Door Rob & Nelleke Kool  
  HOME ::
     
Istanbul 29 sep. – 3 okt. 04

Woensdag.
Om 4.30 gaat meedogenloos de wekker. We gaan naar Turkije. Om 5.00 staan ma en Wim voor de deur om ons uit te zwaaien. Dat doen ze door ons naar Eindhoven Airport te rijden.
Vandaar gaan we met onze low budget vlucht naar Istanbul. Daar zitten we in het Sunshine hotel.
Als we veeeeeel te vroeg voor de balie staan (6.00 uur) check Nelleke nog één keer de papieren. We gaan inderdaad naar het Sunshine hotel, maar geen idee waar dat ligt. Er is maar één oplossing (nadat ze ons ter plekke ook niet kunnen helpen) en dat is E* bellen. Na wat gerommel met het net komt die met een adres. Het is in het Turks, dus het is niet uit te spreken, maar we kunnen onderweg. Meer dan dat, Nelleke heeft de gids van Istanbul uit haar hoofd geleerd, dus er is een redelijk beeld van wat we kunnen doen. We hebben zelfs de koers van de Lira. Het is minder dan de oude Zloty. We worden weer miljonair.

De vlucht naar Istanbul loop goed. Visum kopen (€ 10 pp) miljoenen Lira’s opnemen en we kunnen op zoek naar een taxi. Het door E* gevonden adres blijkt te kloppen. Met een stevig tempo gaan we richting hotel Sunshine. Het ding blijkt op de hoek van de Aya Sofya te liggen en dus ook bijna recht tegenover de Blauwe Moskee. We betalen de taxichauffeur een paar miljoen, en gaan op zoek naar de kamer. Dit blijkt niet een oord waar je spontaan emigratieplannen opdoet, maar het voldoet voor een paar dagen.

1Vanuit het hotel lopen we eerst terug naar de blauwe moskee. Dat kost wat tijd, want we willen alles onderweg zien. Istanbul blijkt te zijn wat men heeft beloofd: een mengeling van van alles en nog wat als het om culturen gaat. Strenge islamieten volledig in zak verpakking die ons met een strenge “Staphorst” blik aankijken, mensen die al volledig bij de EU passen en toeristen, veel toeristen. En hoe “Amsterdams” het gemiddelde ook is, wij vallen als toeristen meer dan op. Er worden hier namelijk geen polo’s en spijkerbroeken gedragen. Opvallen heeft hier één nadeel. Aan toeristen kan je geld verdienen en dus wordt je permanent aangeklampt door verkopers die is kleden, sierraden, servies etc. proberen te verkopen. Ze spreken allemaal €English maar stug doorlopen en net doen of je niets hoort is de beste strategie. Een nadeel is wel dat je nergens naar kunt kijken: onmiddellijk komen ze uit het niets als wespen op je af.
Al snel ontdekken we dat het niet allemaal slecht bedoeld is. We hebben dorst en in wil een fles water kopen. Da’s 500 zegt de verkoper. Ik betaal met 20 miljoen. Daar heeft hij niet van terug. “You owe me 500” stelt de man vast, en geeft me de fles mee.

