Door Rob & Nelleke Kool  
  HOME :
   
Vakantieverslag USA 2005

Plaines & Trains & Automobiles. (& Taxi’s & Monorails & Trollies & Bikes & Boats & Busses &Rollende Voetpaden & Helicoper[1])

7 mei Ploumanac’h - Tiel

We komen terug van een week Bretagne. Geen hele bijzondere dingen, gewoon met Nelleke, Esther en Noortje, een vriendin van Es.

Nog voor alles is uitgepakt, staat de buurman voor de deur. Of ik de zware doos even zelf wil tillen. Hij heeft net een hartaanval gehad, en dit gewicht ziet hij terecht niet zitten. Het is 6,7 kilo papier voor de vakantie. Waar beginnen we aan.

1

24 Juni. Tiel - Badhoevedorp

Om 4.30 loop ik al door het huis. Het is warm en ik kan niet slapen. Toch hebben we tijd zat. Om 13.30 haal ik Merijn en Petra, die brengen ons weg. In de auto zit dan al een duiktas, een koffer en de laptop. Even later komen Henk en Henny. In hun auto past maar één koffer, dus koffer 3 verdwijnt ook in de VW. Het lijkt wel een volksverhuizing. Terwijl Wart ons uitzwaait, laten Nelleke Es en ik ons vervoeren naar het IBIS hotel in Badhoevedorp. Onderweg zien we veel files, vooral de andere kant op. We zijn tevreden. Zo dicht bij het vliegveld kan het bijna niet mis gaan.

Het hotel zelf heeft niets. Sober, strak, met alleen killer discokluisjes en 2 restaurants. We kiezen voor de Italiaan. Hierna gaat Esther voor de buis op haar kamer. Wij lopen nog even naar de McDonald met een plaats voor vliegtuigspotters. We zien wat auto’s die kleine vliegtuigjes uitlaten, maar verder is het weinig opwindend.

 

25 juni Badhoevedorp - New York

Dit is de langste dag uit Esther’s leven. En wel letterlijk: door het tijdsverschil duurt de dag 30 uur. En hij begint vroeg. Om 05.30 gaat de wekker meedogenloos af. We pakken op ons gemak onze koffers en moeten daardoor nog sprinten om de bus naar Schiphol te halen. Die zet ons, en onze formidabele hoeveelheid bagage, af bij Schiphol.

Het inchecken is nu voor mij vertrouwd, het verloopt volgens een vast stappenplan:

  • Je wordt opgewacht door een vrouw die je wijst op de machines waarmee je incheckt.
  • Je vertelt haar dat dit bij jou niet werk. 1
  • Ze lacht je uit, waarna de machine het verdomt.
  • Je lacht haar uit en vervolgens loop je naar balie 11 of 12.

Deze vrouw is a good sport en begeleidt ons prima. Ook over de man achter balie 11 valt niet negatiefs te vertellen. Wel over zijn werkomgeving: de belt is solidair met de incheckautomaat en verdomt het ook. Uiteindelijk weten we de 4 bakken puur gewicht op de banden te donderen. Voor alle zekerheid berg ik de bagage tags zorgvuldig op.

We lopen nog even terug naar de “juggle juice bar” voor een soort ontbijt en jus. Daarna gehts loss: inchecken en rondhangen. We hebben weinig tijd, dus we eindigen al snel in de wachtruimte E22. Daar hebben ze geen haast, dus een half uur te laat kunnen we richting stoelen in de Boeiing 767. We verlaten een vochtig Nederland en vliegen in een zeer comfortabele vlucht naar Newark, zeker als je bedenkt dat de temperatuur daalt tot -49 oC. We gaan over Engeland en Ierland[2] Alleen het landen is een drama voor Nelleke en Esther: ze hebben allebei last van hun oren.

Het valt mij op dat KLM tijdens de landing de hoogtegegevens van het scherm halen, de lafaards! Sommige maatschappijen geven die wel, waarbij je zo’n mooi neerstortbeeld krijgt.

Op Newark staan we binnen een half uur buiten. Ze hebben dan al fingerprints en een foto van ons. We nemen een taxi naar het Roosevelt Hotel op 45th & Madison. Opmerkelijk detail: ik moet de tol steeds betalen ipv dat het in de ritprijs zit.

Het Roosevelt heeft een prachtige entree, waar geen invalide-met-rolstoel zonder 6 begeleiders in komt. Wij worstelen ons ook klem met de bakken met gewicht. Daarbij komen we het personeel van de 767 weer tegen!

De rest van het hotel is belegd met een vloerbedekking die wordt gesponsord door the American Huismijt Association, maar we zullen het er wel een paar nachten uithouden.

De eerste wandeling gaat naar het centraal station. Dat blijkt echt naast het hotel te liggen. En dat komt dan weer mooi uit voor de volgende etappe. Je kunt hier ook eten. Ik moet zeggen: the New York Bagel is inderdaad beter dan exemplaren elders.

Over het 1e echte rondje door de stad hadden we niet nagedacht, want we hadden gerekend op 4 uur wachten in Newark. Dat is tenslotte de ervaring van Bert, onze NY goeroe.

Nelleke stelt een wandeling langs Times Square, Broadway en St. Patricks kathedraal voor. Dat wordt het dus & het is heel leuk. Ik zie één afwijkend gebouw, het is breder dan hoog en heeft zuilen[3]. Het is the New York Public Library. We kunnen er naar binnen. Het is een fantastische ervaring met veel kunst, leestafels, computers en zelfs hier en daar een boek. Nader onderzoek leert dat ze zelfs 7 titels van Jos hebben. Verder lopen we tegen een Dyke March[4] op. De vrouwen vormen door hun uitdossing een toeristische attractie op zich.

Verder zien we vooral heel veel hele hoge gebouwen. ’s Avonds eten we weer in de dining court van Central Station. Ik neem een Manhattan Clam Chowder, E&N gaan aan het gras. Nog een koffie en de dag zit er op. Morgen meer…

11

26 Juni New York

Leve de jetlag. We zijn véél te vroeg wakker. We maken een overzichtelijk plan. Eerst naar het vrijheidsbeeld en ’s middags naar het Empire State Building (ESB). Bij het ontbijt gaat het al mis. De tafel waar we aan zitten wiebelt en de dienbladen zijn slap. Het gevolg van dit alles is dat er een kop koffie over Esther heen valt[5]. E&N gaan terug naar de slaapkamer, ik neem nog wat foto’s. Er staat veel politie, er zijn afzetborden en er loopt een cameraploeg. Ook in New York kan je iedereen aanspreken, dus ik stap op de laatste af. “I’m from Europe, can you tell me what kind of event will take place?” Het antwoord: “You mean what’s happenin? It’s the Gay Pride Parade”.

Gay parade, dat klinkt goed. Nu kijken wat E&N er van vinden.

Het enthousiasme is groter dan verwacht. Sterker nog, het wordt met gejuich begroet.

Soepel gaat het schema om. Eerst ESB, dan naar de parade. We wandelen langs “all kinds of queer folk” naar de hoogste toren van NY. We zijn net op tijd’, het is nog rustig. We worden daarom redelijk soepel het gebouw in geleid. Alleen bij de veiligheidsinspectie krijg ik een driftcollaps. Een typ staat me door het poortje te duwen, terwijl een ander me probeert tegen te houden. Verder wordt ik behandeld als een total moron. Nog voor we in de lift staan is de grootste ergernis alweer vergeten. De lift brengt ons in een moordend tempo naar de 80e verdieping. Daar staat de volgende file naar boven. Het aantal liften loopt terug van 6 naar 2. We pakken de snelste route: de trap naar de 86e. Van daar hebben we een goed zicht op de stad. Het is alleen jammer dat het heiig is. We kunnen daardoor nauwelijks verder kijken dan de andere oevers van de East River & de Hudson. Ook lokaliseren we de plek waar het vrijheidsbeeld moet staan. Vandaag is het nauwelijks meer dan een vlek.

Daarna is het tijd voor de parade. De stoet wordt geopend door de Gay Motor Police met onmiddellijk daarna de bereden lesbo’s en homo’s[6].

Daarna komen de brandweer en het ambulance personeel. Daarna wordt het een bonte stoet van homo en lesbo sportclubs, gospel koor, human rights, anti aids groepen, politieke partijen etc.

Sommige willen zo normaal mogelijk zijn, al doen rondedansjes daar wat afbreuk aan. Anderen zijn zo exhibitionistisch als de state-law toestaat. We zien goed geoliede would be indianen, roze en multicolor nichten en rodeo figuren. Groot in de optocht zijn het waterpistool en de EO vlag. We zijn er van overtuigd dat de dienstleiding van deze omroep bij deze aanblik om meerdere redenen tranen in de ogen zou krijgen.

We zitten de tocht niet uit. Na anderhalf uur wandelen we verder, langs posters van de afscheidstournee van Billy Graham. 1

Na een stop in het hotel is het tijd voor de volgende wandeling. Nu langs 5th Avenue, waar het staartje van de parade nog te zien is, richting Central Park. Op de hoek van dit park staat Trump Tower, het megalomane appartementengebouw van Donald Trump. We kunnen het gebouw in en even in de hal rond kijken. Het ziet er ook van binnen overdreven uit. Trump is er een handtekeningenactie gestart voor de herbouw van de Twin Towers. Hij zal wel belang hebben in een bouwbedrijf….

Bij Central Park hadden we alle drie een ander beeld. Mijn beeld komt het meest overeen met de bestaande werkelijkheid[7]: Wandel- en fietsgebied, met deels grasvelden, deels ruiger met rotsen en kronkelende paden. Daartussen een aantal vijvers met roeiende mensen. En een verdwaalde gondel… In de ruigere gedeelten zitten allerlei vogels, zoals de blackbird, mus, Amerikaanse roodborst en aalscholver.

1Er zitten waterschildpadden en de niet te vermijden eekhoorns. In een koepel is een “Concert in the park” gaande. Helaas geen Simon & Garfunkel of Annie Lennox, maar the boys from Mexico. Bij een bankje is een stoel neergezet met het bord “free advice”.

Bij de vijver in het midden voer ik het aantal vrijwilliger-foto’s sterk op. Van één groep moet ik maarliefst 3 foto’s maken.

We lopen uiteindelijk versleten aan de zijkant het park uit. We zijn nu ter hoogt van 76th street, het gebied waar Friends is “opgenomen”. De flats zien er uit als in de serie en de trappen bij de lagere huizen doen sterk denken aan Sex & the City. Doordat de flats hier wat lager (4 tot 12 verdiepingen) zijn dan in de omgeving van het hotel, zijn heel mooi overal de kleine watertorentjes te zien die op de gebouwen staan.

Dan is het tijd voor Starbuck’s & wat te eten. We eindigen bij Lincoln Center waar het Metropolitan Opera Theatre staat (The Met) en waar we ondergronds kunnen.

Officieel mag ik hier, namens Nelleke, stellen dat de Subway moeilijk is. Nu moet je ook niet overdrijven, maar er zijn een aantal eigenaardigheden. Allereerst moet je de haltes vinden. Geen sympathieke borden met “Metro, U-bahn of Underground, maar minder opvallende groene lampen waarbij ergens de kreet subway staat. Vervolgens moet je er in zien te komen. Om het leven overzichtelijk te houden zijn de hekjes “in” dezelfde als de hekjes “uit”. Da’s dus onderhandelen.

Als je er langs bent moet je meestal naar beneden. Als je geluk hebt is er een roltrap, anders moet je over een echte trap. Nu kan je stellen dat er niets mis is met een trap. Da’s waar, maar niet in de subway. Amerika is een multiculturele samenleving waarbij zowel “hou links” als “hou rechts” in de genen zitten. Het probleem wordt opgelost doordat iedereen lukraak trappen op en af loopt. Of het een echte oplossing is? Het is in ieder geval the American way.

Eenmaal in de subway moet je bijhouden waar je zit. Uptown / downtown en east & west zijn overzichtelijk, maar alleen als je de kaart een beetje in je hoofd hebt. Verder stopt niet iedere trein op ieder station. Je moet dus heel precies uitzoeken welke lijn je moet hebben.

Maar er zijn ook positieve kanten. We zijn er minder beroofd dan in Parijs en het is allemaal een stuk schoner. Treinstellen met graffiti worden dan ook onmiddellijk van de rails gehaald.

In het hotel is het wastijd. Je kunt nu eenmaal niet voor een maand kleding mee slepen. Als ik de kraan wil dichtdraaien laat de handel spontaan los. Het water stroomt vrolijk door. Tijd om maintenance te bellen. Na een kwartiertje doe ik een nieuwe poging om de waterstroom te stoppen. De kraan gaat nu wel dicht, maar nooit meer open. Tijd om nog eens te bellen. De onderhoudsman had er al moeten zijn, sorry, ze sturen hem nog een keer. “Liefst binnen 10 minuten”, zeg ik, “We willen naar bed.” Na een kwartier verschijnt een vriendelijke Latino. Hij morrelt wat met de kraan en constateert dat deze kapot is. Hij verdwijnt om een nieuwe te halen. Na een tijdje keert hij terug met een aantal onderdelen. De kraan wordt gerepareerd en hij vertrekt. Eindelijk, slapen! Als we net liggen gaat de telefoon. “Met de front desk, is de kraan tot tevredenheid gerepareerd?” Ik ben te moe om te schreeuwen. Dus ik laat het bij: “Ja de kraan is gerepareerd, dank u”. Dan is de dag om.

27 juni NY Dag 2

Deze keer starten we bij Starbuck’s, daarna is het tijd voor de subway naar Battery Park. Dit is het punt van Manhattan waar het allemaal begonnen is. Een Nederlandse nederzetting, afgezet door een muur (jawel, Wall Street). We kopen kaartjes voor de boot die ons langs Liberty & Ellis Island brengt. Tijdens de eerste trip maakt iedereen aan boord volgens mij 100 foto’s van het vrijheidsbeeld, waarvan er dan weer 95 worden weggegooid. Nelleke maakt in ieder geval een paar fraaie exemplaren. Het is een eldorado voor het fotograferen van Japanners die Japanners vastleggen en ieder andere vorm van toeristisch vermaak. Na Parijs en Colmar 1hadden we al een goed beeld van het beeld, dus ik ben in ieder geval snel uitgekeken.

Ellis Island is een mooi museum over de plaats waar mensen tot de VS werden toegelaten. Op de terugweg begint het wat te regenen. Een groepje vrouwen uit California hult zich 1in regenzakken met vrijheidsbeeld opdruk. Vervolgens wordt ik als vrijwillig fotograaf gevraagd…

Terug in New York eten E&N gras, en ik voedsel. Daarna is het tijd voor Esther om haar expeditie richting Bloomingdale’s te beginnen. Wij hebben in toenemende mate last van regen. De wandeling gaat langs Trinity Church bij Broadway & Wallstreet, door Wallstreet naar de haven aan de East River. Daar wordt een massa trouwpartij van Aziaten voorbereid. Er staat een lange stoet witte limousines en de bruidsparen zijn all over the place. De herstelde haven staat niet hoog op de attractielijst, maar “Pier 17” is zeker een bezoek waard.

Van de haven lopen we in toenemende regen naar Ground Zero. Het zijn indrukwekkende gaten, maar ik ben er van overtuigd dat het meer indruk maakt op mensen als Bert. Hij heeft tenslotte nog op de Twin Towers gestaan.

We zijn nu nat genoeg. We nemen de subway naar Lincoln Center om de kaarten voor het ballet van vanavond op te halen. Aanvankelijk hadden we naar een musical zullen gaan, maar die zijn vanavond allemaal gesloten.

We eten weer een echte bagel in Grand Central Station en kunnen, inmiddels weer met Es, naar de voorstelling.

In de Subway shuttle van Central Station naar Times Square hollen een aantal bimbo’s de coupe in. Ze bestaan dus echt. Ze proberen hun verpakking net zo minimaal te maken als hun IQ. Dat lukt niet echt (State-law), maar de hoeveelheid bloot is nadrukkelijk aanwezig.

Dat kan trouwens ook gezegd worden van de hoofdrolspeler in Le Corsaire, het ballet waar we heen gaan. Hij moet een piraat voorstellen. Een man met balls dus. De tights zijn wel een erg expliciete manier om dat te tonen.

Je kunt het gebeuren op twee manieren benaderen. Allereerst speelt het Metropolitan Orkest. Dat is fantastisch. Ook de zaal is een ervaring. Ik neem stiekem een paar foto’s met de Canon. Een Japanner pakt het anders aan. Hij loopt met zijn video door het gebouw. Prompt krijgt hij dan ook bewaking in zijn nek. Of hij toch even de band wil wissen. Ik hoop voor hem dat de vorige opname niet het huwelijk van een van zijn kinderen was.

Ook leuk zijn de Amerikanen. Ze klappen voor iedere teen die beweegt. Verder zitten er natuurlijk hufters tussen. Als ik voorbij kom kan iemand het niet laten om op te merken dat ze een verplichte dress code in zouden moeten stellen. En ik had nog wel een overhemd aangedaan L[8]

Minder boeiend dan de entourage is het ballet (de meesten dansen in de maat) en de muziek (het debiele broertje van de Radetsky mars wordt opgerekt tot ruim 2 uur. Voor wie de 1e keer naar NY gaat: zeker doen. Anders kan ik me een betere tijdsbesteding voorstellen.

