Door Rob & Nelleke Kool  
  HOME ::
    
Egypte 2006

Donderdag 2 november

We hebben slaap. Niet zo gek, want de wekker begint al om 01.00 AM te brullen. Niet dat de Chieftains echt brullen, maar om 01.00 uur, en zeker AM, is het te luid.

De auto is op dat moment al bijna helemaal gevuld met koffers en duikuitrusting. Nog wat laatste handbagage en we kunnen naar Petra, die de auto mee terugneemt van het vliegveld.

Het vliegveld is dit keer Zaventem.

Zaken lopen zelden normaal, maar deze keer was het boeken van de reis toch wel weer extra opmerkelijk.

De start van de fuzz ligt duidelijk bij mezelf. Ergens tijdens een bestuursvergadering in 2005 stelde ik voor om in het kader van 25 jaar Gagnan een reis met ten minste 25 leden naar Egypte te maken. Niet bijster origineel, want de Egypte reis is bijna standaard. Maar och, je hebt een jubileum en daar probeer je wat aan op te hangen.

Ten gevolge van die beslissing zaten we enkele maanden later aan tafel bij het echtpaar

Fred en Betty [1] dat zich Pelican Tours noemt. We hadden gewaarschuwd moeten zijn. De pelikaan is een domme vogel met een grote bek. En net zoals een Toekan geen garantie is voor bij benadering fatsoenlijk voedsel is de pelikaan geen aanbeveling voor reizen.

Nu verdient iedereen het voordeel van de twijfel, dus ook ons echtpaar Pelican. Ze maakten al snel duidelijk dat bij hen alles kon. Groepsreizen, speciale wensen, allemaal geen probleem en tegen de laagst mogelijke kosten.

Wel hadden ze een duidelijke mening. Wie Egypte wil zien moet er gewoon heen gaan en per openbaar vervoer het land bekijken.

En dat brengt me dan weer op het doel van deze reis. Het is de vierde of vijfde keer dat we hier zijn. Daarbij bestond twee keer het culturele hoogtepunt uit het Katharina klooster en één keer uit een bezoek aan het schuitvormige restaurant in Dahab. Dat laatste is inmiddels opgeblazen door moslimextremisten. Het klooster is echter formidabel en roept om meer kennis van het land. Dus wilden we deze keer ook oud Egypte zien.

Bij de keuze van het hoe-en-waarom bedachten we dat we een georganiseerde trip wilden. Egypte is een groot land en op de bonnefooi kijken of er een driehoekig gebouw staat is een tamelijk zinloze actie. Dus: doet u ons een Nijl-cruise met Caïro en aansluiting op Gagnan in Safaga.

Er werd per ommegaande gemaild: “Sorry, we moeten op vakantie. En by the way, jullie hebben drie dagen om ja te zeggen tegen ons standaard aanbod.”

Dat die termijn eerst een maand was vonden de Pelikanen jammer, maar we dienden ons maar aan te passen.

Nu ben ik naïef, maar geen volledige randdebiel, dus voor alle zekerheid begonnen we maar vast met het verzamelen van reisgidsen van de concullega’s.

Na anderhalve maand kwam het er uiteindelijk uit: Pelican tours kon niet leveren.

Om een lang verhaal kort te maken, dankzij Nelleke en een stagiaire van een reisbureau in Tiel werd het uiteindelijk toch nog geregeld. Al moesten we op het laatste moment wel bijbetalen omdat er te weinig deelnemers waren….

1

Neemt niet weg dat we nu aan de Nijl zitten. Een vliegtuig van Thomas Cook heeft ons vanuit Brussel naar Luxor gebracht waar een Belgeuze van Neckermann ons opwachtte.

Nu heeft Neckermann in het algemeen, hun reisbureau Pelikaan in het bijzonder, bij ons geen beste naam. Hetzelfde geldt voor hun Belgeuzes, waarbij ik met genoegen verwijs naar het bezoek aan de Dominicaanse Republiek.

Deze dame is uit een ander hout gesneden. Alles op tijd, punctueel vervoer regelen en afspraken nakomen. Niets kan een goede vakantie in de weg staan…

Of het zouden de kakkerlakken en de dieseldamp op de kamer van onze boot moeten zijn. Eén opmerking tegen Belga en de bestrijdingsdiensten rukken uit. De dieselgeur krijgen ze niet dood, maar verder wordt het rustig.

 

Deze eerste dag doen we niets. We wandelen wat rond de boot en bestrijden onze slaap. Dat valt niet mee, maar de vogels zijn leuk en ook de andere omgeving heeft veel te bieden.

Naast de witte reigers stort ik me vooral op de hop, een vogel die hier erg algemeen is.

Om 22.00 uur is de ontvangst, waarbij ook Hassan, onze gids aanwezig is. Hij spreek Euro-Nederlands, een taal die niemand in Europa verstaat, met mogelijke uitzondering van de Limburgers in het gezelschap.

Het programma is aangepast aan onze oververmoeidheid: morgenochtend om vijf uur op voor een excursie naar het dal der koningen.

1 We gaan onmiddellijk naar bed. Om te voorkomen dat we echt uitrusten gaat er die nacht twee keer een vals brandalarm.

Vrijdag 3 november

We zijn nog brakker dan de dag er voor. Maar na het ontbijt worden we een bus in gedreven en gaan we naar de vallei der koningen. Er zijn 62 graven bekend. Per toerbeurt wordt er een aantal 3 maanden open gesteld. Daarna is het volgende graf aan de beurt. Men doet dit om de kleuren in de graven te sparen. Een overmaat aan CO2 zou de kleuren kunnen aantasten.

Het klinkt allemaal erg zinnig. De graven zijn prachtig, en de uitleg van Hassan enthousiast. Hij vertelt dat de graven erg geleden hebben onder Ali-baba [2] . Er is inderdaad geen gram metaal meer te ontdekken. Uitgaande van de kilo’s goud en zilver die in de graven verdwenen zijn, hebben de rovers “a good job” gedaan. Fotograferen in de graven mag niet, ondanks de verhalen in alle reisgidsen over een permit die je kan kopen. Ik krijg dan ook prompt een boete.

Verder: dit is niet mijn vorm van vermaak. De uitleg duurt te lang en na één keer weet ik dat een moslim in Egypte vier vrouwen mag. Dat hoeven ze niet voor iedere vrouw opnieuw te vertellen. De bloody details van de Farao’s staan goed op de borden. Onze gemiddelde leessnelheid zorgt dat we snel op de hoogte zijn. Daarna hoor je het verhaal 2 keer. Een keer van Hassan en een keer van de groep waar je op staat te wachten. Het is hier namelijk drukst. Als mieren worden we van de bus naar de elektrische treintjes en van daar in ganzenpas langs de graven gesjouwd. Vergelijkingen met een Disney park tijdens nationale feestdagen met mooi weer zijn reëel. [3]

1 Na de vallei der koningen is het tijd voor een steenfabriek. Dat wil zeggen dat een aantal mannen voor een huis op stenen zitten te kloppen. Het gaat daarbij speciaal om albast en graniet. Hiervan worden vazen, schalen en prullaria gemaakt. Het hele wijkje houdt zich er mee bezig. Alle huizen zijn daarbij in “authentiek Egyptisch” geschilderd. Als je door het Volendammer gehalte heen kijkt is het vakmanschap van de mensen enorm. Verder is er de gelegenheid om thee te drinken en wat brood met kaas te snacken. Dus het is prima.

Na deze verkoopplek wordt het tijd voor de tempel van Hatshepsut. Deze kennen we al van de verhalen van Henk & Henny en een documentaire. Het is een tempel voor de enige keizerin van Egypte. Die zette daarvoor zo’n jaar of twintig haar zoon buitenspel. Het behoeft dan ook weinig verwondering dat de zoon is begonnen met het geheel krachtig in elkaar te meppen. Door grondig restauratiewerk staat er nu weer heel veel. Ik ben er sterker van onder de indruk dan van “de” vallei. Verder wordt ik in het treintje naar de oudheid gegijzeld door de chauffeur. Ik moet voorin zitten en krijg extra uitleg. Dat kost een “baksjisj”, maar het is de moeite waard.

De kolossen van Memnon vormen het sluitstuk van het bezoek aan Luxor. Je zou er ook een week door kunnen brengen, maar voor dit moment is het mooi. De kolossen zijn inderdaad kolossaal, maar verder weinig bijzonder.

1

We schepen in en het geht loss [4] .

Een tocht langs de Nijl is prachtig. Egypte is 95% woestijn. Langs de Nijl is het natuurlijk anders. Dit gebied is enkele meters tot enkele kilometers begroeid. Soms kijk je tegen de palmen aan, een andere keer zit je vrijwel pal op de zandbak.

De rivier is de levensader voor de mensen. Alles is dan ook zeer nabij de rivier gebouwd. Je kijk uit (of luistert naar) de (mensen op) de minaretten, geniet van de gebouwen en de natuur.

De begroeiing bestaat uit riet, papyrusriet, palmen, bananen en verschillende loofbomen.

Door irrigatie wordt het land vochtig gehouden. Daarover schuifelen ezels, paarden, ossen, ganzen etc. Woningen zijn zelden af. In het ernstigste geval is men nog niet aan echte muren begonnen, meestal heeft men nog niet besloten op welke hoogte het gebouw af zal zijn. Dus betonpijlers en ijzer steken vrolijk naar boven.