Goed, dit verhaal was op weg naar de blauwe moskee, en op den duur komen we daar ook aan. Het is hier goed geregeld. Er staan bakken met plastic zakken waar de schoenen in kunnen en dan kunnen we naar binnen. De moskee is vooral groot, met veel gouden Arabische opschriften en een prachtig tapijt dat is verdeeld in allerlei kleine bidvelden. Een hek scheidt de heidenen van de gelovigen, maar vanuit een toeristische invalshoek maakt dat niet uit. We kunnen alles goed bekijken. Wel moeten we een bijklussende turk van het lijf 1houden die ons wil rondleiden, maar op dat punt begint enige gewenning op te treden.
Buiten kijken we nog naar de 6 minaretten en we komen via de achterdeur bij de bazaar terecht. Nee, we willen geen tapijtje, ketting of shawl, maar als we een kop koffie pakken wordt het wat rustiger.
We lopen iets verder, langs de oude en nauwelijks herkenbare oude paardenrenbaan als het tijd blijkt voor het gebed. En dat zal je weten ook. Ik heb in mijn puberteit een allergie voor kerkklokken ontwikkeld. Nu komen we er achter dat het allemaal veel erger had gekund. Vanaf de minaretten worden we opgeroepen voor het gebed. Nu heeft iedere moskee minimaal 1 minaret, maar dat aantal kan tot zes oplopen. Istanbul is een lawaaiige stad. Veel verkeer en een slechte lucht. Een mannetje op een minaret zou verloren gaan in de strijd en zelfs een close harmonie groep op zes minaretten legt het af tegen het toeterende verkeer.
1De moderne techniek heeft dit opgelost volgens het “er op en er over principe ” op iedere minaret zijn luidsprekers gemonteerd die gezamenlijk de nodige decibel weten te produceren om iedereen onder de aandacht te krijgen. Van synchronisatie is geen sprake: sommige roepen een half uur later op dan anderen, maar ook kan er sprake zijn van een verschil van enkele seconden. Hoewel de tekst globaal hetzelfde is, heeft iedere aanroeper als een soort DJ zijn eigen stijl. Hierdoor ontstaat een geluid dat “with all due respect” als kattengejank valt te omschrijven.
Nelleke raakt hierdoor in cultuurshock. Ze mist overzicht over de stad, mede veroorzaakt doordat de stad in grote stukken is verdeeld door de gouden hoorn en de Bosporus De taal is lichaamsvreemd, het geloof ongelofelijk en er is itt Londen of Parijs geen lijstje met things to do. Nu hebben we een mooie gids, en die wordt al snel een baken. Op “bladzijde 1” staat altijd een lijst die je tenminste gedaan moet hebben en als je je daar op richt kan je thuis altijd vertellen dat je “belangrijke dingen” hebt gezien. Tijdens de wandeling bezoeken we de graftombe van sultan Ahmed I, een soort grafkamer van de Oranjes, maar dan openbaar en bovengronds, en we komen langs de Aya Sofia, een “bladzijde 1” attractie.
We eindigen met het afbetalen van de waterschuld en een korte tuk. Voordat we dat doen gaan we naar het dak van het hotel met zijn “wereldberoemde” uitzicht. Het uitzicht is inderdaad mooi. Je kijkt op het Topkapipaleis, de blauwe moskee, de gouden hoorn en de Ayasofia . En je ziet het hotelterras en dat is dan, samenvattend, weer jammer L
Daarna eten we bij hetzelfde tentje en bekijken de inmiddels verlichte blauwe moskee en de Aya Sofia. Daarna donderen we om.

