door Rob & Nelleke Kool  
  HOME :
 
Mexikool meets Joe Katan (Mexico 2008)

19 mei

De reden om voor de 8e ? keer naar Bretagne te gaan ligt voor de hand: de vorige 7 keer waren geweldig. De eerste keer naar Mexico is minder voor de hand liggend. Het staat niet op het lijstje “dingen die we altijd hebben willen zien”. Waarom dan wel?

Ik kan er een aantal bedenken. Om te beginnen hadden we in 2006 uren vertraging op Schiphol. Je wordt zo melig als de pest en let bovendien maar half op. Op enig moment ving ik een omroepflard op: de vlucht naar Kalkoen was ook vertraagd. Geen idee wat of waar Kalkoen was, maar het was vertraagd. En de kreet Kalkoen bleef zich herhalen. Op een goed moment kwam ik een oude duikmaat tegen. Of ik ging duiken op de Dominicaanse Republiek? Hij was ook vertraagd, op weg naar Cozumel. Mooi eiland, hij vloog via Cancun. Leek er sterk op. Kalkoen, Kankoen, moeten we misschien ook eens doen.

Een volgende aanleiding was de cursus cultuurgeschiedenis. De westerse plaatsen hadden we gehad, en na Egypte, USA en Istanbul groeide de interesse in “anders”. Mexico beloofde dat.

1De druppel was geen druppel, maar een enorme bui. Het weekend voor de vakantiebeurs moesten we even het centrum in. Een regenbui deed een bijna geslaagde poging heel Tiel met een grote plons de Waal in te spoelen. Resoluut gingen we schuilen bij de eerste plek waar we stoeltjes zagen om te wachten tot het voorbij was. Het bleek het reisbureau. “We willen warm en weg” was zo ongeveer onze enige tekst. “En ook lui” voegden we er nog aan toe. Het werd een all inclusive aan het Playa del Carmen. In Mexico. Om precies te zijn bij Joe Katan.

 Tussen toen en nu in het vliegtuig, waar dit verslag start, zijn we iets wijzer geworden. Maar sommige dingen blijven plakken. Zo heeft Imca Marina een enorme hit gehad “E viva Espagna”. Bij de pogingen om verder te komen is ook nog de draak “Mexico” verschenen, dat, als ik me niet vergis het redelijk heeft gedaan op het carnaval van Buitenveldert in 1982. Van het hele nummer kan ik me alleen nog Mexi-Kóóó Mexi-Kóóhóóó herinneren. Zoals iedereen weet hebben Utrèchtus moeite met verschillende letters, waaronder de laatste. Alle voorgaande onzin samenvoegend wordt het al snel “Mexi-Koo(l) meets Joe Katan”.

Een prettig verschil met de vorige keer is dat het vliegtuig, een Boeing 767 van Martinair, op tijd klaar staat en vertrekt. In feite valt er weinig meer te vermelden dan dat er aan boord drank en parfum wordt verkocht. Nu weet bijna iedereen dat het vervoer van drank op dit moment aan strenge regels is gebonden. Er zijn serieuze aanwijzingen dat terroristen hebben geprobeerd vloeibare explosieven aan boord van een vliegtuig te krijgen. Bij Martinair zijn ze wel heel voorzichtig. Waarschijnlijk zijn ze bang dat Hans (Kazan of Klok) aan boord komt en houden ze zelfs rekening met de mogelijkheid dat Fred Kaps opstaat uit zijn graf. Ook aan boord gekochte dranken verdwijnen in een verzegelde tas, voordat de grote truc wordt uitgevoerd en water in tri-nitrotolueen verandert. Het zijn veilige mensen, daar bij de erfgenamen Schröder.

2Net voor vertrek hebben ze ons met geringe bijbetaling extra beenruimte verkocht. Inclusief koffie en entertainmentcenter.Dus 3 speelfilms en enkele documentaires later zit de reis van 11 uur er al bijna op.

Bij de landing op het vliegveld van Cancun zien we al dat de kans dat we Joe Katan zelf ontmoeten heel klein is. Zeg maar nul. De hotels strekken zich tientallen kilometers uit langs de kustlijn.

De organisatie bij aankomst is goed. We passeren de grens in een redelijk tempo en worden opgewacht door een Belg van Neckermann. Die scheept ons bekwaam in “bus 34”.

We moeten nog even maximaal 5 minuten wachten, dus naar goed Latijnse tijdrekening vertrekken we 25 minuten later naar Playa del Carmen. Het is een uurtje rijden, dit plaatsje. Onderweg krijg je een eerste beeld van dit deel van het land. Het is veel welvarender dan de Dominicaanse Republiek. De straten zijn goed onderhouden, gebouwen zien er goed uit, kortom: prima! Na een uur begint het afzetten der toeristen. Aangezien de hotels resort aan resort liggen gaat het snel. Wij hebben een handtekening gezet voor Iberostar Quetzal (spreek uit Ketzal) .

20 mei.

We beginnen de vakantie met de diepe essentie van vakantie. Rondje resort, duikcentrum een handje geven that’s it.

3Het resort is H-vormig van opzet. Na een toegangspoort kom je bij een rotonde. Rechts ligt de lobby van Iberostar Tucan, links die van Quetzal. Gebouwen met kamers liggen in het verlengde van de lobby. De H-vorm ontstaat doordat even na de lobby’s en de restaurants een goed verbindingpad en gezamenlijke feestzaal is.

Toch zijn er duidelijke verschillen tussen beide resorts. Zij lopen met lelijke paarse plasticjes om, terwijl wij mooie oranje armbandjes met 5 zeesterren hebben. Hun overwegende motief richting zee is Mayacultuur: je ziet overal enorme beelden en gipsen afgietsels. Die van ons is Latijnse cultuur en natuur. Wij hebben het prachtige duikcentrum, terwijl zij het lelijke handdoekenhutje hebben. Maar goed, iedereen mag overal komen, dus we tolereren de paarse bandjes…

De tropische stormen van de laatste jaren hebben de stranden min of meer weggeslagen. Sneu voor hen, ik kwam er toch al niet echt voor. Om te voorkomen dat de kust nog verder afkalft zijn kunststof matten als golfbrekers neergelegd. Volgens ons precies in de verkeerde richting, maar de tijd zal het leren. We houden het nieuws bij de eerstvolgende storm sterk in het oog.

Van de weg naar de zee pakt het terrein een aardig hoogteverschil,

Van de natuurlijke omstandigheden is met wat extra water en beton handig een grote tuin gecreëerd. Het personeel laat hier op gezette tijden wat voedsel achten en kijk: de fauna is niet meer weg te rossen! Verder is vakantie natuurlijk een grote illusie, en daar moet je voor open  staan. De restaurants zijn grote open constructies met rieten daken. Als het personeel vraagt of we bij “the Jungle” willen zitten vraag ik dan ook steevast om een “window seat”. Dit alles neemt niet weg dat er veel te genieten valt. De papagaaien gaan ’s 4nachts in een kooi om te bekomen van het wildlife, en de toekans zitten van nature achter slot en grendel. Ook de reuzenschildpadden zitten in een hok waar ze niet uit kunnen. De rest kan echter vrij rondhollen. De meest opvallende verschijningen zijn de agouti’s (voor de minder biologisch ingestelden: langpoot turbocavia’s) en de great-tailed grackle (hier ook in het bruin uitgevoerd). Ook leguanen en hagedissen zijn talrijk. De brulapen zijn minder algemeen, maar nogal luidruchtig. Die zijn dus ook niet te missen. Op enig moment komen we ook nog een prachtige miereneter tegen. De mieren hebben trouwens een hele andere mening over dit dier…

Verder is een tropisch resort volgens ons tegenwoordig ondenkbaar zonder pauw. Die lopen dus overal en maken een pokkenherrie. Wij vinden ze lollig, vooral de hanen met macho gedrag, maar op internet kan je veel mensen vinden die ze haten.