We zitten dicht genoeg langs de oever om veel te kunnen fotograferen.

Bij het invallen van het duister komen we in Esna. De sluizen hier zijn goed ontwikkeld voor de behoeften van dat moment. Anderhalve feluka en het was geregeld. Nu varen de toeristenboten in colonne op en neer. [5] Er passen er twee tegelijk in de sluis. Dan is het schutten, twee boten vanaf de andere kant en weer schutten. Die totale oefening duurt 40 minuten. Het passeren van de sluis duurt dan ook uren. De lokale handel maakt hier gretig gebruik van.

1

Dit is een moment om iets te vertellen over de boot waarop we zitten. MS Nile Saray is een vier sterrenschip met vijf dekken. Allereerst ons dek, daarboven de receptie en de duurdere kamers, dan de winkeltjes en het restaurant, vervolgens het dek met de bar, feestzaal en terras met zitjes en tenslotte het zonnedek met ligstoelen en zwembad.

Om de boot binnen te komen moet je eerst langs een detectiepoortje en agent met geweer. Dan langs de receptie, en vervolgens kan je je gang gaan.

En dat is alleen als je mazzel hebt. De boten liggen aan de kade tegen elkaar aangemeerd, waarbij de maatschappijen er wel voor zorgen dat de 5 sterren schepen vooraan liggen. Je passeert dus verschillende poortjes en dienstkloppers voor je binnen bent. Bovendien zijn de ramen van de schepen niet te openen. Wie ongemerkt aan boord wil komen zal dus ten minste etage drie moeten bereiken. Als we varen kunnen we vanuit onze kamer direct op de Nijl kijken. Knorf, of leenvarken zit hier ook trouw naar buiten te kijken.

Terug naar de sluizen. Plaatselijke handelaren is het dus volstrekt onmogelijk om zonder enterhaken hun handelswaar aan te bieden. En door de alom aanwezige politie is dat niet aan te bevelen. Weliswaar worden de agenten door de gids omschreven als te dom en lui om te werken en verder erg agressief, maar dat laatste element maakt dat de handelaren buiten de boot blijven. Hun oplossing is eenvoudig en effectief. Met kleine roeibootjes gaan ze naast de schepen liggen en brullen net zo lang “hé Rambo en “hé Milady” tot ze beet hebben. Vervolgens slingeren ze handelswaar naar boven (tot dek vijf) waarna het gebrul over de prijs kan beginnen. Het advies van de reisleiding is “betaal nooit meer dan de helft van de vraagprijs”. Wij willen niets, maar dat is geen beletsel voor de verkopers. Met kracht krijgt Nelleke een plastic zak met een jurk voor haar hoofd gegooid. Ik gooi het ding met een grote boog terug. Daarbij let ik niet goed op, want ik hoor een plons. Ik heb de verkoopvloot gemist!

Dan wordt het langzaam tijd om te eten en naar het voorstellen van de crew te kijken.

Het eten is uitgebreid, met veel salades. Een combinatie van niet te vet eten en toch lekker is dus goed te doen.

’s Nachts om een uur of twee kijk ik nog een keer naar buiten. We varen weer, dus de sluizen zijn genomen.

  1 Zaterdag 4 november

De volgende ochtend worden we wakker in Edfu. Door het raam valt niets te zien, de boot ligt in de sandwichstand. Als we de kade eenmaal zien is het er erg druk. Het meest gebruikte voertuig blijkt hier de paardekoets [6] (of ezelwagen). De koetsiers trachten ons als toerist te ronselen.

We hebben echter een strenge gids en pakken gehoorzaam de “Blue Sky” bus op weg naar de Horus tempel. We komen niet heel snel op gang. Daardoor raken we wat achter op de andere bussen. [7] Op zich niet zo erg, tot er een begrafenisstoet voor ons de straat op stapt. Het lichaam wordt door een mensenmassa naar het graf gedragen. Dat mag even duren. Voor ons niet zo erg; het is natuurlijk triest voor de familie, maar voor ons heeft het ook iets van een toeristische attractie.

Uiteindelijk blijft er voldoende tijd over om de tempel goed te bekijken. Daarbij worden we gegidst door Hassan. Hij blijkt ook bioloog, maar is na een paar maanden werken voor Khadaffi tot de conclusie gekomen dat dat de moeite niet is. Dus omgeschoold tot Egyptoloog en negen talen later is hij gids in zijn thuisland. Als hij hoort dat wij ook biologie gestudeerd hebben, wordt ik omgedoopt tot de doktor.

De Horus tempel is groot en redelijk intact. Wel hebben de anders-gelovigen [8] , zoals bijna overal in Egypte, de afbeeldingen weggehakt. Alleen goden met een dierenkop worden redelijk gespaard. Nu heeft Horus een valkenkop met een kroon. Dus die is overal goed zichtbaar. Hassan is goed in het oud-Egyptisch, dus de verhalen die in hiëroglyfen op de muren staan worden uitgebreid aangewezen en toegelicht. Voor iemand die, zoals ik vooral het algemene beeld wil hebben is het allemaal wat veel. Maar verhalen dat je veel konijn en veldsla moet eten voor de potentie blijven leuk. In de tempel is een trap naar beneden. In een ruimte staat water. Dit is grondwater. De hoogte wordt bepaald door de stand van de Nijl. De plek wordt daarom de 1 Nilometer genoemd. Er staat een streep. Ik neem aan dat die staat voor NAP [9]

Na de Horustempel rijden we terug naar de boot en vervolgen onze Nijlcruise. We zijn met ca. 20 Nederlanders waaronder vier Limbo’s.

Een gymleraar-in-de-vut belt naar huis en omschrijft de situatie als: “Daar sehst du van diën erreme schloebers die in van dien hutjes woane” Verder is het hier allemaal geweldig. We zijn het helemaal met hem eens. Kijk, Waal of Nijl, rivier is rivier. Maar palmen en 28o C in de schaduw en oude natuur is toch even anders dan 7o C, te veel regen en de nieuwe natuur. Op de rivier is altijd wel wat te zien. Meestal de mede cruiseschepen, want het is een massa industrie, maar ook de feluka’s (de plaatselijke zeilboten), roeibootjes en de boeren op de kant of de eilandjes in de rivier. Door een systeem van gootjes wordt het land geïrrigeerd. De voornaamste producten die we vanaf de kant zien zijn bananen en suikerriet. Verder houdt men vooral koeien, ganzen en ezels. Ver stroomopwaarts zien we zelfs kamelen.

Ondertussen kunnen we bij Hassan langs om onze naam in het Egyptisch te laten schrijven. Dat kan dan weer in een cartouche worden gegoten. Bij hem uiteraard de grootste korting. Nelleke vindt het mooi spul en zo komt er een bestelling. Mijn naam is zo kort dat er een anch aan wordt toegevoegd.

1 Tegen de avond komen we in Kom Ombo. We gaan direct aan wal om de Grieks-Romeinse dubbeltempel van Sobek (de krokodillengod) en Haroëris (Hores de Oudere) te bekijken. De tempel is erg beschadigd. Maar er zijn voldoende zuilen en afbeeldingen over om het bezoek de moeite waard te maken. Met inscripties over het martelen van gevangenen en een speciale ruimte voor gemummificeerde krokodillen is ook deze excursie te waarderen. Bovendien is dit de 1e tempel die we in het donker bezoeken.

Daarna is het tijd voor het diner. Het eten aan boord is ok. Er is veel salade, voldoende variatie en voor toe veel fruit. De reis is strak georganiseerd. Er is een vaste tafelschikking met naast mij Wim, de kok uit een verzorgingshuis in Zeist. Hij waardeert het eten enorm en kan niet genoeg vreemde dingen op zijn bord krijgen. Daarbij helpt dat er overal duidelijke bordjes staan met wat er als eten wordt voorgezet.

Zijn mening wordt niet door iedereen gedeeld. Een echtpaar uit Brielle en een van de Limbo’s houden niet van de “andere” keuken. Naarmate het meer afwijkt van de spruiten met sudderlap wordt er harder gemopperd. Met name wordt er geklaagd over de peppersauce die als jus wordt opgeschept. De consensus is dat men er moet waarschuwen als de jus gepeperd is :-).

Na het eten is het galabyah-avond. Nu is het voor ons tijd om spruitjesgedrag te vertonen. Voor de avond kan je een sheik-kostuum huren of je in een Egyptische jurk hullen. De Engelsen storten zich vol overgave op het omkleden. Ik gedenk Herman Finkers met zijn “Tuutje om de kop geknoopt”: Een doek van 2 voor € 1,50 om mijn hoofd en het is mooi verder. Nelleke volgt mijn voorbeeld. Bij de polonaise haken we gedecideerd af. Ondertussen vaart de boot stug door stroomopwaarts. De volgende dag zie ik landgenoten met een groter adaptatie vermogen dan dat van ons. Ze lopen nog steeds ferm in hun jurk rond.

Zondag 5 November.