Donderdag.
Ondanks de herrie hebben we vannacht iets geslapen. We maken ons een soort van schoon. Shampoo hebben ze hier niet en tandenborstels ook niet (nou ja, laten we eerlijk blijven, Nelleke heeft de laatste niet in de toilettas gedaan).
Na het ontbijt in het hotel zetten we koers richting Grand Bazaar. Een overdekte markt waar ze alles verkopen wat je niet nodig hebt en ook wat zaken die je mogelijk wel nodig hebt, maar dan in ieder geval niet hier zou willen kopen. De markt is overdekt en bestaat uit een groot aantal straten. Hier en daar zie ze wel open lucht, maar dat kan ook een han zijn: een doodlopend pleintje met fabriekje aan de rand van de bazaar. De plafonds zijn er schitterend en al met al een meer dan prima toeristisch vermaak. Na een uurtje staan we weer buiten .
Via een paar straten lopen we naar de volgende moskee. De straten zijn keurig ingedeeld. Zo heb je een straat voor kleding en telefoons, één voor de inhoud van de keukenla en telefoons en één voor pannen en telefoons. Op een hoek zien we een park. Na wat wandelen komen we er achter dat het een universiteitspark is. Er in staat een grote toren. Uit onze koran, DE GIDS voor Istanbul, blijkt dat het een brandtoren is geweest. Van daaruit was de stad goed te overzien. Door het park lopen we naar het Beyazitplein. Er is een grote poort, waar zowaar politie staat om je te controleren. Aan het plein is het kalligrafiemuseum. Hoewel pakweg drie van onze kinderen dit een absolute must zouden vinden bewonderen we de buitenkant en maken alleen gebruik van het betaalde toilet. Daar hebben ze geen wisselgeld, en ik eindig met een fles water. Ruilhandel bestaat dus nog.
Verder is er een moskee, die lopen we even door om te eindigen op het terrasje er naast. Met onze achtergrond is de juiste plaats voor koffie toch nog even belangrijker dan de juiste plaats voor Mekka. Achter de moskee is het plein en de straat van de boekverkopers. Hier staat oa een beeld van de eerste man die is begonnen met boekdrukken in Turkije. Na deze straat kunnen we het lijstje bezienswaardigheden aan het Beyazitplein volledig afstrepen en we gaan via de universiteitstuin op weg naar de Süleymaniye Moskee. Na de blauwe moskee zijn we zeer benieuwd naar de grootste moskee van Istanbul. We lopen een stuk door de bestek- en telefoonsstraat tot ik een open deur en een trap ontdek. Gelet op de minaretten die we hebben gezien moet hier achter de huizen de moskee zitten. Het vermoeden klopt. Rond de enorme moskee ligt een behoorlijke tuin. Die is omgeven door een muur, maar daarbuiten staan weer allerlei gebouwen in dezelfde stijl en met vergelijkbare koepels. DE GIDS laat het goed in schema zien. Binnen lijkt het niet zo enorm als de blauwe moskee, maar dat is gezichtsbedrog horen we een gids uitleggen. De koepel van de Süleymaniye Moskee bestaat uit een grote koepel die zijn sterkte ontleent aan een groot aantal kleinere koepels. Ook aan de buitenkant is dat goed te zien. Buiten wordt de moskee permanent door politie bewaakt. Wij zijn per ongeluk door een deur binnen gekomen waar niemand stond, maar verder is het overal raak, eventueel kunnen ze je zelfs met een metaaldetector te lijf.
Hier moeten we ons een tsjai-tsjai-tsjai verkoper van het lijf houden. Dit lijkt heel dreigend, maar in feite loopt de man gewoon met thee.
Inmiddels is het lunchtijd. DE GIDS laat zien dat er wat eetgelegenheid is in het complex. Door onze aanwezigheid stijgt het aantal toeristen tot twee. We eten er prima op de kleine bankjes en krijgen gratis druiven aangeboden. Nelleke eet een plane salad; langzaam begint ze aan het €English te wennen, al ligt ze bij dit soort kreten in een deuk. Verder is het zo rustig dat we geheel uitgerust aan de volgende etappe kunnen beginnen. Het plan is om naar de Ayasofia te lopen en die te bekijken. In grote trekken lukt dat, maar doordat we alles willen zien schiet het niet echt op.
Allereerst lopen we via de schrobstraat (volgens Nelleke de borstel & telefoonstraat) richting tupperware/huishoudplastic & telefoonstraat naar het water. In de schrobstraat kopen we 2 Gokkusaği Serisi, waardoor de tanden ook weer gepoetst kunnen worden.
Als we eenmaal langs het water (de gouden hoorn) staan zien de een brug naar de overkant. Dus doen we een rondje over de Galatabrug. Dat is vooral aardig omdat er winkeltjes zijn en men massaal staat te vissen. Aan “onze” kant van de brug is een groot plein met 2 moskeeën. De Nieuwe Moskee valt onder de supercategorie, maar Nelleke geeft aan moskee-moe te zijn, dus deze slaan we over. Ook de verkopers slaan we van ons af. Nee, ik wil geen sokken en het doet me niets dat ze van Hugo Boss zijn en nee, we willen ook geen witte onderbroeken.
Achter de Nieuwe Moskee heeft Nelleke de kruidenmarkt ontdekt. Los van telefoons verkoopt men hier kruiden. Nu is dat een vrouwenproduct, dus voor het eerst laten ze mij met rust en is Nelleke de klos om safraan, dadels, vijgen etc. af te slaan. Na de overdekte markt komen we in een smal winkelstraatje. Turkse vrouwen zitten met hun ogen op elleboog hoogte, dus ik dreig ze constant omver te meppen. En het is er zo druk dat het een reëel gevaar is. Kortom, de drukte zit boven mijn pijngrens en Nelleke voert me af naar een grotere straat waar ik geen last heb van mijn menigtefobie. Dit is de telefoon & camerastraat. Deze leidt ons richting Topkapi park en hotel. Even wat verse jus op de hoek en snel een tukkie doen en de foto’s overzetten. Het worden er vandaag 451 (voor selectie).
Na wat rust is het tijd voor toerisme aan het eind van de straat. Hier ligt de Basilika Cistern.
Her is een ondergrondse wateropslagplaats uit de romeinse tijd. Op enig moment zijn ze die kwijt geraakt. Pas toen men er achter kwam dat de arme bevolking liep te sjouwen met water en vis is men opnieuw gaan kijken. De opslagplaats is niet helemaal gerestaureerd, maar wat er nu nog wel staat is een indrukwekkend aantal pilaren met daartussen water en vis. In een deel heeft men een kunstproject en in combinatie met oosterse muziek is het een ervaring.
Aansluitend pakken we de Ayasofia. Na betaling moet je tas door de scan en jij door een poortje. Wat ontbreekt zijn de handige bakjes om de inhoud van je zakken in uit te storten. Onder het motto “ze strippen me maar” loopt ik door het poortje. Verheugd gaan alle toeters en bellen af. Een bewakers kwalificeert me als “Mostly harmless”, en ik kan zo doorlopen.
1De Ayasofia is een museum. De Grieken hadden er tempel die door de christenen is platgegooid voor een kerk, waarna de islamieten het geheel hebben omgebouwd tot een moskee. Dat is later weer omgezet in een museum, waarbij van alle partijen resten te zien zijn.
Na al dit moois is het etenstijd. We doen dit naast de Blauwe Moskee in een restaurant dat in een kuil naast de bazaar ligt. Nelleke besluit om makkelijk te bestellen. Ze gaat voor “Me too”.
Dat wordt dus kebab met brood en yoghurt. De laatste twee zijn al gemengd, het vlees ligt er bovenop. Ik vind de Kebab Yogurt geweldig, Nelleke is minder stuk van de “Me too”.
Tijdens het eten wordt het brood voor ons gebakken op een bolle plaat, zoals we eerder bij de Bedoeïenen hebben gezien. Er is ook mooie live muziek en geen Dervish danser. Die komt tussen 8 en 10, en wij zitten er om 6.30 uur….
Een derde teleurstelling voor Nelleke is de koffie. Het is keurig opgeschuimde melk met daarop vlokjes oplos. Het ziet er fabelachtig uit, maar is voor geen meter te drinken.
Na het eten kijken we opnieuw rond in de dan verlichte bazaar. We raken aan de praat met een echtpaar dat sieraden verkoopt. We weten nu dat Istanbul 12 miljoen inwoners heeft en dat zij nieuw en goedkoop zijn. Alles bij elkaar weten ze ons toch 2 paar oorbellen te slijten.
Daarmee zijn we dan direct door onze miljoenen lira heen. Even overweeg ik zelfs de creditkaart te trekken, maar de winkelier geeft aan dat het dan helaas met belasting moet, en dat is hier 20%.
Geen nood, bij de Ayasofia staan een aantal flappentappen. Nelleke stopt met wat moeite haar pas er in en dan……. niets L! Geen geld en geen pas.
We voelen de pas nog wel zitten. Hij is achter het vilt van de opening geschoven, omdat deze opening kats versleten is. Met het idee dat Arnold dit ook is overkomen en dat het hem veel geld heeft gekost is het tijd voor actie. En hoe J!
Ik zie de bewaking van de Ayasofia staan. Na uitwisseling van wat €English weten zij dat we geen pas meer hebben en ik dat we bij de toeristenpolitie moeten zijn. Die zit op de hoek, dus Nelleke neemt de wacht terwijl ik een sprintje trek. Snel weet ik de politie te overtuigen dat ze iets moeten doen. Ze sturen een agent mee met telefoonkaarten om te hannesen en ik pik een paperclip. Daarmee moet het ook kunnen. Het blijkt allemaal voor niets!
De agenten in de bewakingsauto hadden inmiddels bedacht dat het toch wel lullig was, zo’n vrouw alleen bij een ATM. Niet dat zij zelf iets konden doen, ze waren aan het bewaken. Wel konden ze de undercover inschakelen. Het gevolg was dat drie donker geklede klerenkasten zich richting ATM spoedden. Verder ben ik er niet bij geweest, maar Nelleke moet hebben aangegeven niet van klerenkasten in het algemeen te houden en zeker niet van die bij de ATM met haar pas. Maar de mannen waren zeer behulpzaam. ID’s werden getrokken en vervolgens werd er net zo lang op knoppen geramd tot de pas terug was.
Toen ik terugkwam kwamen 3 donkere turken op de door mij zo zorgvuldig veroverde tuut af. Vriendelijk begonnen ze een gesprek. Dus ik iets van “Yo Turken, mijn tuut, mijn vrouw, ons probleem”.
Als ik Turks had gesproken had ik begrepen dat het de klerenkasten waren die oom agent vertelden dat het geregeld was. J