28 juni van NY naar DC

Nelleke heeft uitgezocht hoe laat we vertrekken. En niet alleen dat, ze heeft ook ontdekt dat we niet van Central Station vertrekken, maar van Penn station. Dus moet er weer een taxi worden gescoord. Die brengt ons 1naar Madison Square Garden, waar Penn Station onder zit. We hebben even moeite met het vinden van een gat. Een politieagent helpt: “Daar is de hoofdingang, maar de liften werken niet. Als je om het gebouw heen loopt kom je op een plek waar je wel naar binnen kan.” En zo zitten we binnen de kortste keren in de wachtruimte van Amtrak. Ik vind er stroomaansluiting voor de laptop en dat komt dit verslag sterk ten goede.

Verder valt er over de trip weinig te melden. Het is een trein, dus ik val in slaap. Verder is het, ondanks de geringe beenruimte, heel comfortabel. We scoren wat voedsel in de restauratiewagen en passeren Philadelphia en Baltimore. Na een uur of drie staan we op Union Station, het grote station van DC[9]. Een taxi is slecht voor ons dollar bezit, maar goed voor een snel vervoer naar het hotel. Een eerste indruk wordt later bevestigd door DE ZUIVERE WETENSCHAP©[10] : het hotel is een stuk beter dan het hotel in NY. Bovendien droogt de kleding er goed, wat altijd een opluchting is als je weinig meeneemt.

Na een korte stop maken we een 1e wandeling. Langs the White House, Washington Monument en the Smithsonian. Dit alles tot we weer uitkomen bij Union Station. Daar stappen we een Italian (UNO) binnen. Een drankje levert gratis refills op. En dat weten we. Een klein bodempje is al voldoende om je grote glas weer helemaal vol te laten gooien. Verder is het eten er uitstekend.

Na het eten gaan we met de Metro[11] terug naar Dupont Circle. Athans in tweede instantie. In 1e instantie houden we oost en west niet uit elkaar waardoor we in bekwaam tempo de stad uit lopen. Op Dupont Circle is een groep zwarte blazers actief. Het klinkt werelds. Dan ziet Esther ook nog vuurvliegjes in de struiken. De avond kan niet meer stuk.

29 Juni’05 Washington

Voor ik me werp op de gebeurtenissen van vandaag eerst wat “algemene beschouwingen”

We beginnen over onze eerste verbijstering van Amerika heen te komen. De voeten en mijlen worden redelijk soepel omgezet in (kilo)meters en door net te doen of een $ evenveel waard is als een € betaal je in ieder geval niet te veel. Sommige dingen wennen niet, daarvoor lopen we al te lang mee. Toiletpapier heeft een bepaalde lengte. Dat weet je en daar kan je mee omgaan. Een papiertje ineens 2 cm inkorten blijft raar. Een krant op A3 formaat, zoals de onvolprezen Metro is ok. Maar het ding is dan ineens 15 cm langer maken blijft onhandig vouwen.

Over dit alles valt te twisten. Een ding is echter “plain stupid”. Veel hotels hebben gratis een koffiezetapparaat en koffie klaargezet. De koffiezetapparaten zij internationaal. En internationale koffiezetapparaten zijn rond. De meegeleverde koffiezakjes zijn bijna altijd vierkant. Een garantie voor een vreselijke bak. Een enkele keer heb ik een rond filter aangetroffen. De relatie tussen de filtermaat en het meegeleverde apparaat is nooit aangetoond

Tot zover wat algemeenheden, vandaag is het tijd om Washington te bekijken (als was het alleen maar omdat we morgen weer weg zijn). We beginnen met een wandeling naar Lincoln Memorial (goed voor 1 vrijwilliger foto) en de Vietnam en Korea monumenten. Daarna gaan we over de brug naar Virginia en Arlington. Schoenen & een hele lichte conversie aanval doen Esther de das om, dus we breken de wandeling voortijdig af. Daarbij brengt de metro uitkomst: we gaan richting Smithsonian voor lunch en een bezoek aan het museum voor moderne kunst. Het zit tegen, de Friends set is weg. Gelukkig zijn de ruby slippers, het vest van de Fonz en vooral Kermit er nog wel. Knorf is door het dolle heen. 1

Dan is het tijd voor de trolley tocht door de stad. Kijk, en nu heeft Doets® toch een fout gemaakt: de tocht is veranderd. Wat erger is, is dat daarmee ook de haltes zijn veranderd. We lopen ons kleurenblind op zoek naar een halte. Nelleke bestormt zelfs het ministerie van landbouw, maar dat levert alleen vriendelijke aanwijzingen naar de concurrent op.

Uiteindelijk vinden we een halte bij het Ruimtevaartmuseum. Na het “All aboard” kunnen we op pad. Het blijkt dat de route is gesplist in 2 ritten, de groene en de oranje. We beginnen bij de laatste. Deze gaat langs “the monuments”. Nieuw is het WOII monument, dat recent is neergezet. We stappen uit op Union. Het is al laat, dus we kunnen de 2e rit eigenlijk niet meer maken, maar ik verzin een list..Eerst drinken we wat, daarna wandelen Nelleke en ik richting Congres om wat foto’s te maken. Zowel Senaat als Congres zijn aan het werk, wat te zien is aan de vlaggen op de gebouwen. Ook de eekhoorns hebben het druk. Ze hollen overal rond.

Terug bij Union pakken we de metro naar Metro Central Station. Van daar loop je zo naar het beginpunt van de groene lijn, naast het theater waar Abe Lincoln door Bill Booth is vermoord.

Althans, als je de goede richting neemt. We zijn er niet helemaal zeker van, dus ik stap op oom agent af. Die vertelt dat hij van niets weet, maar de vrouw naast hem is van deze precinct dus die weet er alles van. En of die er alles van weet. Even vrees ik dat ze het ons honderd keer uit laat schrijven om er zeker van te zijn dat we het goed weten, maar uiteindelijk herhaalt ze het alleen een keer of tien waarbij ze in de gaten houdt of we inderdaad om de aangewezen hoek verdwijnen.

We lopen volgens de (aan)bevolen weg naar het vertrekpunt van beide lijnen. De trolley staat er al, hij vertrekt pas over 25 minuten. Nelleke en Esther gaan eerst wat shoppen. Es eindigt met een wifebasher met FBI er op..Voor de zoons koppen we 2 mutsen.

We zitten uiteindelijk te vroeg in de bus en de zwarte chauffeur komt een praatje met ons maken. Waar we vandaan komen, waar we heen gaan etc. We vertellen dat we in Georgetown willen uitstappen. Dat staat hem niet aan. Hoe denken we dan thuis te komen? Als we uitleggen waar ons hotel is wordt hij enthousiast. Dat is maar 15 minuten lopen van de voorlaatste stop. We zien dus bijna de hele tour en het is eenvoudig lopen naar het hotel. Hij legt precies uit hoe we er moeten komen. Georgetown is het leukste deel van Washington vindt hij (tot hij aan een ander deel moet denken wat dan weer het mooiste is), en hij belooft dat E&N het erg naar hun zin zullen hebben bij de winkels daar. De tocht begint niet goed. Zijn geluidsinstallatie is stuk. Uiteindelijk besluit hij alles af te zetten en gewoon te brullen. Daarbij houdt hij in de gaten of Nelleke en ik reageren. Zo niet dan wordt er nog harder geschreeuwd. De tocht gaat door de oude stad, langs het favoriete pizza restaurant van JFK en langs de oude kathedraal. We krijgen, in tegenstelling tot vorige keer, fatsoenlijk de kans om te fotograferen. We zwaaien weer naar alle ambassades[12] en eindigen in Georgetown. We lopen naar de haven met uitkijk op het Watergate gebouw en het Kennedy Centre. De restaurants hier zijn bijzonder duur, dus we eten uiteindelijk in een foodcourt in een winkelcentrum. Met een ijsje onder de arm willen we op ons gemak naar het hotel wandelen. De wolken hebben zich inmiddels veranderd in donderkoppen en er zijn windstoten. Tijd voor een oefening in snelwandelen-met-ijsje. Als we bij het hotel komen vallen de 1e druppels. Eenmaal op de kamer komt het water met bakken uit de lucht. We hebben de sprint net gewonnen!

We hangen wat buis en sorteren de foto’s. Morgen naar California!

30 juni Washington - San Fransico.

Dit is een reisdag. Het ontbijt halen we weer in de lobby, waar de enige beroeps chagrijn van het personeel staat. Hij rekent af en probeert verder niets te doen. We stoppen alles in de koffers en gaan naar beneden. Daar blijkt een Lincoln voor ons geregeld te zijn om ons naar Dulles te rijden. We zijn er erg vroeg, maar de extreme veiligheidscontrole eist veel tijd.[13]

We staan langdurig in de rij voor de röntgenapparaten. Permanent draait een bandje met wat we wel en niet moeten doen. Gek wordt je er van!

De DC9 vertrekt wat vertraagd naar Minneapolis/St Paul, maar de aansluitende vlucht staat er nog, dus wat zullen we tobben.

Nelleke fotografeert Yosemite, Mono Lake & de Sierra’s vanuit de lucht. Verder komen we met een weinig opmerkelijke vlucht op San Francisco International aan. Via een Monorail gaan we naar ons “aansluitend vervoer”. Nelleke wint de strijdt met een betaalautomaat, en zo hijsen we onze spullen in de Bart.

Zij die the Bay area niet kennen zullen zeggen wat is “de Bart”. Helaas moet ik zeggen dat het antwoord wat verwarrend is. San Francisco heeft een ondergrondse. Dat is niet de subway of the underground, laat staan de metro. Het systeem heet de muni. Nu rijdt de muni deels ondergronds, deels boven de grond dus een afkorting van Municipal is nog niet zo gek. San Francisco bestaat administratief, met ca 700.000 inwoners. In werkelijkheid is het een gebied, the Bay Area, van aaneengesloten steden met in totaal 12 miljoen inwoners[14]. De auto-industrie heeft decennia geleden de spoorwegen in California opgekocht en afgebroken. Dit leidt verkeerstechnisch nu tot dramatische omstandigheden. Nu zijn ze met een nieuw systeem begonnen dat deze steden met elkaar verbindt. Dit gaat deels bovengronds, deels ondergronds en heet niet de Metro, Subway of Hev. Het is de Bart!

Vanaf Powell station is het even zeulen met de overhoop gehaalde koffers[15], daarna checken we in in ons hotel bij Union Square. We hebben een prachtige kamer, maar zijn helemaal verreisd. Een maaltijd in een 50’s diner zorgt dat we weer opknappen. Over de milkshakes zal nog jaren worden gesproken.

Na het eten stappen Esther en ik nog even in het zwembad. Daarna vloert het volgende tijdsverschil ons.

1 juli San Francisco.

We staan tamelijk vroeg op. Cees Egmond heeft ooit eens over de Golden Gate gefietst, en ik heb dat thuis verteld. Vanaf dat moment was Esther’s doel duidelijk: fietsen over de brug.

1We beginnen met een wandeling naar de verhuur. Eerst een stukje bergopwaarts, langs het Fairmont hotel waar ik vorige maand heb gezeten, daarna heel lang heuvelafwaarts. Esther en Nelleke verbazen zich over de manier waarop deze stad is gebouwd: Volgens een rechte lijnen patroon zonder rekening te houden met de heuvels. Halverwege de heuvel stoppen we bij een restaurant voor een ontbijt. Ook deze tent ken ik. Het zit recht tegenover het trammetjes museum. Het eten is goed en Amerikaans[16], na afloop kunnen we er tegen voor onze tocht.

De fietsen zijn snel gehuurd. Ik vraag de verhuurder of hij nog iets bijzonders weet bij het Presidio. Dan vertelt hij dat hij gisteren pas is begonnen en San Francisco nog niet kent. Alleen voor de toeristische route moeten we na de brug van de trap af.

De route is eenvoudig en soepel: gewoon langs het pad langs de kust. Althans, als je goed oplet. In alle andere gevallen raak je elkaar kwijt, zoals wij bewijzen. Aan de voet van Fort Mason vinden we elkaar terug, waarna de tocht echt kan beginnen.

We stoppen bij het Kasteel in het Presidio, want dat is wereldberoemd[17]. In de bomen zitten kwakken en zilverreigers.

Daarna start de beklimming van de Golden Gate. Aan de voet van de brug heb je het ergste al gehad. Iedereen neemt daar nog wat te eten of drinken, of men maakt Japannerfoto’s (ook als men helemaal geen Japanner is).

Dan geht’s loss, om maar eens een van de talen onder aan de brug te gebruiken. Op zich zit het niet mee, want het is mistig. De top van de brug is bijvoorbeeld niet te zien[18] en ook de Pacific Ocean is tamelijk beperkt. We stoppen toch veelvuldig om foto’s te maken. Verder is het vooraal zaak elkaar niet plat te lopen / fietsen. Men beweegt zich hier in totale chaos heen en weer. Leuk detail is dat je halverwege de brug bellen kunt voor nood- en crisis-counceling. Ontdek je ter plekke het bestaan van hoogtevrees, dan praten zij je er door. Nelleke heeft er iets last van, ik helemaal niet. Maar goed, volgende keer staat er waarschijnlijk geen hek, en dan kan ik er niet tegen. Na de brug vind ik onmiddellijk de trap waar we langs de brug naar beneden kunnen. Ik win, en mag alle drie de fietsen geheel of gedeeltelijk naar beneden sjouwen. We gaan onder de brug door en daar loopt het dood, tenzij we 15 mijl extra willen fietsen. De tocht onder de brug door was echter ook leuk, met al dat verkeer zo over je heen, en dus wordt me verzekerd dat ik niet voor niets de fietsen weer naar boven sjouw.

Boven is een monument voor de Amerikaanse marine. Tenslotte vertrokken de mensen hier vandaan naar het Pacific front in WOII. Het blijkt een exacte kopie van het monument in Washington. Dat scheelt in ieder 1geval weer foto’s.

Dan dalen we af naar het onvolprezen Sausalito. De plaats komt in aanmerking voor de kwalificatie “pittoresk” en heeft als toeristisch hoogtepunt de aanlegsteiger van een veerpont.

Inmiddels is het opgeklaard en de pont brengt ons langs Alcatraz naar ons vertrekpunt aan de Fishermans Wharf in SF. We leveren de fietsen in. We praten nog even met de verhuurder. Esther’s gok dat het een Ier was blijkt juist. Geen wonder dat het verhaal met de trappen niet bleek te kloppen. Dan is het tijd om te wandelen. We bezoeken het scheepvaartmuseum. Free of charge, want de parkenpas had ik al. Esther laat zich als piratenzeevrouw vastleggen. Daarna kunnen we ons storten op “some serious shopping”. We scoren wat T-Shirts en petten voor de jongens. Dit laatste doen we bij de Spy Shop. Een winkel waar eerst Nelleke een ballpoint oppakt om vervolgens een schok te krijgen, waarna bij Esther een pen als een soort rotje af gaat.

Na deze fun gaan we richting trammetje, om terug te keren naar het hotel. Ik vergis me 1 straat, zodat we niet bij het beginpunt opstappen. De tram zit dan al zo vol, dat we er niet meer bij kunnen. Uiteindelijk beklimmen we de berg en komen terug bij ons hotel.

We gaan nu eten in Chinatown, dat vlak achter Union Square ligt. Vooral Es en ik gaan van onze graat, dus we stappen al snel ergens binnen en kiezen “menu D”. Een uitstekende maaltijd, waarbij alleen de kip in citroengelei niet erg uit de verf komt. Ik vind het lekker, maar E&N stellen vast dat dit te ver van ons normale smaakpatroon af zit.

Na de maaltijd loopt Nelleke nog even naar de overkant van de straat om het restaurant vast te leggen. Ze struikelt in een gat in de straat en jawel, daar gaan we weer.

Vrijwel onmiddellijk heb ik een taxi die ons naar Saint Francis Memorial Hospital brengt. Een prima chauffeur die baalt van Bush en verder erg behulpzaam en spraakzaam is.

In het ziekenhuis is het foto’s maken, papieren invullen en vragen beantwoorden. Conclusie: ernstig verstuikt, spalk en krukken en we kunnen er weer tegen. Althans, zolang ze niets doet.

Een volgende taxi brengt ons naar het hotel terug. Ik ben ook wat over de rooie, en zo is er even wat verwarring over het betalen van de chauffeur. Dit typ is nogal kortaangebonden en zegt dat hij de laatste 2 kwartjes wel gelooft. Onmiddellijk geeft hij gas. Dom, dom, dom.

Het is namelijk godsonmogelijk om iemand met 2 krukken uit een taxi te helpen, af te rekenen en de deur dicht te doen. Dat laatste moet je als chauffeur natuurlijk controleren, maar als gezegd, kort aangebonden.

Eén auto later zit de deur met een klap dicht. Ze zijn vast wel uit de aansprakelijkheid gekomen J

 

2 juli San Fransico - Monterey.

11Na overleg besluiten we de vakantie niet af te breken. Alleen de bagage verslepen zit er voor Nelleke niet meer in. Dus ik haal de auto en pik hen op bij het hotel.

Dit klinkt iets simpeler dan het in praktijk ging. De Bart[19] brengt me snel bij San Francisco International Airport. De monorail brengt me vervolgens letterlijk tot voor de balie van Herz.