We worden wakker aan de kade van Aswan. De stad is vooral bekend door de stuwdam. Eigenlijk zijn het er twee. Een “kleintje”, de Aswandam, die door de Engelsen is aangelegd, en de hoge dam (van Russische makelei) uit de ’60-er jaren. Daarachter ligt nu het Nasser-meer. Meer dan 180 meter diep en honderden kilometers lang. De dam heeft enorme invloed gehad op het land. Er is voldoende elektriciteit, en de rivier is gecontroleerd. Geen overstromingen meer, en ook geen lage waterstanden die de rivier onbevaarbaar maken. Maar ook een hoger grondwaterpijl dat de oudheden aantast en minder slib, dus een armere bodem. Onnavolgbare winst op korte termijn, met mogelijk op termijn grote consequenties.

De eerste excursie gaat naar de groeve van de onvoltooide obelisk. De meeste obelisken kwamen historisch uit Aswan, waar ze dicht bij de bedding van de Nijl konden worden uitgehouden om vervolgens met boten naar de plaats van bestemming te worden afgevoerd. Het proces van het maken van een obelisk is overzichtelijk: ze worden horizontaal uitgehakt. Vervolgens worden er aan de onderzijde gaten gehakt, waarin droge houten wiggen worden geslagen. 1 Daarna worden de wiggen nat gemaakt. De kracht van het zwellende hout is voldoende om de rotsen te splijten. Dat gaat bijna altijd goed. In de onvoltooide obelisk zat een breukvlak waar men niet op had gerekend. Da’s pech, obelisk weg….

De site is imposant, maar je bent wel tamelijk snel uitgekeken. We fotograferen dus ook het islamitische kerkhof, waarna we ons weer in de bus storten als het inmiddels bekende “Hassan Attack” klinkt.

We rijden over de hoge dam, langs het Russische (Lotus) monument en kijken bij de waterkrachtcentrale. Hierna schepen we in voor een trip naar de tempel van Philae. We varen daartoe door een Bretons landschap met veel visarenden naar het eiland Agilika. Dit eiland is boven water gebleven toen het Nassermeer volliep. Met steun van de Unesco is een aantal historische tempels naar dit eiland verplaatst.

1 De grootste is de Isis tempel, die wat weg heeft van de Horus tempel [10] . De zuilen zijn echter veel uitgebreider en mooier versierd.

Naast de Isis tempel is er nog een Romeinse poort (van Diocletianus) en tempel (van Augustus) en de kiosk van Nectanebo II. Hassan wijst ons op een hennaboom die door Nelleke weer vakkundig wordt vastgelegd.

Ook Knorf, Esthers onvermoeibare waakvarken, bekijkt alles op zijn gemak en zo kunnen we na een uurtje weer terug naar de boot. Op de kant moeten we als altijd spitsroeden lopen langs de verkopers van Meuk [11] om de bus te bereiken.

Eenmaal in de bus worden we gezwind afgevoerd naar een georganiseerde rip-off. In dit geval niet de steenfabriek, maar Osiris Papyrus, een papyruswinkel. In deze staatswinkel wordt 1 uitgelegd hoe papyrus wordt vervaardigd, wat heel interessant is. Vervolgens een kopje hibiscus, gratis toilet en breed de kans om in te kopen. Bij aanschaf van > €200 krijg je een gratis cadeautje. De prijzen staan vast, maar Hassan onderhandelt wel voor onze groep. Niet voor ons, want als tot ons doordringt dat het verkochte niveau gelijk is aan de schilderijen op Place du Têtre daalt ons enthousiasme.

Na the shopping expierence voert de Blue Sky bus ons naar “the love boat”, de naam van de feluka die ons naar het olifanteneiland in het midden van de Nijl zal brengen. Althans, dat is de bedoeling. De kapitein lijkt echter nog niet in opleiding voor cruiseschip, want hij begint met een poging om een cruiseschip te rammen. Dat doet hij goed, dus de bemanning van het schip komt direct controleren of er geen lakschade is. Alsof er ook maar één Egyptenaar zou zijn die zich daar echt zorgen over maakt. Op het eiland, dat vooral door Nubiërs [12] wordt bewoond is ook een botanische tuin annex onderzoekcentrum. Het is een van de weinige teleurstellende bezoeken van de hele nijlcruise. Ok, er staan verschillende bomen en ze hebben naambordjes, maar dat is het dan ook wel. Het enige echt bijzondere is een ijsvogel die zich uit een hoge palm op een vis stort. Vanaf deze punt van het eiland hebben we zicht op het Russische hotel (22 etages, lift vergeten) en het onvoltooide hotel. Hassan geeft aan dat dit hotel is gestart om over 2000 jaar, als men is uitgekeken op de onvoltooide obelisk, dit als toeristische attractie te bezoeken.

Vanaf de noordpunt van de tuin kan men ook het mausoleum van Aga Kahn op de oost oever zien liggen.

1 Dan is het tijd om terug te gaan naar de boot. Ook weer met de feluka. De begeleiders zingen en trommelen nu. En er blijkt een verzameling Meuk onder een kleedje te liggen. Alles één €! Wij kopen een kameel voor de verzameling van Merijn en Petra.

Ook is er een emmertje met een krokodilletje. Dus na de slang in de Dominicaanse Republiek gaan we nu ook op de foto met een krokodil.

’s Avonds staat de citytour op het programma. Een bezoek aan de Moskee en uitleg over de islam. Hassan, maakt duidelijk welke verplichtingen een islamiet heeft en welke verschillen er zijn tussen soennieten (tolerant) en sjiieten (die zijn gek). Trots vertelt hij, bij navraag, over zijn reis naar Mekka.

Voor een goed overzicht over de stad rijden we langs het hoogste punt van Aswan, dan volgt de wandeling door de oude binnenstad.

Het is leuk om de stad ’s avonds in vol bedrijf te zien. Probleem is dat men héél veel Meuk heeft, en dat wij in groepen komen om het aan te schaffen. Als we dan niets willen, dan wil men ten minste een baksjisj [13] voor het voor de voeten lopen.

Wij dragen bij aan de plaatselijke economie door het kopen van riemen, kruiden en een cd.

Na de tour is aan boord de Nubische avond. Er zijn trommelaars en een “biniou” speler, drie dansers en een danseres. Als slotact is er een Nubische krijger die begint met het doodslaan van een paard (2 dansers in een pak). Daarna doet hij een groepsdans met het publiek. Daarbij bewijst een Brit dat Benny Hill niet dood is door de act volkomen in het honderd te laten lopen. We hebben gehuild van het lachten.

Maandag 6 november

We worden vroeg gewekt en met een busje naar het vliegveld van Aswan gereden. Vandaag worden we begeleid door Ali, de gids van een buurboot. Hij racet ons langs de officials (een staat even in de weg en krijgt onmiddellijk de 1 1 vraag “werk je hier nog niet zo lang?”) naar de DC9 die ons naar Abu Simbel brengt.

Er is nog een klein oponthoud als de bewaking mijn zakmes vindt, maar de chauffeur brengt dat terug naar de boot, dus het hoeft niet afgeschreven te worden.

Abu Simbel heeft hetzelfde verhaal als het eiland Agilika. Hier zijn de tempels van Ramses II neergezet toen het Nassermeer volliep. Alleen was het hier meer werk, want de tempels waren in de bergen uitgehakt. Met Unesco hulp zijn beide tempels in stukken gezaagd en verplaatst naar de huidige locatie. De eerste is de tempel voor Ramses II zelf, de 2e is voor zijn vrouw Nefertari. De Ramsestempel wordt gedomineerd door 4 enorme beelden van de man, met de Egytische dubbelkroon. De tweede domineert hij ook, maar er zijn ook 2 beelden van zijn vrouw. Binnen is de tempel beschilderd met enorme voorstellingen over hoe Ramses het leger van de vader van Nefertari, een Nubische koning, aan gort hakte. Het is ook in elke familie wat...

Na een uurtje gaan we terug naar de bus en da’s pech: bus weg. Na lang zoeken vinden we Ali, die ons in een vervangende bus frommelt.

De bus wordt voller en voller. Op een goed moment brult de chauffeur: iedereen die met de Memphisbus is gekomen moet er nu uit. We vechten ons langs wat Fransen de bus uit. De deuren gaan dicht en het gezelschap vertrekt…. Inclusief Ali!!!

Het mooie van charters is dat ze wel wachten. Na een kwartiertje vertrekken wij ook in de bezembus. Ali en de kaarten voor de terugreis staan op het vliegveld voor ons klaar.

De rest van de dag is het luieren. De boot vaart terug naar Luxor met stops in Kom Ombo en Edfu. We drinken wat koffie, werken foto’s bij en rusten uit.

Dinsdag 7 november.

We worden wakker in Edfu. Binnen de kortste keren varen we echter weer. Vandaag krijgen we een rondleiding over en door de boot. Ook als je hem nauwkeurig bekijkt onder begeleiding van een gids blijkt het nog steeds een boot. Maar ach, het houdt je van het zonnedek. Nelleke constateert in de kombuis dat de kok wel Thomas zal heten. Haar wordt onmiddellijk verteld dat de keuken volledig gecertificeerd is en dat er niet wordt gekookt door Thomas Cook. Het zijn lieve mensen, maar niet altijd even snel van begrip :-).

1 Ook is dit het moment om Nelleke’s cartouche ketting op te halen, met aan de ene kant haar naam en aan de andere kant de mijne in hiëroglyfen [14] . Hassan verschijnt uit het niets om te assisteren. Dat scheelt zo’n 20% en dat is weer mooi meegenomen.