Vrijdag
Vandaag staat “Boottocht” op het programma. Mijn collega Hans heeft me er van overtuigd dat een bezoek aan deze stad niets is als je “de overkant” niet hebt bezocht. Nu we de kaart kennen is even de vraag wat “de overkant” is. Dat kan zowel de Gouden Hoorn als de Bosporus zijn. Azië klinkt in ieder geval aanlokkelijk dus we lopen naar De Nieuwe Moskee en pakken daar de boot naar Üsküdar. De grootste bezienswaardigheden aan de overkant blijken moskeeën, en dat is nauwelijks de moeite om op een boot te stappen. Onze kant heeft ze tenslotte meer dan genoeg. Toch is de trip zeer de moeite waard. Allereerst is zo’n overtocht vrijwel voor niets. Je betaald maximaal 1 miljoen Lira en laten we wel zijn, voor € 0,60 ga je niet kilometers zwemmen. Onderweg drinken we Turkse thee, die in glaasjes wordt geserveerd. Het smaakt sterk naar de thee die mijn oma vroeger schonk, het is heerlijk.
Vanuit de boot heb je goed zicht op het water en vooral veel bezienswaardigheden: alle grote moskeeën die we hebben gezien, de bruggen over de Gouden Hoorn en de Bosporus, het Topkapi paleis op de heuvel en veel paleizen langs het water. Verder is de scheepvaart heel druk, dus je hebt constant wat te kijken.