Dan is er een probleem: ze zijn onze auto kwijt. Na een kwartier wachten vinden ze het mooi. Ik krijg een iets grotere mee. Het is een Lincoln Aviator. Een beest van een bak. En met een Miep[20].

Miep wijst mij de weg. Snel rijdt ik naar San Fransico terug. Op enig moment zie ik zelfs het hotel. Miep weet alles van plaatsbepaling. Eenrichting verkeer zit er echter niet in. Drie kwartier later rijd ik nog steeds rondjes door het centrum van SF. Dan bedenk ik pas dat ik zelf de weg weet, en me gewoon niks aan moet trekken van de stem uit het dashboard.

Tien minuten later sta ik weer op de hotelkamer. De koffers kunnen in de bak en we vertrekken naar Monterey.

Esther is verder volledig over de rooie. Niet alleen omdat ze met Nelleke zit, maar ook letterlijk. Hoewel de dag gisteren in San Francisco mistig begon, is dat in  de loop van de ochtend meer dan bijgetrokken. God wat is dat mens verbrand.[21]

De trip naar Monterey gaat via Big Basin Redwood Reserve. Nelleke komt niet verder dan zitten op een bank, Esther en ik doen een rondje “Big Trees”. Wel help ik Nelleke nog even een trapje op. Althans, dat is het plan. We eindigen met z’n tweeën op de grond en ook mijn ellebogen liggen nu open L.

Vanuit Boulder Creek, waar het park ligt, is het nog wel een stukje rijden naar Monterey, maar in feite zijn we zo in hotel Casa Munras.

Na de bagage op de kamer te hebben gedropt rijden we langs de haven van Monterey (met zeeleeuwen) naar Asilomar. Daar plunderen we de souvenirshop. Vervolgens rijden we naar Salinas voor een wereldsteak.

De ellende met Nelleke maakt dat het geen echt goede dag kan zijn, maar alles bij elkaar maken we er het beste van.

11

3 juli ’05 Monterey - LA

Na ons een dag groot gehouden te hebben is het vandaag helemaal niets. Ik maak 2 duiken bij Captain Tim van de Monterey Express. Het zicht is matig, en mijn buddy heeft net leren duiken. Hij zit niet in de weg, maar voegt ook niets toe. Als is zeg dat ik eigenlijk best kan navigeren onder water is hij zielsgelukkig. Tim vaart eerst naar Carmel, en daarna terug naar de Monterey Bay voor de 2e duik. Tijdens de trip naar de 2e stek slaat de zeeziekte toe en ga ik volkomen over mijn nek. De tocht loopt een uur uit. Daardoor zit Nelleke te lang in de auto te wachten. Ze weet niet hoe het raampje dicht moet, en durft eigenlijk niet weg bij de auto. Daarbij is haar voet nu aan beide kanten dik en blauw, het is dus ook geen feestje om hem neer te zetten.

Esther is naar het aquarium gegaan. Op zich ging dat prima, maar als we niet op de afgesproken tijd op komen dagen heeft ze het ook niet meer naar haar zin. (Een leuk T shirt klaart haar iets op).

Als we uiteindelijk in de auto zitten is het tijd om plankgas te geven naar de Sportmens’s Lodge in LA. Een bekende route en, eenmaal in LA, een bekend hotel.

Onderweg stop je bij een rustplaats, of je draait van de snelweg af. Even voor de afrit staat aangegeven of er services te vinden zijn. Daarbij gaat het om eet, drink en tankgelegenheden.

De rustgelegenheden zijn er veel minder dan in Europa, maar ze zijn goed. Nelleke verbijsterd vandaag een aantal Amerikanen. Op het vrouwen toilet blijkt op één van de toiletten het papier op. Spontaan sluit de bevolking het gebouw en gaat over op de herverdeling van et toilet papier. Alleen Nelleke maakt zich er niet druk over. “Waarvoor betalen jullie eigenlijk belasting? ” wil een van de aanwezige weten. Tenslotte wil een Amerikaan precies weten wat er met zijn belasting geld gebeurd (tenzij het naar defensie gaat). Als Nelleke vertelt dat we in Europa gewoon onze eigen rol meenemen wordt ons werelddeel weer eens als barbaars afgeschreven.

Verder moet je op deze dagen de kilometers uitzitten, maar dat gaat het perfect; op zondag is er in LA wel te rijden.

We halen wat take-away food bij de afhaalbalie van de Sportmen’s Lodge. Deze wordt bemenst door het rund. Het rund kift met zijn collega’s. Vervolgens levert hij een bestelling af zonder soep. Als ik terugkom geeft hij me de verkeerde soep. Helaas voor hem tuin ik daar niet in. Vervolgens ontdekt Esther dat haar salade toch olijven heeft, en vooral geen dressing. Voor haar voldoende reden het rund ook even af te tuigen. Verder eten we best lekker op onze kamer.

 

14 juli ’05 Los Angeles.

We staan alweer vroeg op. Om 8.30 willen we de shuttle naar Universal Studio’s. We zijn net op tijd voor de lobby van het hotel. Dit in tegenstelling tot de bus. Die is er niet.

We informeren bij de balie. Vertaald krijgen we het volgende gesprek:

“Hebbu gereserveerd?”

“Motdatdan?”

“Ja, daarvoor hebben we dit schema”. Een papiertje wordt tevoorschijn gehaald.

“Dat papiertje ken ik. Uw collega had dat gisteren ook. We wilden de vroegste. Niks gezegd over reserveren”.

Kijk, en da’s nu leuk aan Amerikanen. Dan gaan ze het regelen. Ik had dat rund gisteren al mogen schoppen toen hij beweerde dat ik echt kippensoep had besteld, normaal is de klant koning. Geen discussie, je regelt het.

Enkele ogenblikken later staat er dan ook een auto klaar die ons naar Universal brengt.

Ik organiseer een rolstoel en we kunnen het park in.

Nieuw is de set van War of de Worlds en Shrek 3D. Verder is het vooral een herhaling. De plaatsen waar je vroeger leuk foto’s kon maken zijn nu ingepikt door beroepsfotografen.

Voor Esther is het een enorme ervaring. Vooral de rit langs de sets. Zeker als het treintje begint te schudden en overal herrie en water vandaan komt. We slaan Wisteria Lane over. De opname van de Desperate Huiswijven is hier in volle gang. Wel is er veel tijd voor de tijdelijke set van War of de Worlds. Wat een puinhoop. Tot en met een neergestorte Boeing ligt er te roken. We zijn zeer benieuwd naar de film.

Ook de Waterworld show is een 2e keer leuk. Veel water en vuur. Iets te veel van het laatste zelfs, want Esther loopt een brandblaartje op haar hand op.

Knap is ook de manier waarop je wordt vermaakt voor de voorstelling begint. Bij Waterworld worden de tribunes tegen elkaar opgezet, waarbij er emmers water in het publiek verdwijnen.

Bij Sherk 4D moet een 3D bril op. Vooraf wordt gevraagd of iedereen er nog een heeft. “If not, just wave your arms and look stupid”. Bij de sound & visual effects moet het publiek mee klappen en schreeuwen. Hier blijken ook wat persoonlijke voorkeuren. Bij de martelkamer wordt gezegd: “We’ve got chains, we’ve got branding irons and we’ve got Britney Spears albums”.

Na Terminator 3D leveren we de rolstoel in en gaan terug naar het Hotel. Ik doe een rondje langs de LA River op zoek naar papegaaien, maar dat mislukt. Ze zijn wel te horen, maar blijven buiten het beeld van de camera.

s’Avonds klinkt er hier en daar wat vuurwerk in verband met de viering van de 4th of July, maar verder blijft het kalm.

 

5 juli. LA – Las Vegas.

Ik heb niets met LA. Wel heb ik er wat op tegen: er is niet in of uit te komen. We zijn er op zondag heen gereden en toen was het al erg druk op de 10 en 12 baans wegen. Op dinsdag vertrekken lijkt een hel. Van de chauffeur naar Univeral hebben we de tip gekregen om al om vijf uur te rijden. We redden het niet helemaal, maar om 05.30 zit de tank vol en zijn we op weg. Dat blijkt ruim op tijd in onze richting. Om zes uur zit het verkeer dat de stad in gaat al volkomen vast. Wij rijden echter met een bekwame snelheid de stad uit.

Het gevolg van dit alles is we om even voor achten al ruim in de richting van Vegas zitten. Nu lijkt het geen strak plan om om half twaalf al in een hotel binnen te vallen. Nelleke bestudeert de kaart en ziet dat “naast de snelweg” een Ghost Town ligt. Zonder verder na te denken draaien we de interstate af en zetten koers richting Calico, dit tot verdriet van Miep die heftig protesteert tegen de koerswijzing.

1Calisto blijkt pas om 8 uur open te gaan, wat op zich opmerkelijk is voor een Ghost Town. Een auto die achter ons aankomt, vertelt dat we gewoon door moeten rijden. Het blijkt al druk in het verlaten stadje. Niet met mensen, maar vooral met Jack Rabbits, Kwartels en Chipmunks.

Er lopen wel wat mensen, maar alle winkels en tentoonstellingen zijn nog dicht.

Dit maakt het alleen maar echter. Enthousiast lopen we rond in het stadje. Een man in cowboy outfit spreekt me aan “What happened to your ol’ lady?”. Ik leg uit wat er gebeurd is en dat ik al lang blij ben met het feit dat ze nu wat rond kan schuifelen met de twee krukken.

Het blijkt dat zijn vrouw net haar voet heeft gebroken, dus hij heeft alle begrip. Hij betreurt het dat er nog niets open is, maar geeft aan dat het nu nog wel veel leuker is dan straks als de bussen met toeristen komen.

Esther vraagt de man hoe authentiek deze Ghost Town is. Dat blijkt tegen te vallen. In de veertiger jaren is alles afgebrand, op drie huizen op de heuvel na. Alleen de funderingen en kleiwanden stonden er nog. Aan de hand van foto’s en tekeningen is alles opnieuw in vervallen staat opgebouwd. In de 80’er jaren is de bliksem vervolgens in de drie huisjes op de heuvel geslagen, zodat nu alles reconstructie is. Neemt niet weg dat we de ervaring niet hadden willen missen.

Na een korte pauze in Borderline[22] staan we toch nog net voor 12 uur aan de grens van Vegas. Als eerste toeristische excursie draaien we Las Vegas Boulevard op. Niemand noemt die straat zo, overal heeft men het over “The Strip”. We moeten Miep even wurgen, want ze raakt niet uitgepraat over zoveel domheid. Maar het is de moeite waard. Esther maakt voor het eerst live kennis met het verschijnsel, wij rijden door naar Mandalay Bay, en dat stuk hebben wij nog niet gehad.

Na wat genieten is het tijd om ons hotel op te zoeken. Tuscany Suites stelt weinig voor, althans voor Vegas begrippen. De kamers zijn echter goed, en ook het zwembad is ok. Althans als er geen bijzondere activiteiten zijn. Op enig moment is er een poolparty. Es wordt er uitgeschopt, omdat ze nog geen 21 is. 1

Na het eten bij de Mexicaan in het hotel gaan we een 1e wandeling maken. Nelleke wil proberen mee te lopen. Ik rij naar de Venetian, waar de auto in de parkeergarage wordt gezet. (Je kan bij ieder casino vrij parkeren).

We doen een rondje langs de casino’s Mirage, de Venetian en Ceasars. Bij de Mirage barst nog steeds iedere 15 minuten een vulkaan uit, in de Venetian varen de gondels rustig rond.

Nelleke komt nog maar moeizaam mee, maar Es en ik hebben alle bewondering voor wat ze klaar speelt. Dan scheurt tot overmaat van ramp ook haar sandaal nog uit. In Ceasars vraagt ze bij de eerste de beste schoenenzaak wat er aan gedaan kan worden. Amerikanen repareren niet, dus het antwoord is simpel: Nieuwe kopen. Nu verkoopt deze zaak alleen haute couture[23], en daar is natuurlijk never/nooit een voet met brace in te krijgen.

De verkoper begrijpt dat onmiddellijk en komt met een gedetailleerde routebeschrijving naar een andere schoenenwinkel in hetzelfde casino[24].

Hier reageert men uitstekend. Binnen de kortste keren staat ze met een paar Ecco’s buiten.

En buiten is dan weer de wandelpromenade van dit casino met nagebouwde Romeinse beelden en een sprekende-beelden-voorstelling over kift tussen Zeus en zijn kinderen. En als goden kiften dan doen ze dat ook goed. Veel vuur en rook en in- en uitschuivende decors, waaronder een enorme draak. Niemand weet waar ze het over hebben, maar het is prachtig.

We wandelen en shoppen nog wat, tot we bij de Bellagio zijn, waar ieder kwartier een waterballet met grote fonteinen wordt opgevoerd. Nu gebeurt dat op Elton John’s “Your Song”. We zijn zo dicht bij het hotel dat Nelleke naar huis loopt, Es & ik pikken de auto op. Dan zit de 1e dag Vegas er op.

Nog wel een aardig detail: op weg naar de parkeergarage klopt een Schot op een van de pilaren van de Venetian. “FDC, well built” stelt hij vast. Dat moet ik ook proberen. En jawel: heel Vegas is gebouwd met multiplex.

6 juli ’05 Las Vegas.

We slapen op ons gemak uit. We doen vandaag twee rondjes Vegas. Allereerst zetten we de auto bij Excalibur. Vandaar lopen we naar Luxor. Dit casino bestaat uit een enorme piramide met een sfinx er voor. Met haar nieuwe schoenen en één kruk komt Nelleke al redelijk mee.

In de Luxor loopt een aantal bruidsparen rond. Las Vegas is tenslotte de stad om te gaan trouwen. Verder staat er een aantal Egyptische beelden in het gebouw. Veel muren zijn voorzien van hiërogliefen. En er is een enorm model van de skyline in New York. Enthousiaste lui die Amerikanen, maar niet helemaal cultuurvast.

De attracties hier zijn allemaal betaald. Daar is overheen te kijken, als de hele stad niet al een pretpark zou zijn. We eten wat, en pakken de monorail naar Excalibur. Ondertussen klimt Esther nog op de voet van een Sfinx 1voor een foto. Met 39 oC is het materiaal bloedheet, dus ze heeft een tijdje last van haar handen.

Bij Excalibur pakken we de verkeerde etage. We zien daardoor vooral het casino. Wel met mooie bijna echte harnassen, maar verder niet opmerkelijk. Om dit hotel/casino moet je dus vooral heen lopen. Er lijkt geen eind te komen aan het aantal gekleurde torentjes dat in het ontwerp zit. Vanaf Excalibur kan je met een brug naar de New York. Ook hier geldt dat de façade indrukwekkender is dan de binnenkant. Officieel hebben ze een aantal straten en wijken uit NY nagebouwd. Wij hebben net “the real deal” gezien, dus we zijn niet onder de indruk. Toch geldt ook hier dat niets te gek is. Bij gebrek aan gondels is er een rollercoaster door en om het hotel gebouwd….

Een aardig detail in Vegas, maar ook verder op deze reis, zijn de verstuivers. Het is hier namelijk niet warm, maar meer dan tamelijk heet. Bij attracties, bars etc. wordt water verneveld om je af te koelen. En dat is, gegeven de omstandigheden, zeer welkom. Wel een waarschuwing: als je dus damp van een gebouw af ziet komen brul dan niet onmiddellijk brand[25]; controleer eerst of het geen overmaat aan verstuivers is!

De laatste stop is het MGM Grand, dat weer door een brug te bereiken is. Hier is “natuur” het thema. Er zijn grote aquaria en er is een bak met leeuwen. Binnenkort is er ook het wereldkampioenschap Freefight. Als het dan toch bij de beesten af is moet je het goed doen.

In ons hotel houden we een paar uur rust, waarbij Es een e-mail adres van een Amerikaan scoort die we Flubberwurm noemen. Zijn haar is zo opgemaakt dat het lijkt alsof er een soort wormen uit zijn hoofd komen. We zwemmen wat en zo wordt het vanzelf donker en iets koeler.

Las Vegas is een stad die je ’s avonds moet bekijken. Dan komt alle neon pas goed tot uiting.

Dat geldt trouwens ook voor de sexindustrie. Visitekaartjes voor bordelen of uw afhaalhoer zijn aan de lantaarnpalen en stoplichten geknoopt. Ook de struiken zijn om de 2 meter voorzien van schriftelijke informatie. “Carefully designed porn” stelt Es vast. De mannen en vrouwen die drie jaar geleden nog opdringerig probeerden om je een catalogus in je handen te duwen zijn in aantal terug gebracht. Ook zijn er waarschijnlijk spelregels opgesteld, want ze zijn niet opdringerig meer. Ze trekken nu alleen nog aandacht door met papieren op hun handen te slaan.

We beginnen in de Paris. Nu geen Dogenpaleis of Collosseum. The Paris bestaat uit de Opera, de Eiffeltoren en de Arc de Triomphe die voor het gemak aan elkaar zijn geplakt. Binnen zijn Franse straatjes nagebootst en dat is niet slecht gedaan. Wel stelt Es terecht vast dat Amerikanen denken dat de Fransen na 1800 zijn gestopt met de ontwikkeling. De periode voor die tijd hebben ze echter goed vastgelegd.