Aan het eind van de middag is er een vertoning van de video-opnamen van de afgelopen week. We lopen er bij weg. Wat een amateuristisch geknoei. Zo veel mogelijk digitale effecten worden gecombineerd met oude opnamen en slechte belichting, cameravoering en geluid. Kortom: goed voor de nacht van de wansmaak, maar verder niet.

’s Avonds is er een voorstelling met een Dervish en een buikdanseres.

De dervish blijk geen dervish maar een Egyptenaar in een gekleurde jurk die rondjes danst. Hij doet dat echter zeer bekwaam, met een prima begeleiding. Het is een prima act.

Ook de buikdansers blijkt geen buikdanseres, maar een danseres met buik. Ze straalt niets uit en krijgt zelfs de Engelse-Poolse meiden die altijd direct vooraan staan te springen niet op gang. Na een kwartiertje gaat ze af via de zijdeur, waar gelukkig voor haar wel de loopplank zit.

Wij gaan dan naar bed waar we aan het plafond een aap, gemaakt van handdoeken vinden. Het zoveelste beest dat is gevormd door roomservice. Naarmate we enthousiaster zijn, worden de dieren mooier en groter. Wij houden er wel van.

Woensdag 8 november.

Om vier uur gaat de telefoon.

Op dit punt is het goed om nog eens te benadrukken dat we met een groepsreis mee zijn.

Dat is nieuw voor ons. Tijdens groepsreizen wordt alles voor je geregeld. Je plek aan tafel, de excursie, de plek waar je moet gaan staan tijdens de excursie, de richting waar je heen moet kijken tijdens de excursie en ook waneer je vrij hebt.

Voor die momenten wordt er een excursie aangeboden. Wij hebben ja gezegd tegen 4 extra excursies. Vandaag doen we er nog twee.

En dus gaat om vier uur de telefoon. Ik mompel een soort van goede morgen en flikker de hoorn er weer op. Vandaag gaan we beginnen met een luchtballon. Met een luchtballon, met een luchtballon!!

1 Om 2 seconden over vier zijn we klaar wakker (zie vorige zin). We douchen en kleden ons aan. Om tien over vier gaat de telefoon opnieuw. Tijdens een groepsreis is alles geregeld, dus men controleert of je je niet nog eens omdraait en doorslaapt.

Boven bij de balie staat Caroline van Heemst, onze fenomenale Neckervrouw, al op ons te wachten. Gewapend met een ontbijtpakket frommelt ze ons in een busje dat ons, met een stel Duitsers, naar de Nijl brengt. Daar worden we met een motorbootje naar de overkant gevaren. Onderweg krijgen we thee. Nelleke begint er nog eens over dat we alle twee hoogtevrees hebben. Mijn opmerking dat de ontbijtpakketten ook als kotszak gebruikt kunnen worden wordt nadrukkelijk niet gewaardeerd. Vanaf de andere oever voert het busje ons verder de Thebe vallei in naar een weggetje naast de ruïne van Seti II (heel erg BC). Eén ballon is al opgeblazen, met die van ons zijn ze net aan het werk. Eerst met een enorme blower veel lucht er in, en daarna de gasvlam er achteraan.

Vervolgens worden we met 20 man (m/v) in het bakje gefrommeld. Daarnaast is er pilot & co.

De man legt uit hoe het werkt. Bij landing, hengsels grijpen en tegenovergesteld aan de vliegrichting hurken. Daarna volgt een van de 3 typen landing: Amerikaans (stuiteren), Engels (sleuren), of Egyptisch (netjes neerzetten).

Daarna kan het gebeuren. Om onze angstkreten te maskeren wordt er door een groep Egyptenaren gezongen en op trommels geroffeld.

In werkelijkheid vinden we het prachtig en Insh Allah donderen we niet naar beneden. Dat gebeurt ook niet. Met tien andere ballonnen (waarvan zeven van de concurrenten) zweven we boven het dal. We komen niet erg ver, maar wel > 500 meter hoog. Plichtmatig fotograferen we de zonsopkomst, want daarmee wordt het verkocht. Met veel meer plezier wordt ook de rest vastgelegd, dus we hebben nu een blijvend beeld van Luxor vanuit de lucht.

Na zo’n drie kwartier maken we een Egyptische landing naast een paar suikerrietvelden. Het laatste wat we vanuit de lucht hebben gezien was een gezin dat aan het ontbijten was.

Op de grond worden we opgewacht door de grondcrew en verse toeristen. Om te voorkomen dat we een tweede vlucht maken worden we per vijf personen omgewisseld met de verse passagiers. Eenmaal op de grond moeten we de kinderen, die om een baksjisj schooien voor uitsluitend het in de weg lopen, bijna wegschoppen. Eén heeft voor de zekerheid een ezeltje meegenomen, waarop hij zielig kijkt. Bovendien heeft hij de landingsbaan uitstekend berekend, dus het is bijna onmogelijk te landen zonder hem vast te leggen. Een Engelse vrouw vindt dat wel een pond waard, waarbij haar niet duidelijk is dat er een koersverschil bestaat tussen £ en EL. Daarna moet zelfs de grondcrew er aan te pas komen om ons te ontzetten.

De terugkeer op de grond is natuurlijk een moment van intense vreugde. Dat wordt dan ook gevierd met een rondedans met ritmische begeleiding en het aanroepen van Viking, de maatschappij die ons heeft gevlogen. Ik hanteer de camera of het werk is, dus ik ontsnap. Nelleke is gelukkig de klos en mag de zevensprong mee doen. We kunnen nu echte zegen: “Been there, done that, got the T!”, want we krijgen nog een certificaat en een oerlelijk T-shirt.

Nadat de baksjisj zijn uitgewisseld, deze keer voor werkelijk bewezen diensten, gaan we met de bus terug naar de boot. In de vroege ochtend is een brug aangelegd, zodat we nu gewoon rijdend kunnen.

1

1 Aan boord gooien we nog een koffie naar binnen waarna we vertrekken richting Karnak, het grootste tempelcomplex van Luxor. Voor de tempel staat een rij beelden met rammenkoppen. Binnen zijn onder meer het grote Ramses beeld, beelden van de sfinx, Tut-anch-Amon & Nefertiti. En er zijn obelisken. Hier zijn de gidsen onduidelijk over. Volgens Hassan heeft de hele wereld de obelisken gestolen, en zijn met name de Fransen Ali Baba’s. Yasser, onze gids uit Caïro, legt uit dat de alom geëerde Mohammed Ali (een tot Egyptisch leider gepromoveerde Albaniër) Frankrijk de obelisk cadeau heeft gedaan. De wikipedia heeft ongetwijfeld het juiste antwoord.

Met zijn fenomenale kennis van hiëroglyfen weet Hassan weer een aantal mooie verhalen van de muren te halen. Hij weet historische gegevens te combineren met theologische ontwikkeling, waarbij het geheel met humor wordt gebracht. Zijn opmerking dat de naam Amon, de Egyptische oppergod, zich heeft ontwikkeld tot amen lijkt hout te snijden.

We krijgen zomaar wat tijd om te fotograferen, en dan is het tijd voor de vrouwentempel. Althans, daar heeft onze goede gids het over. Hij sleept ons mee naar een volgend verkoop punt: een parfumerie fabriek. De uitvinding van het spul staat zeker op naam van de Egyptenaren. Met name Hatshepsut heeft hier een belangrijke rol in gespeeld. Later kon de firma Fragonard daar nog volop van profiteren.

Bij de ingang zit een glasblazer parfumkannetjes te blazen. Het is spectaculair, vooral als hij een glasbel laat ontploffen. Erg gezond ziet het er echter niet uit.

Gewapend met veel geurifenalia verlaat het gezelschap het pand, na een kopje Hibiscus thee gedronken te hebben.

Dan haasten we ons naar de Luxor tempel. Voor de deur staan 2 grote beelden van Ramses II. Deze tempel is vooral indrukwekkend door zijn enorme zuilengalerijen (iets waar de tempels toch al geen klagen over hebben), en de enorme sfinxenlaan voor de deur. In deze tempel heeft Ramses II in diepe hiërogliefen zijn naam overal op laten aanbrengen. Deze techniek zorgde er voor dat de naam niet meer vervangen kon worden door die van zijn opvolger zonder de pilaren min of meer om te hakken.

1 1 Hierna keren we terug naar de boot. Hassan benadrukt voor de laatste maal dat Egypte een vriendelijk land is zonder terroristen. We moeten dus vooral terugkomen en iedereen meenemen. Hij is niet alleen een goede gids, maar ook een uitstekend ambassadeur voor zijn land. Hierna nemen we afscheid, maar pas nadat we zijn e-mail adres en een Egyptische mok hebben gekregen.

’s Middags doen we, naast het pakken, weinig. ’s Avonds gaan we terug naar de Karnak tempel om de geluid & lichtshow bij te wonen. Ik vind de sfeer lijken op die van LotR [15] , maar Nelleke is het niet met me eens. Blijft dat het een mooi spektakel is.

Na de voorstelling keren we terug naar de hut, waar de handdoeken als teken van afscheid in een hart zijn gevouwen. Voor het laatst vallen we in slaap in de dieseldampen, maar niet voordat ik 1044 foto’s heb uitgezocht. Wie nog een godenplaatje voor een historisch werkstuk over Egypte nodig heeft kan zich bij me melden. We hebben ze allemaal.

Donderdag 9 november.