In Üsküdar lopen we wat rond door een woonwijk, wat winkelstraten en we bekijken een paar moskeëen. Bij deze zien we wat begraafplaatsjes met typisch Arabische grafzerken: smal, Arabisch opschrift en een petje dat de voormalige status van de overledene aangeeft.
Na de lunch hebben we het wel gezien. We gaan alleen niet terug naar Eminönü, maar pakken de boot naar Besiktas aan de andere kant van de Gouden Hoorn. Hier ligt het Dolmabahçe paleis dat deel uitmaakt van de “Must do” lijst van “bladzijde 1” van DE GIDS. Wandelend naar de ingang komen we langs een moskee (gôh), oude kannonen, een oorlogsmonument en een marine museum met zeer heldhaftige bustes. Verder is het stervensdruk. De katalysator hebben ze nog niet ingevoerd, de stad stinkt en er hangt een smoglaag.
Dolmabahçe is interessant, maar niet mooi. Het is laat 19e eeuws en gebouwd als tegenhanger van Versailles en Schönbrun. Het sultanaat was toen in feite al failliet, dus het is nooit echt wat geworden. Donkere ruimten, idem versiering en een aankleding die net te is.
Bovendien moet je er groepsgewijs door en dat is toch al niet onze sterkste kant. Opmerkelijke onderdelen van het paleis zijn een pauwenfontein en een glazen trap. Volgens de gids is er nog meer belangrijk, maar wij zien het er niet van af. 1
Na het bezoek gaan we op zoek naar de beloofde boot van Besiktas naar Eminönü. Ons blinde vertrouwen in DE GIDS wordt nu voor het eerst beschaamd. Die lijn is er niet. We hebben nu twee logische mogelijkheden. Lopen naar de brug of met de bus. We verzinnen zelf een derde: terug naar Azië en dan alsnog naar Eminönü. Dit gaat soepel en biedt zelfs de kans nog wat thee te drinken. Als we bijna bij de kant zijn ziet Nelleke hoe de zon over het water schijnt. Het is echt een gouden hoorn!
Als we terugkomen zijn we helemaal stuk. Bovendien weten we inmiddels dat je laat moet eten. Dus gaan we uitgebreid even liggen tot het verkeer ons wekt. In de straten om ons hotel heeft men op een bewonderenswaardige wijze de auto’s als parketdelen op elkaar aan weten te sluiten, zodat niemand een kant meer uit kan. Voor een Turk is dit het moment om te gaan toeteren. Door zo’n herrie komt zelfs de oproeper van de moskee niet heen.
Aangezien alles altijd open is bedenken we dat het een goed moment is om bij de grote bazaar te eten en dan nog een rondje winkels te doen.
Dat blijkt een misvatting. We vinden een restaurant, waar we als enige op het terras zitten. Dat zijn we gewend, het is tenslotte pas 19.15. Onmiddellijk wordt een groot bloemstuk bij ons neergezet en de bestellingen opgenomen. Daarna wordt ons verteld dat we waarschijnlijk de laatste klanten zijn. Hier eet men om een uur of vijf als alle winkels dicht zijn. Het gevolg is dat we de Bazaar kunnen  vergeten en dat we lang op het eten moeten wachten. De ober doodt de tijd door regelmatig langs te komen voor een praatje, terwijl de kok het fornuis opnieuw start en een vis vangt. Na meer dan een uur hebben we het eten op. We geven de ober 2,5 miljoen fooi. Eerst laat hij zich niet zien uit verlegenheid, maar uiteindelijk staat hij ons tot het eind van de straat uit te zwaaien.
Dan drinken we nog een koffie en een appelthee bij Ugur, van ons Mavi-restaurantje op de hoek . Nelleke heeft het hierna helemaal gehad maar ik wil nog een klein rondje langs de verlichte moskeeën.
Zo tussen de Ayasofia en de Blauwe Moskee is een van de mooiste plekken die ik ooit heb gezien. Ik loop er naar toe via een zijstraat. Daar wordt ik aangesproken door iemand die vraagt of ik het leuk vindt om foto’s te maken. Net als ik denk dat ik de volgende verkoper af moet poeieren, zegt hij dat hij kleedjesverkoper is, maar dat hij nu een wandeling maakt en graag wat engels wil spreken omdat hij dat aan het leren is. We wandelen samen op naar de blauwe moskee en ik krijg veel te horen over Koerden in Istanbul. Als Hassan na lange tijd afscheid van me neemt loop ik verder het terrein van de moskee op om nog wat foto’s te maken. Er rijdt een auto over de stoep, maar daar wen je aan, dus ik negeer dat. Er wordt zelfs iets naar me geroepen, maar daar kan ik niets mee. Mijn Turks komt niet verder dan Dikkap (Opgepast). Als ik aan het fotograferen ben wordt er nog meer naar me geroepen. Nu kan ik dat hebben, ze roepen hier de hele dag naar je. Dan gaan ze over in €English: The mosk is closed! En daarmee bedoelen ze niet alleen het gebouw, het hele terrein wordt afgesloten. Een Nederlands sprekende man wil me de weg naar buiten wel wijzen. Of ik dan wel even een gids van Istanbul wil kopen. Nu, dat zit er niet in al houdt hij vol dat het Normaal is om te kopen.
Terug op straat merk ik dat de Dervish danser inmiddels begonnen is op het open terras van het restaurant. Het heeft een hoog toeristisch gehalte, al krijg ik er wel een “Volendammer op 1.