Naast de Paris ligt de Alladin. Hier zijn de straten in het complex in Arabische stijl aangelegd. Als ik terugdenk aan Istanbul ben ik toch niet onder de indruk. Zoals ieder in casino zijn ook hier veel winkels. Zo is er een galerie met surrealistische kunst. Vooral molens met vlinders als wieken en vlinders met dollars als vleugels zijn de moeite waard.

We steken over naar de Bellagio. Voor dit casino ligt een meer van drie hectare met het al genoemde waterballet. Nu speelt de titelsong van de Titanic. Het ballet begint en eindigt met een deken van mist die zich over het water uitspreidt. Het meer moet het Comomeer voorstellen. De gebouwen er omheen dienen te zorgen voor een Italiaanse sfeer. Conclusie: het zal!

Binnen is de Bellagio het mooiste casino dat we hebben bekeken. Boven de lobby hangt een heel veld van grote glazen bloemen. Verder is het All American. Er hangt een kopie van de Liberty Bell op ware grootte, onder een enorme adelaar en gouden sterren met daar onder nog meer dansende en lichtgevende fonteintjes. Veel vlagvertoon en verder poppen die een nest jonge adelaars voorstellen. Uiteraard bewegen ze en maken geluid. Verder heel veel verse bloemstukken en etalagepoppen die met bloemen zijn opgemaakt. Ook het casinodeel is chique. De trap die een rol speelt in Ocean’s 11 kunnen we niet vinden, maar boven speeltafels en automaten hangen mooie baldakijnen. Ballagio rules!!

Op de terugweg vinden we nog een lift met uitzicht op de Strip. We kijken even in het casino waar het allemaal mee begon: de Flamingo van Bugsy Siegel. Na de Bellagio een afknapper, waarbij het zwembad stinkt. Ik fotografeer een roze stuk plastic en we gaan naar het hotel.

Las Vegas mag blijven, wij helaas niet.

7 juli Las Vegas - Tusayan

Leaving Las Vegas” doet maar even pijn. Even zwaaien naar de strip en je zit in de woestijn.

Dan valt er verder weinig te melden. Een uitzondering hierop is de Hooverdam op de grens van Nevada en Arizona. Leuk voor een wandeling over en langs de dam. In het restaurant horen we dat in London een bomaanslag op bus en metro is geweest op de dag dat Londen is uitgekozen voor de olympische spelen 2012. 1

Vanaf de Hooverdam rijden we via een indianenreservaat naar Kaibab National Forest. Het indianenrestaurant is goed voor de lunch, het forest is het forest en daar blijft het wel een beetje bij.

Een deel van route rijden we via de historische route 66. De plaatsjes aan de route leven hier van, het aantal souvenirshops is niet te tellen. Sommige, zoals in Kingman, zorgen voor een fantastische uitstelling met veel 50’s en 60’s materiaal.

Eenmaal in het Kaibab National Forest zien we allerlei grote rookwolken. Eerlijk gezegd, ik heb het daar niet zo op in een droog bosgebied.

Voor we kunnen uitzoeken wat er werkelijk aan de hand is komen we in Tusayan. Hier is het Best Western, dat bijzonder hoog scoort in onze Zuivere Wetenschap©. Verder is er Grand Canyon Airport waar wij onze helikoptervlucht herbevestigen.

Na het inchecken is het tijd voor een wandeling langs de Grand Canyon. Even de pas trekken en we kunnen er in. We zien herten, een condor en veel knabbels en babbels. Esther loopt nog een stuk de Canny in, wij lopen en fotograferen vooral langs de rand. Daarbij mag ik weer een Amerikaanse familie vastleggen J.

Aan de North Rim zijn nog steeds dreigende rookwolken. Het leuke van Amerikanen is dat ze dan in actie komen. Niet alleen bij de rookwolken, maar ook voor het publiek. Ze plaatsen op een strategisch punt op de South Rim een Uitleg Ranger die, ook zonder dat je er een quarter ingooit, uitlegt dat alles ok is.

Het hele verhaal van de ranger:

De brand op de North Rim is begonnen op 26 juni en is veroorzaakt door bliksem inslag. Brand is een natuurlijk verschijnsel dat iedere 3 tot 15 jaar optreedt. De vorige brand was in 1998 dus statistisch is het onder controle. De brand mag branden, dit zorgt voor extra voedingsstoffen in de bodem. Inmiddels is een gebied van 2000 hectare afgefikt. Vanavond wordt een 2e brand gesticht. Deze zal, met de originele brand, er voor zorgen dat in het totaal ca 5000 hectare verbrandt. Er is geen gevaar voor mensen, wel zorgt de luchtverplaatsing, veroorzaakt door opwarmen en afkoelen van lucht, er voor dat de rook in de Canyon zakt waardoor het zicht tijdelijk even wat minder is.

 
 

Als altijd stoppen we in de souvenir shop, waar Nelleke haar Grand Canyon shirt ververst. Ze raakt in gesprek met een man die ook een aantal gezichtsoperaties achter de rug heeft en die het heel fijn vind eens met een lotgenoot te praten.

Na dit alles rijden we terug naar het hotel, en passant een hert fotograferend. Morgen met de helikoptervlucht de Canyon in.

8 juli ’05 Tusayan – Sedona

We staan vroeg op. Dit hotel heeft een gratis ontbijt en iets in de maag voor de helikoptervlucht lijkt wel het minste. Er is veel vers fruit en voldoende vruchtensap en koffie. De dag lijkt toch wel wat te hebben.

Het vliegveld is zeker 2 minuten rijden vanaf de kamer. Als de heliport in zicht komt staat al een rij helikopters zich warm te draaien. Ze zijn geverfd in vrolijke Gay Parade kleuren.

We melden ons aan. Daarbij moeten we op een matje gaan staan waaronder een weegschaal is verstopt. Dit bepaalt wie waar zit.

Vervolgens krijgen we een veiligheidsvideo. Belangrijkste lessen: steek je camera niet buitenboord en loop niet in een rotor. Nelleke en Esther wijzen op de slechte kwaliteit van de stoelen. In het midden zijn ze allemaal doorgesleten. Ik geef aan niet verbaasd te zijn. Dit komt duidelijk door het samenknijpen van de billen bij het denken aan de vlucht.

Dan pik ik een gesprek op waardoor ik me weer eens realiseer dat er verschillende realiteiten zijn. Een oudere Amerikaan stelt: “Ik lijk wel gek. Eerst vier jaar in Vietnam in die dingen en nu duur geld betalen voor een kort rondvluchtje..”

1Dan worden we opgeroepen. We krijgen een plaatskaartje en kunnen naar een van de weinige helikopters die niet in de Gay Parade heeft meegedaan. Hij is gewoon grijs. We gaan op de foto (nu kan het nog). Dan blijkt wie welke prijs heeft bij de plaats/gewichtsloterij.

Esther heeft gewonnen, zij zit voorin naast de pilote. Een Duits jong heeft verloren. Hij zit tussen zijn vader en mij in. Ik heb hem verder niet bekeken, maar volgens onbetrouwbare getuigen had hij schoen-buiten-maat 59. Dit combineerde hij met een strak puber uiterlijk en dito humeur. Zijn moeder zat permanent met tranen in de ogen. Ik heb geen idee of het komt door de helikoptervlucht of door het voortbrengen van een maat 59+ J.

Dan geht’s loss om met onze medepassagiers te spreken. Een verder beschrijving laat ik hier achterwege. Zie de foto’s en geniet. Het is een wereldervaring, waarbij we oa de brand en een meertje met 6 elanden zien. Na afloop kopen we wat souvenirs (Ik geef E&N een helikoptervlucht beker als herinnering).

We pikken onze spullen op in het hotel en zetten koers richting Sedona. Onderweg stoppen we bij een tradingpost[26]. Esther koopt er een vest en we maken wat foto’s voor Thomas.

Vervolgens is het plankgas richting Sedona. De aarde kleurt al roder als we bij Oak Creek Canyon komen.

Na de Grand Canyon is dit maar een zielig gat. Als je de canyons niet vergelijkt, is deze plek ook prachtig. En er zijn indianen. Geen gewone, maar verkoop indianen.

Ze blijken de blanken inmiddels te snappen en ruilen nu spiegeltjes en kralen tegen dollars.

Mogelijk komt een deel van de waar direct uit Taiwan, maar er zit ook mooi spul tussen. Ik koop 2 paar oorbellen van roest voor E&N en nog een extra paar voor Nelleke.

Nelleke is om meerdere redenen enthousiast. Ze loopt het rondje langs de Canyon weer op een voor haar acceptabele en voor ons prima manier.

Daarna leggen we de laatste kilometers naar het hotel af. Hoewel het al na 2 uur is, is de kamer nog niet klaar. Dus rijden we terug naar het centrum van Sedona.

Sedona is een toeristenplaats in opkomst. De hele hoofdstraat bestaat uit Jeep-tour bedrijven, waar- en andere zeggers, bars etc. en souvenirshops. Nu is het mijn beurt. Ik scoor een dollar en een T-Shirt met indianen er op met de tekst “Homeland security since 1492”. Nelleke overweegt een boekenlegger, maar dat past niet in haar elektronische agenda J.

We eten bij een Mexicaan en noemen het een dag…

9 juli ’05 Sedona – Phoenix

We vertrekken bijtijds en rijden langs de prachtige rode rotsformaties van Sedona richting Phoenix. De 1e stop is Montezuma’s Castle. De naam doet sterk denken aan Python[27]: Montezuma is nooit in de buurt van deze plek geweest, en er is geen kasteel.

Er is wel een kassa die $3 pp vraagt, of de Parkenpas. Nelleke rekent uit dat we nu nog 1 dollar moeten terug verdienen, en dan is de pas er uit!

Inmiddels is uitgelegd wat deze plek niet is. Wat het wel is? Een aantal ruïnewoningen in een rotswand. Je kan er niet in, maar er wel vlak langs. Een indiaans paar zit in bewondering naar de constructie te kijken. Op zich is dat al een mooi plaatje.

De ruines zijn beslist de moeite. We hebben al eerder indiaanse ruines gezien, maar dit zijn zeker de mooiste. Ook de omgevende natuur is prachtig: mooie planten (oa veel cactussen), hagedissen en kalkoengieren.

Vlak bij deze ruines ligt Ford Verde. Dit is een plek van waaruit het Amerikaanse leger de indianen uitroeide. We vinden de barakken er niet uitzien en geven gas richting Phoenix.

Dat gasgeven is aanvankelijk beperkt als Nelleke de 1e sanguaro cactus ontdekt. We draaien van de weg af en leggen het geheel inclusief toerist vast.

Vlak voor Phoenix komen we bij het Pioneer 19th Century Arizona Museum. De “Ooh How delightful, let’s take a picture cactus” heeft zich inmiddels ontwikkeld tot een algemene soort.

1Objectief gezien is dit museum een vuile oplichterbende ontstaan vanuit het brein van voormalig presidentskandidaat en racist Barry Goldwater.

Ze beloven een groot aantal historische gebouwen met in ieder gebouw een historisch gekleed persoon die uitlegt wat wat is, en waarvoor het in de 19e eeuw diende.

Eenmaal binnen is er nog één cowboy voor het pistolen duel. Een aantal gebouwen is ingestort of afgebrand en van de historische figuren zijn er nog 2 over. De 1e is de smid. “Hij is er al 26 jaar”, is ons bij de ingang verteld.

Even een zijstap: we meten vandaag 45oC vanuit de auto, hier is dan ook nog een gloeiend vuur. Ik schat in dat de hersenen van deze smid in de zomer van 1980 definitief zijn gesmolten. Hij groet nog, maar het beloofde verhaal is al meerdere decennia geleden verdampt. De andere historische persoon is een vrouw die is gekluisterd aan een rolstoel. Zij kan dus als enige gewoon niet vluchten. Haar uitleg is in ieder geval prima, al vlucht ik op het moment dat ze een boek van “Diana” aan het lezen is.

Tot zover de klachten. Verder is het hier prachtig. Met nog 3 andere bezoekers kunnen we op ons gemak alles bekijken. Naast de aardige gebouwen maakt vooral de natuur hier de stop meer dan waard. We zijn onder meer quails kwartels, een possum, rode kardinaal en veel Jackrabbits.

Eenmaal in Phoenix blijkt de kamer nog niet klaar. Geen probleem, Nelleke wil nog naar Scottsdale naar de Poisoned Pen. Deze gespecialiseerde boekhandel is de thuisbasis van “Diana”. Na een rit die ons een blik gunt op Phoenix en Scottsdale vinden we de winkel.

Nelleke bestelt het volgende boek en we kunnen weer terug naar het hotel.

Andermaal bekijken we de stad. Phoenix ligt mooi aan de voet van bergen. Overal staan palmen en cactussen. Ik vind het na San Francisco de mooiste grote stad die ik tot nu toe in de VS ontmoet.

Terug bij het Hilton kan ik opnieuw in de rij, om vervolgens te ontdekken dat ze niet op drie personen hadden gerekend.

Toch maar even met Doets bellen na het weekend… L

Dit Hilton hotel heeft meerdere zwembaden. ’s Avonds draaien ze in de grootste zelfs de film “Finding Nemo”. Het wordt de 1e openluchtfilm voor Es en mij.

110 juli ’05 Phoenix – Tuscon.

We rijden via de Apache trail, hwy 80, naar Tuscon, buiten is het > 40oC. Van deze weg is 22 mijl onverhard.

Hiermee is het verslag van deze dag eigenlijk af. Een autorit door de hitte en de stof naar Tuscon, waarbij we voor de scenery 189 km omrijden. Onderweg blijkt de sanguaro cactus zich tot een plaag ontwikkeld te hebben. Halverwege rijden we nog door het Lost Dutchman Reserve. Zijn verhaal is terug te vinden in het gat Tortilla Flat, dat volledig tot Trading post is omgebouwd. Historici zijn het nog niet eens over de vraag of de man een moordenaar, oplichter, dief of combinatie van deze was. Wij houden de paspoorten dus maar wat dieper in de zak…

Verder kan ik alleen zeggen: bekijk de foto’s of liever nog: rij de route zelf. Het is de moeite waard.

Na de trail, die eindigt bij de Roosevelt dam, wordt het saaier. Alleen sommige plaatsnamen zijn leuk. Zo passeren we Miami en Florence.

Tuscon zelf is niet verkeerd, al geef ik de voorkeur aan Phoenix. Esther en ik speken wat mede Doetsiarosä in het zwembad en we eten lekker in het hotelrestaurant.

11 juli ’05 Tuscon – La Jolla

Dit is onze langste rit. Zeker 625 km. De route is, in tegenstelling tot gisteren, mostly boring.

Het begint met de Sonora Desert. Deze is, zeker het eerste stuk, boeiender dan de Mojave Desert. Er zijn meer heuvels/bergen en er zijn ook meer planten. Na een tijdje verdwijnen de sanguaro’s uit beeld. De weg is vooral vlak. Je zet je cruise control aan en wacht totdat je heel veel verder bent. Vooral in Arizona is dat een genoegen. Deze staat heeft zijn wegennet goed op orde. In California is dat een stuk minder. De staat is failliet, of Schwarzenegger nu gouverneur[28] is of niet. De wegen zijn op zijn best provisorisch gerepareerd. Alleen rond de grote steden is dat beter.

Na een tijdje komen we aan de USA/Mexixo grens. Vooral de plaatsnaam Mexicali vind ik mooi.

De woestijn verandert hier in de woestijn uit je kinderdromen: Een grote zandbak met vrijwel niets. Alleen de Bedoeïenen met hun kamelen ontbreken. Ze zijn vervangen door de grenspolitie met hun groen witte border patrol wagens.

Wat je verder tijdens het rijden nog een beetje afleid zijn verkeersborden met kreten als “Blowing Dust Area” en “Moving Sand Area”.

En zo kom ik tot de Amerikanen en hun taalgebruik op borden.

We spreken behoorlijk Amerikaans, zeker Es met de 9 op haar eindlijst.

Toch komt je dingen langs en tegen die je niet voor mogelijk houdt. Dit komt onder andere omdat de Amerikanen nauwelijks pictogrammen gebruiken. Ze geven de voorkeur aan Tekst.

Wat voorbeelden:

  • Gelukkig kan je meestal wel doorrijden. Ze geven grotere wegen aan door de HWY of PWY. Op borden noemen ze dat een Thru Road.
  • Het bord “Soft Shoulder” duidt niet op een plaats waar je uit kunt huilen. Nee, hier is sprake van een zachte berm.
  • Zo slaat de kreet “DIP” ook niet op de aanwezigheid van zeer depressieve mensen. Het is gewoon een holte in de weg.
  • De tegenhanger voor de “DIP” is niet de kreet “RAMP” zoals de Engelsen gebruiken voor een hobbel of verkeersdrempel. Hiervoor gebruiken ze het sprekende “BUMP”.
  • Tot zover overzichtelijk, tot je het bord “RAMP” tegenkomt. Maar dat wordt dan gebruikt voor fly-over[29].
  • En dan is er de PED XING. In California zijn voetgangers heilig. Ze kunnen rustig een spelletje kaart doen op een zebra, geen automobilist zal ze kwaad doen[30]. Voetganger is in het Engels “pedestrian”. Maar met de afkorting PED lijkt het veel op PET. Deze laatste zijn als enige nog heiliger dan de PEDs. Dan de X. Dat is gewoon Cross. PED XING is dus gewoon voetgangers oversteekplaats.
  • Even een testvraag: wat berekent “rXr”?[31]

1Tot zover de overpeinzingen. Na onder de zeespiegel te hebben gezeten stijgt de weg op een goed moment tot meer dan 4000 feet[32]. We rijden de heuvels rond San Diego binnen. De snelweg verbreedt zich spontaan tot twaalf baans. We passeren typisch Amerikaanse namen als Carlsbad en Cardiff by the Sea. Nog een aantal bochten en we staan in La Jolla. Het is ongemeen snel gegaan. We checken in[33] en ik kan naar de plaatselijke duikshop om een fles te huren. La Jolla is een prima stek om te duiken.