We staan voor de laatste keer op in onze hut. De koffers worden buiten gezet. Caroline komt afscheid nemen en we kunnen naar het vliegveld van Luxor. Deze keer gaat de vlucht naar Caïro. Opnieuw over de Nijldelta en de zandbak. De familie Houtenbos reist met ons verder.

We staan voor de middag op het vliegveld van de hoofdstad. Hier worden we opgevangen door een man die zich voorstel als Mohammed (“Spreek uit Mohammed, niet Moegammet”, voegt hij er aan toe). Hij loodst ons naar een busje dat ons vanaf het vliegveld via Caïro naar Giza brengt.

Op dit punt in het verhaal is het tijd om eens stil te staan bij de Egyptenaren. Allereerst: het zijn net mensen, dus ze komen in soorten en maten. De geïsoleerde Egyptenaar is ongetwijfeld net zo vriendelijk of onvriendelijk als zijn Nederlandse tegenhanger. Maar er zijn wat algemene dingen die opvallen. Het eerste is dat het moslims zijn. Niet heel bijzonder, maar vijf keer per dag wordt er luidruchtig opgeroepen tot gebed. Daarbij onderscheiden Egyptenaren zich weer van de Turken. Waar het in Istanbul maar niet lukt om de minaret-brullers synchroon te krijgen gaat het in Egypte keurig gelijktijdig.

Een volgend verschijnsel is de al genoemde baksjisj. Ze doen de meest bezopen dingen om gebaksjisjd te worden. Zo wilde ik op het vliegveld in Luxor zelf mijn koffer dragen. Een kruier zag dat en griste beide koffers à 20 kg voor mijn neus weg voor de baksjisj. Ok, meer dan 100 m zal hij er niet mee gelopen hebben, maar met 40 kg blijft het een prestatie.

1 Zo heeft Nelleke een doek voor om haar hoofd gekocht. Die kan je op verschillende manieren knopen. Dus doen de Egyptenaren hun stinkende best om de doek in handen te krijgen om hem voor een baksjisj “goed Arabisch” voor je te knopen. En die manier is altijd anders, als de een net klaar is wil de ander het al weer overdoen.J

De soennitische islam is volgens mij een tamelijk optimistische godsdienst, maar, of het nu ligt aan de falende baksjisj-economie of aan iets anders, de gemiddelde Egyptenaar lijkt tamelijk levensmoe.

Als eerste blijkt dit uit het rookgedrag. Ze roken vrijwel allemaal, al dan niet uit een waterpijp. Dat doen ze in restaurants, openbare gelegenheden en op iedere andere plek waar dat maar mogelijk is. En iedereen moet meedoen. Als toerist wordt je overal overvallen door lieden die “voor weinig” sloffen sigaretten proberen te slijten.

Vervolgens woont een belangrijk deel van de bevolking in Groot Caïro, wat een sterk vervuilde stad is.

En als ultiem bewijs voor het levensmoe zijn neemt men deel aan het verkeer. En zo kom ik weer terug bij onze busreis naar het hotel.

Een eerste blik op het Egyptische wagenpark doet vermoeden dat “de blikschade” als standaard accessoire wordt meegeleverd. Hoe kan het anders komen dat zo’n 80% van de auto’s hiermee uitgerust is.

De werkelijkheid is anders. Ik heb onder meer in Jeruzalem, Rome en LA gereden, maar hier krijgen ze me niet achter het stuur. Allereerst zijn er teveel auto’s. De vraag is hoe je die kwijt raakt. Men denkt dat het vijf breed rijden op een 3 baansweg een oplossing is. Misschien is dat zo.

Maar dan moet je niet:

  • Spookrijden
  • Met een ezelwagen de autoweg op.
  • Stoppen in de linkerbaan om mensen te laten in- of uitstappen.
  • Niet voorsorteren als je in de linkerbaan zit en rechtsaf moet.
  • In de linkerbaan je band verwisselen.
  • Oversteken op de autoweg.
  • Rijden zonder licht in het donker.
  • Een gesprek beginnen op een kruising
  • Spookrijden met je ezelwagen.

Er is vast nog veel meer, hier staan alleen de dingen die we meermalen hebben gezien. Als je dan aan deze situatie veel agenten toevoegt die nadrukkelijk niets doen, en je met zijn allen hard gaat toeteren, dan is de puinhoop compleet. Totale anarchie, waarbij diepe bewondering voor de 20% onbeschadigde auto’s meer dan op zijn plaats is. Van de stress zou je bijna gaan roken.

Gedurende meer dan een uur slaan we het hier beschrevene gade, terwijl het busje ons naar het Novotel in 6 Oktoberstad brengt. Daarbij zien we in de verte wat 1 driehoeken staan die ons erg bekend voorkomen.

Ondertussen probeert Mohammed-zonder-G extra excursies te verkopen. Na wat nadenken gaan we voor de avondtrip Caïro-zonder-diner. Maar eerst het hotel in 6 Oktoberstad.

6 Oktoberstad is een nieuw deel van Giza dat uit de grond wordt gestampt. Het is genoemd naar de oorlog waarin de Sinaï werd terugveroverd op Israël.

De ontvangst in het Novotel gaat gepaard met het gebruikelijke welkomstdrankje. Het is weer eens hibiscusthee, de uiterst smakelijke nationale drank. De hoeveelheid suiker kan je variëren. Om ons extra welkom te heten heeft ieder personeelslid er hier een schepje suiker in gedaan. Het is een groot hotel.

Onze kamer is een puinhoop. De vorige bewoner had diaree, natte handdoeken liggen overal, het bed is onopgemaakt. Een klacht bij de lobby levert op dat we over een minuut of 20 maar eens terug moeten komen. De toon is gezet.

We eten ons lunchpakket op het terras dicht bij het zwembad terwijl onze kamer wordt gekuist. De koffie is acceptabel en zo lijkt het nog goed te komen. Bij terugkeer blijkt alleen de lege wijnfles nog door de kamer te slingeren. Housekeeping lijkt toch wat beschaamd als ik die nog even nabreng.

Dat later ook de bureaustoel nog uit elkaar pleurt, we een dag te vroeg worden afgesloten, je geweld moet plegen om ’s ochtends koffie te krijgen en het warme eten lauw is maakt dat dit hotel zomaar niet goed scoort.

We wandelen wat rond. Er is een universiteit, een mooie moskee en een winkelketen met McD. Bij de laatste verkopen ze volgens mij de koftaburger, maar denkend aan Oscar proberen we dat niet uit.

Mijn algemene conclusie is dat 6 oktoberstad net zo enerverend is als Almere [16] voor het leuk werd. Ook het dierenleven in de woestijn is niet zoals Freek de Jonge het ooit met de Frits heeft bezongen. We zien alleen mieren. Nu mogen die er beslist zijn. Volgens Nelleke kan je er zelfs ezeltje op rijden.

Om vijf uur worden we in het hotel opgewacht door Sherif [17] , die ons meeneemt naar Caïro.

Dat klinkt eenvoudiger dan het in praktijk is. Deze avond begint het Egyptisch weekend.

1 Iedereen is, volgens Sherif, op weg naar iemand anders. Het is nu zo druk dat iedereen voor alle zekerheid toetert. Bovendien bestaan er geen regels voor verlichting, dus er rijden veel auto’s met, al-dan-niet knipperende, blauwe lampen. Het openbaar vervoer neemt ook grootse vormen aan. Naast en trein en de metro rijden er 2 soorten taxi’s en minibussen. De laatste heeft de omvang van een VW-busje, maar er kunnen net zo veel mensen in als in een Nederlandse lijnbus. Nou ja kunnen, meer gaan. Er zijn geen bussenhaltes, maar als gezegd je kan overal gewoon stoppen L.

Na een uur met gevaar voor eigen en andermans lak komen we in het echte Caïro aan de Nijl. Als speciale verrassing beginnen we met drie kwartier varen in een feluka. Om een aantal redenen is het toch wel speciaal. Allereerst is het donker. Varen langs de oevers van de verlichte stad is leuk. Dan zitten we maar met zijn tweeën en dat heeft ook wat. Tot slot is de schipper alleen. Hij is net zo oud als de vorige feluka bemanning samen en heeft dan nog dubbel zoveel ervaring. Met veel vakmanschap manoeuvreert hij over de rivier. Verder maakt het weinig uit of je hier vaart of op de Maas ter hoogte van de kop van zuid. Brede rivier, moskee, moderne hotels en 1 kantoren: het is precies hetzelfde.

Na de tocht beginnen we aan een stadwandeling door een oud en arm deel van de stad. Winkels die tenminste 16 uur per dag open zijn, werkplaatsjes en het verkeer. Dat laatste beperkt zich hier tot een enkele auto en veel motoren, paarden en ezels. De armoede is groot. De waterpijpverkopers doen het dan ook goed, want dat is zo ongeveer de enige “zonde” die deze moslims zich toestaan. En veel sex natuurlijk, want ook hier is de viagra op iedere straathoek in gezinsverpakking te kopen.

Ik vraag Sherif waarom iedereen op straat loopt in plaats van op de stoep. Op de stoep lopen blijkt niet vriendelijk. Daar kunnen de winkeltjes en werkplaatsen zo nodig hun waar uitstallen. Zo zien we een koperslager, kuiper, zadelmaker en een producent van slagershakblokken. Voor dat laatste neem je een stevige schijf boom, en daar zet je pootjes onder.