Zaterdag.
Doel van vandaag is om tot 9 van de 10 attracties van “bladzijde 1” van DE GIDS te komen. Daarvoor hoeven we alleen het archeologisch museum en het Topkapi paleis maar te bezoeken. Dat ligt in hetzelfde park op een kwartier van het hotel, dus dat moet lukken.
Het park is ’s ochtends vooral mooi door de mooie lichtval, met name het beeld van Ataturk ligt er prachtig bij.
Wat het archeologisch museum betreft kunnen we kort zijn. Het behoort tot de mooiste die we ooit hebben gezien. Het lijkt alsof alles wat de Duitsers niet naar het Pergamon museum hebben gesleept hier is uitgestald. Verder hebben ze er veel beelden, grafkisten en vazen. Wat ons betreft staat dit museum terecht op 1.
Ook het Topkapi paleis is mooi. Het Dolmabahçe paleis valt er volledig door in het niet. Er zijn grote keukens, uitzicht over het water, wapenuitrustingen, schatkamers en 2 haren van de profeet. Dat laatste is jammer, want niet alleen wordt er nu 24 uur per dag hardop (en versterkt) gebeden in de vertrekken van de sultan, maar fotograferen is er ook verboden.
Nu maken we toch foto’s genoeg, dus we komen er wel overheen.
Hoewel het maar een paar regels in het verslag is, doen we het grootste deel van de dag over het bezoek aan deze nummers 8 en 9 van de lijst. Op weg naar het hotel lopen we nog de Irina kerk in, een voormalige christelijke kerk.
Na een bezoek aan Ugur, waarbij weer veel vers sinaasappelsap naar binnen verdwijnt, is het tijd voor de laatste stop: een 2e rondje over de grote bazaar. We kopen er een tasje en een paar oorbellen, maar hebben vooral veel lol om alle uitgestalde zooi. Dat laatste moet iets genuanceerd worden: je kan er ook per kilo gouden sieraden kopen. Maar zooi is er ook voldoende: Gucci, Hugo Boss en iedere parfum die je maar wil hebben.
Na dit bezoek en een korte rustpauze eten we voor het laatst bij Ugur. Hij heeft weer hele verhalen en wij een goede maaltijd. Nelleke wil nu ook een Dervish actief zien.
Dit lukt, want dezelfde man voert zijn variant van de klompendans iedere avond uit. Eerst staat hij lang en dreigend naar het publiek te kijken, daarna draait hij rondjes waarbij zijn jurk zich spreidt. Persoonlijk ga ik vooral voor de sufi-muziek, al moet je die ook niet mee naar huis nemen.