’s Avonds gaan we San Diego in om ook daar een beeld van te krijgen. Na wat gepuzzel komen we in het Balboa Park terecht. Dit is begin vorige eeuw gebouwd en het toeristisch hoogtepunt van de stad. Er zijn musea, er staan beelden van Nicky Saint-Phalle en er is een gigantisch openlucht orgel, waar juist nu een concert wordt gegeven. Aan de rand van het gebied is een cactus park. Helaas is het al behoorlijk donker als we er aankomen. Te fotograferen is het dan al nauwelijks meer. Via een gekleurde fontein en verlichte gebouwen gaan we terug naar de auto en naar La Jolla.

12 juli ’05 –La Jolla – Santa Monica.

We beginnen de dag met een van de weinige gratis ontbijten tijdens deze trip.

Ik start daarna weer met een duik. Naast een haai zie ik 2 grote roggen, dus de duik is geslaagd.

Vervolgens zetten we koers richting LA. Had ik als eens verteld dat ik dat niets vind?

De weg varieert van 10 tot 14 baans en van druk tot zeer druk. Bij Torrance draaien we er af voor een bedevaart naar de plekken waar Buffy is opgenomen.

Het huis heeft inmiddels een ander kleurtje. De school staat er nog. Omdat Amerikanen geen pictogrammen gebruiken snappen we niet wat met “No Trespassing” wordt bedoeld. Wel zijn we tevreden met de open hekken en deuren. De school wordt aan alle kanten uitvoerig bekeken.

Daarna is het tijd voor Santa Monica. De Pier hier heeft gefigureerd in veel films en series (o.a. The Sting, Desperately Seeking Susan, Gilmore Girls, Angel & Buffy)

Kortom tijd voor veel worshipping en fotograferen. We lopen nog wat door het wandelgebied, waar iemand Jimmy Hendrix zich in zijn graf laat omdraaien. Eten doen we weer in een food court, ook zo’n typisch Amerikaans verschijnsel. Deze keer gaan we voor de Japanner. Het smaakt voortreffelijk.

In het hotel voelt Nelleke zich niet veilig. Ooit wel eens bewust iets gegeten of gedronken dat over de datum is? Hier is het niet het voedsel, maar de lift. Volgens de license die is aangeplakt is hij maar tot medio mei goed L

13 juli ’05 – Catalina & LA.

11

Vandaag begin ik voor mezelf. Ik ga duiken op Catalina. Om vier uur ’s ochtend neem ik de auto richting Long Beach. Het is wat nevelig. Volgens Nelleke komt dat door al die hotelgasten die hun kleding ’s nachts droogstrijken..

Van Long Beach gaat de boot naar Avalon, de hoofdplaats van Catalina.

Het gaat gesmeerd. Binnen de kortste keren loop ik over de boulevard en enige straat van betekenis van de stad. Al snel zie ik “Catalina Divers Supply” op de pier. Mijn duikbrevetten hebben wat lichaamsvreemds voor ze. Of ik ze in mijn zak wil stoppen en aan de divemaster wil laten zien.

Eenmaal aan boord van de boot wordt iedereen gecontroleerd, behalve ik.

De divemaster loopt op enig moment naar mijn apparatuur en zegt: “That gear has seen a lot of dives”. Vervolgens legt hij u1it dat we na het ankeren eerst een uitleg krijgen over de stek. Daarna volgt de groepsindeling, die hij me voor het gemak ook maar vast geeft. Verder worden er veiligheidafspraken gemaakt: 2 vingers voor 2000 psi, 1 voor 1000 psi. En zegt hij: “Vervolgens sluit ik af met iedereen er op te wijzen dat je uiteindelijk verantwoordelijk ben voor je eigen duik, diepte & stops. That means you, go ahead, do what you like”.

En dat snap ik. De nitrox[34] fles gaat om en er kan gedoken worden. Ik zie de mooiste tandbaarzen uit mijn duikcarrière. Deze duik kan niet meer stuk.

Als ik dan ook nog een extra loodgordel aan boord breng kan ook ik niet meer stuk.

De trip wordt rijk voorzien van brood en frisdrank.

1Dit was een prima dag. Zo goed zelfs dat ik de 14 banen file op de terugweg met een tamelijk gelijkmatig humeur onderga. Meebrullen met de Dubliners maakt het leven simpel en overzichtelijk!

Het verslag van Nelleke:

Ondertussen worden Esther en ik door een gammel busje opgepikt bij het hotel en naar het Jane Building gereden. Het Jane Building is het enige van zijn generatie dat nog overeind staat aan de Hollywood Boulevard. Dat maakt het zo’n 80 jaar oud, schat ik. Het enige dat het verder opmerkelijk maakt, is dat het als hoofdkwartier dient voor de tour company. We worden er in diverse opeenvolgende rijen gezet om over de verschillende tours verdeeld te worden. En passant scoren we een ontbijt. Voor de deur zijn al veel sterren via hun ster op het trottoir te bewonderen.

Eenmaal in onze eigen tourbus maken we kennis met Maya, onze grote leidster. Maya is een gepensioneerde lerares van Duitse afkomst die vreselijk haar best doet. Ondertussen weet ze veel te weinig over de omgeving waar we doorheen rijden. Met grote regelmaat begint ze enthousiast een verhaal te vertellen dat eindigt met de mededeling dat ze vergeten is over wie het gaat, of hoe het afloopt.

In de Hollywood Bowl worden we getrakteerd op haar ervaringen met de dollar seats. Kennelijk kan je bij klassieke concerten voor weinig naar binnen, om later stiekem op een dure plek te gaan zitten. Ook blijkt picknicken hier verplicht. Het beeld bij de ingang is van dezelfde artiest als de Oscar, wat duidelijk te zien is.

Ondertussen zijn de eerste filmlocaties al gepasseerd, zoals de kerk waarin Whoopi Goldberg haar Sister Act opvoert, en de brandtrap die door Richard Gere beklommen wordt om Julia Roberts terug te krijgen in Pretty Woman.

Daarna staat Grauman’s Chinese Theatre op het programma. Hier zijn niet alleen de sterren op de stoep, maar ook de betonnen hand- en voetafdrukken van de zeer groten te bewonderen. We fotograferen ze bijna allemaal. Nou ja, 3000 sterren en honderden afdrukken, we doen een gerichte poging. Ook is hier een reeks impersonators van superhelden te bewonderen. Batman, Spiderman, Zorro, Gandalf, Mickey Mouse en Marilyn Monroe, het houdt niet op.

Het Kodak Theatre staat normaal ook op het programma, maar daar worden vanavond de ESPN Awards uitgereikt, dus dat is dicht.[35] We maken wel een plaatje van de buitenkant, zodat we het kunnen afvinken als gezien.

Na de beide theaters volgt een periode van rondrijden over oa de Sunset Strip, waarbij steeds wordt uitgelegd wie in welk pand is overleden aan een overdosis. Vervolgens bekijken we de (buitenkant van) de bajes van Beverley Hills met speciale oprit voor stretched limo’s, het stadhuis en het hotel waar Eddie Murphy bananen in uitlaten pleegt te stoppen[36]. Rodeo Drive zien we ook alleen vanuit de bus omdat de mensen bij een vorige stop te laat terug waren en we dus moeten inlopen op het schema. Maar dat geeft niet, troost Maya, want alles is daar toch veel te duur. 1

Wel mogen we de bus uit bij de Labrea Tar Pits. De olie die hier in de grond zit, heeft geleid tot een natuurlijke teerbron. In deze vijver zijn de resten van meer dan 600 diersoorten gevonden. Om dat duidelijk te maken aan het publiek zijn er een paar beelden van een familie mammoeten in en naast de plas geplaatst. Er hoort een klein museum bij, maar daar komen we niet aan toe. We fotograferen de teervijver, die bedrieglijk veel op een watervijver lijkt. (Als je tenminste je neus niet gebruikt.)

Voor de lunch worden we een uur lang losgelaten op de Farmer’s Market. Dit is een doodgewone, hele grote Mall. Hij blijkt echter gesticht te zijn door meneer Gilmore, die olie vond, rijk werd en zijn eigen bank oprichtte. Hij bleef ondertussen heel gewoon en gaf de plaatselijke boeren de gelegenheid om gratis op zijn terrein hun waren te koop aan te bieden. Dit is zo in tegenspraak met de gebruikelijke Amerikaanse drang tot winst maken, dat het ze tot op de dag van vandaag tot in hun ziel ontroert. Aan het begin van de Mall staat een groot filiaal van de Gilmore Bank.

Na de lunch bezoeken we Downtown LA. Dit bestaat uit een reeks tamelijk recent neergezette skyscrapers, veel appartementgebouwen (het is praktisch en goedkoop wonen hier) en de pas geopende Disney Concert Hall. Ook staat er nog één straatje uit de tijd dat LA niet meer dan een dorpje was. Alle beschikbare ruimte tussen de oude huizen wordt ingenomen door marktkraampjes met souvenirs en prachtige tassen. We hebben twintig minuten voor al het moois, en in de volle looppas gaan we voor de bijl. Twee tassen rijker klimmen we de bus weer in.

Via Chinatown en de joodse wijk rijden we terug naar Jane House, om herverdeeld te worden over de bussen. We worden toevertrouwd aan Danny, die al veertig jaar ervaring heeft met de Homes of the Stars. Danny zou eigenlijk thuis in bed moeten liggen. Hij kan amper praten, en hoest zijn longen er bijna uit. Maar hij is afhankelijk van de fooien, dus hij belooft ons een leuke tour. Om te beginnen geeft hij ons de kans om The Hollywood Sign te fotograferen vanaf een parkeerplaats, en daar was Maya niet aan toe gekomen. Punt voor Danny.

 Verder leidt hij ons langs de tuinmuren en opritten van Ben Affleck, Ben Stiller, Bruce Willis, Justin Timberlake en vele anderen. Ook zien we veel huizen waar vroeger iemand gewoond heeft. (Ricki Lake, Mick Jagger, Madonna, Marilyn Monroe, Barbra Streisand). Van Dr. Phil, Quentin Tarantino, en Sylvester Stallone zien we hun heel echte, heel heuse huis. Het schijnt dat mrs. Phil wel eens zwaait, evenals Stallone.

In tegenstelling tot wat we verwachtten, zijn er geen body doubles ingehuurd om de tocht spannend te maken. Twee vrouwen blijken Danny DeVito gespot te hebben. Hadden ze niet even kunnen waarschuwen? Wij willen ook een celebrity scoren!

Helaas weet Danny niet waar Sarah Michelle Gellar en Freddy Prince jr. wonen, maar dat maakt hij goed door een omweg langs het hotel waar pappa Prince een kogel door zijn hoofd gejaagd heeft.

Tegen de tijd dat we terug moeten naar Jane House, is het verkeer volledig tot stilstand gekomen. Jawel, de ESPN Awards blokkeren Hollywood compleet. Na een uur file rijden vindt Danny het welletjes en belt hij het hoofdkwartier. Na wat onderhandelen spreken ze af dat hij ons in een zijstraat achter het Kodak Theatre op straat zal dumpen. Jane House is volledig onbereikbaar. Een college die in de buurt is zal ons dan van de straathoek oppikken om ons naar Santa Monica te vervoeren.

Dit plan redt het niet, want de collega kan de straat niet bereiken. Terwijl de organisatie overlegt, maken wij een sanitaire stop in een winkel. Bij terugkeer blijkt het probleem opgelost. Een open trammetje met houten bankjes en een motor uit een tourbus komt aanrijden en vervoert ons naar het parkeerterrein van Universal Studio’s. Zo kom je nog eens ergens. Ook daar moeten we weer een tijd wachten, tot Melvin arriveert. Melvin levert ons uiteindelijk keurig af bij ons hotel in Santa Monica, zij het met forse vertraging. Maar onderweg spotten we toch onze celebrity: Gabrielle Solis scheurt ons voorbij op de snelweg.

De volgende dag ontvangt Rob viermaal mijn sms-je dat we vastzitten in het verkeer. Beter laat dan nooit.

14 juli ’05 Santa Monica – New Orleans.

Vandaag mag ik uitslapen. We hoeven pas om 04.30 op J. We bellen weer eens naar huis. Da’s niet altijd goed nieuws. Zo heeft Nelleke van haar ouders gehoord dat ze beiden in augustus geopereerd moeten worden.

We gooien alles in de auto, wat na alle extra T’s inmiddels meer dan formidabel extra gewicht is en rijden naar LAX, zoals op de borden op de snelweg staat aangegeven. Dat is net zoiets als XING, maar nu staat het voor Los Angeles Airport International[37].1

De Lincoln wordt met 2 snikken ingeleverd[38]. We kunnen naar het vliegtuig met de Herz Shuttlebus. De man vergeet met welke maatschappij we vliegen. En dus mist hij hem. Nu zijn we zo vroeg dat een extra rondje vliegveld wel lollig is, en zo zijn we dan klaar voor Starbuck’s en de vlucht.

Nu was dat rijkelijk bijtijds. Want we waren aan de vroege kant, zeker omdat de vlucht vervroegd was. Helaas, het vliegtuig is vertraagd. Eerst wordt er onderhandeld of er niet mensen met een latere vlucht willen, want het vliegtuig is overboekt. Als we eenmaal naar binnen kunnen klinkt een geluid wat Esther omschrijft al een robothond die staat te blaffen. Mij doet het meer denken aan tussenmuurtjes die worden weggezaagd.

Het blijken uiteindelijk de boordcomputers te zijn die zijn/worden vervangen[39].

Leer ons computers kennen, leer ons Murphy kennen: als we na drie kwartier van de gate weg zijn moet alles worden stopgezet. De computers werken niet!

Nu pakken ze het aan zoals het moet. Gewoon alles uit en resetten. Het vliegtuig gaat uit, het gaat weer aan en als het geen vliegtuig was geweest hadden we weg gekund.

Het is wel een vliegtuig. Dat betekent dus dat alles opnieuw ingevuld moet worden voor de authoriteiten. Ondertussen doen de stewards het dansje[40]. Met name één van hen is nogal blij met zichzelf. Hij heeft halflang haar dat onberispelijk in een scheiding zit. Ook heeft hij nepgrijns op zijn gezicht. Volgens Esther doet hij aan “Smell the fart” acting, een begrip uit Friends. We geven haar volledig gelijk.

Met een vertraging van nog een half uur kunnen we op weg naar Detroit, want daar willen we niet heen.

Waar we wel heen willen ligt een totaal andere kant uit: New Orleans. Daar hadden ze dus geen directe vlucht op. Met een bekwaam tempo walsen we door de hal van het vliegveld van Detroit. We hebben krap een uur, en er moet ook gegeten worden.

Eenmaal aan de gate blijkt ook het 2e toestel vertraagd. Met wat kunst en vliegwerk plug ik de laptop in een pilaar en we kunnen nog wat lezen/verslag schrijven.

Als het toestel uiteindelijk meer dan een uur te laat vertrekt zijn de problemen dan ook over. In rechte lijn gaan we naar New Orleans. Althans in bijna rechte lijn. Er is wat turbulentie, dus de vrouw achter ons dreigt over haar nek te gaan. De stewardess voorziet haar van kompressen en het gaat gelukkig net goed.

We komen in het donker aan, wat voor Esther een first is. Ze geniet volop van de verlichte stad.

Wat niet goed gaat is de autohuur. Bij Herz bieden ze ons een Toyota Camry aan. Daar past de bagage met wat moeite in, maar dan moet ik Esther en Nelleke achterlaten. Bovendien hadden we een SUV besteld! Uiteindelijk hebben ze ook een Ford. Maar dan zonder NeverLost, de onverbiddelijke Miep die brult waar we heen moeten. Het moet maar. Nelleke heeft een kaart en we rijden in rechte lijn naar het hotel. Daarbij komen we langs de beroemde superdome van New Orleans. We kunnen weer een streepje zetten bij “Gezien”.

In het hotel blijken we verkeerd geboekt, maar gelukkig lost alles zich vanzelf op.

 

15 juli ’05 New Orleans.

Ik heb het even gehad met autorijden. Nadat we op ons gemak zijn opgestaan[41] eten we naast het hotel. Een beeld van Fats Domino is voldoende om me te overtuigen dat dit the place to be is.

Daarna lopen we door het French Quarter. Oude gebouwen van 2 a 3 verdiepingen met veel balkonnetjes. Het is bewolkt, maar dat komt hier meer voor, evenals korte regenbuien.

1Norleens, zoals de lokale bevolking het uitspreekt blijkt een mooie stad. Wel loopt er een scherpe scheidslijn door de stad, the Canal. Zoals de naam al doet vermoeden is het een weg. Aan de ene kant leefden de Creoles: mensen van Frans/Spaanse afkomst. Zoals gids Mark het later samenvat: Streng katholiek, artistiek, intellectueel en met voorouders afkomstig uit Zuid Europa. Aan de andere kant woonden de Amerikanen: Gokken, zuipen en vechten waren hun voornaamste kenmerken. Verder zijn ze protestant en voornamelijk met voorouders uit Noord Europa. Aan die kant van Canal is veel meer hoogbouw en industrie.