Na uren héél weinig wandelen we naar Playacar. Een klein winkelcentrumpje, 500 meter van de ingang van Quetzal. Het heeft veel kleine winkeltjes met T-shirts en sombrero’s voor beginners en carnavalsvierders, en er is een Starbucks gepland. We vinden het hierna weer mooi en keren terug naar het zwembad van het resort.

Op het resort zijn ze grote aanhangers van live muziek. Tijdens de eerste maaltijd loopt er dan ook al een Mariachi band rond die bekende Mexicaanse nummers speelt als “Ik voel me  keigoed” (Hans Teeuwen) en “Da’s heftig” (Ome Henk). De show is leuk, de sombrero’s indrukwekkend en de trompetspeler houdt bijna maat :-).

21 mei

5Na het dagje bijkomen en het resort en Playacar verkennen is het tijd om te gaan duiken. Hier zijn wat haken en ogen aan verbonden. De wind staat verkeerd. Maar ze verschepen me naar Iberostar Paraiso, ook aan de Rivièra Maya en zo komen we tot de eerste duik. Het valt wat tegen. Een beginnende Nederlandse wordt overboord gewurgd, waarbij ik moet aangeven, dat de automaat echt in moet. Ze stopt die avond met duiken :-(

Onderweg zie ik vanuit het transportbusje, niet ver van Quetzal, een bord met “Archeologische Meuk E&F” (mijn Spaans is belabberd). Dus besluiten we na het duiken om, in gezelschap van onze Roze Mascotte, een wandeling te maken. Dit valt een beetje tegen, want wandelen met meer dan 30o is geen lolletje. Verder is het absoluut leuk. Allereerst kom je langs andere resorts. Het Riu heeft bijvoorbeeld nog grotere kasten dan wij (Mening van Nelleke: “Zelfs Tony Soprano zou dit overdone vinden.”). We mogen niet een klein stukje richting lobby lopen om een leuk beeld van een Mexicaan (we vermoeden Joe zelf) te fotograferen. Wij hebben namelijk oranje bandjes met 5 sterren.Daar is iedereen jaloers op, en dan mag je ergens anders niet meer binnen. Even voorbij Playacar is een resort met een nog meer Maya decoratie dan de anderetoeristencorals. Erstaat zelfs een beeld van een heuse Maya krijger voor de deur. Erontbreekt een Mexicaan in uniform die beroepsmatig jaloers is op onsoranje bandje, en dus kunnen we mooie foto’s maken van Knorf op de schouder van een Indiaan.

6Verderop blijkt “de real stuff” te liggen. Resten van een aantal Maya gebouwen. Een verklarend bord helpt. Rond Playacar liggenzo’n honderd Maya ruines. Het gebied, dat vroeger Xaman-Ha (Noordelijke waters) heette, was een stopplaats voor pelgrims op weg naar Cozumel. Dit eiland was de plaats om de godin Ixchel te aanbidden. Op Cozumel is ook nog een aantal tempels te bewonderen.

Na deze eerste kennismaking is het tijd om nog meer bij te komen van de jetlag, morgen is het excursietijd!

22 Mei.

We staan al vroeg in de lobby van Tucan voor onze trip naar Chichén Itzá. Ons hele leven hebben we het gedaan met een beperkt aantal wereldwonderen. De Hangende Tuinen van Babylon, de piramiden, Collosus, de Chinese muur, om er maar eens vijf van de zeven te noemen. Rond 2005 vond men dat het tijd werd voor nieuwe wonderen.

Nu vind ik wonderen iets katholieks hebben. Onverklaarbare truc, onderzoek door de Spaanse inquisitie, heilig verklaring & verfilming van “het leven van”. Dat is zo ongeveer de volgorde zoals die me bij echte wonderen voor ogen staat.

7In het kader van de devaluatie van het wonder is het met de wonderen der wereld even anders gelopen. Men schrijft een prijsvraag uit op internet, houdt een stemming en heel curieus, een lijst met nieuwe wereldwonderen.

Chichén Itzá heeft in deze ronde “wordt een wereldwonder” goede zaken gedaan. Zo ben je een hoop oude stenen in de jungle van het Mexicaanse laagland, zo ben je een wereldwonder (en wordt je verfilmd door Mel Gibson, om er maar weer eens een katholiek tegenaan te gooien). Voordeel van de gang van zaken is, naast de toeristische boost, een plaats op de werelderfgoedlijst van de Unesco en een goede bescherming en restauratiemogelijkheden.

Op weg naar het wereldwonder worden we opgewacht door Anett, onze leidster met een overmatige feitenkennis en een wat kleiner vermogen om te structureren, De tocht duurt 3,5 uur, waarvan ze er zeker 2,5 vol praat. We wilden iets weten over de Maya cultuur en daar voorziet ze ruimschoots in.

Maar eerst een uittreksel uit haar verhalen over Mexico.

  • Eigenlijk heet Mexico “Los Estados Unidos de Mexico”. Zevenentwintig regionale staten die gezamenlijk de federatie vormen.
  • Ze hebben gezamenlijk twee presidenten. Eén (Caldron) die kan aantonen dat hij gekozen is met niet meer dan de te verwachte corruptie en één die vindt dat hij geflikt is en zich daarom niet bij de uitslag neerlegt.
  • Mexico heeft ruim 103 miljoen inwoners, waarvan een vijfde in Mexico City woont. Vroeger was Mexico aanmerkelijk groter, maar rond 1840 is men een aantal staten kwijtgeraakt aan de noorderburen. Daar heeft men nog steeds de kolere over in. Tegelijk werkt de noorderbuur als een grote magneet. Elf miljoen Mexicanen zijn inmiddels geëmigreerd, al dan niet illegaal. Wij kennen de werken van Don Diego de la Vega (inclusief de verfilming), dus in dit geval staan we pal achter de winnaar.
  • Joe Katan bestaat niet. Ook is het niet Youcantan, zoals de Amerikanen het proberen uit te leggen. Het is de verzamelnaam voor de drie deelstaten die het Mexicaanse laagland hebben verdeeld. Een van die drie heet trouwens Yucatan.
  • Voor de geologische ontwikkeling van Yucatan moeten we terug naar de laatste ijstijd. Het hele gebied is na die laatste ijstijd omhoog gestuwd. De ondergrond wordt echter gevormd door gefossiliseerde koraalriffen, waarboven zich leisteen heeft gevormd. Het is daardoor een groot karstgebied dat makkelijk water weg laat lopen via grotten. Als de last op het grottenstelsel te groot wordt, dondert het geheel in elkaar. Het zoete water wordt dan eenvoudig bereikbaar. Deze gaten heten cenotes.
  • Quintana Roo is de staat waar ons hotel staat. De ontwikkelingen zijn er enorm. In enkele decennia heeft Cancun zich bijvoorbeeld ontwikkeld van een minidorpje tot een stad met 750.000 inwoners. Bijna iedereen werkt in de toeristenindustrie, of de toeleverende bedrijven. Wegen worden in hoog tempo bijgebouwd of verbreed. Hetzelfde geld voor de pret- en avonturenparken. Er is nog geen Disney Maya, maar op iedere straathoek kan je zwemmen met dolfijnen of schildpadden (mits de straathoek nat genoeg is).
  • Er is veel verborgen werkeloosheid. Zo staat op iedere hoek een agent. Die doen niets, maar laten zich daartoe wel omkopen.De nationale drank van de Mexicanen is tequila. Deze wordt gemaakt van de blauwe agave, en mag maar in één staat worden gemaakt. De rest van Mexico probeert deze regel te ontduiken.
  • Maja de Bij is terug te voeren op de honingproductie door de Maya’s. Met name de veel voorkomende Acacia is uitermate geliefd bij het zwart/geel gestreepte vliegvolk.