Zondag.
We staan vroeg op. Na het ontbijt nog 1 koffie en 1 appelthee bij Ugur en we kunnen weg. Althans nadat we hebben beloofd hem op het net te zetten en hij ons een fles water heeft nagebracht.
Met een taksi (Turkse spelling) rijden we naar Atatürk airport. Daarbij zien we Met wat vertraging komen we in Eindhoven aan. Daarna is het een reisje met openbaar vervoer naar huis, waar Wart ons in Geldermalsen oppikt.
Petra kookt, de thuiskomst is prima.

€English: 1

  • Plane tomato salad
  • Hair dresser, man and women
  • Home made cooks, braekfast
  • Unfinished sculptor
  • Pay in all major currencies and above credit cards
  • Even in the bettles
  • Prens Philip, prenses Anne, prens Faysal and Dany Kaye
  • You can check the prices from the check prices machines

 

Het low blijkt ter plekke: u mag mee betalen ivm de stijging van de brandstof prijs. Dat is dan € 20,--.

Waaronder uiteraard weer letterlijk busladingen uit het land van de reizende zon

Een taal bestaat uit een woord. Volgens Nelleke is Euroenglish niet te lezen, daarom wordt het €English. Dit is een taal die door iedereen in Europa wordt gesproken en begrepen, met uitzondering van de engelsen.

In dit geval is dat vijfhonderdduizend Lira oftewel 0,30 € Later vertelt hij dat en binnenkort 6 nullen worden geschrapt.

™ Mart Smeets

Nelleke corrigeert deze verslagen. Zij schrijft Aya en Sofia los. Dat doen ze hier niet but “whatever”

Dit kwam toevallig zo uit. Nelleke had er de rest van de dag kunnen zitten, Esther waarschijnlijk een week.

Volgens Nelleke het Dobberman Paleis. Klinkt niet onlogisch.

We scoren:n Topkaipaleis, Dolmanbahçe palies, Basilica cistern, Boot op Bosporus, Archeologisch museum, Baluwe Moskee, Süleymaniye moskee, Ayasofia en Grote Bazaar. We missen onze heiland in chorakerk.