Na een stuk Bourbon Street (goed voor het vastleggen van een Amerikaans echtpaar) zetten we koers naar het Jackson Square en de Kathedraal[42]. Inmiddels heeft dan wel iemand geprobeerd om me een shoeshine aan te praten. Dit is met name opmerkelijk omdat ik sandalen draag die niet te poetsen zijn J.

Bij de kathedraal is een begrafenis aan de gang. En met volop politiebewaking, dus we concluderen dat niet de beste wordt weggebracht.

Het zweet gutst inmiddels over mijn lichaam. Weliswaar is het veel koeler dan in LA, maar de luchtvochtigheid is pakweg 100%.

We shoppen wat naast het park bij Jackson Square. Het gutst even van de regen, maar tegen de tijd dat we eten hebben gescoord is het weer droog. Dus eten we op een bankje met uitzicht op Ol’man river: the Mississippi. Ik zie een foldertje liggen met excursies. Over een half uur vertrekt er een naar the Swamp.

Even wat toelichting: New Orleans ligt beneden de zeespiegel. Er is dus veel water. Hoewel ze niet uitgepraat raken over hun water control hebben ze nog steeds eindeloze moerassen met alligators. Omdat ik uitgebreid informeer krijg ik ter aanmoediging direct kortingsbonnen. Da’s een druppel op de gloeiende plaat, maar alle beetjes helpen. E&N zijn het onmiddellijk met dit plan eens en zo rijden we binnen een half uur richting “Westwego”, een plaatsje 12 mijl van New Orleans en dus een buitenwijk.

Hier ligt de basis voor de Swamp tours. Eerst krijgen we natuurlijk de mogelijkheid om te genieten van de winkel. Daarna krijgen we een inleiding waarbij we de lokale snoek, de alligatorsnapper (schildpad) en softshell schildpad, grote sprinkhaan en een alligator zien. In een hok zit ook een racoon. Verder wordt een knaagdier getoond dat hetzelfde doet als de muskusrat: Hij vreet de plaatselijke dijken op. Evenals de muskusrat is het ook geen lokale soort, iemand heeft ze geïmporteerd uit Zuid Amerika. Het dier wordt dus ook met het zelfde enthousiasme bestreden als wij dat met de muskusrat doen. Dit alles onder de kreet “If you can’t beat them, eat them!”. Hierna gaan we met de boot van captain Tom het moeras van Bayou-Segnette in, het is een statepark.

Deze man is 3e generatie stroper. Nu is dat hier nauwkeurig geregeld, trapper is een officieel beroep. Van iedere diersoort weet hij nauwkeurig aan te geven hoe je hem vangt, fileert, opzet en per onderdeel met restaurateurs en andere opkopers uitonderhandelt.

1Maar toegegeven, hij brengt het boeiend. Ook weet hij hoe je een alligator bij je boot krijgt.

Je gooit gewoon een paar marshmallows in het water. Aan het begin zegt hij normaal 12 tot 20 alligators te zien. We gaan ver over dit aantal heen, en zien verder de lokale 1zilverreiger en een racoon. Tom probeert hem met marshmallows zover te krijgen dat hij zich door de alligators op laat vreten. De racoon stelt echter duidelijk grenzen aan zijn publieke optreden. Wat mij betreft ok, we hebben de foto’s. De plantengroei is ook prachtig, waarbij met name de enorme korstmossen opvallen. Na een anderhalf uur varen stappen we tevreden in de bus die ons langs de New Orleans Dome en het conferentiecentrum terug brengt bij de Big & Muddy.

We houden even een pauze, en eten daarna in het restaurant tegenover ons hotel in Bourbon Street. In de lobby van het hotel begint een 1e feest. Het is het vrijgezellenfeestje van een vrouw die met een bruidssluier om loopt. Op de sluier zijn wel rode verlichte duivelhoorntjes aangebracht en een lading condooms.

Het is een openlucht restaurant met live muziek. Er zit ook een oudere zwarte muzikant waar iedereen met eerbied omheen loopt. Voor nadere determinatie neemt Nelleke maar vast een foto.

Bourbon Street is het hart van het French Quarter. Nu het avond wordt, maakt de straat dat helemaal waar. De straat bestaat uit voornamelijk uit souvenirshops, restaurants, bars en stripbars.

Uit ieder restaurant dat mee wil doen klinkt live muziek. Daarnaast zijn er nog de straatmuzikanten. Kortom veel lawaai, veel neon kleuren en een feeststemming. De permanent aanwezige politie, niet alleen te voet, maar ook in auto’s en op motoren en paarden, houdt de zaak een beetje een bedwang.

Vanaf de balkons worden plastic kralenkettingen naar beneden gegooid. Sommigen hebben daarvoor een duidelijke reden, zoals het stel dat gaat trouwen. Met name zij wil haar vreugde graag met iedereen delen. Voor iedereen die een ketting teruggooit tilt ze haar bloes op.

Ook de strippers van Hustler trekken veel aandacht als ze met kettingen gaan gooien.

De meeste kettingen komen van mensen die gewoon lol hebben of iets te vieren. Binnen de kortste keren kan Esther verheugd aankondigen dat ze “bling” heeft. Ze loopt dan ook met een dozijn gekleurd spul om. Rond middernacht hebben we het gezien. De volgende ochtend blijkt het feest afgelopen ze zijn, maar volgens mij hebben ze het licht zien worden.

16 juli ’05: Naar Vicksburg

We beginnen weer met een ontbijt in onze inmiddels vaste stek. Nelleke en ik bestellen een croissant. Nu is dit een goed restaurant, dus het voedsel wordt goed bereid. Voor de croissant houdt dat in dat-ie wordt gegrild voordat-ie wordt opgediend. Het is even wennen J

Met de franse afstammelingen in New Orleans is onlosmakelijk de Voodoo verbonden. Er zijn dan ook “haunted” tours en meer waarzeggers dan gemiddeld in dit rare land. Esther en Nelleke hebben alle beroemde kroegen en winkels, die in boeken en films voorkomen en nu echt zijn gezien, afgestreept.

Wat overblijft is het voormalige huis van Anne Rice, een van de favoriete auteurs. Ik ben niet zo gek of ik mag door de ochtendspits op zoek naar dit gebouw. Het ligt in een andere wijk. Nu valt het mee. Het ligt aan de andere kant van de I10, de snelweg die de stad doorsnijdt. Daar is het in First Street, en de 1e straat kan nooit erg ver uit het centrum zijn. We rijden er dan ook bijna blind naar toe. Deze wijk, het Garden District, heeft de naam de mooiste Victorians van de VS te hebben. Ze zijn inderdaad prachtig, met veel gietijzer. Ik geeft toch de voorkeur aan de huizen in San Francisco, maar dat is een kwestie van persoonlijke smaak.

Als we de straat indraaien wordt dit niet onmiddellijk waargemaakt. Het is een ontluisterend zwart getto met verwaarloosde huizen. Nu zijn straten in de VS vaak mijlen lang, dus dat zegt weinig. “A few blocks up” kan al een wereld van verschil maken. Zo’n duizend huisnummers verderop is het dan ook een keurige buurt.

Het huis is gauw gevonden en alles is keurig vastgelegd.

1Op de terugweg rijden we niet had genoeg. Een stel zwarten begint naar ons te schreeuwen. “White Trash / Fuck off / Go Away”. Het is onaangenaam. Wij rijden echter in een SUV en zij hebben slecht schoeisel, dus echt bedreigend is het niet. Het bord “Thou shallst not kill” op de hoek maakt toch wat meer indruk dan anders.

We gaan de brug, en daarmee de Mississippi, over en verlaten daarmee New Orleans. Ik hoop er toch nog eens meer van te zien.

Via wat secundaire wegen komen we terecht bij Oak Alley Plantation. Op weg erheen rijden we vooral door moerasgebied met hier en daar een plaatsje met de typische bovengrondse begraafplaatsen van Louisiana[43]. Ook zien we borden met de evacuatieroute voor de orkaan die hier net langs is getrokken.

Oak Alley is een voormalige suikerplantage. De laatste eigenaar heeft het omgezet in een foundation die het nu beheert. Het complex is veelvuldig voor filmopnamen gebruikt, o.a. North & South. Daarbij is vooral de drie eeuwen oude eikenhaag zee fotogeniek. Ik leg dan ook een aantal japanners vast die hierna lang voor mij buigen.

We krijgen een rondleiding door the mansion. Daarbij ontdekt Es dat haar oude conrector net naar binnen moet zijn. It’s a small world after all.

De rondleiding is leuk, de biologiestudente die ons rondleidt heeft een aantal leuke verhalen. Zoals over de ananas: als blijk van gastvrijheid kreeg je die bij aankomst. Nu was New Orleans in die tijd een lange reis, dus je bleef ten minste slapen na een bezoek. Sommigen plakte er nog een nachtje achteraan etc… Als je de indruk wekte nooit meer weg te gaan werd er ’s nachts een tweede ananas bij je bed gezet. “Vandaag nog inpakken en wegwezen!”.

Een andere aardig verhaal was de courting candle. Huwbare vrouwen mochten met hun potentiële partner met een kaars een rondje rond de mansion lopen. Als de kaars op was diende het bezoek afgelopen te zijn. Het leuke van dit verhaal was dat “pa” de kaars aanstak. Door een schroefmechanisme kon de kaars langer of korter worden ingesteld. Viel de man in de smaak dan kreeg hij de kaars “in volle glorie” mee, anders was het letterlijk een vluggertje.

De mansion was het eigendom van lieden met geld. Dat moest het bezoek ook weten. Het bestek was van zilver. Nu kan iedereen met geld dat doen, dus het stinkend rijk moest op een andere manier worden waargemaakt. De oplossing is simpel en zeer onhandig: Je maakt je bestek dikker en groter: Er is niet mee te eten, maar het ziet er duur uit! Bovendien werd het op zijn kop gelegd zodat het familiewapen goed zichtbaar was. Je kunt je weelde niet genoeg benadrukken!

Na de rondgang hebben we alles hebben gezien en is het tijd voor het voortzetten van de reis. En helaas ook voor een wolkbreuk. Zeiknat stappen we in de Ford Explorer die nu ons vervoermiddel is. We zetten koers richting Baton Rouge.

In Baton Rouge ben ik toe aan een stop en we zien een shopping centre. Tijd voor Esther en Nelleke om deel 6 van Harry Potter te scoren. Het verschijnen van dit boek was tenslotte voorpaginanieuws.

Net al ik denk “we moesten maar weer eens gaan” breekt een enorm onweer los. De bliksem slaat maar een paar meter naast E&N in. Ik rij de auto zo dicht mogelijk naar ze toe, maar dat voorkomt niet dat ze toch zijknat in de auto eindigen.

De regen is nu zo dicht dat het verkeer stapvoets door de stad moet. Ook daarbuiten blijft het water met enige regelmaat naar beneden komen.

Nu maakt dat niet zoveel uit. We zitten droog en het landschap is toch niet boeiend. Louisiana lijkt een beetje op Noord Frankrijk, maar dan met meer zilverreigers.

Na een paar uur komen we in Mississippi. Dat lijkt een beetje op Duitsland (we passeren oa Gluckstadt): aangeharkt en met veel loofbomen. Verder is het landschap bezaaid met kleine kerkjes. Formaat McDrive, maar dan met kruis en klein puntje. Dat laatste moet dan de toren voorstellen. Vaak zitten er een stuk of drie-vier bij elkaar. Voor de achteloze voorbijganger zijn er zelfs waarschuwingsborden ontwikkeld. Daarop staat dan geen “Bump” of “Dip” maar “Church”.

De lange tocht eindigt in Vicksburg. We slapen in Cedar Grove, een historisch hotel, dat een rol heeft gepeeld in de Amerikaans Burgeroorlog. Het gebouw is net iets te historisch: alles kraakt, de verlichting is slecht en je sjouwt je de pestpokken om de koffers op de kamer te krijgen. Maar als afwisseling van de standaard hotels is het heel erg leuk. We eten in een van de oude zalen, waar ik steeds waterdruppels in mijn nek krijg. De luchtvochtigheid is namelijk nog steeds 100% en boven mij loopt een aircobuis waarop stevige condens plaats vindt.

17 juli ’05: Naar Memphis

Ik begin de dag met op de waranda van het oude hotel dit verslag te schrijven. Daarvoor zijn 2 redenen:

  1. Wat is er mooier dan op een historische waranda bij een heerlijke temperatuur en het geluid van krekels aan een verslag te werken
  2. Ik kan nu eindelijk warm worden, want de helemaal-niet-historische Airco van het hotel maakt dat ik tot mijn beenmerg koud ben.

1Airco’s zijn hier een ziekte[44]. Met uitzondering van Monterey zijn we ze overal tegen gekomen. Standaard maken ze het te koud, waarbij ze ook nog eens te luidruchtig zijn. Loop een winkel of een hotel binnen en de temperatuur daalt soepel van 32oC naar 16oC. Dus heb je de neiging je jas aan te trekken als je naar binnen gaat en weer uit als je het pand verlaat.

Verder hebben ze hier een accent waar je een spijker op krom kan slaan. Het “How yo doin’ y’all”, “Cenai help Jall” en “Tankjall” is hier niet van de lucht. Mij verstaan ze niet en als we Nederlands praten vragen ze of we Engelsen zijn. “Notankjall, Wieee is dùùtzj

Tot zover wat random observaties, terug naar de reis. Na enige tijd scheur ik me los van de waranda. We krijgen hier een gratis ontbijt dat, samenvattend, voor E&N niet weg te metselen is. Gebakken ei en spek, griesmeelpudding en biscuits. Dat laatste lijkt niet bij benadering op de Nederlandse vertaling, het zijn een soort cakejes.

Vervolgens wordt alles het hotel uit gesjouwd over het gammele gietijzeren trapje. Ondanks dat alles is betaald willen ze toch nog $ 2,09 van ons. We maken er maar geen ruzie over.

Waar ze wel ruzie hebben gemaakt is Vicksburg zelf. En dat is het understatement van het jaar, want hier is een van de bloedigste veldslagen van de al genoemde burgeroorlog uitgevochten. Met het veroveren van deze plaats konden de Union (de blauwen) de Confederates (de grijzen) splitsen en de Mississippi controleren. General Grant is er in geslaagd het Confederate leger te omsingelen (a siege) en plat te bombarderen.

We bezoeken het slagveld. Dat is van Engelse allure: sinds de slag is het gras nauwkeurig onderhouden. Het is zelfs een National Park geworden. Met $ 8,-- toegang maken we vanaf nu winst op onze kaart.

In het visitor center is een overzichtelijke tentoonstelling en er wordt een film gedraaid. Nu is deze volgens ons in het begin van de vorige eeuw gemaakt, dus kwalitatief is het een ramp. Het verhaal zit echter goed in elkaar, en ik vind het erg boeiend.

Buiten het bezoekerscentrum wordt voorgedaan hoe je een kanon afschiet. Dat is best fun. Er is een goede toelichting, waarbij wordt opgemerkt dat Grant deze stad heeft veroverd. Daarom vind je hier geen $50 dollarbiljetten.

Na de boem rijden we wat rond, maar de rest is niet meer dan aardig om kennis van te nemen.

Vervolgens is het tijd voor de interstate, waar we via Jackson zo snel mogelijk richting Memphis willen rijden. Voor we op de snelweg zitten zien we al een boekenwinkel. Stel dat ze daar Potter 6 hebben. Het blijkt een outlet en nog dicht. Een klein meisje roept naar Es: “Hey white girl, they’re opening at twelve”. Dus wachten we nog even. De outlet heeft P6 uiteraard nog niet, maar Nelleke komt met een boek naar buiten.

Even voor Memphis zien we een grote Wal*Mart™. Leuk voor een boterham, en kijken of ze P6 hebben. Het blijkt dat er een hele pallet in de zaak is neergezet.

Van Esther hebben we die dag geen last meer J.

Wel gaat ze mee naar de Griek, waar we geholpen worden door een Poolse. Althans, tot ik vraag om echte Griekse koffie: dan komt de eigenaar in actie om ons een perfecte bak voor te zetten![45]

Na aankomst lopen Nelleke en ik wat rond in Memphis tot het enorm begint te onweren. We lopen een voorlichtingscentrum binnen dat wordt gedomineerd door twee enorme beelden. De een is duidelijk God Elvis. Alles wat hij mogelijk als minder ideale punten had is zorgvuldig weggewerkt door de maker van het beeld. Het tweede beeld is van niemand minder dan BB King. Het is prachtig. De man is nog niet dood, dus hij is het gewoon echt. Een oude zwarte gitarist met een gekreukeld pak. Dan realiseren we ons dat Memphis claimt zowel de geboorteplaats van de (rhytm &) blues als de rock ’n roll te zijn.

Morgen zullen we er wel meer van zien. Dan gaan we naar Graceland!

Laat die nacht leest Es P6 uit.

18 juli ’05 Memphis

We staan op en gebruiken het gratis ontbijt in het hotel. Dan zijn we klaar om naar Graceland te gaan. Om half elf staat men daar klaar om ons door The Mansion te slepen.