 En zo zijn we bij de Maya’s. Het hoogtepunt van de Maya cultuur moet rond de 8e en 9e eeuw hebben gelegen. Het was een volk dat leefde in de steentijd, het wiel hebben ze nooit uitgevonden. Tegelijk hadden ze groot inzicht in astrologie en een aantal 8andere wetenschappen. De taal had een uitstekend schrift en er moeten tienduizenden Maya boeken zijn geweest. Het beeld dat het één rijk was is aantoonbaar onjuist. Mogelijk dat het tijdens de bloeiperiode zo was, maar in de 14e en 15e eeuw moet het sterk op de huidige Balkan hebben geleken. Veel kleine staatjes die elkaar te vuur en te zwaard bestreden. Toen Cortes Mexico bereikte had hij weinig moeite met het overnemen van de macht. In de naam van het christendom werden de Maya boeken verbrand (er zijn er nog vier over) en het materiaal van de tempels recycled in kloosters en kerken. Voornaamste reden was het gegeven dat Maya’s polytheïstisch zijn. Dat kan je van katholieken niet zeggen (als je de heiligenverering even negeert). Een belangrijke Maya god was Quetzal (of Quetzalcoatl), een god die als een slang met veren door de lucht vloog. De slang is daarom een sterk terugkerend motief in het geloof.

Mensenoffers waren deel van het religieuze proces van de Maya’s. Uit onderzoek van onder meer menselijke resten in de cenotes in Chichén Itzá is vast komen te staan dat het waarschijnlijk om zeer beperkte aantallen ging. Voor de sensatiezoekers volgt nog meer ontluistering. Het ging niet per definitie om jonge beeldschone maagden die werden geofferd door hen levend op het altaar het hart uit te rukken. Ten minste 60% van de geofferden was man. Bovendien waren de meesten al gewelddadig om het leven gekomen en soms ook gekookt voordat ze op het offerblok kwamen.

9Chichén Itzá is relatief nieuw. Het is rond de 12e eeuw door de invloedrijke Itza’s gebouwd bij grote cenotes in de stad. Vertaald uit het Maya betekent Chichén Itzá zoveel als de wijzen aan de mond van de rivier. Voordat de Spanjaarden de macht overnamen was de stad alweer in verval. De Maya’s leefden voornamelijk in de jungle en de stad was te ver het binnenland in om voor de Spanjaarden interessant te zijn. Daardoor is het centrum, dat bestaat uit een terrein van 1,5 km2 in tamelijk goede staat bewaard gebleven.

 Opmerkende lezers beginnen zich inmiddels af te vragen of dit een reisverhaal of een geschiedenisboek is. Het meest accurate antwoord is geen van beiden, maar laten we toch bij de reis blijven. Al pratend zijn we bij Valladolid aangekomen. Een echt Mexicaans stadje. Dat wil zeggen dat het ouder is dan 40 jaar.

Tegelijk kan je je afvragen wat “echt Mexicaans” is. Het Maya volk, taal en schrift bestaan nog steeds. De bevolking van Yucatan bestaat voor 30% uit Maya’s en voor 60% uit Mestiezen. Dit is goed te zien in het plaatsje. De mensen zijn kort en gedrongen, met nauwelijks een nek.

Verder is er een centraal marktplein dat “de” stopplaats is voor busreizen vanuit de Rivièra Maya naar Chichén Itzá. En dat is ook wel nodig ook. De bus is luxueus, en formeel duurt de rit 2 à 2,5 uur. Vanuit Cancun wordt de trip verkocht als “een uur of drie”. In praktijk is het voor Cancun 5 uur, en ben je vanuit ons hotel 3,5 uur onderweg.

Het centrale plein van Valladolid heeft een mooi park, met karakteristieke bankjes. Er staat een grote kerk en De gebouwen rond het plein zijn duidelijk beïnvloed door de Spanjaarden. Arcades met bogen en zelfs een overdekte markt. Maar uiteindelijk geldt natuurlijk dat daar waar de toeristen zijn, de commercie zich aanpast. Vrouwen in Mexicaanse kleding (witte jurken met geborduurde boven en onderkant) proberen textiel en hangmatten te verkopen. En in de winkels kan je terecht voor een Mexicaans masker (made in China) en een nieuwe zondagse sombrero. Tot slot breek je je nek over de ijsverkopers.

10Na een uurtje zetten we de tocht voort richting Chichén Itzá. Bij het hotel om de hoek krijgen we lunch. Zoals overal ook hier in open ruimtes met een rieten dak, waar de blackbirds het eten van je bord proberen te roven. Tijdens het eten doen enkele Maya’s een dansje in traditionele kleding en met flessen en dienbladen op het hooft.

Op het terrein aangekomen gaat Anett, gewapend met een handige klapper en de paraplu der erkende gidsen, in hoog tempo verder met haar verhalen. Het begint bij het eenvoudige Maya huisje van hout en riet, dat ovaal van vorm is, zodat boze geesten niet in een hoekje kunnen zitten. Het gebouw is rood geverfd, in de kleur die in het verleden voor alle gebouwen werd gebruikt.

Als Anett na vijf minuten voor de derde keer zegt dat we straks, tijdens onze vrije tijd, mogen fotograferen knapt er iets bij me. Het is podjakker mijn vakantie. Vrijer dan deze tijd zal het echt niet worden! Vanaf dat moment blijf ik een soort van bij de groep, maar ben ook naar hartelust op jacht naar fotograbele dingen. Daaronder vallen onder meer de prachtige hagedissen die over de ruïnes kruipen.

11 De verzameling ruïnes is overigens indrukwekkend, en doet zeker niet onder voor de oude centra van Rome of Athene. Centraal op het terrein staat de piramide van Kukulkan. Je mag er niet op en niet in. Binnenin staat een groot Jaguar beeld van Jade. Verder zijn het twee piramides over elkaar heen. De laatste is aan één zijde gerestaureerd. Het is de foto-opp van het terrein. Dit wordt onder meer aangegeven door een Nippon index, die, hoewel laag, voor het eerst wordt genoteerd. Wie minder dan Knorf gaat hier dan ook op de foto!

Andere elementen die vermeld moeten worden zijn het balspel terrein, waar op 7 meter hoogte een rubberen bal door een hoepel gegooid moest worden. De winnaars of verliezers werden onthoofd[1], wij vermoeden een regelmatig terugkerend gelijkspel.

Het ronde observatorium is een ander mooi gebouw. Het is, los van de omvang, opmerkelijk omdat het qua vorm afwijkt. Ook bogen komen niet voor in de originele Maya bouwstijl. Ze gebruiken het trapezium als belangrijke vorm, ook voor poorten.

Van de versiering van het geheel is weinig overgebleven, maar slangmotieven zijn heel belangrijk in deze cultuur.

Na ruim anderhalf uur legt de groep het af tegen de zon. De vrije tijd wordt voor een deel ingevuld in de schaduw op het terras van het hotel.

Na een veel kortere terugrit[2] eindigen we rond etenstijd terug in Quetzal. Voor wie naar Yucatan gaat: bezoek Chichén Itzá.

23 mei.

12Het is nog steeds waardeloos weer. Dat wil zeggen, de zon schijnt, maar het waait veel te hard. Zwemmen in zee is verboden en duiken vanaf het resort zit er niet in. Dus gaan we vandaag naar Cozumel, het eiland 16 km voor de kust met een van de grootste koraalriffen ter wereld. Busjes en taxi’s verschepen ons naar de ferry, die een paar kilometer van het resort vaart. Daar worden we geringd. Ringen is groot op vakanties. Een armbandje om aan te geven dat we belasting voor Cozumel hebben betaald, een om aan te geven dat we een bandje hebben dat aangeeft dat we een bandje hebben dat we belasting hebben betaald op Cozumel. (Voor wie dit een lastige zin vindt, we hebben nu 3 armbandjes). Op de boot speelt een bandje om er voor te zorgen dat we ons het half uur van de overtocht niet vervelen. De toeristen industrie probeert ons ondertussen rondritten, scuba, snorkelen en huurauto’s aan te praten. Het bandje is niet slecht, maar vertilt zich aan nummers van Carlos Santana. Terecht dat ze trots op hem zijn, maar nummers van hem spelen is toch effe te hoog gegrepen.