Langzaam komen we terecht bij de bazaar voor het volk. We bereiken deze door een oude stadspoort uit de 11e eeuw. Verkeer is hier niet meer mogelijk. Alles gaat te voet. Er is een eindeloze uitstalling van kleding, waterpijpen, potten en pannen en alles wat je verder in de modale Xenos aantreft. Boven de winkels, in de woongedeelten, zitten geen ramen, maar Arabisch houtsnijwerk om het gat in de muur af te dekken. Het is allemaal even oud, maar ziet er geweldig uit.

Na een uurtje komen we terug bij het busje. We stappen nog even uit bij het graf van Anwar Sadat, die is bijgezet op de plek waar hij is vermoord. Op die plaats is ook een moderne piramide neergezet. Het verkeer is ondertussen iets gekalmeerd, dus na deze stop brengt Sherif ons naar het hotel terug. Wij blijven achter met een devote bewondering voor onze chauffeur.

Vrijdag 10 november.

De volgende worden we, met de Houtenbossen, opgepikt door Yasser. Net als Mohammed zonder G, is hij Yasser zonder Arafat.

In tegenstelling tot wat Neckermann ons - en nog wel voor €50,-- pp extra - heeft beloofd, spreekt Yasser geen Nederlands.

1 Yasser is een droogkloot. De feiten heeft hij goed op een rijtje, maar verder dan die plichtmatig opdreunen komt hij niet. Ook stoort hij zich zichtbaar aan het feit dat ik niet op het juiste moment op de juiste plaats in de correcte houding sta om naar hem te luisteren. En ik heb geen zin om uit te leggen dat het mijn vakantie is, en niet de zijne.

Neemt niet weg dat we na een stukje rijden bij de driehoeken van de dag staan. Het zijn werkelijk de piramiden. Ik fotografeer ze met Knorf, Nelleke en Japanners. De laatsten deze keer op verzoek, en met hun toestel.

Zonder meer de beste foto van de piramiden is die met roze varken, je kan niet alles hebben.

We rijden om alle drie de piramiden heen. We krijgen alle maten. De hoogste, die van Cheops, is 144 m, maar lijkt kleiner dan die er naast (Chefren) omdat-ie lager ligt.

We besluiten niet bij te betalen om in een piramide te kruipen. Later geven de Houtenbossen ons gelijk; het was niet de moeite.

Persoonlijk ben ik niet heel erg onder de indruk van het geheel. Waarschijnlijk heb ik al te veel foto’s van die dingen gezien tijdens mijn leven.

Het is wel leuk dat het zo dicht op de stad ligt, veel dichter dan we [18] ons hadden voorgesteld. Ook leuk is de bewaking. Zoals altijd in overvloed, maar nu met agenten te dromedaris.

Ook de dromedarisverhuurbedrijven en de souvenirshit organisaties zijn goed vertegenwoordigd. Als altijd moet je bijna geweld gebruiken om ze kwijt te raken.

Onze laatste stop bij het complex is de sfinx. Nu hebben we natuurlijk de sfinxen in Luxor gezien, maar deze maakt zijn naam helemaal waar. Het ding is enorm groot. Ook de tempel er omheen is opmerkelijk. Yasser legt uit dat het gebouw door de wijze waarop de blokken zijn neergelegd aardbeving proef is. Ook is het zo gebouwd dat je alleen in een bepaalde volgorde de stenen kan verwijderen. Even het ding verplaatsen, zoals in Aswan is gebeurd, zit er dan ook niet in.

Na de piramide rijden we naar Mir-Rahina. Zelfs de Egyptenaren weten niet goed raad met die naam. Hij is voortgekomen uit het gevoel alles te arabiseren. In feite hebben we het gewoon over Memphis [19] .

1 Hier hebben ze een aantal beelden, waaronder de albasten sfinx en de liggende Ramses.

Leuk, vooral omdat een oude Egyptenaar niet uitgelachen raakt als Knorf op de foto wil met de albasten Sfinx.

Indrukwekkender dan Memphis is eigenlijk het kanaal er naartoe. Nooit hebben we zoveel vervuiling bij elkaar gezien, wat na de Dominicaanse Republiek iets zegt.

Los van de vuilnishopen die doorlopen het water in, tellen we drie drijvende paardenkadavers.

Daarnaast wordt er veel gevist in het water. Ook doet men er de was. Het waarom van injecties voor dit gebied wordt ineens heel duidelijk.

De lunch na het bezoek is goed en overvloedig. We zijn klaar voor de middagetappe.

Die bestaat uit een bezoek aan Saqqara, met een oudere piramide dan die van Giza (Djoser). Vanaf het terrein zijn de Giza piramiden te zien (de lucht is helder) en nog zes andere piramiden. Een ervan ziet er wat raar uit. Men is onder de verkeerde hoek begonnen (> 60o), waardoor hij te hoog werd. Halverwege zijn ze de hoek omgegaan. Nu zit er dus een knik in het gevaarte. Bij de piramide van Saqqara is een groot voorplein. Dit werd eens in de 30 jaar gebruikt om aan te tonen dat de Farao nog fit genoeg was om te regeren. Hij moest dan achter twee ossen aanhollen en ze slachten. Eén voor boven Egypte, één voor beneden Egypte. Nu is dertig jaar een behoorlijke tijd. Dus sommige farao’s deden het vaker bij wijze van volksvermaak.

Verder moeten we constateren dat het toeristisch gehalte van Saqqara laag is. We meten dit al jaren af aan het percentage sake drinkende vrienden. De teller blijft op nul steken.

Bij de terugkeer bij de bus worden er in een tent prijzen uitgereikt. Het blijkt voor de lokale hardloopwedstrijd, de 100 km Pharaonic race. Dus niet op kamelen, ezels of te paard, maar gewoon 2,5 marathon in de brandende zon.

In de bus vraagt Yasser of we nog een authentieke weverij willen zien. Nu, dat willen we wel. Ons ”ja & yes” blijkt niet het sociaal wenselijke antwoord. In rechte lijn rijdt hij terug naar het hotel. Ik ben blij dat de baksjisj is afgekocht, dan hoeven we daar ook niet meer over na te denken.

Een middagje rust is ook nooit weg. Op het achterterrein van het hotel is een enorme bruiloft gaande. Het zwembad is gelukkig open, en zo zwem ik met veel plezier langs het feestgedruis.

 ’s Avonds is er een diner op een cruiseschip..

1 Zaten we niet meer op te wachten, maar het is in de prijs inbegrepen. En voor een goed Nederlander is dat bijna 1 gelijk aan gratis. Dus staan we om zes uur weer klaar om andermaal naar Caïro vervoerd te worden.

Aanvankelijk zitten we er wat ongemakkelijk bij. Wat moeten we nu twee uur met een diner met relatieve vreemden? En als we nu niet recent op een boot hadden gezeten…

Toch heeft de trip een hoog toeristisch gehalte. Naast de sakedrinkende vrienden, die met busladingen zijn gekomen, zijn er ook Chinezen en Angolezen.

De attractie blijkt niet onmiddellijk het eten of de rondvaart te zijn. De truc zit in de show. Weer een Dervish, een bandje en een buikdanseres, maar nu van niveau. De band speelt de sterren van de hemel en de Dervish draait volgens mij nu nog rondjes. De buikdanseres doet me sterk aan Anneke Grönloh denken. Maar het is een vakvrouw. Dan zijn er nog twee zangeressen die wat international middle of the road brengen. Een Angolese besluit daar wat bij te dansen en zo krijgen we onverwacht een extra show. Voor we het goed in de gaten hebben zitten we alweer in de bus terug. Het was een leuke avond.

Zaterdag 11 november

1 We beginnen de dag met het pakken van de koffers. Die worden in het busje geladen, want aan het eind van de dag stappen we over in een bus naar Safaga.

Eerst is het nog een dag hoofdstad. Als eerste gaan we naar het groot niet te vermijden Egyptisch Museum. Niet alleen onze gele vrienden uit het land van de rijzende zon zijn massaal gekomen, ze hebben iedereen meegenomen.

Ik wordt door de bewaking direct ingerekend. Inderdaad, ik heb mijn zakmes weer bij me. En stel je voor dat ik het granieten beeld van Ramses zou bewerken.

Even later staan we dan toch binnen. Natuurlijk had ik het dodenmasker van Tut-anch-Amon nooit willen missen. Maar happy ben ik niet in het museum. Er zijn gewoon te veel mensen.

Verder zou men de hele handel aan moeten passen aan dit millennium, Of ten minste aan de eerste helft van de vorige eeuw. Het is gewoon een oude meuk. Nelleke wil graag de mummies van de farao’s zien. Dus we zien we weer een Ramses, maar deze keer “the formerly real thing”.

Na het museum is het tijd voor de citadel en de Mohammed Ali Moskee. Mooie wandeling, mooie moskee en zeker ook mooi uitzicht over de stad.

Dan rijden we verder en passeren de “City of the Dead”. Dit is het grootste kerkhof van de stad. Er staan nogal wat grote grafmonumenten. En daar kan je weer prima  in wonen met een middelgroot gezin. Inmiddels telt het kerkhof ca. een miljoen (levende) bewoners.