Dan komt Esther met de mededeling dat ze haar paspoort kwijt is. Waarschijnlijk ligt het naast haar groene kaart, maar die is ook pleite, dus we hebben een probleem.

Eerst bel ik de ANWB. Die hebben het advies het te melden bij de autoriteiten en contact op te nemen met het consulaat in Miami.

Het laatste lijkt het eenvoudigst, omdat de ANWB onmiddellijk het telefoonnummer geeft.

Niets is minder waar. Het nummer leidt tot een bandje en een volstrekt onbegrijpelijk keuzemenu. Dan bedenk ik dat ik het nummer van Tineke de Vries, van het consulaat in New York bij me heb. Nu gaat het hard. Twintig minuten later belt Miami ons terug en wordt toegezegd dat ze het regelen. Alleen $ 48 en 2 foto’s meenemen en het komt goed.

Misschien is het wel handig om even aangifte te doen….

Kijk, in sommige dingen zijn we goed, en bezitten we een grote kennis. Op andere punten is dat toch effe wat minder[46]. Een van die punten is het Amerikaans rechtssysteem.

De deskklerk geeft me de route naar het politiebureau. Het is duidelijk aangegeven. Er staan drie politieauto’s voor de deur, waarvan een met zwaailicht.

Opgewekt stappen we naar binnen. Het ziet er zwart van de mensen, en dat kan letterlijk genomen worden. Een vriendelijke vrouw bij een metaaldetector staat me te woord. “This is the jail y’all” “The plice will sho-up eventuly, thats for sjoe”. Aangifte moet ik toch maar drie deuren verderop doen. Nelleke komt dit volgende gebouw niet eens in. Haar camera komt niet langs de bewaking, en tijdelijk afgeven helpt niet. Dus gaan Es en ik naar de 11e etage waar een vrouw ons te woord staat. “Paspoort verloren? Da’s lullig, waar?” Als we het tussen New Orleans en hier zijn kwijtgeraakt is het voor de ambtenaar-in-functie in New Orleans geweest en moeten we daar aangifte doen. Telefoonnummers hebben ze niet, we moeten inlichtingen maar bellen.

Geroerd door zulke prachtige administratieve barrières verlaten we het pand. Toch maar New Orleans bellen?

Dan zien we het Shelby County registration office. Er staan 2 auto’s met “sherrif” voor de deur. Iedereen die meer dan 3 indianenboeken heeft gelezen, of -films heeft gezien, weet dat dit formidabele personen zijn. Die moeten ons kunnen helpen.

Bij de balie worden we vriendelijk te woord gestaan door een mevrouw. Natuurlijk kunnen ze ons helpen, maar niet hier. We moeten in het gebouw aan de overkant zijn.

In de gelukzalige wetenschap dat het nu goed komt lopen we naar de overkant. Hier vinden we de volgende beveiligingspoort en scanapparatuur. We informeren eerst maar eens.

Paspoort? Vervelend! Zij kunnen ons helpen, maar dan moeten we wel aan de overkant zijn.

Nu wordt het tijd om uit te leggen dat we kennissen hebben aan de overkant en dat die met veel overtuiging hebben verwezen naar deze plaats.

De bewaker pakt een telefoon en begint de omgeving af te bellen. Naar een paar minuten komt hij met de oplossing: Ze kunnen ons niet helpen. Het gebouw schuin aan de overkant kan dat wel. Dat is het federal building.

Nelleke geeft het op, ze gaat terug naar het hotel. Wij stappen naar binnen onder het motto: als ze nu niet helpen vragen we naar vrijgeleide A38!

Bij binnenkomst is onmiddellijk duidelijk dat dit het federale gebouw is. Er staan 3 bewakers en 2 scanapparaten. We leggen ons verhaal voor. Vriendelijk leggen ze uit dat we fout zitten. We moeten bij het postkantoor zijn. Die gaan over paspoorten.

Even moet ik denken aan Arlo Guthrie’s “Alices Restaurant”. We beginnen onze hele tocht tot nu toe te beschrijven. We moeten hier zijn. Een grote zwarte man, die de jongere broer van BB King zou kunnen zijn, laat ons binnen nadat alle scanapparaten zijn uitgeprobeerd. We moeten op de 4e verdieping zijn, kamer 60. Hij loopt met ons mee naar de lift, en legt uit dat de lift komt door op een knop te drukken. Daarna vertelt hij dat we op de 4e verdieping komen door veel op het knopje vier te drukken. Nu geef ik toe dat je paspoort verliezen niet slim is, maar of we nu zo dom zijn…

De mevrouw op 4.60 is kort en duidelijk. We zitten verkeerd. Op 10.36 zit echter iemand….

Dus pakken we de lift. Het knopje tien brengt ons zowaar naar de juiste verdieping. Daar zit iemand die zegt dat wij op de verkeerde plaats zijn…. We geven hem het volledige verhaal van onze Odyssee om aangifte te doen. Uiteindelijk blijkt hij bereid om mee te werken. Hij maakt een kopie van onze kopie en licht de autoriteiten in. We zeggen hem dank, maar noteren wel even zijn naam (Scott Gordon) “for further reference”.

Daarna verlaten we het pand, de bewaking in verbijstering achterlatend met de mededeling dat ze gelijk hadden en dat we goed zijn geholpen op 10.36[47] J1

Na dit alles is het tijd om alsnog naar Graceland te gaan. Nu geloof ik niet dat ik het al heb gezegd, maar ik hou niet van Elvis Presley. Je kunt niet om zijn muziek heen, maar het blijft 3 keer niks. Fifty million Elvis fans can be wrong!

We maken een tocht over het terrein, langs de auto’s en door een van de vliegtuigen. Alles is even groot en overdreven. Gelukkig weten we nu dat hij een groot sportsman en zeer belezen mens was. Foto’s van boven de 25 zijn niet te vinden. Zijn graf, tussen zijn ouders en oma, is één grote (plastic) bloemen en knuffelberen zee. Dit mede door de bijdrage van de Belgische Elvis Society. Je moet dit een keer meegemaakt hebben. Let wel, één keer.

Na terugkeer gaan Es en ik op zoek naar een plaats waar ze pasfoto’s voor haar uitreisdocument kan laten maken. We lopen verkeerd, maar komen daardoor wel op Beale Street terecht. Misschien een goed idee om te gaan eten.

’s Avonds gaan we inderdaad die kant op. Even overwegen we bij Isaac Hayes te gaan eten, maar we eindigen toch op Beale Street. Hier is een walk of fame voor blues musici. Onder andere BB & Albert King, Bar Keys en leden van de Blues Brothersband. Overal klinkt live muziek. Het werkt als een perfect medicijn tegen de overdosis Presley die we hadden opgelopen[48]. We eten in een tent waar “The After Dark Band” optreed. Je menu moet je aanwijzen, want praten zit er niet in. Geeft ook niet, ik vind dit veel mooier dan Bourbon Street, ook al is het minder een kermis.

We komen nog wat C/DVD’s. Dat doen we in 2 zaken. In de 2e laten de boodschappen van de 1e het alarm afgaan. Na mijn buiging krijg ik zelfs applaus. Memphis, en daarmee de 3e etappe zit er op. Op naar Florida, onze laatste stop.

 

19 juli ’05 Mephis - Kissimmee

We schuiven alles in de Ford Explorer en geven gas richting vliegveld. Memphis is, als zoveel Amerikaanse steden, een stad met problemen. Zelfs in de prestige-straat Main Street[49] staat het een en ander leeg en te verkrotten. Daarbuiten is het niet veel beter. Kleine winkels en fabriekjes, slecht onderhouden huizen en een onderhuidse raciale spanning bij sommigen.

De sociale ongelijkheid in de VS is te groot.

1Op het vliegveld gaat alles goed. De bagage wordt snel ingeladen en Esther kan zonder problemen mee. Na een voortreffelijk Starbucksijsje kunnen we aan boord. De vlucht is een beetje bumpy, maar we komen goed aan in een regenachtig Orlando. De regen is nog het gevolg van orkaan Dennis, waar we in Memphis ook last van hadden.

1Eenmaal bij Herz loopt alles soepel. We eindigen weer met een Lincoln Aviator. Duur in gebruik, maar een fantastische auto.

Door Miep rijden we in rechte lijn naar het Radisson hotel in Kissimmee. Officieel is het een plaats, maar in feite nauwelijks meer dan een buitenwijk van Orlando.

’s Avonds eten we de jaarlijkse Japanner om het diploma van Esther te vieren. Het is een echte Japans restaurant, maar het is net effe anders dan bij ons. Het is Amerikaanser.

Allereerst merk je dat aan het geluidsniveau. In Amerika koken de Japanse koks alsof ze in een martial arts film zitten. Veel schreeuwen en veel meer stuntwerk dan in Nederland.

Net als wij gaan veel Amerikanen naar de Japanner om iets te vieren. Bij voorkeur een verjaardag. Bij het dessert komt er een Ram-Jap met een gong binnen. De rest van het bedienend personeel komt hier op af en gezamenlijk brullen ze lang-zal-die-leven. Dit wordt gevolgd door een foto van het slachtoffer en de Ram-Jap verdwijnt weer. Maar maakt je geen zorgen, binnen een kwartier is hij weer terug met zijn gong voor de volgende jarige.

Dat brengt me op het 2e verschil. Dit Japans restaurant is tamelijk groot, maar het tempo is veel hoger dan in Europa. Op een goede avond wordt iedere tafel minstens 3 keer bezet. Dus erg veel klanten en veel ram-jap.

Dat hoge tempo heeft z’n nadelen. Net als je aan je vis bent begonnen is de biefstuk klaar. Met een sierlijke kwak gaat dat over de vis.

Als liefhebber selecteer je de stukjes snel uit, maar veel nut heeft het niet, want voor je het weet is met een breed gebaar een lading bami is over je nauwkeurig alfabetisch/lexicografisch geselecteerde voedsel geplaatst. Net als je dan denkt: ik heb de lekkere stukjes er wel weer onderuit, zoeken rijstkorrels zich een weg tussen het al aanwezige voedsel.

Een laatste verschil is de hoeveelheid. In Nederland krijg je bij een Japanner gewoon te veel. Omdat je ervoor hebt betaald vreet je je helemaal klem, maar als je ontbijt en lunch hebt overgeslagen krijg je het achter je knopen.

In Amerika is dan anders. Na afloop van de maaltijd is er voldoende over om een klein land van voedsel te voorzien[50]. De gemiddelde Amerikaan zit hier niet mee. Alles verdwijnt in een plastic doos die mee gaat voor de magnetron.

Er is echter no way dat ze mij zover krijgen dat ik een bord bami met nasi in een auto ga eten.

 

20 juli’05 Orlando Seaworld.

Een gratis bus brengt ons van het hotel naar SeaWorld (Over de Central Fla.Pkwy., echt zo staat het op het bord).

We komen snel langs de kassa en de tassencontrole. Om negen uur zijn we zo ver dat we het park in kunnen. Althans dat denken we...

Op dat moment begint ergens een bandje met het Amerikaanse volkslied te spelen. Snel tel ik inwendig af:

  • Niemand heeft nog iets gewonnen, wij zeker geen vrijkaartjes.
  • Het is geen sportwedstrijd.
  • We zijn niet aan het begin van een schooldag
  • 1We zijn niet aan het eind van een klassieke uitvoering.

Waarom spelen ze dat ding in godsnaam?

Amerikanen hebben geen reden nodig. Ze krijgen een traan in hun ogen, plaatsen de hand op het hart en zetten hun pet af (als ze zich er van bewust zijn dat er een op hun hoofd staat).

En ze lopen niet door. Nu zijn we tegen het tot stilstand brengen van de samenleving door het random spelen van volksliederen, maar echt alles stopt hier. Onmiddellijk nadat het afgelopen is barsten wij uit in het Wilhelmus, maar mooi nada. Ze lopen gewoon door.

 

SeaWorld is aardig. Er zijn leuke shows en aardige aquaria. Toch maken ze wat ons betreft de naam niet helemaal waar. Het kan er mee te maken hebben dat de verhouding entertainment/merchandise verkeerd is. Normaal neemt dat zo’n 30% van een park in. Hier ligt het boven de 50%. Een winkeltje is leuk, maar als je moet gaan zoeken naar de attracties tussen de restaurants en de winkels is er iets mis.

SeaWorld wordt overspoeld door groepen in uniforme kleuren, voorafgegaan door een vlaggetjesdrager. De temperatuur is weer meedogenloos vandaag. Het wordt gekoppeld aan een hele hoge luchtvochtigheid. Nelleke en Esther hebben niets op hun hoofd, dus komen de winkeltjes toch nog van pas.

We zien de zeeleeuwen en dolfijnenshow, de pets-show[51] en gaan uiteindelijk naar de Orca show.

Voordat het start wordt een filmpje van het leger, our hero’s, gedraaid. Bij de reactie van het publiek draait mijn maag om. De aanwezige militairen wordt gevraagd op te staan en het publiek mag minutenlang applaudisseren en schreeuwen. De staande militairen worden daarbij één voor een op een reuzenscherm geprojecteerd. Er gebeurt ongeveer hetzelfde als in Cabaret bij het nummer “Tomorrow Belongs To Me”. [52] Daar zijn het de opkomende nazi’s die zonder te denken zingen over hun land. Wat hier gebeurt is vergelijkbaar met de communistische regimes en Nazi Duitsland. Het volk wordt gehersenspoeld om mee te brullen met het leger en dit zonder vragen te volgen. Je ziet dat ook veelvuldig op autostickers en teksten. En het is erger dan een paar jaar terug toen de bevolking werd klaargestoomd om akkoord te gaan met de Irak inval. Ook de discussie over de vraag of Hillary Clinton president kan worden wordt al over de militaire band gespeeld. Ik heb geen idee waar dit op termijn heen moet, maar goed is het niet.

De show die volgt is leuk. Uiteraard vliegt er eerst een American Eagle over, maar daarna is het tijd voor de groep Orca’s. Mooie kunstjes, al is het publiek vooral enthousiast als de orca’s liters water het publiek in slaan. Velen komen er totaal doorweekt uit, de waterverplaatsing van die beesten is enorm.

Na de show hebben we het wel gezien. Het is inmiddels zo druk dat je over de hoofden kunt lopen. We wachten op de shuttle en gaan terug naar het hotel, waar we bij Pizza Hut een pizza scoren. Met zijn 3-en houden we over van één pizza, al is het niet voldoende voor een klein land.

21 juli ’05 Fort Kissimmee – Fort Myers Beach

De volgende ochtend vertrekken we op ons gemak. We maken een lange en vermoeiende rit naar Fort Myers Beach.

Daarbij verlaten we eerst Orlando. Nog even over deze stad: Waar Las Vegas de pretstad voor volwassen is, is Orlando dat voor “Family Pleasure”. Staatnamen staan aangeven in namen van pretparken als Seaworld & Universal. De grootste is natuurlijk Disneyworld: Next 4 exits.

Overal staan borden voor Dinosaurusparken en zelfs het countrypark van Dolly Parton kan je niet opgemerkt voorbij rijden. Zelfs als je denkt dat je alleen alledaagse dingen in beeld hebt, dwingen de pretparken zich aan je op. Zo staat tussen de hoogspanningsmasten ineens een exemplaar in de vorm van Mickey Mouse. 1

Tijdens de rit krijgen we een goed beeld van Florida. Waar we in Louisiana en Mississippi het idee hadden dat we niet uit Europa hadden hoeven te vertrekken, is dit weer duidelijk niet Europees.

Wat gebouwen betreft lijkt Florida op (Zuid) California. Veel houten gebouwen[53] met vaak wat kleine torentjes als ornament. Ook heel veel trailerparks. De variëren van keurige woningen tot gettoachtige buurten.

Wat natuur betreft staat Florida op zichzelf. Allereerst is Florida plat. Verder is er krankzinnig veel water. Overal zie je meren, moerassen of een combinatie van beiden. Verder staan er overal palmen. Meer, en in meer vormen dan in California. Ook liggen er overal plantenresten. Dat komt dan weer door de veelvuldige tropische stormen en orkanen.

Over Fort Myers Beach is verder weinig te melden. Er is strand, er zijn hotels en restaurant. Kortom het standaard tropische toeristenoord. Es en ik stappen de zee in, maar dat is niet meer dan “aardig”.

Dan blijkt Esther haar ringen kwijt te zijn. Een telefoontje naar het vorige hotel mag niet helpen. Het verdriet is groot.

Tegen de avond begint het dan ook nog te onweren.

We zitten dan op een dakterras van een restaurantje te eten. Ik had vooraf gevraagd of iedereen naar binnen vlucht bij regenbuien. “Yeah, that’s more or less it”, is het antwoord. Wij doen het vooral more… Mijn maaltijd heet grouper, grouper, grouper. Als altijd hadden ze de laatste twee beter direct terug kunnen zetten in zee. Ook Nelleke en Esther houden weer “iets” over.. Als we weer terug zijn bij het hotel kunnen we genieten van het onweer dat aan drie kanten om ons heen vol tekeer gaat. We slapen op de 6e etage, dus uitzicht genoeg.

22 juli ’05 Fort Fort Myers Beach- Islamorada.