Wij komen niet verder dan onderaan de loopplank van de ferry. Daar jaagt de reisleider ons op en brengt ons naar het bootje van de duikschool dat ons naar de verste punt van het eiland vaart, waar Iberostar ook een resort heeft. We worden ontvangen met een armbandje…

 Nelleke heeft het dan al gezien; ze besluit het bandje krachtig te gaan gebruiken. Het geeft ons namelijk toegang tot het hele resort.13

Wij pakken onze spullen op voor de eerste twee duiken. In de groep is Amerikaan Kevin  O‘Connor uit Boston. Hij is “loud” gekleed met onder meer een XXL T shirt met een enorme doodskop. Hij is net 30 jaar getrouwd en loopt permanent kauwgum uit te delen. Het is een ras ADHD-er zonder iemand om hem aan te sturen. Dit wreekt zich vooral bij de start van de duik. Hiervoor zijn vaste procedures. Iedereen maakt de volledige uitrusting klaar, en bij aankomst ga je asap met een koprol achterwaarts van boord. In het geval van Kevin was controle mooi geweest. Op het signaal “nu” moet zijn pak nog om zijn niet geringe lijf worden geplooid. En hij moet zijn bril en vinnen terugvinden. Nadat het “overboard” uiteindelijk is gelukt blijkt hij veel te weinig lood te hebben.

Door de stroom komen we nooit meer bij het rif, dus iedereen mag weer aan boord, waarna we een tweede poging doen. Na 20 minuten breekt de absolute pleuris uit. De instructeur is een cursist kwijt. Het blijkt Kim, de buddy van… jawel, Kevin. Ze was hem kwijt, en was dus maar naar boven gegaan. Einde duik dus…

Verder is over deze dag te melden dat ik eindelijk, na jaren, mijn eerste zeeschildpad zie.

24 mei

Voor de vakantie heb ik bij Dresseldivers een duikpakket geboekt. Het heet Gorilla. Dat staat volgens mij weer voor veel en lomp. Deel van het pakket is het 14duiken in de cenotes. Het is al eerder vermeld, heel Yucatan is één groot karst gebied. Dat wil zeggen, het barst van de grotten en kloven. En in een grot kan je duiken. Officieel mag je niet meer dan 40m van de opening zitten, anders wordt het een “echte” grotduik en dat is technisch duiken. In praktijk neemt men het minder nauw. We duiken in lijn en langs een lijn. Instructeur voorop, de meest ervarene er achteraan (ik dus). Onderweg zien we veel tekenen van instortingen, de ondergrond houdt gewoon het gewicht van de bovenlaag, inclusief bomen, niet. We zien veel fossiel (koraal) en druipsteen. Mes en snorkel zijn verboden. In het verlengde van het "echte" grotduiken wordt wel gewerkt met de derde regel: Een derde voor de heenreis, een derde voor de terugreis en een derde reserve. Ik vraag of dit betekent dat als ik heen en terug met één derde doe, ik een extra rondje mag. Ze zeggen het onmiddellijk toe, maar maken het niet waar L. Verder kan ik het duiken in de cenotes iedereen aanraden.

De rest van de dag luieren we. De zee kunnen we niet in, want het waait veel te hard en er staat een zwarte vlag. Die kan je volgens mij negeren, maar de strandwacht verveelt zich de klere en staan onmiddellijk klaar om mij het water uit te brullen.[3]

25 Mei

15Vandaag is het weer excursie dag. Dat betekent vroeg op. Dat is ook het moment waarop de natuur het meest actief is. We nemen een paar mooie foto’s van een neusbeertje. Een Amerikaanse wil meer. Ze staat onder een boom en roept “Oeoe oeoe” in de hoop dat ze daarmee de apen lokt :-)

Wat de excursie betreft: heel plat kan je zeggen dat we hebben ingetekend voor een dag waarop stadse mensen doen alsof ze in de woeste natuur zijn, met een stukje cultuur om het goed te praten. Een soort Billy Crystal met midlife crisis op cowboy tour (City Slickers).

Bovendien begint de dag met een relletje. We blijken een trip bij Go-Native met Nederlandstalige gids geboekt te hebben. Julio (spreek uit Hoelio) de gids spreekt uitstekend Spaans en redelijk Maya en Engels. ABN is te hoog gegrepen voor hem. Met 1.55m zal dat ook wel zo blijven. Er volgen telefoongesprekken en we worden voor de keus gesteld: nu mee of morgen in het Nederlands. We besluiten in te stappen. Onderweg pikken we nog vier Amerikanen op, die ook zéér slecht in ABN blijken. En dus zit het ze niet mee, want wij zijn met zijn achten.

Na een kop koffie rijden we de jungle in. Er wordt uitgelegd wat de wilden doen: bos wandelen, tokkelen, kanoën en abseilen. Daarnaast doen ze aan heidense geloven en eten ze of luieren ze in een hangmat. We denken dat we wel een ochtendje wild kunnen zijn, al stelt Nelleke dat tokkelen en abseilen vast niet authentiek zijn, dus daar doet ze niet aan mee. Ik neem haar wel in de boot.

De nature walk is van de parkeerplaats, via de locker room en de uitrustingshut naar de tokkelbaan. Er zijn vlinders en we worden gewezen op de acacia en de rubberboom. De epifyten en palmen zien we zelf. Bij de tokkelbaan zien we ook een paar alligators die er niet uitzien of hun tanden zijn afgevlakt…. Verder stelt het weinig voor. Ze knopen je aan een staalkabel en je raast over een meer.

 Hierna wordt het ernst. De toverdokter wacht op ons, dus we spoeden ons naar religieuze set nr 1. (Nummer 2 ligt er achter, zodat er meerdere groepen afgehandeld kunnen worden.) Julio, onze gids heeft aan de hand van “de klapper”[4] een uitstekende uitleg. Het wereldbeeld van de Maya’s wordt belichaamd door de boom. De wortels staan in de onderwereld, de cenotes. Verschillende delen van het wortelstelsel worden beheerst door verschillende goden. De takken staan voor de bovenwereld, met weer een god voor iedere tak. De hoogste god zit boven in de boom.

Na de uitleg wordt het serieus. We moeten staan, de pet en de zonnebril moeten af en er mag onder geen voorwaarde worden gefotografeerd. De sjamaan is in het wit gekleed en loopt op blote voeten. Het gebed gaat in het Maya en we sluiten vriendschap als volkeren. Hij brandt wat hars, waarna we een voor een worden uitgerookt. Het enige wat de serene stilte van dit moment verstoort is het permanent klikken van de digitale camera van een wilde die ergens op de loer ligt. En, ik moet het helaas toegeven, onze eigen camera.

Het abseilen dat nu volgt is wat mij betreft lolliger dan het tokkelen. Hier laat je je in een cenote zakken, langs een andere wilde Maya met een digitale camera, tot je uitkomt bij een nog veel woestere Maya. Hij schuift, vlak voor je het 16water raakt een originele Mexicaanse binnenband onder je. Het woest ontstaat vooral als je je, zoals ik, net te vroeg laat vallen, zodat je naast de band terechtkomt. Mijn plons is van model bommetje, dus effe snel een band kan je dan wel shaken. Woest zwemt de Maya heen en weer met banden, tot het tot hem doordringt dat de volgende alweer abseilt, terwijl ik geen enkel teken van potentieel verdrinken vertoon.

Nadat we allemaal in het gat zijn verdwenen worden we een voor een weer uit de cenote getakeld. Ik kwam als eerste, het lijkt me dan ook niet meer dan redelijk dat ik er als laatste weer uit kom.

Na een rondje over de rivier met de kano is het tijd voor een originele Maya maaltijd. We kunnen kiezen uit onder meer rijst en pasta en dit aanvullen met kip. Het meest oorspronkelijk lijkt de vegetarische soep en de hibiscus thee. Beide zijn verrukkelijk.