1 1 De bus brengt ons naar een restaurant. Na de lunch is het tijd voor de Bazaar. We hebben bijna twee uur de tijd om rond te kijken. Dat doen we uitgebreid en om drie uur staan we weer naast onze gids. Die vertelt dat het even uitloopt. We hebben nog een half uur. Na een half uur is hij weg. De Houtenbossen zijn er wel. De gids had geen tijd meer en heeft ons overgedaan aan een volgende. We hebben weer een half uur. Dan vertelt de tweede gids dat hij weg moet, maar er komt een nieuwe gids. Die verschijnt inderdaad, maar vertelt wel dat hij een groep bij zich heeft die een uurtje de bazaar op wil.

Kortom, Yasser heeft er een zooitje van gemaakt en ons laten barsten. Snel langs de attracties en een middagje vrij.

We fotografen nog wat, ik neem een Turkse koffie en Nelleke koopt drie shawls. Dat is een portie vrijworstelen over de prijs, maar we hebben fun. Uiteindelijk praten we bijna tweederde van de prijs af.
We verzamelen opnieuw voor de grote moskee op een plein met veel terrasjes. De laatste gids heeft inmiddels een brul-Egyptenaar ingehuurd. Die krijst permanent “Niekelmah” in een poging de troepen te verzamelen. We proberen hem, met een aantal anderen “Neckermann” te leren. Daar tuint hij echter niet in. Zo mogelijk nog harder gaat hij over op een dubbelkreet: “Niekelmah, Niekelmaaah”.

Om vijf uur wordt alles in een grote bus gefrommeld en gaan we op weg naar Hurghada en Safaga. We hebben niet gegeten. Bij aankomst staat er voor ons een late dinner is ons meermalen verzekerd. Bovendien is er na drie uur een 1 stop, waar altijd nog wat eten en drinken kan worden gekocht.

De bus is in feite bedoeld voor een dagtocht Caïro vanuit Hurgadha [20] , en wij schuiven aan.

De gids begint te vertellen dat we op de terugweg niet in konvooi rijden.

Egypte is namelijk enorm bang voor meer terroristische aanslagen, dus meestal rijdt men in konvooi. Waarom dat nu niet gebeurt is niet helder; de gids houdt het er op dat terroristen luie mensen zijn en dat ze vroeg naar bed gaan.

Voor zover mogelijk scheurt de chauffeur nu door. Het is niet druk. Naast de al beschreven “merkwaardigheden” van het verkeer hebben ze ook nog hun politiecontroles en snelheidsbeperkingen. De laatste bestaan uit verkeersdrempels die hoog genoeg zijn om de assen te breken, dus daar zijn ze wel voorzichtig mee.

De chauffeur is zo blij met het ontbreken van het konvooi, dat hij de stop overslaat. En zo komen we rond een uur of elf in Hurgada. Daar is het overladen in een bus met Russen en Duitsers. Ik heb een persoonlijk vooroordeel tegen Russische toeristen. Ze drinken niet, ze zuipen & zijn tamelijk asociaal. Na een aantal rondjes whisky is er een zo lam dat hij er op staat iedere vrouw in het gezelschap een handkus te geven. Nelleke had zich haar eerste handkus anders voorgesteld. Om half één komen we in uiteindelijk in Hotel Shamski in Safagrad. Maaltijd: ho maar, welkomsdrankje: forget it en ook Neckermann nergens in zicht.

We worden onvriendelijk naar een kamer verscheept, waar we in slaap storten. Al is het maar voor even. Om half twee klopt er een zult op de deur om ons een fles water te brengen..

Zondag 12 november.

We zijn toch weer vroeg wakker en ontbijten eerst maar eens voor we het resort verkennen. Na het ontbijt loop ik al snel het duikcentrum binnen. Als ik binnen en kwartier weg kan zijn, kan ik mee.

Ze weten dat ik een mailtje heb gestuurd, dus alles komt goed. We gaan naar het Panoramarif, wat een van de zwaardere stekken blijkt te zijn. Waheed, de gids, geeft me een uitgebreide briefing en koppelt me aan Daniëlle, een Nederlandse. Ik ben moe, dus duik als een zoutje. Het is echter goed genoeg om Daniëlle te overtuigen. Zij zit hier al zes jaar en komt per december in dienst van dit centrum. Ze doet alleen de komende week twee dagen een groep Nederlanders. Nou, over die groep kan ik verhalen vertellen.

Maandag 13 november

1 We varen opnieuw uit, nu onder leiding van Nasser. Nelleke blijft ziek achter. Ze gaat de pillen, die we op aanraden van Hassan hebben gekocht, uitproberen.

Over het duiken valt weinig te melden. Nasser is ingeseind dat er een Nederlandse instructeur rondloopt, dus die hoor ik verder niet meer. Ik eindig tussen een groep Duitsers. Aardige lui, maar er blijven verschillen. Na de duik moet je bijvoorbeeld duikduur en diepte opgeven.

Dan roep je iets dat in de buurt komt. Duitsers niet. Het is voorschrift om dit te doen. Dus krijg een echtpaar gloeiende kift over de vraag of ze nu 17 of 18 meter diep zijn geweest…

Ik duik met Rolf, een oudere Duitser die heel blij is als ik het kompaszwemmen blijk te beheersen. Hij vraagt naar mijn brevet. Na het antwoord verdwijnt hij onmiddellijk naar het onderdek. Hij moet even naar lucht happen voor hij met het overschot aan brevetten kan omgaan. Hij komt terug met de vraag of ik dan misschien al duizend duiken heb. Inmiddels heeft hij het weer volkomen op een rijtje en accepteert het bijna dubbele aantal blijmoedig. De rest van de reis blijven we aan de praat [21] en ook de rest van de week wisselen wat ervaringen uit.

Aan boord kan je ook lunchen. In het kader van ons dieet kaap ik wat broodjes mee uit de ontbijtzaal. Dat blijkt een goede oplossing. Je kan ook om een lunchpakket vragen.

Een der Duitsers heeft dat gedaan hij opent als eerste een bak koude patat. Daarna wordt er een bak koude rode saus opengerukt. Deze week dus geen lunchpakketten, besluit ik ter plekke.

Dinsdag 14 november.

Gagnan is gisteren met 21 personen aangekomen. Ze waren te verreisd om veel te praten. Op mijn voorzet staat de hele groep om 08.15 klaar om te beginnen.

Nelleke voelt zich iets beter en deelt de administratieformulieren uit. Ze blijft wel zelf op de kant.

Binnen een half uur staan we echter op de boot, gewapend met lood en flessen. Het analyseren van de Nitrox en het vinden van de juiste adaptor voor je fles is iets waar we in moeten komen, maar het went snel. Daniëlle is een goede 1 gids en het loopt soepel.

Ik duik met Marien, en de 1e dag ook met Danïelle. Ik lig als eerste te water, maar mijn buddies laten op zich wachten. Terwijl iedereen vertrekt hoor ik lawaai op de boot naast me. Er zijn dolfijnen gezien. Denkend aan mijn luchtverbruik van de dag er voor ga ik op de snorkel achter de dieren aan. Dat blijkt een gouden greep. Ik ben veel interessanter dan de duikers. Ze komen een paar keer langs en ik krijg uitgebreid de kans ze te fotograferen.

Voor alle zekerheid organiseer ik ’s avonds een derde duik op het huisrif. Het wordt hier vroeg donker. Om half zes kan je al het water in om aan je nachtduik te beginnen.

Woensdag 15 november

Nelleke gaat vandaag mee aan boord van de New Shams en dat is natuurlijk altijd gezelliger. Er staat nogal wat deining en een echt feestje is de tocht niet. Ingrid is net zwanger en voert de vissen voordat we bij het panoramarif zijn.

Helen en Nelleke snorkelen uitgebreid. Ik haak aan na mijn duik. Een extra rondje vis is nooit weg.

Ik zie onderwater nu eenmaal veel, vaak meer dan de anderen. Dus heb ik ooit maar eens gezegd dat ik geen zoutwater schildpad heb gezien onder water. Dat begint zich nu tegen me te keren. Iedereen komt langs met zijn/haar schildpadverhalen. :-) 

Donderdag 16 november.

De duiken rijgen zich aaneen. Vandaag zijn het er drie, inclusief een nachtduik op het huisrif. Nelleke blijft thuis.

1  

Vrijdag 17 november

Vandaag is ma jarig. We beginnen met ontbijt. Meestal eten we dat met Karel Jan en Jan. De rest is vaak iets later. Daarna bellen we naar Nederland. Met ma gaat alles goed, dus dat is prima.

Dat kan eigenlijk niet van het resort gezegd worden. Allereerst moet je een strategie ontwikkelen om de Russen te omzeilen. Die houden van bananen en tomaten. Andere voedselkeuzes zijn dan het meest voor de hand liggend. Ook staan ze in vaste rijen. Die zijn met wat fantasie ook te vermijden. Dat betekent een iets aangepast dieet, maar er is genoeg, hoewel van dubieuze temperatuur en kwaliteit.

Daarnaast zijn ook de obers een stoorfactor. Die denderen overal doorheen. Niet erg als zij een vol dienblad hebben en jij alleen maar binnen komt. Zeer storend als jij met drank loopt en zij met lege handen. Ik overleg met Karel Jan. Psychologie van de koude grond lijkt het handigst. Volgende keer gewoon doorlopen en de chickenrun uitvoeren. Dat gaat een keer fout, waarbij een deel van het glas over de vloer gaat. Een Oudhollandse “godver” en een blik van “raad eens wie dit gaat opruimen” is voldoende. Ik hoef en ga niet meer opzij.

