras op ipv een airco-ruimte van exact 18 OC. Ze schikken zich in hun lot en we genieten bijzonder van de lunch, die niet alleen bijzonder lekker is maar ook verder eten die dag volstrekt overbodig maakt.

Aan het eind van de lunch begint het personeel op volle snelheid het terras te ontruimen.

En maar net op tijd, want dan barst de regenbui los. Er wordt dan een wolk op zijn kant gezet en 10 minuten later kan je weer vrolijk verder.

Na de lunch vervolgen we de wandeling naar het fort. Dit is een militair terrein. Het is er een drukte van belang. In het kader van het staatsbezoek is hier de Politur verzameld. Rudolpho legt uit dat dit niet betekent dat ze je auto 2 wassen, maar dat Politur staat voor toeristenpolitie.

Stomme opmerking natuurlijk, een blik op Sue is voldoende om te bewijzen dat hier gezag aanwezig is. Binnen twee minuten heeft ze de troepen in de benen, een hoed gescoord en staat arme Mick weer foto’s de maken van oma tussen “de mannen”.

Verder geeft Der R aan dat hij belangrijke formulieren moet invullen omdat we hier op militair terrein zijn, maar dat wij de toren met uitzicht mogen bekijken.

Nu vertelt hij dit nadat hij heeft uitgelegd dat een rood stoplicht een suggestie is om voorrang te verlenen, snelheidscontroles niet bestaan en drinken achter het stuur alleen verwijtbaar is als je oom agent niet ook een neut geef. Werkelijkheid is dat R gewoon geen trappen wil lopen en hier door krachtig belangrijk kijken onderuit draait.

Wij vinden het prima en lopen op ons gemak door. Bij terugkeer vertrekt net een motorbrigade, nagehijgd door Sue, die alleen verder wil als ik uitleg dat zo’n staatsbezoek lang kan duren en dat ze dus niet kan shoppen als we wachten. Alle andere polituren hebben inmiddels een hangplek gevonden en deze plek tot de veiligste van het land gemaakt.

De volgende stop is de oudste kathedraal van deze kant van de plas met de wapenschilden van de Habsburgers. Hier wordt ik door Merijn gebeld dat het niet goed gaat met ma, dus de absoluut aanwezige schoonheid van het gebouw ontgaat me goeddeels.

Dan is het shopping time. Die begint in een winkel van een goede kennis van onze Zwitserse begeleider, maar daar tuint zelfs Sue niet in. Wij wandelen nog een stuk, waarbij we kunnen genieten van de overeenkomsten tussen deze wijk en de Spaans/Portugese bouw (inclusief de straatnaambordjes).

Daarna worden we naar het vliegtuig gebracht. We passeren het militaire hospitaal. R. legt uit dat miliairen, politiemensen en hun familieleden hier gratis worden behandeld. Daar het begrip familie breed wordt uitgelegd zorgt iedere familie er voor dat ze een agent of soldaat in hun midden hebben.

Op het vliegveld wordt het reisgenootschap deze keer aangevuld met 2 Amerikanen, waarbij de bagage met veel geweld ik de kofferruimtes in de vleugels wordt gestopt.

De Amerikaan lijkt niet erg op zijn gemak. Bij aankomst blijkt waarom: hij is zelf piloot en heeft al snel geconstateerd dat er te weinig kerosine is getankt. Daar het eind van dit verhaal is getypt in het AZU in Utrecht, maar niet om gevolgen van een vliegtuigcrash te behandelen, kunnen we stellen dat hij ongelijk had. Daarbij blijft de spannende vraag hoe erg ongelijk hij had….

De laatste avond is Nelleke niet helemaal in orde. Ik maak daarom nog een wandeling over het terrein op zoek naar het beroemde showspektakel van het resort. Los van een Mis verkiezing [16] en een laatste vruchtensap eindig ik in de discotheek. Kenners die zeggen “Vous? Discotheek?” kan ik geruststellen. Ik wil ook geen leren jas en rode sportauto, maar werd aangetrokken door de Sanky Panky crew. 2

In de discotheek worden opnamen gemaakt van de escapades van Sanky en danst de jeugdbende, het groepje keurige jongens dat de hele vakantie al meedoet aan de opnamen.

Twee grote, zwaar getatoeëerde, zwarten zijn hier kennelijk vandaag voor het eerst. Verbijsterd kijken ze de zaal in, waarbij de een zegt: “We’ve officially entered the twighlight zone”.

6 juni

Vanochtend moeten we pakken, kunnen we nog wat rondhangen en dan naar huis.