Dan is het tijd voor het mat hangen. Dit onderdeel duurt véél te kort. We moeten nog langs de merchandise. Kraaltjes, maskers en vooral digitale afbeeldingen. Voor $ 49 wordt iedere afbeelding waar je op staat wireless naar het hoofdkantoor gemaild. Niet alleen krijg je dan een CD met verantwoord hoesje, maar ook een pet en T-shirt.

Voor het zover is moeten we nog aan de cultuur. In dit geval Coba.

17 Coba is zielig & ze hebben er de pest in. Dit wordt toegelicht door een speciale gids met historisch/archeologische vooropleiding en een A4 map. Evenals Chichén Itzá is Coba een oude indianenstad. En dan volgt de pijn. Coba is Maya, Chichén Itzá van de Tolteken, een andere stam. Verder is Coba ouder (7e- 9e eeuw), het heeft een grotere bloei gehad en het heeft de hoogste tempel van Yucatan. En toch zijn ze podjakker al in de voorronde van de Wereldwonder verkiezingen afgevallen. Nu strijken de Tolteken met de eer en, vooral, het conservatie- en restauratiegeld.

Er is veel voor zijn verhaal te zeggen. De witte weg, de langste uit de Maya geschiedenis, liep van hier naar Tulum. Er zijn honderden ruïnes in dit gebied, wat niet verwonderlijk was omdat de stad ooit 60-80.000 inwoners had. Slechts enkele ruïnes zijn goed onderzocht of zelfs deels hersteld. De plaats waar Pok Ta Pok werd gespeeld en het observatorium zijn er twee van. Pok Ta Pok was het indiaanse balspel, dat hier in een werkelijk functionele arena werd gespeeld.

De eerste tempel was een mausoleum voor een hogepriester. Men kan dit afleiden uit de schedel die in het graf gevonden is. Bij het koningshuis werden de schedels ingeklemd in planken tijdens de jeugd, zodat ze mooie vierkante koppen kregen. Deze piramide is nog maar een kleintje vergeleken met “de echte” van Coba en wordt nu bewoond door vleermuizen.

De tweede en hoogste tempel is met name zo hoog omdat volgens Maya gewoonte iedere tijdcyclus een nieuwe laag om de piramide werd gebouwd. Die cyclus duurt 52 jaar, dus dat tikt hard aan. De volledige tijdrekening stopt trouwens in 2012. De Maya’s zien dat niet als een probleem. Ze beginnen dan gewoon weer overnieuw met tellen.

We moeten zeggen dat zijn verhaal wel wat heeft. Zo’n archeologische rijkdom en geen mogelijkheid om er iets mee te doen is natuurlijk zonde.

Het terrein is groter dan Chichén Itzá, dus wandelen is niet echt een optie. Nelleke wil in een Maya limousine en zo gaan we dan in een bakfiets het terrein over. Onderweg wijst de chauffeur de belangrijkste bezienswaardigheden aan.

Inmiddels zijn alle belangrijke culturele plaatsen ter wereld afgerasterd, maar in Coba kan je nog gewoon de piramide beklimmen. Dus onder het motto: over drie jaar is dit ook verboden, overwin ik de hoogtevrees en klim ik naar boven. Van daar uit heb je een schitterend zicht over de jungle.

Na anderhalf uur zitten we weer in het busje richting verkoopcentrum van Go-Native. Sommige pakken hier hun CD (en T-shirt) op, de meesten beperken zich tot (g)een afscheids tequila.

Samenvattend was dit een geweldige excursie, waarbij het eerste deel vooral als fun moet worden gezien. Wat Chichén Itzá en Coba betreft, dat is geen keuze. Je moet ze gewoon alle twee bekijken!

We sluiten de dag af in het steakhouse, een van de vijf restaurants op het resort waar je vooraf moet reserveren.

Later die avond barst de regen los. Het regenseizoen is begonnen.

26 mei.

Vandaag heb ik twee duiken vanaf het resort gepland. Het zijn leuke tochten. Ze kosten het grootste deel van je dag, maar het houdt je van de straat zullen we maar zeggen.

18 Dat is hier ook wel nodig. Binnen het all inclusive concept kan je de hele dag op je strandstoel gaan liggen en je volstoppen met eten en drinken. Nu is een straal bezopen, volgevreten clientèle geen aanbeveling (tenzij je als Russen onder elkaar wilt zijn). Dus heeft het resort maatregelen genomen in de vorm van het activiteitenteam. Mocht je dus een kwartiertje gaan liggen dan kan je rekenen op een bezoek van een lid van het Iberostar Entertainment Team. Als dan niet verkleed proberen ze je te verleiden tot zwembadvolleybal, aerobics, aquarobics, beachvolleybal, beach run of allerlei andere zaken waar je niet op zit te wachten. Je kunt kiezen voor de frontale afzeik methode, maar om twee redenen is dat weinig passend. Allereerst zijn ze vriendelijk, echt vriendelijk. Daarnaast is vrijwel alles gratis, waarmee een ander excuus voor verbale mishandeling vervalt. Als iets niet gratis is, dan gaat de verkoper gewapend met een A4 map met viergatsperforatie etc….

Dus kiezen we voor een andere benadering: wij hebben het druk. Nelleke heeft een heel overtuigend breiwerk om dit te onderschrijven. Ze is al snel de knitting lady van het resort. Velen komen speciaal een praatje met haar maken. Ik val terug op de enorme inspanningen die ik moet verrichten bij het duiken. Naast enthousiast zijn ze ook tamelijk naïef, dus ik ben succesvol in het ontduiken van darten, boogschieten en ezeltje prik.

Alleen staan ze er op dat we een keer bij de show langs komen. Het entertainment begint niet alleen vroeg, het gaat ook lang door. Iedere avond is het bal met speciale shows. Vooral een Mexicaanse nicht houdt vol dat hij niet zal rusten voor hij met Nelleke heeft gedanst.

19Mocht je er wat langer zitten dan hoor je aardige verhalen. Zoals die Amerikaanse, die de armen van een van de leden van het Entertainment team wil, because there is absolutely no flab on them. Zij heeft het terrein bestudeerd en is onder de indruk van de prachtige paden die door de wilde jungle zijn aangelegd. Wat haar ook geruststelt is dat ze de hokken heeft ontdekt waarin ’s nachts de apen worden opgesloten. Deze zijn namelijk tam en gaan ’s avonds braaf naar hun kooi. Nelleke is zo beschaafd niet uit te leggen dat wij in die bewuste kooien ’s avonds de papagaaien hebben zien uitrusten van een dag omgang met toeristen in  het wild in de lobby.

Nog mooier zijn de Amerikanen die brulapen in een boom ontdekken en op hetzelfde moment een personeelslid waarnemen. Onder de indruk van de inzet van de overgrote meerderheid van het personeel, denken onze Amerikaanse vrienden dat alles mogelijk is. “Can you make them howl?” vragen ze hoopvol. “So sorry”, dat kan hij niet. Advies voor de volgende keer: “So sorry, forgotten the remote”.

Vermeld moet worden dat Nelleke de definitieve serie apenfoto’s schiet. De rest van de wereld kan ze dus van het net halen.J

We besluiten de dag bij het Japanse restaurant op het resort. Onze kok blijkt te luisteren naar de goed Japanse naam José Eduardo. We vermoeden dat hij na de basisopleiding tot kok een specialisatie Japans Powerkoeker heeft gevolgd. De sumoworstelaars moeten een grote inspiratie voor hem zijn geweest. Hoewel hij hun omvang niet bij benadering haalt, staat hij zich in het zweet te rammen en hakken op twee bakplaten die hij simultaan bewerkt. Hij speelt met zijn kookgerei en het voedsel zoals dit in veel Japanse restaurants gebeurt. Als het gerucht waar is dat een Japanse topkok harakiri pleegt na een foutje met een van beide, dan was José deze avond minstens 25 keer aan zijn einde gekomen. Hoogtepunt is het moment waarop hij eten in de mond van de gasten schiet. Hij doet drie pogingen bij mij, maar hoewel ik van goede wil ben, had zelfs Edwin van der Sar dit niet kunnen vangen, laat staan deze middelbare toerist achter een bakplaat. José geeft niet op en wijst nieuwe slachtoffers aan. Het eten vliegt alle kanten uit, tot uiteindelijk een Amerikaan godzijdank een stukje kip opvang. Flauwe grappen over het volk met de grootste bek liggen nu voor de hand…

Alles bij elkaar hebben we goed gegeten en ons uitstekend vermaakt. Hulde aan onze Japaxico Chef!