Ook de balie is waardeloos. Ze zijn volledig bereid om je, bij vragen, in zeven talen geen antwoord te geven. Iets vergelijkbaars geldt voor de zeep en shampoo. Die wordt niet aangevuld, tenzij je er nadrukkelijk om vraagt. Dan verlangen ze een baksjisj voor diensten die allang uitgevoerd hadden moeten worden. Zit er dus ook niet in.

1 De enige die hun werk uitstekend doen (en dus gebaksjisjed worden) zijn de mannen van de roomservice.

Dan zijn er de waterdragers, en die slaan door. Hun dwangmatige handeling om twee flessen water per dag neer te zetten leidt er toe dat we op het laatst 12 liter water over hebben. Na ons vertrek komt het vast wel op.

En dan is er nog de spuiter. En daarmee bedoel ik niet de resort junk. De spuiter is een man die met een grote verdelgingsinstallatie op zijn rug het terrein bespuit om de insecten op afstand te houden. Deze eikel is zo afgestompt dat hij Nelleke gewoon de volle laag geeft.

Nu zijn Egyptenaren goed in het papegaaien. Van iedere taal pikken ze wel iets op. Als je uit Nederland komt kan je rekenen op “kaiken kaiken, niet kopen en allumachtig prachtig”.

Oscar heeft een paar jaar geleden geprobeerd hier “bokkelul” aan toe te voegen. Rond Dahab was dat even heel populair. We proberen het ook hier uit, maar de ontwikkelingen zijn toch minder snel gegaan als gedacht.

Dus samenvattend: op de video van Barney en Wilma van Albatrosreizen liet een wereldresort zien. De lobby scoort inderdaad hoog, maar verder moet je er geweest zijn om het te geloven. Wat er mooi uitziet is in feite een kille toeristenindustrie met een volstrekt ongemotiveerde staf.

Neemt niet weg dat mijn moeder jarig is, en dat vier je in gepaste vreugde en niet met chagrijn. Wij schepen ons dus in op de New Shams waar Waheed, onze gids, ons naar weer nieuwe stekken loodst. Het zijn er drie. Met name Toby Arba [22] valt goed bij de groep. We duiken er die dag twee keer, waarvan een keer ’s nachts.

De eerste duik wordt, zoals altijd, de afwezige schildpad aangekondigd. Maar alleen de eerste ziet hem, zeggen ze er bij. Dit is een mooie smoes om eens van de boot te duiken. Ik stort me met veel enthousiasme van het zonnedek. Bij het trapje word ik opgewacht door Waheed: “Man you are really crazy”. De rest houdt het op ADHD…

Tijdens de duik vind ik nog een fles met een Duits briefje en een paar foto’s. Waarschijnlijk een afscheidsgroet van kinderen bij het verstrooien van de as van hun ouders. Ik laat het toch maar niet in het koraal zitten.

  1 Zaterdag 18 november

Onze laatste duikdag voert ons naar Abu Kafan op het outer reef. Het waait te hard om er te kunnen snorkelen. Ook staat de stroom anders dan gepland. Toch vind ik het meer dan de moeite waard. ’s Nachts snorkel ik nog rond de kade. Mooie sepia’s en zee-egels, het is de moeite. Een deel van de vereniging stort zich op Uno, een kaartspel. Ik doe niet mee, tijdens mijn middelbare schooltijd heb ik voor twee levens gekaart, het is mooi zo.

We drinken wat op het terras met Karel Jan en de “Bretagne-groep”.

Jaap ontdekt dat er iemand van Neckermann in de lobby zit. We kunnen dus informatie krijgen over onze terugvlucht.

In de lobby zie ik echter niemand. De receptie is blijmoedig zichzelf. “Geen idee wie dat is en of die er is, daar is een tafel met mappen”. Met een “thank you for not helping” vertrek ik.

De mappen bevatten geen info.

Uiteindelijk blijk N Mann achter een tafeltje achter een paar struiken te zitten. Hij is heel behulpzaam, maar weet het ook niet. Als we morgen nog geen info hebben, zal hij er zelf achteraan bellen.

Zondag 19 november

1 We maken met een aantal mensen een laatste duik op het huisrif. Hierna is het afrekenen, waarbij ik van Jeanette van het duikcentrum een extra T-shirt krijg omdat ik zo’n voorbeeld gast wat. En dat is altijd leuk.

De Neckermann map is nog steeds verstoken van informatie. Ik bel maar eens met het reisbureau in Hurgada en dat denkt dat we de volgende ochtend om negen uur worden opgehaald. Vanavond toch N Mann maar een keer aanspreken.

We slenteren ’s middags wat rond het resort, waarbij andermaal de beheersing van het Engels door de Egyptenaren opvalt. Zo is er de aanwijzing ‘reduse speed’ en een bord ‘wellcome’. Deze vallen echter in het niet bij de drie borden binnen honderd meter die op verschillende manieren “jewellery” aankondigen. Kijk, ik ben ook geboren voor de spelfouten, maar om het nu in Neon aan je gevel te spijkeren gaat toch een stap te ver.

’s Middags hangen we rond teatime rond op het terras. Er is ijs, en “Animatie” is actief. Tot nu toe hadden we alleen iemand zien zwemmen (de enige zwembadgebruiker in de hele week), maar nu wordt er een cursus buikdansen gegeven. Leuk voor deelnemers en toeschouwers. Ze krijgen toch nog een klein pluspuntje.

’s Avonds snorkelen Nelleke en ik nog een rondje. Daarna is het tijd om bij N Mann langs te gaan. Hij belt keurig op en bevestigt dat we de volgende dag om negen uur klaar moeten staan.

  1 Maandag 20 november.

De vakantie zit er op. We geven een opgedoken snorkel af bij het duikcentrum (die weer van Jan blijkt te zijn) en een gevonden gereedschapssleutel bij de balie. Zoals ik al dacht kunnen die er niets mee, maar een beetje verwarring veroorzaken bij de sukkels is wel leuk. Even overwegen we om ze ook nog 12 liter water te brengen J.

Jan, Helen, Rick en Karel Jan zijn vroeg op en komen ons uitzwaaien.

We rijden via een aantal resorts naar en door Hurgada. Bij iedere stop staat een palentrekker die de weg voor de bus vrijmaakt. Het zal je vak maar wezen.

Op het vliegveld in Hurgada worden we opgewacht door iemand die doet alsof ze onze hostess is. Nu betekent dat gastvrouw, terwijl ze alleen komt uitzwaaien. We negeren haar verder maar.

Volgens mijn duikcomputer mag ik net vliegen (al 20 minuten).

Er is nog wat gerommel met een zakmes, dat op eigen houtje in een tas was geëindigd. Maar een Belgische duiker wil het wel voor me vervoeren.

In Brussel staat Petra met de auto op ons te wachten. Na een MacD komen we in Tiel.

Ondanks de Flintstones van Aalscholvertours is het een geweldige reis geweest. We hebben Egypte nu wat beter  gezien en een leuke week met Gagnan gehad.

 

1

[1] Boy did that cartoon turn bad J

[2] Egyptisch synoniem voor (graf)rovers

[3] Gelukkig geldt dat ook, en nadrukkelijk, voor het weer. God wat is het lekker warm.

[4] We zitten met Duitsers en Engelsen op de boot, en dat trekt een wissel.

[5] Op enig moment hebben we er 13 tegelijk in zicht.

[6] Geen idee wat het groene boekje hiervan vind. Voor de koets staat maar één paard. Paardekoets lijkt dus het meest logisch, al kent noch de digitale van Dale, noch de Microsoft spellingcheck het woord. De laatste stelt trouwens Paardenkoorts als alternatief voor.

[7] Die van de Engelsen en Duitsers.

[8] Volgens Hassan de Christenen, volgens Ali de Arabieren. En wij maar schelden als de Taliban beelden opblazen J.

[9] Nile Aquatic Position

[10] Maar dan met meer afbeeldingen van Isis. Zie bijlage, hoofdstuk kunstgeschiedenis.

[11] Meuk: Engels: Assorted Shit, Frans: Brocante d’Egypt, Nederlands: Souvenirs en andere dingen die je zeker ook niet nodig hebt maar waar je wel overgewicht voor betaalt aan Thomas Cook. Duits: Sehr gute Sachen, nur ein €

[12] Bill stelt voor dit te vervangen door uiers :-)

[13] Fooi voor, meestal, niet bewezen diensten.

[14] Hassan spreekt negen talen, en schrijft in Arabisch, Romeins en “Hiërogliefs”.

[15] Lord of the Rings

[16] Weet je de overeenkomst tussen Aids en een huis in Almere? In een onbezonnen moment heb je het & je komt er nooit meer vanaf J.

[17] Zonder ster.

[18] Eigenlijk ik alleen. Nelleke wist het natuurlijk.

[19] Niet die met Graceland.

[20] De Egyptenaren worden het niet eens over de juiste spelling, dus waarom zal ik mijn best doen.

[21] Naast Euro-english blijk ik ook wat Euro-duits te praten.

[22] Arba is Arabisch voor vier. In het Engels heet de stek the Seven Pillars. Ik kom ook drie verder dan Arba J!