Nelleke gaat naar het toilet, en trekt door. Niets! Dit geldt ook voor de opladers en het koffiezetapparaat. We hebben een black-out! Nu is dat hier heel gewoon, en het ontbijt is met behulp van gasapparatuur goed te bereiden. Verder is het opmerkelijk rustig. Douchen kan ook al niet, dus een aantal mensen verzamelt zich in het zwembad.

Na nog een wandeling leveren we de kamer en handdoeken kaarten in en kunnen we naar huis. Op het terrein rijdt het treintje dan inmiddels weer en zijn een aantal accu’s opgedoken zodat op veel plaatsen onder Caribische klanken weer hartelijk wordt gezongen over Corazon.

Wij gaan naar Punta Cana, waar een team ons staat op te wachten om vertrekkende reizigers de foto van toerist met ontvangstdames met fruitschaal te verkopen. Overigens niet aan ons, want al snel blijkt dat bij ons het fototoestel lek was.

Ook Belga is aanwezig. Niet om ons uit te zwaaien, maar om te kiften over onze afwezigheid de vorige dag en dat terwijl zij onze creditcardslip voor Santa Domigo wilde teruggeven. Als we haar vertellen dat dit kwam omdat we in Santa Domingo zaten, zakt haar broek af. Gelet op de temperatuur is dat geen probleem, en in ieder geval vermakelijk. Uiteindelijk gaan we toch als vrienden uiteen.

Ik hannes wat met plastic tasje om alles te verpakken en droog te houden, dit tot groot vermaak van Nelleke die me krachtig op mijn voorouders wijst.

Iedere keer als een vliegtuig start met boarden begint een bandje te spelen. Zouden ze nu echt zo blij zijn dat we weg gaan?

Na een tussenstop op een heel nat Cuba, waarvoor het vliegtuig wordt gedesinfecteerd met spuitbussen, vertrekken we richting Schiphol. Een bord Sosialisme o Muerto zwaait ons uit. 2 Een keer is voldoende, maar voor die ene keer is de Dominicaanse Republiek 2 absoluut een aanrader!


 

2

 

 

 

 

 

 

 

 

[1] Nelleke heeft een nauwkeurige telling gedaan en is op 98% uitgekomen….

[2] Dominicanen doen nogal krampachtig over hun tijdrekening een Dominicaanse minuut duurt ten minste een kwartier, maar 2 Dominicaanse minuten liggen tussen de 16 en 30 minuten etc. De beste oplossing is hier de aanval: steeds als ze een tijd noemen vragen of dit in Dominicaanse tijdrekening is.

[3] Of voor de Nederlanders en de Belgen om een andere doorsnede te maken.

[4] Dit is afhankelijk van de taal waarin wordt toegelicht. In het Engels en Frans is alleen basketball groter, in het Duits ook honkbal.

[5] Deze heeft geen veren, maar schubben en hij sist.

[6] Gelet op eerdere ervaringen weten we nu dat 2 tafels en 2 bladenvouwers zeker een fabriek vormen.

[7] Mijn onvolprezen cursus Spaans voor in de auto.

[8] Dit leidt dan weer tot overpeinzingen over kenners. Wie zijn dat? Hoe beoordelen ze? Is er een benoemings- & controlecommissie? Gaat het elektronisch of is er ergens een TV-stemming: “Ola Santa Domingo! May I have you’re votes for the Playas de Dominicana Republica Por favor?”

[9] Daarbij gaan ze voorbij aan het enige dat echt afgekeurd moet worden: Het concept!

[10] Historisch onderzoek door Nelleke toen uiteindelijk aan dat dit niet waar is, hij landde op San Salvador aan de noordkant, maar het is en blijft een mooi verhaal….

[11] Of Barceló Garden, daar worden ze het onderling niet over eens.

[12] Bij thuiskomst trekt Wim direct een hele stapel foto’s van deze vogel.Het blijkt Pekeko te zijn. Ook algemeen in Nieuw Zeeland.

[13] Onze pathologisch intellectueel komt deze keer niet met tegenberichten, wel dat hij ook op enkele andere plaatsen is geland. Dit kan kloppen, in totaal is Co hier vier keer geweest en heeft een aantal jaren op het eiland gewoond. Zijn broer, naar wij aannemen Bro Lumbus, heeft Santa Domingo gesticht.

[14] Om precies de zijn: Co en Diego Lumbus.

[15] En in het Dominicaanse tempo heb je dan de hele ochtend nodig om de stoeptegel schoon te vegen.

[16] Ik weet het, normaal schijf je dat met 2 essen, maar deze spelling dekt het gebodene het best.