27 mei.

20Ook vandaag is het weer duiken geblazen. We zetten dus weer een wekker, maar dat is eigenlijk niet nodig. De jungle heeft last van een stevige empauwerment. Zodra het licht wordt laten deze gepimpte kippen de hele wereld weten dat ze er klaar voor zijn. Niet lang daarna laten de brulapen meestal horen dat ze eigenlijk uit hadden willen slapen.

Na de duik, met veel schildpadden, gaan we met de taxi naar Playa del Carmen. Een afstand die eigenlijk goed te lopen is als je geen last hebt van de hitte. Wij wel! Aan het begin van het plaatsje, of om meer exact te zijn, op de grens van het laatste resort en de eerste vrije vakantiewoningen, liggen wat ruïnes. De Maya’s hadden hier een heuse stadsmuur met een aantal gebouwen er binnen. Functie en originele vorm van de ruïnes zijn niet meer te achterhalen, maar voor wie Indiana Jones en of National Treasury II heeft gezien is het niet onmogelijk om zich een complete cultuur voor te stellen.

 Playa stelt verder niets voor, tenzij je een geboren shopper bent. De hoofdstraat, 5th Avenue, is een rij winkeltjes, waar je overal binnen moet komen voor wereldkoopjes. Als je dat niet doet, en wel met een grote camera loopt wordt je voor paparazzi uitgescholden. Ik scoor een frappucino met extra shot, dus ze kunnen tegen me blèren wat ze willen, mijn middag is goed. Nelleke koopt een nieuw badpak. We hebben de lokale economie voldoende ondersteund, ook zonder het kopen van een sombrero. Verder valt op dat het aantal duikscholen geen limiet kent. De Egyptenaren kunnen er nog een punt aan zuigen. Voor het clubblad van TOV Gagnan zal ik daar nog wel wat tekst aan wijden.

21Wel de moeite van het vermelden is de tweede duik van de dag. Het is de enige nachtduik van deze vakantie. Als ik aan kom lopen staat Ramon uit Chili er al. Ik heb al een aantal keren met hem gedoken en hij is een “echte”. Verder is er Pablo uit Mexico. Hij kijkt naar de aanwezigen en vraagt of er echt twee instructeurs mee gaan. Ze leggen uit dat ik ook instructeur ben, maar dat het niet bij die verhouding zal blijven. Iedereen die vrij heeft in het duikcentrum komt met zijn spullen aan zeilen. Er komen er zelfs twee uit Paraiso. Uiteindelijk gaan we met 7 instructeurs te water. Sergio zegt dat de duik, als gebruikelijk, maar 45 minuten mag duren. Vriendelijk doch beleefd wordt hem verteld dat we dat zelf wel uitmaken… Het wordt meer dan een uur en de beste duik van de vakantie.

28 mei.

Weer gaat een dag op aan het duiken. Verder brengen we relatief veel tijd door op het resort.  Het lijkt daarmee tijd om eens stil te staan bij “het resort”. Eerlijkheid gebied om aan te geven dat we op dat punt geen expert zijn. Als je op internet kijkt zie je allerlei kritieken op de verschillende resorts. Er is een groep mensen die het niets vinden omdat het toeristenfabrieken zijn. Dat klopt, en daarmee is dat dus geen onderscheidend element.

Een volgende klacht is dat er niets te doen is. We hebben de onvolprezen en vooral onvermoeibare Star Friends al genoemd. Quetzal is wat dat betreft dik in orde. Voor de shows worden systematisch professionele groepen ingehuurd. In de omgeving is voldoende mogelijkheid voor winkelen, cultuur en excursie, dus dat zit ook goed. Voor een deel kan je de uitstapjes zelf doen, dus dat houdt het ook nog betaalbaar.

De verzorging van het resort in onberispelijk. Er staat altijd wel ergens iemand te poetsen.

Tot slot, en voor velen de grootste bron van ergernis: het voedsel. Allereerst hebben we niemand ontmoet met darmklachten, wat in resorts altijd al een prestatie is. Verder zijn de restaurants ok. Op Tucan/Quetzal kan je 24 uur/dag eten, eventueel via de roomservice. Vreemd genoeg is er wel een kwaliteitsverschil tussen de twee grote restaurants. Cozumel is net een fractie beter dan Tulum.

22Verder ben je zelf verantwoordelijk voor de eetbaarheid van maaltijd. Zo ben ik dol op pasta, chocoladesaus, biefstuk, vis en verse ananas. Niemand houdt je tegen als je dat in één keer op je bord stapelt. Maar het resultaat is dan toch minder. Als je bewust kiest voor Mexicaans, Amerikaans, Italiaans of Spaans kan je gevarieerd eten en na afloop altijd nog een toetje met chocoladesaus nemen. Een entree is trouwens ook aan te raden. Ze hebben hier uitstekende soep, waaronder verschillende koude soepen. Na de gazpacho dacht ik dat ik niet hoefde. Dat blijkt toch anders.

In de bars serveren ze een goede kop koffie. Bij mijn espresso blijft het roulette, maar dat ben ik gewend. Even een toelichting. Een espresso is voor mij de definitieve koffievorm. Nadeel van espresso is dat je het in je holle kies giet. Bij Starbucks in de VS ga ik dan ook standaard voor de dopio of de quad. De rest van de wereld snapt dat niet.

Zo kent men hier de dubbele espresso en de espresso double. In het eerste geval krijg je een dopio, in het tweede geval een espresso gemaakt van de dubbele hoeveelheid koffie. Althans in theorie. Het resort heeft bezoekers van over de hele wereld en de taalproblemen zijn legio. In bijna de helft van de gevallen denken ze: hij zal wel dubbele bedoelen in plaats van double.

Ernstiger wordt het als ze denken: hij zegt espresso, maar snapt het vast niet. Hij bedoelt natuurlijk koffie. Op zo’n moment raad ik iedereen aan te denken aan Frankrijk![5]

De enige verbetering die wat mij betreft wenselijk is, is het vruchtensap. Iedere vorm van alcohol is aanwezig, maar wie na het ontbijt nog een vruchtensap wil, krijgt snoeihard limonadesiroop voorgezet. Er wordt veel water gedronken op het resort.

29 mei.

23Vakantie drijft je tot rare dingen. Het “Hey you guys” van deze ochtend is afkomstig van de gids die ons meeneemt op een walvishaai excursie. Het is de standaard begroeting van iedere gids bij iedere tour. Deze excursie is een jacht op de walvishaai. Nu het regenseizoen is begonnen trekken de walvishaaien vlak voor de kust langs. Het zijn planktoneters, dus het zicht in het water waarin ze zich bevinden is matig. Na een uurtje hebben we een busje vol met mensen met een snorkeluitrusting en een verbeten blik in de ogen. Onder hen zijn Merel en Stephan, met wie ik al eerder heb gedoken. In Cancun worden we afgeleverd bij de San Diego II, een drijvend stuk polyester met 2x60 pk. De bemanning bestaat uit Kapitein (spreek uit Captain), Jorge (spreek uit Horrugu) en onze reisleidster annex cineast. We varen langs fregatvogels en grote groepen pelikanen. We passeren de eilanden Mujeras en Contoy. We vinden een enorme manta, maar daarna wordt het stil. Na een uurtje beweegt er echter wat. Basisuitrusting en camera’s gaan in de aanslag en op gebrul van de kapitein duiken we achter Jorge aan op weg naar een vis van een meter of acht. Dit gebeurt in buddyparen. Aanvankelijk maak je je zorgen of de vis er nog wel is als je aan de beurt bent. Daar kan je twee dingen over zeggen. Allereerst blijft de kapitein bekwaam in de buurt, waarbij hij er goed op let het dier niet te storen. Ook vanaf het scheepje kan je alles dus goed zien. Daarnaast zijn de vissen groot en langzaam. Maar de formule langzaam * 8 meter levert toch nog een snelheid waar menig wedstrijdzwemmer een minderwaardigheidscomplex aan over zou houden. Na een minuut of vijf geef je het dus wel op.