De rit van vandaag gaat langs en door de Everglades. We maken een eerste stop in Everglades National Park bij Everglades City. De enige manier om de Everglades goed te bezoeken is per boot. We doen een tour van anderhalf uur. De verhalen zijn veel minder dan in Westwego, maar de omgeving is prachtig. In het Eskimo’s[54] schijnen 40 verschillende namen voor sneeuw te bestaan. In de Everglades hebben ze zoiets met reigers. We zien er veel. Bij de opening met de golf van Mexico komen we ook dolfijnen en een zeeschildpad tegen. De tocht wordt de tocht van de 10.000 eilanden genoemd. Satellietfoto’s hebben aangetoond dat het er nog veel meer zijn. Het zijn vooral mangrovebomen die zich vestigen in het bijzonder ondiepe water van het gebied en die vervolgens uitgroeien tot eilanden. Daartussen zitten, naast de reigers, veel vogelsoorten. We zien onder andere roze lepelaars, visarenden en pelikanen.

Als we net weer onderweg zijn wil Esther naar een toilet. Ik zie een rustplaats. Nelleke ziet een racoon, dus besluiten we iets verder te kijken. Het blijkt het begin ze zijn van een korte wandeling over een boardwalk door een wat dichter begroeid deel van de Everglades. Dit stuk is niet dat van de 10.000 eilanden maar van de 10 miljard muskieten. We zien prachtige planten, waaronder bromelia’s die, als echte epifyt, op de ander bomen groeien. Ook varens, mossen en korstmossen (Spaans mos) komen veelvuldig voor in dit natte gebied.

Tussen de muskieten vliegen libellen en vlinders rond. 1

Voldaan, onder de indruk, maar ook uitgezogen komen we terug bij de auto. We vervolgen onze tocht, waarbij we onder andere een dode alligator langs de weg zien liggen.

Bij de volgende ingang van het nationale park maken we nog een korte wandeling, maar deze is minder boeiend dan de mosquito sprint. Wel zie ik hier een zwarte slang.

Daarna is het een lange rit naar Key Islamorada, met onderweg weer een tropische onweerbui.

Hier zitten we in Cheeca Lodge. Bij aankomst worden we volkomen genegeerd door het personeel. Ik zet de auto ergens neer en we lopen terug. Een bellman verwijst me met een verveeld gezicht naar de lobby. Een snotneus achter de balie behandelt ons alsof we direct uit het trailerpark komen. Goed, toegegeven: ik heb me niet geschoren, ik heb mijn Alcatraz T-shirt aan, we hebben muskieten getrotseerd en we hebben geen Ferrari[55]. Maar wel een voucher en een creditcard, dus in feite moet hij zijn hoofd houden. Hij weigert aanvankelijk om ons uit te leggen waar onze kamer is. De bellman zal ons de weg wijzen en voor onze koffers zorgen…

Dan wordt het tijd om in te grijpen. De bellman was net te besodemieterd om iets te doen, nu is het mijn beurt om hem te negeren. We verzoeken snotneus opnieuw om ons uit te leggen waar we zitten, zij het wat minder vriendelijk. Nu blijkt hij ineens een kaart van het complex te hebben. In glossy ca. 180 grams vierkleurendruk nog wel. Kijk, dat ziet er beter uit.

Op de terugweg naar de auto blijkt de bellman ontwaakt. Met een $$ blik in de ogen komt hij naar ons toe. Kan hij iets voor ons betekenen? “No” bijt ik hem toe. Nu kan er ineens wel een vriendelijk “Have a nice day van af”. Maar hij is te laat, veel te laat.

De koffers gaan naar de kamer en wij, als compensatie, naar de Burgerking. Hierna zwemmen Esther en ik nog in het hotelzwembad. Tamelijk makkelijk te vinden, dankzij de prachtige plattegrond van het complex. Komische noot: er staan verschillende zwembaden aangegeven. We passeren er één met een bord: “No bathing, water feature”.

 

23 juli ’05 Islamorada – Key West.

Ik begin de dag met een duik. Het duikcentrum hadden we op de heenweg al gezien. Ik sta ingeschreven, dus na het voldoen van de nodige gelden kunnen we op stap. Het zijn twee wereldduiken. Ik wordt toegevoegd aan twee “ervaren” duikers. Het zijn Engelsen waarvan de vader al drie jaar soms, tijdens vakanties, duikt. De 12 jarige zoon heeft sinds een dag zijn 1e brevet. Richting en tijd bijhouden kunnen ze niet. Het grote voordeel: de duiktijden lopen er op, dit tot ongenoegen van de kapitein. Gelukkig kan ik naar de Engelsen verwijzen.

We zien onder andere kreeften, haaien en de volledige crew van Finding Nemo.

Ondertussen heeft Nelleke uitgecheckt. Daarbij komt snotneus[56] plotseling met een rekening van $20 & taxes. Nelleke haalt hem geestelijk soepel over de toonbank: “We nemen via onze reisagent nog contact op over deze truc”. Ineens krijgen we $20 korting; over taxes praat niemand meer.

1Daarna is het tijd voor de rit naar Key West. Dit is de laatste van een grote rij eilandjes die via bruggen met elkaar zijn verbonden. Ze vormen in feite de grens van de Everglades.

Sommige eilandjes zijn een autoweg breed, daarnaast zitten alleen nog wat vissers.

Andere eilanden zijn wat breder en daar is het toerisme dan ook enorm. Overal duiken, vissen en eten. Iedere Key verkoopt T-shirts met de opdruk: “Key XX, a quite drinking village with a diving/fishing problem”. Het geeft de locale mentaliteit redelijk weer.

De wegen zijn, zeker voor Amerikaanse begrippen, smal. Het duurt dan ook lang voordat we in Key West aankomen.

Laat deze beschrijving niet het beeld wekken dat de Keys saai zijn. Op zich is het al mooi met veel zon, palmen en strand, daarnaast liggen er nog veel eilandjes naast deze keys, die niet verbonden zijn met de weg. Alles bij elkaar ziet het er op en top vakantie uit.

Onderweg komen we langs het duikcentrum waar ik de duik voor de volgende dag heb afgesproken. De man zegt zich wel iets te herinneren, maar is mijn naam en de bevestiging vergeten. Ook de toegezegde bootduik gaat niet door. De planning is “al lang” om twee rifduiken te maken. Ach, het moet maar.

Ons hotel is smerig. Het toilet is niet schoongemaakt, alles is groezelig, kortom jammer. Bovendien zijn we te laat voor de rondrit over het eiland.

We eten aan het water, waarna Esther en ik gaan snorkelen. We zien van alles, en ik fotografeer een beetje. Bovendien hebben we een beetje last van de “einde vakantie blues”.

Morgen nog één dag en dan volgt alleen nog de terugreis.

24 juli ’05 Key Wes - Miami.

Voor mij begint de dag met duiken. Ik krijg een divemaster in opleiding mee. Na de 1e duik komen we op de verkeerde plaats en met te weinig lucht boven. “Who’s leading?” Is de onmiddellijke vraag. Ik wijs naar Michel: “He did, he’s studying for Divemaster!”.

Deze mededeling wordt met een grijns ontvangen. De kapitein komt bij me langs: “Jij ben toch instructeur, niet?”. Ik geef dat toe met de mededeling dat ik ook en vooral toerist ben. Met een grijns gaat hij naar mijn buddy en legt uit welke bevoegdheid ik heb.

De 2e duik loopt dan ook volstrekt volgens de regels, waarbij het helpt dat ik de koers bewaak. Alles bij elkaar is de uitvoering bij deze school beter dan 1

Islamorada, maar de riffen zijn minder. Neemt niet weg dat ik tevreden op Key West terugkom.

Nelleke en Esther hebben inmiddels op de tickets van gisteren de helft van de rondrit op Key West gemaakt. Het was leuk, maar halverwege zijn ze uitgestapt om te shoppen en terug naar het hotel te wandelen.

Daarna is het tijd voor de rit naar Miami. Die is lang. Verder stelt Nelleke vrolijk vast dat Doets wel een leuke alternatieve route had kunnen bedenken. Tenslotte reden we gisteren de zelfde weg J.

Onderweg komen we weer een tropische storm tegen, maar een eiland verderop kan je weer in de zon lopen. In vergelijking met de heenreis zien we meer visarenden.

De tussenstop maken we bij het duikcentrum op Islamorada. Ik scoor wat natuurgidsen en we worden hartelijk ontvangen door de mensen waarmee ik gisteren op stap ben geweest.

Eenmaal in Miami is de dag om, maar het is benauwd en dicht bewolkt, dus we zitten er niet mee. Het hotel stinkt en is ingewikkeld ingedeeld. Bovendien kan je de lift alleen gebruiken als je een pasje hebt. Het eten is, met uitzondering van de hoeveelheid, niet meer dan matig.

We sorteren voor de laatste keer de enorme hoeveelheid spullen die we hebben meegenomen. Esther maakt een indrukwekkende foto van wat ze allemaal in de VS heeft aangeschaft en vindt haar ringen terug. Morgen kunnen we naar huis.

25 juli ’05 Miami – Detroit – Minneapolis – Schiphol.

Om 05.15 gaat de wekker. Ik vouw de duikuitrusting, die is overgegaan van zeiknat naar tamelijk vochtig in plastic zakken. Daarna gaat alles in de koffers. De vier bakken met gewicht verdwijnen in de goudkleurige Lincoln Aviator.

1Onze 1e stopplaats is het Nederlandse consulaat in Miami. Daar ligt het laissez-passez voor Esther klaar. Er blijkt nauwelijks verkeer, dus we zijn er te vroeg. Daadoor kunnen we een beetje een beeld van Miami krijgen. Mooi grote gebouwen, palmen, zon en veel muggen.

Alles loopt heel goed, en binnen de kortste keren staan we op het vliegveld.

Daar worden we ontvangen met de mededeling dat helaas de 1e vlucht naar Detroit vertraagd is. Daardoor halen we de 2e vlucht naar Amsterdam niet.

Na wat overleg worden we op het vliegtuig naar Minneapolis gezet. En, zo vertelt José van NorthWest ons, je paspoort is gevonden in New Orleans. De eerste gedachte is stelletje *** dat hadden we toch in Memphis al gevraagd? Had daar niemand kunnen informeren? Maar goed deze man doet zijn best. Sterker nog, hij doet zijn bester. Hij pakt de telefoon en zorgt dat het paspoort naar Minneapolis wordt gestuurd (via Memphis J). Onze overstapplaats hebben we voldoende tijd, dus het mag geen probleem zijn.

In Minneapolis is het vliegtuig uit Memphis vertraagd. Weet dat in de komende jaren de afstanden die we hebben gelopen (al-dan-niet met de schoenen in de hand) en tijd die we sprintend hebben doorgebracht alleen maar zullen toenemen. Feit is dat Esther is omgeroepen, feit is dat iedereen zich uiteindelijk heeft bemoeid met het vinden van het – opnieuw – zoekgeraakte paspoort[57]. Feit is uiteindelijk ook dat we hijgend en snikkend het vliegtuig boarden. Even later komt een stewardess het paspoort alsnog brengen J.

Vervolgens is de vlucht ruim vertraagd omdat het onweert.

Als we vertrekken regent het nog steeds. Het is alsof Amerika snikt om ons vertrek: Thank you for visiting the USA, we appreciated your business!”.

1

 

1



[1] En metro’s, maar daarover meer in dit verhaal J

[2] Althans dat zeggen ze. Esther, die de wacht houdt bij het raam meldt alleen maar wolken.

[3] Gebouwen in Central Manhattan zijn gemiddeld > 12 etages.

[4] Ze lopen met het opschrift: Lesbians march, they don’t run.

[5] Ook Nelleke blijkt na de consternatie een brandwond opgelopen te hebben.

[6] Opmerking van het lesbische koppel dat naast ons staat te kijken: The bikes of the men are bigger, but the women love their bikes more.

[7] Eerlijkheid gebied te zeggen dat ik het beeld had van Dick van Dyke, dansend bij een brug. Dat was dus Hyde Park, Londen.

[8] En ik ga er van uit dat ze het niet over de tights van de hoofdpersoon hadden.

[9] Niemand hier noemt Washington Washington of gewoon George. Ze hebben het over DC.

[10] De zuivere wetenschap© is een zorgvuldig samengestelde vragenlijst die door een volstrekt afhankelijk panel wordt ingevuld. Hierdoor ontstaan betrouwbare en volstrekt subjectieve vergelijkingslijsten voor hotels, campings en wat men verder ook maar wil subjectiveren.

[11] Hou het overzichtelijk, hier heet de Subway geen U-Bahn of Underground, maar Metro.

[12] De Nederlandse ambassade staat er niet. Van deze mensen weet ik dat ze blij zijn dat dit zo is. Er zitten zoveel ambassades op één hoop, dat er verder helemaal niets meer te beleven is.

[13] De Amerikanen zijn volledig doorgeslagen. Zo moet ik deze keer ook mijn trui uit doen.

[14] OA Berkley, Oakland, San Jose, South San Francisco, Richmond, Fremont & Dublin

[15] Na het draagstel van mijn duiktas te hebben gesloopt, heeft de vliegtuigbeveiliging nu ook maandverband open gemaakt. Ook in mijn trimvest is een gat gemaakt.

[16] Dus teveel

[17] Weet ik veel, ik vond het gewoon een leuke koepel. Nelleke weet echter dat het echt wereldberoemd is en bewijst dat met “De gids”

[18] Het roepen van “Leo” uit de serie Charmed is dan ook volstrekt zinloos. Het remt ons niet af.

[19] Houden we het nog bij? Niet de metro dus, de Bart J

[20] Of Mien of hoe je de ingeblikte stem van de GPS maar wilt noemen.

[21] Vrolijk verklaart ze: “I’m a tomato in a ponytail! J”

[22] Nu Primm geheten, naar de man die de plaats heeft opgekocht.

[23] En als ik naar de hakken kijk very very haute couture

[24] Een van de zes in de ene casino.

[25] Nou ja, dat kan wel. Maar begin pas met FIRE! als je het zeker weet.

[26] We ontdekken dat er in dit deel van de VS twee geheide methoden zijn om mensen geld uit de zak te kloppen: De tradingpost, een excuus uit het verleden om nu “meuk” in een gebouw te stoppen. Deze wordt gerund door iemand in “echte” western outfit. De ander is de Ghosttown. Dit is groter dan de tradingpost en heeft een zweem van authenticiteit.

[27] Even geschiedenis: Er was nooit een persoon met de naam Monty Python en het programma had niets te maken met een vliegend circus…..

[28] Spreek uit: “Governator”.

[29] In andere staten is het weer de oprit.

[30] Voor meer details zie verslag USA 2002

[31] Rail Road Crossing = (Rail Crossing (X) Road)

[32] 1200 meter dus…

[33] De deskclerk raakt niet uitgepraat over het feit dat we “Cool” zijn. Als ik hem er op wijs dat ik naast de folder sleutels een een kamernummer wil zegt hij ook prompt en met een grote grijns:”That wasn’t cool!”

[34] Door wijziging in het vluchtschema kom ik binnen de 24 uur voor mijn volgende vlucht, het verschil wordt met EAN32 weggebufferd.

[35] Een volgende avond zien we Mathew Perry op TV reclame maken voor de reportage van de door hem gepresenteerde Award-uitreiking!

[36] Zie Beverley Hills Cop.

[37] Ik weet het, daar staat geen X in.

[38] De 1e voor het afscheid van het comfort, de 2e voor de gedachte aan het krankzinnige benzine gebruik van de bak.

[39] Met een latere vlucht horen we het geluid weer. Het blijkt dat het de hydraulische pompen van de laadruimte te zijn, maar de piloot van deze vlucht koppelde het aardig aan de computers.

[40] “Het dansje” is het voordoen van de veiligheidsprocedures in het gangpad.

[41] Gisteren hebben we 2 tijdzones gehad, en dat ontregelt altijd.

[42] Met een opschrift “JPII was here!”

[43] Oplettende lezers merken dat de Metro’s uit het verhaal zijn verdwenen. De metro in LA is gewoon zielig, dus die gebruik je niet. Hier, en later in Florida, ligt alles zo laag dat alleen grote aquaria tot hun technische mogelijkheden behoren.

[44] Ik eindig de vakantie dan ook met een griep

[45] Hierover verschillen we van mening, maar ik schrijf het verhaal!!!

[46] Voor een goed begrip van de komende zinnen raad ik aan “Astrix en de Romeinen” te lezen en vooral de regels rond vrijgeleide A38 te bestuderen.

[47] Deze oplossing strookt met de ontknoping van de al genoemde Asterix en lijkt ons daarom historisch verantwoord.

[48] Nelleke: “Ik OD op Elvis” Es: “Graceland is daar wel de plaats voor”

[49] Voor details: Bob Dylan – Stuck inside of Mobile

[50] Terechte observatie van Esther.

[51] Niet te verwarren met E&N’s pettenshow.

[52] Uit de musical “Cabaret”

[53] Van het type dat je vaak ziet tijdens orkaan reportages. Dan vliegen ze alleen, terwijl ze nu rustig op de grond zitten.

[54] Innunuit? Inunino? Innoitisch?

[55] De Ferrari eigenarenclub heeft dat weekend een bijeenkomst in de Lodge, dus niet-Ferrari rijders zijn in de minderheid.

[56] In werkelijk heet hij volgens Nelleke Scottneus J.

[57] Fiet is ook dat hier geen familieleden aandeel in hebben gehad.