24Dit in tegenstelling tot de kapitein die steeds harder begint te mopperen dat we niet snel genoeg zijn. Er deugt niets van ons. We zwemmen te langzaam, we kleden ons te langzaam om etc.. Nelleke vindt het na één keer geschikt. Vanaf de boot ziet ze het op haar gemak ook heel goed. Ik blijf even braaf, en ga keurig op mijn beurt te water. Als de kapitein ook tegen mij begint te zeuren vind ik het echter tijd worden om alle remmen lost te gooien. Hoewel ik een paar waardeloze vinnen heb geleend, wordt het tijd om 40 jaar zwemervaring in de strijd te gooien. Na drie walvishaaien hangt bij iedereen de tong op de schoenen, maar ik heb veel foto’s en het dik naar mijn zin. Vooral het kleintje van een meter of drie was leuk.

‘Willen jullie er nog een?’ vraagt de kapitein. Hij lijkt niet verbaast als ik ja zeg. Bij de laatste krijg ik nog maar één man mee, en ook Jorge is niet meer helemaal okselfris. Doordat ik iets langer kan blijven zwemmen en nu een beetje snap waar ik mee bezig ben kan ik alles goed bekijken. Een walvishaai is een soort drijvend eiland. Een pelikaan zal niet makkelijk onder een haai door duiken. Als de haai besluit te duiken kunnen ze geen kant uit. Daarmee vormt de haai een mooie bescherming. Onder en achter de haai zitten dan ook hele scholen andere vissen, zoals jacks en snappers. Ook loodsvissen zie je overal. Het beest zwemt tenslotte in de  soep en daar wil iedereen van mee profiteren.

Dan krijgt de kapitein ineens haast. In volle snelheid scheurt hij richting Cancun. Bij een rifje voor Isla Mujeres mogen we nog even lunchen en snorkelen, maar dan wordt al duidelijk waarom de schipper haast heeft. Het regenseizoen zet door. Meer wind, en regen. Hard varen is natuurlijk leuk, maar het kost wel meer brandstof. Die is op enig moment dan ook op. Jorge vist een nieuwe tank diesel uit een kast bij de boeg. Die moet natuurlijk wel even overgeheveld worden. Dat is simpel, met een hevel zet je dat zo over. Jammer alleen dat je met je mond moet hevelen. Maar als je je mond daarna maar spoelt met zeewater dan valt het allemaal best mee. Op de terugweg naar het hotel regent het verder, maar ach, wij zitten droog.

Iedere avond is er een show in het hotel. Tot nu toe hebben we die succesvol gemeden, maar je hebt er voor betaald dus zo langzamerhand wordt het toch eens tijd om te kijken. Het patroon is waarschijnlijk in alle resorts gelijk. De avond wordt gestart door het entertainmentteam dat de hele zaal langdurig “Oei, oei,……Oei,oei….Tequila” laat brullen. Daarna volgt een spelletje (wie doet het beste een gaucho na) en het uitrijken van prijzen voor de winnaars van spelletjes gedurende de dag. Die gaan uitsluitend naar Amerikanen, want de rest van de wereld heeft hier vakantie.

Daarna volgt “the Big Show”. Vanavond is dat een professionele dansgroep die Mexicaanse dansen doen. Het duurt maar een uurtje, maar is absoluut de moeite waard.

30 mei.

25Onder een zeer dreigende lucht vertrek ik naar het wrak Mama Viña, de laatste duik tijdens deze vakantie. Door het slechte weer van de vorige week is er een stuwmeer aan duikers ontstaan. De boten zitten vol. Dressel Divers heeft alles strak georganiseerd (Dat mag ook wel met de prijzen die ze vragen.) Er is personeel voor de kant (de Playaderos) en voor de boten  (de Marineros). Er is storm op komst. Hoewel de grondtroepen nooit iets anders doen, besluiten ze vandaag kift te krijgen over wie de flessen naar de boot brengt. Sergio moet ze eerst wat Italiaans leren voordat ze in beweging komen.

Daarna zitten we snel op het wrak. Bij de opstijging moeten we minuten lang in de deco-stop. Het is dan al zichtbaar dat het regent aan de oppervlakte. Als we net aan boord zijn gaat de regen over in een volledige tropische hoosbui. We hebben nog geen 5 meter zicht en moeten zeker een kwartier wachten voordat we andere duikers kunnen oppikken.

De storm zet dusdanig door dat al het duiken aan de kust de volgende dagen wordt gestopt.

Wel is het nog met enige regelmaat droog tussen de buien, zodat we wel kunnen wandelen. Een stukje langs het strand lijkt nooit weg. Zo’n wit strand, met palmen en een blauwe zee leent zich natuurlijk bij uitstek om te trouwen. Het resort heeft daarvoor dan ook alle faciliteiten, ze stellen zelfs een weddingplanner beschikbaar. We hadden dit al eerder gezien en gehoord.[6]

26In dit geval valt het ideale plaatje wat tegen. De wind is zo hard dat alles, inclusief de kapsels, strak naar achteren waait. De definitieve vraag zal dan ook wel geweest zijn: “Wat brult u hierop als antwoord?” Anderzijds hebben ze mazzel. De wind is nog niets vergeleken met de regen die een uurtje later opnieuw losbarst.

 Bijna alle gebouwen hier zijn open constructies met rieten daken. Alleen bij sommige restaurants zijn netten gespannen om de vogels een soort van buiten te houden. Als wij het restaurant binnen hollen wordt net de enorme wind gecombineerd met een minstens zo enorme regenbui. Geloof me, een vogelnetje helpt dan niet. Terwijl de eerste rij tafels wordt geëvacueerd probeert het personeel doeken voor de netten te spannen. Een eitje als het windstil is, maar nu….  De doeken zijn niet waterdicht. Het eindresultaat is dus een restaurant met op de meest plaatsen vernevelaars waar de waterwolken door naar binnen slaan.

Op enkele plaatsen sluit de constructie gewoon niet en daar moet je minstens 5 meter bij vandaan blijven. Als goede Nederlanders waarderen we de strijd tegen het water, zeker als die wordt gecombineerd met een goede biefstuk.

’s Avonds kijken we nog even naar het animatieteam dat met zichzelf een songfestival houdt en dat nog wint ook. Ook deze avond is het de enige prijs die niet naar Amerikanen gaat J

31 mei

We worden even voor zessen wakker van gebrul voor het raam. Dat is om meerdere redenen opmerkelijk zoals “Er zijn hier geen Russen” en “We zitten hier 3 hoog”. De ordeverstoring blijkt afkomstig van de brulapen die tegenover ons balkon en op ons dak zitten. Maar ach, we moesten er toch vroeg uit, en de definitieve apenfoto’s kunnen nu worden vervangen door nog definitievere.

De reden van het vroeg wakker moeten worden ligt in de bestemming van vandaag. Het is terug naar de natuur dag, wat we doen door met een jeep de natuur op Sian Ka’an (Spreek uit cyancaan) te bestrijden tot het punt waar het water dat onmogelijk maakt. Vanaf dat punt zal een boot ons verder de mangrovebossen in brengen. Schilpadden, krokodillen, zeekoeien en dolfijnen zullen er klaar staan om ons de terugweg naar de beschaafde wereld te wijzen. Een barre tocht die we deels snorkelend af zullen leggen.

Een kwartiertje te laat worden we in de lobby van Tucan begroet door een blonde Nederlandse jongedame. “Hallo”, zegt ze, “Ik ben Yvet, en kom slecht uit bed”. “Mijn volgende slechte mededeling is dat er een orkaan over Sian Ka’am is gegaan! We zeggen de excursie daarom af, want zo is de lol er af”. Daarna zegt ze vlug: “Maar jullie krijgen wel je geld terug” (En zo voorkomt Yvet, zei het maar net, dat ze door ons wordt geplet).

27 Het is onmiddellijk duidelijk: vandaag gaan we naar Tulum (Spreek uit Toloem). Met Coba en Chichén Itzá is dit een van de grootste Maya sites van Yucatan. Volgens onze Neckerbelg is dit goed te doen, het is maar zo’n 60 km verderop. Daarvoor nemen we eerst de gewone taxi naar Playa del Carmen. Hiervoor zijn we € 3,05 kwijt, en 5 km verder. Daar pakken we de collectieve taxi naar de Ruinas de Tulum. Deze collectivo’s zijn 12-persoonsbusjes die tussen Playa en Tulum heen en weer rijden. Afhankelijk van de afstand betaal je dan een aantal pesos. Wij nemen het hele traject en zijn daarvoor samen € 3,65 kwijt. Iets duurder dan de entree voor de site, want die is € 3 p.p. Je kan dit ook als excursie boeken, maar dan ben je $55 pp kwijt. Je krijgt er dan wel een klapperaar bij.

Er staat een storm met zeker windkracht 7 op de kust. Achter de ruïnes merk je er niet veel van, maar pal langs de kust vergaat horen en zien je. Het is goed voor leuke foto’s. Verder is Tulum “herkenbaarder” als stad dan de twee andere steden die we hebben bezocht. Het is een wonder wat er allemaal nog staat.J Zelfs stratenpatroon en contouren van woonhuizen zijn nog goed te herkennen. Halverwege de 19e eeuw zijn de Maya’s nog in opstand gekomen tegen de Spanjaarden. Tulum was toen een van de belangrijkste verzetplaatsen. Een Maya kruis net buiten de officiële site herinnert hier aan. Maya’s gebruiken het kruis niet als religieus teken, maar als plaatsaanduiding.

Het is buitensporig druk. Dit komt waarschijnlijk omdat het regenseizoen nu in volle hevigheid is losgebarsten. Op het strand is niet meer te wezen, en ook andere “leuke” buitenactiviteiten lijken minder voor de hand te liggen.

De terugreis gaat net zo vlot als de heenreis. In feite is zelf rondtrekken minstens zo leuk als een geplande excursie. 28

Op Quetzal regent het aanmerkelijk harder dan in Tulum. We besluiten dat je van zwemmen toch nat wordt, dus dat dit ook in de regen kan. We stappen even in zee. De golven zijn geweldig. Onze strandwacht is er ook. Hij heeft zijn zonnebril nog steeds krachtig op, maar hij heeft ook een inmiddels doorweekte handoek omgeknoopt. Hij ziet er erg nacho uit. Twee Amerikanen gaan verder in zee dan het punt waarop hij vorige keer bij mij een driftcollaps kreeg. Nu straalt hij krachtig uit: als jullie verzuipen, ga ik het zwembad bewaken!

Ik sluit de dag af met de pre-hispanic show, die wordt opgevoerd door een professionele dansgroep. Dit uiteraard nadat een aantal Amerikanen een prijs hebben gehad voor een aantal onduidelijke sportevenementen. De dansen beelden een aantal elementen uit het Indiaanse leven uit, zoals het poc-ka-poc, jacht, oorlog en niet te vermijden het offeren van de maagd. Nelleke heeft het op dat moment al gehad…

1 juni.

29Een resort heeft heel veel mogelijkheden. Zo veel dat je lang niet aan alles toe komt. Een van de opties is een stukje fietsen. Dit lijkt ons wel wat. Als we aankomen, gaat de groep, te weten 2 fietsers en een Star Friend net weg. Wij wuiven en wapperen nog, maar we worden afgeserveerd. Wij zijn onveilig!

 Zij die andere verhalen en onze vriendschap met Les Prenenz kennen hebben mogelijk geen toelichting op deze constatering nodig. Wij willen echter toch wat verduidelijken. Het blijken onze schoenen. Mijn kwaliteitsecco’s zijn van het type sandaal. Levensgevaarlijk! Die kunnen uitschieten! Of je tenen raken tussen de ketting als de tegenwind ze te veel spreidt! Verwijzing naar het feit dat iedere Nederlander is geboren op een fiets helpt niet. We krijgen geen koddig helmpje en mogen niet mee. Persoonlijk vind ik dit een belediging van onze nationale volksaard en onze moeders, die het toch niet makkelijk hebben met die bevallingen op die fietsen. Daarom een oproep aan iedere landgenoot die stevig schoeisel aanheeft op het moment dat hij of zij het blauwe broekje van bijgaande foto ziet: geeft de starfoe een droge kick onder het gespannen achterste! (Maar alleen hij, en alleen hier, van de rest houden we nog steeds.)

 In plaats van fietsen gaat de dag op aan wandelen en het fotograferen van het resort en vooral de regen op het resort, want god wat is het vandaag nat.

’s Avond houdt het starteam een quiz, zodat ook niet Amerikanen een kans maken op een prijs. Als we Esther bij ons hadden gehad, hadden de Amerikanen zelfs geen kans gehad. Het is een filmquiz. Nu gaan ze alsnog met de meeste T-shirts naar huis.

2 juni.

30De vakantie zit er op. We slapen uit (tot wel 7 uur), ontbijten en lunchen uitgebreid (nog twee keer chocoladesaus) en ik werk wat aan dit verslag.

Het was een leuke eerste kennismaking met Mexico, ondanks het zeer hoge toeristische gehalte. Maar wie daar niet tegen kan raden wij een Diwan lustrumfeest in Carhaix aan! Per auto net zo’n lange reistijd en je bent er als toerist nog een bezienswaardigheid.

Voor ons geldt: Mexico? Wij houden er wel van!


  



[1] Wie op de stok werden gezet is duidelijk omschreven in het Maya spelregelboek. Helaas, de Spaanse overheersers en hun lucifers….

[2] Ik kan goed slapen in een bus, zeker met een iPod.

[3] Als het echte kerels waren geweest hadden ze me er uit gesleurd, maar ja ut heb meer temperament dan lef J.

[4] Iedere zichzelf respecterende gids loopt hier met een 4-gats A4 map met insteekhoezen of geplastificeerde kaarten. Hiermee worden verhalen toegelicht, waarbij niemand de kans krijgt goed naar de afbeeldingen te kijken.

[5] Frankrijk kent de Grand Café. En kop niet te zuipen koffie, die ze schenken aan de lulhannesen die geen wijn drinken. Het daartoe geschikte apparaat lijkt standaard stuk, dus is het oploskoffie in water dat de minimum temperatuur voor het doden van legionella nooit zal bereiken. Bij voorkeur vullen ze een kwart kopje geheel af met melk. Een espresso bestellen lukt soms, waarbij het beter is om te vragen om een café pressé. Bij een dubbele espresso schieten ze standaard in de Grand Café mode, alleen het bestellen van twee enkele espresso’s biedt enige uitkomst.

Alleen Starbucks snapt het espresso systeem. Een speciale vermelding gaat naar het personeel van de Starbucks in Passie in Parijs. Genetisch kunnen ze niet met koffie om gaan. Een dopio is hier, om discussies met Amerikaanse toeristen en die Nederlandse chagrijn te voorkomen een espresso kwadraat: Een dubbele dubbele hoeveelheid van de dubbele sterkte. Gedenkt het personeel van Starbucks Passie in uw avondgebed en hoop met mij dat ze nooit verder komen.

[6] Als was het alleen maar omdat wij, met een stel anderen het idyllische plaatje van de fotograaf verstoorden. Het gebrul van Amerikaanse fotografen naar iedereen, die in het mogelijke beeldveld van een fish-eye lens komt, maakt dat heel duidelijk.